Skip to content

de essentie van politiek

De Vlaamse Regering heeft beslist om geen ministerpost te spenderen aan milieu- / klimaatbeleid. (wel aan ‘Dierenwelzijn’, bijvoorbeeld) (en niet dat ik een probleem zou hebben met dierenwelzijn, integendeel, maar je kan je wel de vraag stellen hoe het welzijn van dieren evolueert als de planeet naar de kloten gaat)

Dat Joke Schauvliege, als minister van ‘Omgeving, Natuur en Landbouw’, zich moet verdedigen in de Klimaatzaak is dus niet correct.

Tot zover mijn verdediging van Joke Schauvliege.

Want HOE incompetent kan een minister eigenlijk zijn? Deze morgen hoorde ik Schauvliege op Radio 1 met veel omwegen zeggen dat het niet aan de politiek is om het gedrag van mensen bij te sturen, dat “iedereen zijn verantwoordelijkheid moet dragen”.

Vervolgens nam ik de fiets naar het werk — onderweg ben ik even gestopt om mijn astma-puf uit mijn tas te halen (want ik bleef maar hoesten, de luchtkwaliteit is niet zo fantastisch vandaag). Maar wat bleek bij aankomst? Het klimaat was nog steeds niet gered! Hoe kán dat nu??

Bij Schauvliege ontbreekt zelfs het inzicht in het concept politiek. Vraag het aan duizend studenten in de Politieke Wetenschappen: “Wat is een politicus?” Het antwoord zal duizend keer een variatie zijn op dit thema: “Een politicus is iemand die vanuit een overtuiging een mandaat ambieert om daarmee een beleid te voeren dat daadwerkelijk iets verandert aan de samenleving.”

De samenleving veranderen kan op veel manieren. Maar in de politiek doe je dat door wetten en regels op te stellen die het gedrag van mensen bijsturen.

Oh, er zullen vast wel een aantal mensen zijn die geen politici nodig hebben om verworven luxe (in de betekenis van milieuvervuiling) niet langer als een verworven recht te zien. Vast wel. Die mensen bestaan. Ze zouden verdorie in de politiek moeten gaan.

waarom ik niet staak

De vorige keer dat een deel van mijn collega’s het werk neerlegde, was op maandag 30 januari 2012. Toen besliste ik om toch te gaan werken. En toen heb ik me heel boos gemaakt op de vakbonden, onder andere omdat ze eenzijdig het sociaal overleg opbliezen.

Een paar jaar eerder had ik me ook al eens boos gemaakt op de vakbonden — maar dat is een ingewikkeld verhaal — en toen heb ik zelfs mijn lidmaatschap opgezegd.

Vandaag is mijn mening veel genuanceerder: ik heb veel sympathie voor (bijna) iedereen die deze maand het werk neerlegt om te protesteren tegen deze regering. En toch heb ik alweer beslist om niet te staken.

Is het hypocriet dat ik bewondering heb voor de stakers eind 19e en begin 20e eeuw maar dat ik nu aan de kant blijf zitten? Het zou kunnen. Want met een beetje verbeelding zou je zelfs kunnen stellen dat de context vergelijkbaar is.

Maar de motieven zijn dat niet, die waren ooit fundamenteel genoeg om het werk neer te leggen: als je stem nauwelijks meetelt — eerst door cijnskiesrecht, later door meervoudig stemrecht — dan is staking zelfs een legitiem, zij het ‘ultiem’ middel, vind ik. Ook al was de firestarter voor dergelijke stakingen zelden politiek, dat is nu wel anders.

Ik heb de voorbije weken zowat alle opinies gelezen, pro en contra. En het argument van N-VA waarin het ‘ondemocratisch’ karakter van deze stakingen wordt uitgelegd? Wel, in tegenstelling tot de partij waarvoor ik heb gestemd (Groen), vind ik dat geen bullshit. Natuurlijk is het stakingsrecht niet ondemocratisch, dat weet ik ook. Maar de motieven zijn dat eigenlijk wel: op 25 mei heeft een meerderheid van de bevolking ervoor gezorgd dat een rechtse en zeer asociale coalitie mogelijk is, zowel op Vlaams als op federaal niveau. Voor alle duidelijkheid: ik vind dat echt verschrikkelijk, om te bleiten.

En wat ik nog veel erger vind: een deel van de regeringsmaatregelen is eigenlijk verkiezingsbedrog. Zo stond de verlenging van de pensioenleeftijd in geen enkel verkiezingsprogramma van de huidige regeringspartijen.

Maar dat de huidige regering heel veel inspanningen vraagt aan de werknemers en dat ze anderzijds onzinnig veel subsidies blijft geven aan filevorming en milieuvervuiling (lees) (en huiver) … sorry maar als dit de reden is van de staking, dan begrijp ik de staking niet goed. Die politiek is nu eenmaal eigen aan de regering die de inwoners van dit land hebben gekozen.

Als je niet akkoord gaat met een regering die de rijken systematisch rijker maakt, als je niet akkoord gaat met een regering die autostrades verbreedt in plaats van fundamenteel iets te doen aan het mobiliteitsprobleem en te kiezen voor duurzame mobiliteit, als je niet akkoord gaat met een regering die weigert om ambitieuze ecologische korte- en langetermijndoelstellingen op te nemen in het regeerakkoord,… dan zit er niks anders op dan nog 4 jaar te wachten tot de volgende verkiezingen. En stilletjes te hopen dat meer dan 50 % van de bevolking zich eens informeert vóór ze naar het stemhokje gaan. (want ik zou ze niet de kost willen geven: de arbeiders die vandaag in Antwerpen protesteren maar een paar maanden geleden het bolletje naast Bart De Wever rood hebben gekleurd)

Daarnaast — dus buiten het kader van verkiezingen — zijn vakbonden en diverse drukkingsgroepen geïntegreerd in heel wat belangrijke platformen, organisaties, commissies,… die rechtstreeks en onrechtstreeks onze samenleving vorm geven. Dus, ik vind een staking maar zo nuttig als de vuist op de keukentafel tijdens een echtelijke ruzie: het kan verdomd handig zijn om te tonen dat je het meent. Het is zelden nog maar een begin van een oplossing.

Desalniettemin: leve de stakers!
(maar ik doe dus niet mee)

Ik heb het voor alle duidelijkheid alleen over ‘staking’ als drukkingsmiddel, niet over ‘betoging’. Die vormen van protest hebben volgens mij weinig met elkaar vandoen. In de jaren ’80 liep ik als snotneus mee in de anti-rakettenbetogingen in Brussel en 30 jaar later ben ik nog altijd fier dat ik daaraan meedeed. Ook toen waren de motieven politiek. Ook toen vond een groot deel van de bevolking een beslissing van de regering kortzichtig en dom. ‘Martens 5′ was trouwens dezelfde federale regering als nu: een coalitie van huichelaars en werkgeverspartijen.

Caledonië

Schotland dus.

Panorama

En zo haalde ik nog nipt mijn quotum van gemiddeld 1 vliegreis per 10 jaar.
We vlogen zowaar over de Ghelamco Arena, kijk:

Ghelamco Arena

Aanleiding voor deze reis naar Schotland was het heuglijke feit dat het precies 15 jaar geleden was dat een groep vrienden voor het eerst op thematische wijze de salontafel deelde met een aantal flessen dringend te ontdekken whisky.

De feestelijke jubileumproeving vond plaats op zaterdag 8 november 2014. In het door God verlaten jeugdcentrum Centre 81 in het dorpje Garelochhead (bij Helensburgh, Argyll). Want jeugd is wat we zijn.

Maar eerst ging het nog vrijdag naar Edinburgh. Wat er mij aan doet denken dat ik graag eens naar Edinburgh zou gaan om — de Ale Houses buiten beschouwing gelaten — ook eens wat van de stad te zien, bijvoorbeeld.

Edinburgh is trouwens een stad waar je de bus neemt als je niet stapt, er is geen ruimte voor andere vormen van transport.

Edinburgh Busses

We reden met 9 manspersonen in een Volkswagen Transporter helemaal westwaarts via Stirling naar Loch Lomond. Wat er mij aan doet denken dat ik graag eens naar Stirling zou gaan om — de parking en het toilet buiten beschouwing gelaten — ook eens wat van Stirling Castle te zien, bijvoorbeeld.

Stirling Castle

Aangekomen aan Loch Lomond, Balloch Castle, begon het te regenen.
Maar als wij zeggen dat het picknick is, dan is het picknick.

Picnic near Balloch Castle

Die avond werd er gedronken, gegeten, gedronken, geproefd.
Een scenario dat ook de volgende dagen door iedereen foutloos gevolgd werd.

‘s Ochtends bereidden we in de grootkeuken van het jeugdcentrum een stevig ontbijt — enfin, ik ontbijt niet maar het zag er stevig uit — waarna we het complex afsloten en de sleutels in de brievenbus gooiden, Schotten zijn mensen met een filantropisch kantje.

Garelochhead, Centre 81

En aangezien het elke dag om 16u donker werd, kon je pas ‘s morgens zien waar je sliep.

Gare Loch panorama

We maakten het jaar goed van de plaatselijke kruidenier en we reden via Inverarnan naar Glencoe, een locatie u welbekend van deze film.

Selfie

pitstop

Panorama met zon

‘s Morgens werden we wakker in het paradijs: Ballachulish.

Waarom ook eens geen panorama

Ja maar, wacht eens even: heb je Haggis gegeten?
Natuurlijk dat, meerdere keren. Zelfs als voorgerechtje:

Haggis

En zoals dat dikwijls gaat met het eten van voedsel: Haggis is fantastisch lekker als het goed is klaargemaakt.

Whisky is ook lekker, dat wisten we al.
Maar om onze uitstap toch enig sérieux te geven, reden we naar The Ben Nevis Distillery.

Op weg naar Fort William

The Ben Nevis Distillery

Ben Nevis Distillery

Maar genoeg cultuur.
Picknick!

panorama terugweg

En dan naar het Oosten, richting Kenmore, Pitlochry.

aperitief

Leaving Kenmore

De laatste dag was een regendag.

regenpanorama

Regen kan behoorlijk onprettig overkomen aan het stuur van een camionette met 9 inzittenden. Maar vooral dat links rijden, ik vrees dat ik het nooit volledig ga beheersen. Het is een stressfactor die ik graag achterwege zou laten bij een volgende trip naar het eiland Britannia.

mobiliteitsplan Gent

Toe dan, nog eentje om het af te leren.
(daarna wil ik een tijd afkicken van bloggen over verkeer)

Maar! Het nieuwe mobiliteitsplan!

Eerste bedenking: verbazend hoe weinig mensen het mobiliteitsplan volledig afschieten. (al moet ik toegeven: ik heb geen Facebook)

Twee dagen na de bekendmaking is het bij iedereen ongeveer duidelijk wat het ‘lobbenplan’ betekent in praktijk. Zaterdag heb ik het originele document van 234 bladzijden gelezen, de ene alinea al aandachtiger dan de andere.

(geen tijd om alles te lezen? Het plan wordt samengevat in deze powerpoint)

Een aantal bedenkingen heb ik dan proberen samenvatten op Twitter.
140 tekens, geen plaats voor nuance. Dus hier een beetje uitleg bij het gekwetter.

Dit plan is een stap in de goede richting, ik ben blij over bijna alles wat er in staat. (maar ook een beetje teleurgesteld in wat er niet in staat)

Overal zone 30 binnen de stadsring. Uiteraard. Elke verkeersdeskundige zwaait met rapporten waarin staat dat snelheidsmatiging een causaal positief effect heeft op verkeersveiligheid. Maar een zone 30 valt of staat met de pakkans, dat is het zwakke punt van deze maatregel. Dus die agenten die nu worden ingezet om de fietsers te beboeten omdat ze door de Kortrijksepoortstraat fietsen, kunnen dan meteen ingezet worden om de nieuwe zone 30 te controleren. Win-Win.

Het was niet mijn bedoeling om het mobiliteitsplan te lezen in functie van mijn eigen mobiliteit. Maar nu ik erover nadenk… Deze maatregel, het ‘lobbenplan’, is fantastisch nieuws voor mijn fietsroute naar mijn lessen in de Henleykaai. Oversteken aan Recolettenbrug en Verlorenkost is nu een levensgevaarlijke onderneming omwille van het sluipverkeer. Dat sluipverkeer zal in de toekomst niet meer mogelijk zijn, die plaatsen zijn ofwel niet meer toegankelijk (Recolettenbrug) of worden ‘geknipt’ (Verlorenkost).

Gent wordt 'verknipt' in 7 sectoren. Je kan via de ring in elk van de 7 sectoren maar het wordt onmogelijk om door de binnenstad te rijden van het ene stadsdeel naar het andere, zonder de ring te gebruiken.

Gent wordt ‘verknipt’ in 7 sectoren. Je kan via de ring in elk van de 7 sectoren maar het wordt onmogelijk om door de binnenstad te rijden van het ene stadsdeel naar het andere, zonder de ring te gebruiken.

Eerst: mijn woonbuurt, Oostakker-Lourdes, is onmiddellijk ingesloten door een aantal drukke autowegen: N424 (Kennedylaan) + N70 + R4. Mijn huis betekent voor fijnstof, wat de Kaäba voor moslims betekent: het draait er maar rond, zonder precies te weten waarom. (en ik zwijg bewust over de driehoek E34 + E17 + E40 want dat is rond groot Gent, da’s voor iedereen hetzelfde)

Dus ik ben oprecht heel blij met dit stukje uit het mobiliteitsplan:

snelheidsverlaging

Maar wat het gedeelte over de woonwijken in de rand betreft: waarom zo vaag? Waarom niet nu meteen voluit de kaart trekken van het 30-50-70-principe dat vorig jaar door de Fietsersbond gelanceerd werd? Het zou mensenlevens redden, daar ben ik zeker van. Het zou kinderen en ouders de moed geven om ook in de Gentse rand te durven fietsen.

Voor alle duidelijkheid: onderstaande afbeelding staat *niet* in het mobiliteitsplan.

Het 30-50-70-principe (Fietsersbond)

Het 30-50-70-principe (Fietsersbond)

Wijzelf brengen steeds vaker de kinderen te voet naar school omdat de snelheid van auto’s in de Groenstraat (9041) tot levensgevaarlijke situaties leidt. Als dit mobiliteitsplan wordt verkocht als ‘moedig’, dan begrijp ik echt niet waarom het 30-50-70-principe niet onmiddellijk kan toegepast worden.

Er komt een vrachtroutenetwerk. (meer info in mobiliteitsplan, bladzijden 151 tot 165)
Dit hoofdstuk is heel doordacht en gedetailleerd. Heel technisch ook. Goed!

Ik zie 2 problemen:

  1. Wat is het nut van een route als de vrachtwagenchauffeur zijn goesting doet? Daar is wellicht al over nagedacht maar ik vind het niet onmiddellijk terug. Of ik begrijp het niet goed.
  2. De Handelsdokbrug Verapazbrug — ja, die naam werd veranderd omdat elke brug die er na 20 jaar wachten nog steeds niet ligt, automatisch van naam moet veranderen. (benieuwd wat de volgende naam wordt) Nee, ik bedoel: een plan koppelen aan een brug die er in de ambtstermijn van dit stadsbestuur al zeker niet zal liggen, dat vloekt een beetje. Vind ik.

Ondertussen blijven fietsers onbeschermd tussen de zware vrachtwagens rijden in de Muide, zonder fietspaden.

Oké. Da’s een beetje stout. Natuurlijk vind ik screening van schoolomgeving een goed idee, wie kan daar nu tegen zijn. Dus ik ben heel content met dit stukje uit het mobiliteitsplan:

woonschoolfietsverkeer

Maar ik vind het ook een beetje zever. Want het grootste gevaar aan de schoolpoort is natuurlijk te wijten aan de ouders die te lui zijn om uit hun auto te stappen en 200 meter te wandelen met hun kind. Ik zie taferelen in de Sint-Jozefstraat (9041) waar tientallen ouders zich op straat parkeren en daardoor de situatie onleefbaar maken voor zwakke weggebruikers. De school doet niks, dus zit er niks anders op dan de politie in te schakelen. Doe dat. (dat zou pas kindvriendelijk zijn)

En dat is meteen mijn grootste kritiek op dit mobiliteitsplan: er wordt niet duidelijk genoeg de link gelegd tussen nieuwe regels en de controle ervan. Hoe kan ik die screening van schoolomgeving ernstig nemen als de bestaande wegcode zelfs niet gerespecteerd wordt? In die 10 jaar dat ik in Oostakker woon, heb ik nog nooit één politie-agent gespot in de buurt van de school van mijn kinderen. Er is nochtans niet veel nodig: ga een aantal dagen tussen 8u en 8u30 in de Sint-Jozefstraat / Groenstraat staan en beboet elke weggebruiker die in de fout gaat. (zoals dat ook met fietsers gebeurt, tegenwoordig) Herhaal deze actie een aantal keren per jaar >> ziedaar: verkeersveiligheid. Zonder mobiliteitsplan.

Lobbenplan of geen lobbenplan, Watteeuw zegt dat alle centrumparkings vlot bereikbaar zullen blijven. Dus blijf je het autoverkeer aanzuigen tot in het hart van Gent >> Vrijdagmarkt, Reep, Ramen, Sint-Michielsstraat, Kouter,…

Spijtig.

Dat ik het een uitstekend mobiliteitsplan vind, kan ik o.a. afleiden uit het feit dat ik bij slechts één van alle 234 bladzijden luidop “What. The. Fuck?!” heb geroepen. Hier:

taxi

Ik begrijp dat niet.

Zoals ik ook al niet begreep waarom de stad op de voorbije autoloze zondag de toestemming gaf aan taxi’s om over de Korenmarkt te rijden:

21 september 2014. Autoloze zondag in Gent.

21 september 2014. Autoloze zondag in Gent.

Hoe kan je nu een mobiliteitsplan uitwerken en tegelijkertijd beweren dat je het taxinetwerk “verder wil uitbouwen” als een “volwaardige aanvulling op openbaar vervoer”? Oké, taxi’s zullen er altijd zijn. Maar een mobiliteitsplan van een stadsbestuur kan ik persoonlijk echt niet rijmen met een commerciële taxidienst.

De taxi-standplaats aan de Sint-Michielshelling — een rij van taxi’s met permanent draaiende motor, aan de ingang van de fietsenstalling — is een foute beslissing geweest van het vorige stadsbestuur. Zorg voor een standplaats aan de rand van het voetgangersgebied en aan de treinstations, niet in het hart van het voetgangersgebied.

Ook al ben ik zelf geen gebruiker van bus of tram, en ook al wordt het wegdek in het centrum kapot gereden door veel te lompe bussen en ook al is de helft van de Gentse straten een hel voor fietsers, door het kluwen van tramsporen… toch vind ik dat er een degelijk uitgebouwd openbaar vervoer moet zijn in de stad.

Ik betaal dus met veel plezier mijn belastingen voor De Lijn, ook al heeft De Lijn formeel geantwoord dat mijn fietsveiligheid aan hun blote reet kan roesten.

Maar dit plan is toch echt een gemiste kans om die tram weg te halen van de Korenmarkt? Wat ben je met een voetgangersgebied als je voortdurend opzij moet springen voor een opdringerige tram?

Opdringerig? Wen er maar aan, als fietser.
Want het zal nog erger worden. In het mobiliteitsplan:

snelheid

Bovenstaande tabel is trouwens de reden waarom fietsers niet staduitwaarts door de Kortrijksepoortstraat mogen fietsen. En meteen het bewijs dat het STOP-principe in Gent zelfs na dit mobiliteitsplan redelijk hol zal blijven klinken.

Maar anders: ik ben pro!

Decathlon, een winkel voor de bewegende mens

Juicht! Gent heeft eindelijk een Decathlon!

Omdat het niet mijn gewoonte is om over werken of werven te klagen, heb ik er op dit weblog nooit iets van gezegd. Dat ik het voorbije jaar geregeld met modderschoenen thuiskwam, daar heb ik nooit over geklaagd >> dat het fietspad op de Vliegtuiglaan op 3 verschillende plaatsen werd opengebroken, een jaar lang, voor de toegang van het werfverkeer: ik heb dat aanvaard, zó verzuurd ben ik nu ook niet :)

Het globale masterplan, de reconversie van het Manchestergebouw en de aanleg van een mega-parking voor Weba + Decathlon, was in handen van Abscis Architecten en aannemer Aclagro NV. Ik ken die mensen niet. Maar ik vermoed dat het 20e-eeuwse krokodillen zijn die zich uitsluitend verplaatsen met de auto. Enfin, dat leid ik af uit het resultaat.

In de projectomschrijving staat nochtans iets over fietsenstallingen.

“Om de winkels (Weba en Decathlon) op een veilige manier met elkaar te verbinden, komt tussen de ingangen van beide winkels een verkeersvrije wandelzone – een ‘Ramblas’. Deze ‘Ramblas’ moet naast een louter functionele verbindingsfunctie ook een recreatieve invulling hebben, met een ‘playground’ voor Decathlon, fietsenstallingen en zitgelegenheden.”

Fietsenstalling wordt herleid tot ‘recreatieve’ functie.
Dat zegt alles.

Maar genoeg over het project, nu de feiten.
Ik ben de parkeerplaatsen gaan tellen:

  • Meer dan duizend parkeerplaatsen voor auto’s.
    (enorm uitgestrekt, over de hele lengte van de site: van de Afrikalaan tot voorbij de tunnel van de Vliegtuiglaan)
  • Tien (10!) degelijke (niet-overdekte) parkeerplaatsen voor fietsen.
    (niet zeuren: aan de zijkant van het gebouw hebben ze nog wat extra voorwielplooiers geplaatst) (naast de ‘playground’)
10 fietsplaatsen, dat is 1 procent van de capaciteit van de autoparking.

10 fietsplaatsen, dat is 1 procent van de capaciteit van de autoparking.

Deze winkel ligt niet in een verlaten industriepark, weg van de stad. Nee, de nieuwe Decathlon ligt zomaar even in postcode 9000. Op een paar honderd meter van de Bataviabrug, binnenkort is dat dus hartje Gent.

Natuurlijk dat je met de auto komt om een pingpong-tafel te kopen, dat zou ik ook doen. Maar de meeste mensen verlaten de winkel met slechts de inhoud van een boodschappenmandje: een paar voetbalschoenen en een regenjas, bijvoorbeeld.

Je kan het de klanten zelfs niet kwalijk nemen dat ze de auto nemen naar Decathlon, zolang onderstaand traject de fietsroute naar Decathlon is:

.
Dat laatste is uiteraard geen taak voor Decathlon, wel voor… ja, voor wie eigenlijk? Want ook de voorganger van Watteeuw heeft dit met glans genegeerd. Het probleem van de oversteek aan de Doornzelestraat en het kapotte wegdek in de Koopvaardijlaan, is al jaren bekend. Reeds lang vóór de aanleg van de Bataviabrug. En niemand die het aanpakt. Wat ben je met een fietsbrug als je er niet geraakt?

de suggestiestrook

Vorige week werd in de Gentse Muide wat verf bovengehaald voor suggestiestroken.

Voor wie niet weet wat een suggestiestrook is >> 2 minuten beeld:
.

Dit is de suggestie van een beleid, niet meer dan dat.

  • De straat wordt niet opnieuw aangelegd.
  • Het zware vrachtverkeer wordt niet omgeleid.
  • De dubbele rijrichting blijft, de tram uiteraard ook.
  • De geparkeerde auto’s? Die mogen op de openbare weg blijven staan.
    (bij deze vervalt elk argument waar de woorden “geen plaats” gebruikt worden)

Voor mij als assertieve sportieveling: no problemo!
(ik meen dat: ik fiets nog liever op een suggestiestrook dan op de scheefzakkende kutklinkertjes die men in Vlaanderen fietspad noemt)

  • Dat autobestuurders elkaar niet kunnen kruisen zonder op de suggestiestrook te rijden? Geen probleem, ik moet ‘s morgens toch nog wakker worden. Dat helpt.
  • Dat de suggestiestrook gekneld zit tussen een drukke autoweg en een rij geparkeerde auto’s? Geen probleem, ik moet toch érgens mijn kicks gaan zoeken. (een openzwaaiend portier en je ligt misschien onder de wielen van een vrachtwagen, living on the edge)

Maar voor de minder assertieve fietser? Voor de kinderen? De senioren?
WEL een problemo. Je jaagt ze in de auto of in de bus en je maakt zo de straten nog onveiliger.

Maar ik ken heel wat fietsers die blij zijn met suggestiestroken. “Het is beter dan niets!” zeggen ze.

Niet akkoord. Suggestiestroken hebben niets vandoen met fietsbeleid of mobiliteit.

Zolang je op een drukke weg het verkeer niet wil scheiden van zwakke weggebruikers, neem je in mijn ogen altijd een foute beslissing. Een beslissing die ik niet kan verzoenen met de ambitie om “kindvriendelijkste” stad te worden. (zo staat het zwart op wit in het bestuursakkoord)

Ik wik mijn woorden: suggestiestroken = schuldig verzuim.

Update > Wie graag wat commentaren leest bij dit artikel, ‘t is hier te doen: http://fietsbult.wordpress.com/2014/09/24/de-suggestiestrook/

een nieuw schooljaar, een nieuw plan

(ondertitel: ‘Afscheid van een luizenleven’)

De voorbije 2 jaar heb ik zo’n beetje rondgefietst.
Deeltijds gewerkt, opleiding gevolgd, gedagdroomd.

Ik zal het missen, ik heb nu al heimwee naar die lege maandag.
Het stille huis. Het uitstelgedrag met voorbedachtheid. Het studentensyndroom.

Sinds januari 2014 heb ik de basisopleiding ‘Gids / Reisleider’ volledig afgerond. Geslaagd voor elk van de 5 modules: bloemen voor de praktijkmodules en voor geschiedenis, hakken over sloten voor landschap en voor kunst. (schilderkunst is niet mijn ding een werkpuntje)

Tussen januari en juni heb ik al één van de 3 modules van het specialisatiejaar afgewerkt. Helaas moet ik nog tot september 2015 wachten om te beginnen met de overige 2 modules. Aan Gentse gidsen geen gebrek, de komende decennia.

Toen ik in mei besliste om opnieuw voltijds te gaan werken, heb ik me vreemd genoeg ook opnieuw ingeschreven voor een nieuwe cursus. ‘Engels voor Gidsen’ op maandagavond. En dan meteen ook nog voor een nieuwe lessenreeks over Gent. Het zal wel een soort identiteitscrisis zijn, denk ik. Schrik om de boot te missen / den draad te verliezen? Jeugdig ongeduld?

Maar ik maak me sterk dat er voor mijn werksituatie niet zo zot veel verschil is tussen een vier-vijfde en een fulltime, dat is ook één van de redenen waarom ik opnieuw voltijds wilde gaan werken. Bovendien hoef ik niet te pendelen en werk ik daardoor elke week een volle 8-urendag minder dan de gemiddelde pendelaar. Dat was maar een voorbeeld… ik bedoel: (vrije) tijd is relatief.

Het echte probleem is dat ik opnieuw zal onderschatten wat ik ook de vorige jaren grandioos heb onderschat: de studie naast de studie. De opdrachten! Het groepswerk! De rondleidingen! De stress!

En opnieuw zullen de piekmomenten op piekmomenten vallen.
Opnieuw zal residentieel tandengeknars mijn deel zijn en zal dat mijn eigen schuld zijn en mijn schuld alleen.

Daarom maak ik op deze zorgeloze zondag een helder vijfjarenplan…

Dat plan kan twee kanten uitgaan. Het jaar 2020 > ofwel ben ik een professioneel berooide stadsgids — het ene uiterste — ofwel ben ik die lafaard die zijn dromen niet durft uit te spreken, uit schrik ze te moeten waarmaken — het andere uiterste.

En ergens daartussen zit een Belgisch compromis.
Dat wordt het.

Misschien.

klagen over wegenwerken, wat is dat eigenlijk?

Als u de afgelopen weken niet in het buitenland verbleef, dan bent u op de hoogte van de ‘stilstand’ rond Gent.

“Een schande, meneer!”

Ik zou cynisch kunnen zeggen dat het niet mijn zorgen zijn. Want ik fiets overal tussendoor. Maar wij hebben ook een auto en de voorbije week deden we zelfs 2 keer per dag het horrortraject Oostakker – Zwijnaarde met de kinderen in de auto. (onderwijsmensen hebben ook vakantie-opvang nodig, hoe zot is dat jong?)

Die auto geeft ons meteen het recht om deel te nemen aan de zelfhulpgroep ‘Weg met de Wegenwerken!’

Is dat zo?
Nee, natuurlijk niet.

Omdat de redenering niet klopt. Wie denkt dat een file veroorzaakt wordt door wegenwerken, is kortzichtig. Ik heb deze week elke dag in de file gestaan omdat… ik in de auto zat. En omdat belachelijk veel mensen hetzelfde deden — onszelf opgeteld zijn wij de oorzaak van de file, zo simpel is dat.

Maar hoe komt dat eigenlijk?
Omdat autoverkeer in dit land zowaar gesubsidieerd wordt. Het bezit van een bedrijfswagen wordt aangemoedigd door de fiscale aftrek en is daardoor financieel interessanter dan een loonsverhoging. Lees vooral dit ontnuchterend artikel in The Guardian. (“What is Belgium doing so wrong?”)

Zowel de nieuwe Vlaamse als Federale regering zal de komende 5 jaar — ondanks de monsterfiles rond Antwerpen en Brussel en nu zelfs rond Gent — geen stappen ondernemen om die fiscale aftrek af te schaffen en het autoverkeer te doen afnemen. Integendeel: er komen autowegen bij.

Centrumrechts, een huwelijk tussen conservatisme en economisch groei-fetisjisme.
Earth Overshoot Day, dat is natuurlijk een verzinsel van de groenen.

En dan sta je daar, met z’n allen in de file. (tot zover de groei-economie)
En dan maar schelden op de schepen van mobiliteit.

Als weggebruiker klagen over vertraging door wegenwerken, wat is dat eigenlijk?
Hoe absurd is dat? Wacht, ik doe een poging tot een kromme vergelijking.

Ik heb een degelijke grasmaaier. Na een aantal jaren trouwe dienst, begint dat spel soms te blokkeren. Ik ga met de grasmaaier naar de winkel —  een heel gedoe — en ik regel een onderhoud. Logisch? Nee, fout, want dat doe ik niet. Ik vind het namelijk vervelend dat ik mijn machine een tijdje moet missen, ondertussen groeit het gras verder. Dus blijf ik verder maaien met mijn oude machine en dan vertel ik mijn buren hoe schandalig het is dat ze mij in de winkel een slechte machine hebben aangesmeerd, die zakkenvullers!

Zoiets?

het STOP-principe in het klad

[Dit stukje verscheen eerder bij Fietsbult — met een aantal interessante toevoegingen in de commentaren.]

Vorige week was ik als fietser op het Nederlandse waddeneiland Schiermonnikoog, dat is een autoluw eiland waar vreemd genoeg heel wat personenwagens, bestelwagens en taxi’s rondrijden. En toch was dit op geen enkele manier storend.

Hoe dat komt?
Eenvoudig: het STOP-principe is in Schiermonnikoog niet vrijblijvend, het is daar realiteit. En ook in de meeste Nederlandse steden ‘aan wal’ blijkt dat concept keurig ingeburgerd.

Dit mobiliteitsprincipe (dat stappers en trappers voorrang geeft op openbaar vervoer en personenwagens) werd hier in Vlaanderen ondermeer opgenomen in VIA (‘Vlaanderen in Actie’ – Pact 2020) maar blijkt in praktijk een knipoog naar wijlen Gaston Eyskens. Die vergeleek principes met scheten: iets om zolang mogelijk op te houden in gezelschap om nadien fijntjes los te laten als niemand het merkt.

Kijken we naar Gent: in die stad is het STOP-principe dode letter. Het (openbaar) vervoer krijgt er meestal voorrang op stappers en trappers (schrijnend voorbeeld: het beboeten van fietsers in de Kortrijksepoortstraat). Maar zelfs in de autovrije kuip van Gent ben je als fietser of voetganger niet veilig voor bussen en trams. Als politieke leek komt het mij voor dat een stedelijk mobiliteitsbeleid zich heeft te schikken naar de grillen van De Lijn, onder goedkeuring van de Vlaamse Regering.

Schepen Filip Watteeuw rest nu nog 4 jaren om mij daarin tegen te spreken, ik hoop het van harte.

Druk verkeer in de dorpskern van Schiermonnikoog.

Druk verkeer in de dorpskern van Schiermonnikoog.

“Helaba, zo’n eiland is niet te vergelijken met een stad hé!”

Echt niet? Ik vind anders van wel.
Een stad = een eiland. De R4 = de zee.

Dit is mijn idee: van zodra je voet zet op het eiland, dus de binnenkant van de R4, volg je de STOP-regels. Het is wat Tim zegt: het STOP-principe kan je eenvoudig toepassen maar je moet wel moedige keuzes durven maken. En die keuzes vervolgens durven opleggen aan De Lijn en aan andere weggebruikers.

Als ik de mobiliteit op Schiermonnikoog wil vertalen naar stad Gent, dan werkt dit als volgt: de auto / taxi / bus blijft ALTIJD achter de fietser of voetganger, tenzij die fietser of voetganger zich op een afzonderlijke strook bevindt.

Dus voor de straten waar er (zogezegd) onvoldoende plaats is om een afzonderlijk fietspad aan te leggen: geen probleem, auto’s blijven er achterop en rijden dus ca. 10 à 15 km/u. (voor een goed begrip: een fietspad is een fietspad, een suggestiestrook is geen fietspad)

Maar ik denk niet dat er één bewoner van Schiermonnikoog ooit al van het STOP-principe gehoord heeft. Wat zou het? In plaats van het principe op te nemen in een actieplan met natte winden, brengen ze het gezond verstand in praktijk. Natuurlijk is dat gemakkelijker op een plaats waar de critical mass al is bereikt. Maar dat is dan weer een ander verhaal, namelijk dat van de kip en het ei.

Ik was niet overdonderd door de honderden fietsende kinderen op mijn pad, ik was wel van mijn karnemelk omdat ik in die hele week op Schiermonnikoog niet één kind met een helm heb zien fietsen. En dit terwijl er steeds meer landen de fietshelmplicht invoeren zonder zich af te vragen waarom het zo onveilig is om zonder helm te fietsen. (namelijk: auto’s die fietsers mogen inhalen bij gemengd verkeer)

Gevaar los je op door het gevaar weg te nemen, niet door je beter te wapenen.

Schiermonnikoog

Ik stond eerlijk waar op het punt om u te berichten over onze wilde avonturen in Canterbury en contreien… maar toen moesten wij alweer de veerboot op.

Deze keer mét kroost.

Afvaart in Lauwersoog

Zicht op Schiermonnikoog, het eiland met de rode vuurtoren.

Eiland in zicht: Schiermonnikoog

Over het helmloos helmboswuivend fietsen op een autoluw eiland, wil ik volgende week nog iets vertellen in een aparte blogpost.

Fietsen naar het strand, Schiermonnikoog

Maar naast een massa rijwielen en rijwielrijders, kan je er ook water zien.
En groene begroeiing. En schapen, koeien, paarden.

Schiermonnikoog

Schiermonnikoog

Schiermonnikoog, voorrang van rechts

Huifkarrentocht, Schiermonnikoog

Ook vogels.
En vogelaars, naar het schijnt.

Dover

Steek het water over.
Doe van slow travelling: neem niet de chunnel, neem niet het vliegtuig.

Ga vreemde mensensoorten kijken op de ferry.

op de ferry

En dan: aanschouw Dover.

Dover, White Cliffs

Ik ben zwaar onder de indruk van Dover.

Dover

Dover

Dover

Niet alleen de White Cliffs, ook Dover Castle.

Dover Castle

Dover Castle

Speciaal voor ons vond er trouwens het jaarlijkse Roman Festival plaats.

Dover Castle

Dover Castle

Dover Castle

Which was nice.

Stop daarmee, dat selectief kapotrelativeren van andermans verontwaardiging

Nee echt, stop daarmee.

Voor elke mens die ergens zegt of schrijft dat hij ergens droevig of boos of verontwaardigd over is, zijn er een paar verwaande commentatoren die uw reactie neerhalen, middels een verwijzing naar Syrië of Gaza of ander wereldleed.

“Selectieve verontwaardiging!” schreeuwen ze in koor.

Een Nederlander die de tranen niet kan bedwingen omdat bijna 200 landgenoten ‘collateraal’ gedood werden, wordt belachelijk gemaakt omdat er ook nog andere plaatsen zijn op deze wereld waar mensen al eens dood gaan.

“En ook onschuldig hoor!”
“En veel meer bovendien!”
“En al jaren aan een stuk!”

“En niemand doet iets!”
(ik wel hoor, ik zet het tenminste op Twitter en al)

“En zijn die dan minder waard misschien?! Hé? Hé? Hé?!”

“Ha!”
(heb ik u daar jong)
(kijk eens hoe slim ik ben)

Ik moet er niet van weten, van dit soort selectief kapotrelativeren. En ik walg van het feit dat ze altijd uit dezelfde hoek komen, de hoek die de mijne is, die zogezegd de mijne zou moeten zijn. Progressief? Pluralistisch? Ammehoela: intellectualistisch, dat wel.

[Dat zijn trouwens dezelfde intellectueeldoenders die moord en brand schreeuwen als een journalist iets negatiefs schrijft over Afrikaanse voetballers. Maar als dezelfde journalist eergisteren in zijn column zowat alle Franse wielrenners te kakken zet, impliciet beschuldigt zelfs, dan zwijgen ze. Dan zwijgen wij. Fransen zijn niet allemaal zwart, dus hoe moeten wij dan verontwaardigd zijn?]

Maar waar was ik? Juist: de kapotrelativeerders, ze worden natuurlijk toegejuicht en gedeeld en gefavoriteerd voor zoveel nuchterheid. Want zo zetten wij ons daar op het internet toch maar mooi af tegen u. Gij daar, mediocres.

Ik vind dat zelf ook moeilijk hoor, andermans verdriet of onbegrip.
(vooral als er een god wordt bijgesleurd, dan vind ik u ook dom, heel erg dom)

En zeg nu zelf: verdrietig zijn voor 295 mensen die gedood worden in het luchtverkeer terwijl precies dat luchtverkeer nog steeds een triljoen keer veiliger is dan het verkeer aan de grond. (reken uit: per gereisde kilometer)

Er wordt niet één vlag halfstok gehangen als 295 mensen het leven lieten gedurende 295 opeenvolgende dagen, wel als het slechts één keer om de 295 dagen zou gebeuren.

Zie je wat ik daar deed?
Alles kapotrelativeren!

Makkelijk.

Open brief aan meneer de mevrouw de nieuwe minister van Mobiliteit

We moeten nog even wachten op een nieuwe Vlaamse minister voor Mobiliteit.
Toch wil ik hem of haar al een brief schrijven.

Beste minister, (M/V)

U heeft ongetwijfeld de kranten gelezen, gisteren en vandaag. Er stond iets over een onderzoek van het BIVV, dat kinderen die naar school fietsen tot 63 keer meer kans maken op een ongeval dan kinderen die met de auto gebracht worden.

Ik werd misselijk van het volgende fragment:

“Het grootste gevaar is er bij kinderen die pas kunnen fietsen”, zegt hoofdonderzoekster Heike Martensen van het BIVV. “Ze kennen de verkeersregels te weinig en schatten de snelheid van het andere verkeer fout in.”

Het “gevaar” wordt hier eenduidig gekoppeld aan de ondeskundigheid van een kind.
Ik vind dat wal-ge-lijk.

Of wat ik gisteren las in deze analyse op Zeronaut.be:

Het mag dan ook niet verwonderen dat veel media de feiten in een zeer beperkt kader geven. De ondertoon is steeds: ‘Het slachtoffer is verantwoordelijk, want hij is bepalend voor alle parameters die we kennen.’ Alsof je iemand een verkiezingsnederlaag toeschrijft omdat hij 1m73 is en graag koffie drinkt. ‘Blaming the victim’ m.a.w. en dit door het BIVV, het instituut dat net voor alle weggebruikers moet opkomen.

Die perceptie heeft het BIVV vandaag proberen rechtzetten met een een interessante opinie van Karin Genoe.

Beste nieuwe minister, ik vind het BIVV nodig maar er is meer nodig. Ik pleit voor de oprichting van een Vlaamse Verkeersinspectie. Naar analogie met de Vlaamse Wooninspectie die sommige huizen met onmiddellijke ingang onbewoonbaar kan verklaren, zou deze Verkeersinspectie met onmiddellijke ingang een aantal straten kunnen afsluiten wegens on-verkeer-baar. (laat alvast die oranje vierkante borden maken: ‘AUTO’S AFSTAPPEN’)

Maar ik wil het met u even hebben over wat niet in de kranten staat, over het slagveld zelf. En over de conclusies die u aan dat onderzoek van het BIVV zou moeten koppelen, u als nieuwe eindverantwoordelijke.

Mijn dochter was 3,5 jaar toen ze door een auto werd aangereden. De chauffeur was verblind door de zon of iets anders. (de fluo-vlag en het fluo-hesje ten spijt) Dat Zita nog leeft, heeft ze te danken aan haar pluimgewicht en aan de goed gesmeerde spil van het aanpikfietsje. En ook aan haar fietshelm. En ook aan het wonderbaarlijke feit dat er toevallig geen andere auto in de buurt was. Mazzel in het kwadraat.

Een ongeval zonder fysieke gevolgen… maar een ervaring voor het leven. Mijn dochter herinnert zich niks meer, dus ze weet niet precies waarom ze, nu 3 jaar later, steeds blokkeert en begint te wenen als er plots een auto te dicht komt of in de remmen gaat. Ikzelf weet wel waarom ik vaak ‘s nachts wakker schiet, na alweer een angstdroom over hoe het allemaal anders had kunnen aflopen. Omdat het voor vele ouders inderdaad anders afloopt.

Zita is nu 6 jaar. Op onze dagelijkse fietsroute van 950 meter liggen 2 levensgevaarlijke punten. Minstens een keer per week zijn we er getuige van een bijna-ongeval of maken we er zelf een mee. Die “63 keer” van het BIVV, dat zegt mij niks. Ons onveiligheidsgevoel kan je niet in getallen vatten. Het is precies dat onveiligheidsgevoel dat ouders de auto injaagt. (zeggen ze dan) (hoe gemakkelijk is dat) (“ja maar het BIVV zegt het ook!”)

Maar ik had het over de kranten en wat er niet in stond, namelijk: de conclusies. Volgens mij – dagelijks woonwerkfietser en meefietsende ouder – zijn dit de belangrijkste conclusies:

Conclusie 1:

  • Probleem: Er rijden veel mensen met de auto die eigenlijk niet met de auto zouden mogen rijden.
  • Oplossing: Voer een verplichte levenslange bijscholing in, zowel voor theorie als voor praktijk. Ik verwijs u nogmaals door naar het opinie-stuk van Karin Genoe.

Maar een veel drastischer oplossing zou kunnen zijn: geef het rijbewijs alleen aan wie het nodig heeft. Dat moet ik even uitleggen. Ik begeleid dagelijks mensen die studeren voor hun theorie-examen Rijbewijs, het overgrote deel van die mensen woont in de stad. Als ze werken, dan werken ze in dezelfde stad. Hebben ze (nu) een rijbewijs nodig? Absoluut niet. Denken ze (nu) na over de fiets als alternatief voor de auto? Absoluut niet. Is het aan u, als minister voor Mobiliteit, om te bepalen of iemand een rijbewijs nodig heeft? Absoluut niet, maar het is wel uw verantwoordelijkheid om die mensen voldoende te sensibiliseren en te faciliteren. Dat heeft uw voorganger, Hilde Crevits, met glans verzuimd.

Beste nieuwe minister, u zal moeten kiezen.
Ik zeg: kies voor de fiets.

Conclusie 2:

  • Probleem: Fietsers krijgen niet genoeg ruimte.
  • Oplossing: Geef fietsers meer ruimte.

Het klinkt belachelijk simpel. Uw voorganger, Crevits, heeft een aantal verhoogde gescheiden fietspaden aangelegd. Dat is goed. Alleen: het was véél véél véél te weinig. Ik zou cijfers kunnen geven, bijvoorbeeld hoe haar investering in veilige fietspaden voor heel het Vlaams Gewest slechts een fractie is van het geld dat nu al gespendeerd is aan een auto-ringverbinding voor 1 stad, een ringverbinding die nog niet aangelegd is. Crevits wist dat, dat die cijfers schandalig zijn, dat ze zeer licht uitvallen t.o.v. het geld voor autowegen, vooral tegenover de aanleg van zelfs een nieuwe autostrade of de verbreding van de R0 of ga zo maar door. Dus sprak ze steevast over het aantal ‘kilometers fietspaden’, dat klinkt beter.

Beste nieuwe minister, u zal moeten kiezen.
Ik zeg: kies voor het fietspad.

Conclusie 3:

  • Probleem: Fietsers hebben soms voorrang, soms helemaal niet, soms een beetje.
  • Oplossing: Geef fietsers de absolute voorrang. Overal. Altijd.

Uw voorganger, Hilde Crevits, heeft zichzelf heus niet alleen op de borst geklopt voor die fietspaden. Ze heeft zichzelf ook gefeliciteerd voor meer dan 70 fietstunnels en -bruggen die ze gebouwd heeft. Wel, ik vind dat een schande. Het aanleggen van tunnels en bruggen voor fietsers – uitgezonderd die over het water – betekent eigenlijk dat je als minister absolute prioriteit geeft aan gemotoriseerd verkeer, dat je eerste bekommernis is dat de files kleiner worden en dat die eindeloze stroom aan auto’s vooral niet gehinderd wordt door overstekende fietsers. Dus verplicht de minister die fietsers om te investeren in een degelijk versnellingsapparaat: klimmen en dalen is vanaf nu de boodschap, extra afstand afleggen ook, zolang die fietsers maar uit het zicht blijven. Dat is eigenlijk mobiliteit uit de jaren ’60, dat is onverbloemd kiezen voor de auto. Maar van u, beste nieuwe minister, verwacht ik exact het tegengestelde. U mag nog zo keihard “midden de mensen” staan maar toch: er bestaat geen “En/En”-beleid voor mobiliteit. U gaat toch ook “for zero”?

Beste nieuwe minister, u zal moeten kiezen.
Ik zeg: kies voor de fietser.

Inmiddels verblijf ik,
Met beleefde groeten,
Hoogachtend op de fiets,

Ivan Deboom

P.s. Nog vergeten: wat de Fietsersbond zegt: “Passagiers doen geen verkeerservaring op”. Samengevat: fietsen is niet gevaarlijk, kinderen met de auto naar school brengen is dat wel. De sleutel ligt in de handen van de ouders (en het is geen autosleutel).

De Fietsersbond wijst ook op het ‘Safety by numbers’ principe. In landen waar veel gefietst wordt is het veiliger om te fietsen. Denemarken en Nederland zijn daardoor de veiligste landen om je het in het verkeer te begeven, en niet alleen voor fietsers. “Niet minder maar juist meer fietsen is dus de oplossing” besluit Roel De Cleen van De Fietsersbond.

applaus voor de stilte

2 dagen barstende koppijn gehad. Voor mij is dat nieuws, het was een pijn die ik nog niet kende: een sar die in je voorhoofd woont en daar het geluid van een bruisende dafalgan doet aanvoelen als een hagelbui op je dak.

Zaterdag ging ik voetbal kijken. Ik was wat vroeger afgezakt naar Brussel, om 18u30, want ik had gelezen dat je onder het atomium Panini-stickers kon ruilen — ja, ik weet het — en dat bleek ook zo te zijn. Helaas, er was op de Heizel nog een ander ‘feestje’.

Affiches en ingewijden spreken liever over ‘fan zone’.
De luidsprekers produceerden er een lawaai dat je hartslag naar je keel stuurt:


.
Je kan op het filmpje goed zien dat niemand praat met elkaar. Er zijn er die proberen te roepen, mond tegen oor, tevergeefs. Aan de rand zag ik jonge gezinnen die stickers probeerden ruilen met andere jonge gezinnen… Ze konden elkaar niet horen. Ik hield mijn stickers op zak, terwijl ik me afvroeg waar Joke Schauvliege bleef met haar decibelnorm. Want dit was zó veel meer dan 100db.

Volgens het journaal was de ruilbeurs een groot succes.
“Geloof ze niet, mensen. Geloof. Ze. Niet!”

Ben ik een oude zak?

Misschien. Maar ik ben wel wat lawaai gewend, ik deed al meer muziekfestivals dan gezond is voor een mens. En toch: het gedonder dat te horen was op de Heizel, dat was geen lawaai maar een vloedgolf van allesoverheersend gedaver.

Gevolg: keelpijn, oorpijn, koppijn.

Iemand zei: “Het zal wel een zonneslag zijn.”
Maar ik had toen nog geen zon gehad, wegens bewolkt tot de namiddag, nadien trein en metro.

19u30 – Gevlucht voor hoofdpijn.
Ik dacht: ik ga in het stadion zitten.

Ook daar: veel jonge gezinnen. En hetzelfde oorverdovend gedreun.
Andere DJ’s, andere luidsprekers, identieke boenka-boenka.

Courtois en compagnie begonnen zich op te warmen…

20140607_01

Was het vroeger beter? Ik weet het niet. 25 jaar geleden moest Maradona zich opwarmen met OPUS in plaats van drone-based bullshit. Oordeel zelf.


.
Zou het werkelijk niemand opvallen dat er mensen bestaan die graag naar voetbal kijken en toch niet noodzakelijk naar onverantwoord snoeihard gejengel willen luisteren? Precies zoals het ook niemand opvalt dat er mensen zijn die vóór of na de wedstrijd nog iets willen eten maar liever niet een slap stuk brood met daarin een klets ketchup en een schijf aangebraden slachtafval.

Wansmaak & Lawijt wordt verward met ambiance.
Begrippen die ik niet verzoenbaar vind, zijn blijkbaar synoniemen geworden.

In afwachting van het WK, ga ik maar eens dit boek lezen:
‘Stil leven’ van Kristien Bonneure

De stilte.

Ik kan niet leven zonder stilte, ik krijg dat niet uitgelegd.
Het is blijkbaar een sociale handicap. Het zou dat niet moeten zijn.

lentemuniefeestje

Hoeveel kostbare seconden heb ik de voorbije weken niet verloren door stomweg een veel te drukke zijstraat van de informatiesnelweg in te slaan. Om daar dan bijvoorbeeld een stuk of honderdzeventien gratuite meningen over lentefeesten en/of communiefeesten te zien passeren.

Dan nog liever geen mening, zoals die van Tom De Cock: hij vraagt onze aandacht voor het feit dat hij het allemaal niet zo goed meer weet. [“Weg met het lentefeest!”]
En mocht u bij nader inzien toch denken dat hij wel een mening heeft en dat die niet de uwe is: hij bedoelt het heus niet zo, hij bedoelt het eigenlijk anders.

Speciaal voor Tom hebben wij het heidens karakter van Zita haar feest toch maar even onderstreept door een levende boom te versieren:

(al zou het kunnen dat we ons van solstitium hebben vergist)

lentefeest

Ik bedoel: wij hadden een feestje / er waren mensen / Punt.

lentefeest

Maar door het ontbreken van het eerste sacrament, konden we haar feest bezwaarlijk een communiefeest noemen. Toch staat het Zita helemaal vrij om alsnog voor de fanclub van Jezus te kiezen. Zij weet dat.

Al lijkt haar voorkeur voorlopig naar die andere commune te gaan…

Duivelinnen

waarom ik geen groene jongen ben

Ik stem Groen maar ik ben geen groene jongen.
In mijn doen en laten sta ik er nog héél ver af.

1 voorbeeld. Er is iets dat ik nóg graver vind dan met een fiets rijden en dat is… met de auto rijden. Heerlijk! Aan het stuur van een automobiel voel ik me de koning te rijk. ‘s Nachts op de autostrade kilometers cruisen, goeie muziek op de radio. Chris Van den Abeele het nieuws horen lezen, ik zou daar geld voor geven. Het is een plezier maar of het ook een guilty plezier is, daar ben ik nog niet helemaal uit.

Wij hebben een gedeelde auto en doen samen bijna 10.000 kilometer per jaar. Dat zijn 10.000 ongroene benzinekilometers in onze vrije tijd. Misschien kan ik daar tegenover stellen dat ik de voorbije 39 jaar nog maar 3 keer in een vliegtuig heb gezeten. Elke 13 jaar één korte trip met het vliegtuig, ik vermoed dat ik daarmee onder het Vlaams gemiddelde zit.

Dat ik deze verkiezingen voor Groen stem, zou een positieve keuze moeten zijn. Eerlijk: het is dat niet. Door eliminatie kom ik bij Groen uit. Alle programma’s gelezen, alle stemtests afgewerkt. Enkel Groen schiet over, zowel op Vlaams, Federaal als Europees niveau.

Mijn stem is dus zeker, ondanks het feit dat ik in het Groen-programma een handvol punten lees waar ik het maar een beetje mee eens ben. Mijn eigen standpunten over activering, inburgering, sociale zekerheid zijn ongetwijfeld iets minder links dan bij Groen. Samengevat: ik zie de mens in zijn algemeenheid wat minder graag. Ik heb ook (te) weinig compassie met ‘sukkelaars’ die hun eigen situatie reduceren tot heirkracht, zich daar de rest van hun leven in schikken en zich daarin gesteund weten door de regering.

Die groep mensen ontkennen, daar weiger ik aan mee te doen. Misschien ook omdat ik die groep, die minderheid, wellicht beter ken dan de gemiddelde linkse kiezer, dat kan ook. Oh jawel, er zit een Liesbeth Homans in mij, een kleintje. Ik vind dat je pas een eerlijk sociaal beleid kan voeren als je aan elke positieve vorm van activering ook serieuze sancties kan koppelen. En dat vind ik niet voldoende terug bij het programma van Groen. Toch wordt het mijn partij, deze keer.

Eigenlijk begrijp ik zelfs niet hoe iemand die het milieu nog maar een beetje belangrijk vindt, momenteel niet kan uitkomen bij Groen. En verder wil ik mij niet moeien :)

Als de koepel van Vlaamse Milieuverenigingen de verkiezingsprogramma’s doorlicht, dan is dit het resultaat:

bbl

Als het Netwerk Duurzame Mobiliteit de verkiezingsprogramma’s doorlicht, dan is dit het resultaat:

duurzame mobiliteit vk14

ik begrijp dat u het lastig vindt als ik niet in uw schuifke pas

Het was weer de moeite.

Door omstandigheden kwam ik de laatste tijd iets vaker dan gewenst in contact met mensen die me niet kennen. Opnieuw bleek ik allergisch aan de stempel-inkt die sommigen gebruiken. Opnieuw zullen sommigen dat geweten hebben, ik word niet graag gecategoriseerd. En als blijkt dat ik al helemaal niet in uw schuifke pas, dan word ik boos.

Sorry, ik begrijp het wel. Het is onze manier om de wereld te vatten. We taxeren de omgeving, we tellen ons kapot, we benoemen alle kleuren tot we zwart-wit zien.

Ik moet een voorbeeld geven. Of twee.

  • Wij rijden met een bakfiets. En verder? Wij rijden met een bakfiets.
    Besluit: wij haten alle mensen die met een auto rijden, q.e.d.
    Voor sommigen liggen wij voor eeuwig en altijd in de schuif “Autohaters”.
    (ter verduidelijking: dat zijn wij niet)
  • Op zondag, als de kinderen naar de Chiro zijn, durf ik mijn jeans al eens inruilen voor een fietsbroek. In plaats van mijn dagelijkse stadfiets met stuurbak en kinderzitje, rij ik dan met een iets duurder (aluminium) fiets. Minder ballast, geen trui, geen jas. Wel een wielertruitje met handige rugzakjes (voor een ‘gelleke’ en een müsli-reep). Het is een sport als een ander.
    Besluit: ik ben een “wielertoerist die continu werkt aan zijn persoonlijk traject- en werelduurrecord, (..) Omgeven door motorische analfabeten, volledig gespeend van stuurmanskunsten.” Althans, zo beweert de doorgaans ruimdenkende columnist Guido, die ik overigens waardeer, in mijn al even doorgaans ruimdenkende krant. (toevallig ook die krant die vindt dat jongeren met een jeansbroek op een koersfiets allemaal urban hipsters zijn, terwijl de iets oudere jongeren zonder jeans op een koersfiets allemaal pillenslikkers en macho’s zijn)

Maar Guido vond het plaatje nog niet duidelijk genoeg:

Is het echt nodig om met je flitsende, dure carbonmonster, volledig in foeilelijke lycra- en spandex schreeuwkleuren, vloekend, schreeuwend (een bel hebt u immers niet, om gewichtsredenen) onrust en terreur te zaaien?

Ik hoor het hem zeggen: “Ja-Nee, gij niet natuurlijk!”
Want ik heb een fietsbel en ik rijd niet op carbon of pillen. (toegegeven, soms doe ik cola in mijn bidons, échte cola)

Columns zijn er niet voor nuance, dat weet ik wel. En, Guido, het is natuurlijk niet persoonlijk bedoeld van u. Maar ik zou u graag uitleggen waarom ik het u desalniettemin toch een beetje kwalijk neem.

Uw discours is namelijk een gevaarlijk discours. Omdat het in de krant verschijnt, dat ook. Zo’n krant heeft iets meer toehoorders dan de drie mannen en de paardenkop aan de toog van het café.

Uw discours zorgt ervoor dat mensen nog bevestigd worden in hun vooroordelen, in hun haat. Het wakkert die haat aan. Het is een haat tegen mensen omdat ze in “foeilelijke” kleren op een snelle fiets rijden. Niet om wie ze zijn of wat ze denken.

Slechts één stap verwijderd van het Antwerpse VB-credo “Ja mor pastoep, d’r zitten d’r ook goei tussen madam!”

Guido, u bent de eerste die moord en brand zou schreeuwen als iemand een column zou schrijven waarin een groep mensen gedemoniseerd zou worden om hun uiterlijk. Want niet iedereen is in staat om het onderscheid te maken tussen de realiteit en de veralgemening in een column, zelfs niet de gemiddelde krantenlezer.

In het Nederlandse Almere werd deze week een huis volledig beklad met weinig aan de verbeelding overlatende graffiti-leuzen zoals “Oprotten!” en de bijhorende hindoeïstische gelukssymbolen.
Reden? De familie lag bij iemand in het schuifke “Marokkanen”. Heel Nederland maakt nu terecht de link naar het ‘Meer-of-Minder-Marokkanen-discours’ van Geert Wilders. De verontwaardiging is (terecht) erg groot.

In Kluisbergen werd onlangs dwars over een mountainbike-parcours een ijzeren draad gespannen op keelhoogte. [artikel in DS]
Reden? De fietsers lagen bij iemand in het schuifke “Wielerterroristen”. De verontwaardiging is eh… onbestaande. Als dat maar goed afloopt.

stemgetest

Al deelgenomen aan 2 stemtests. Hier mijn resultaten.

Volgens de (Vlaamse) stemtest van VRT / De Standaard:

stemtest vk14

En volgens de stemtest van VTM / HLN:

stemvanvlaanderen

Zo’n stemtest of kieswijzer, ik vind dat nog steeds een zeer goed idee.

En bij uitbreiding elk initiatief dat de partijen en hun programma’s probeert uit te leggen aan de niet op elk moment van de dag al even wakkere burger.

Maar het is natuurlijk pijnlijk juist wat Kris zegt. En het is ook zeer bedenkelijk wat Michel aantoont.

En toch, en toch: allemaal badwater.

Grote afwezige in zowel de kiescampagne als in de stemtests: HET KLIMAAT. Niet dat het belangrijk is maar ik mis nog een catchy dilemma, genre:

Stelling 36:
“Wat kiest u? De haaien of de filistijnen?”

het leven zoals het was, in het hospitaal

In een ziekenhuis mag je alleen uitrusten als je geen avondmens bent.
Ik ben een avondmens.

Na 22u laten ze je volledig met rust. Dan ben ik klaarwakker.
‘t Is dat ik vast hing aan het infuus of ik… of wát jong?

ziekenhuiskamer avond

En tegen dat ik dan ingedommeld ben, ondanks het licht op de gang, ondanks de collegiale hoestbuien,… word ik om 5u (!) gewekt voor een nieuwe aërosol-sessie.

Nadien opnieuw in slaap sukkelen, dat lukt niet meer. Ik heb de ochtenden nog eens meegemaakt in heldere toestand, dat was trouwens geleden van toen bleek dat ik na een avondje Gentse Feesten per abuis weer nuchter was om 6u.

Maar er is iets voor te zeggen: de ochtendzon die geen pijn doet.

ziekenhuiskamer

Dan, in die allereerste zonnestralen. Een goed boek.

boek

Toch ook een heel klein beetje vakantie.

2 diagnoses voor de prijs van 1

Ik ben thuis.
Staakt het medeleven, viert uw Pasen.
Ik zal u zelfs een reden geven om mij te haten: ik sta een paar kilootjes te mager.

Diagnoses?

De longfunctie-proeven die ik gisteren aflegde, hebben nog meer duidelijkheid gegeven over de astma-vermoedens die ik volgens de dokter (bij onze vorige ontmoeting, 10 jaar geleden) al had moeten gehoord hebben.

Wacht, ik neem even de papieren die ik aan mijn huisarts moet geven…
(en die envelop is natuurlijk dichtgeplakt) (tiens, nu niet meer)

diagnose

Punt 1, post nasal drip syndrome, heeft op het eerste zicht weinig met de longen vandoen. Maar de neus (bovenste luchtwegen) is nu eenmaal verbonden met de longen (onderste luchtwegen) en indien de aanhoudende infecties daarboven de neiging hebben om te zakken… Dat wisten we al. Dan verhoogt het risico op longontsteking. En dan hoest ik mij een accident.

Punt 2, astma: ik ben daar tegelijk boos en blij om.

Boos om astma? Natuurlijk heb ik astma, ik heb altijd astma gehad, alles klopt, zolang ik me kan herinneren. Dus waarom heeft het 38 jaar geduurd voordat ik dat van een dokter moet horen? En had ik in mijn kindertijd óók al die sloffen sigaretten moeten meeroken indien de huisdokter, inter pares, elke nachtelijke crisis waarbij ik werkelijk dacht het niet te overleven, niet meteen zou hebben afgedaan als een aanval van valse kroep?

Wat zegt u? Dat we nu in andere tijden leven? Het zal wel. “Dat er zelfs nog dokters sigaretten rookten op hun kabinet!” Ja, het zal wel. Maar ik geloof het niet, zoveel gebrek aan gezond verstand.

Een vergelijkbare volks-apathie doet zich nu voor bij fijn stof, een probleem waarvoor de generatie van onze kinderen het onze generatie hopelijk hun hele lange leven nog zal blijven kwalijk nemen.

Ik hoor het Lena nu al zeggen, binnen 30 jaar: “Maar papa, hoe KON dat?? Alle rapporten zegden hetzelfde en jullie generatie deed NIETS? HELEMAAL NIETS??”

Blij met astma? Ja, ik heb nu een coole puffer — Inuvair, het nieuwste model, chic — en zo word ik eigenlijk ook een beetje slimmer: ik sta nu dichter bij Leonard Hofstadter.

Ik kreeg nog een medicatie-draaiboek mee. Voor 5 medicijnen.
En dan in juni op controle om te kijken of het aanslaat.

Alvast een paar medische tegenvallers:

  • Het proper houden van de nasale zone, dat gebeurt met een spray. We zijn nog maar een dag bezig en ik heb al 2 neusbloedingen uit beide neusgaten gehad, ondanks de neuszalf.
  • Het hoesten is nog niet gedaan en klinkt nog even viezig als vanouds… maar de frequentie neemt af, dat is goed.
  • Ik heb soep gemaakt en patatten gekookt. Nu ben ik een wrak.

Er zijn ook een paar minder medische tegenvallers:

  • Morgen ga ik eens ernstig nadenken over de komende week, ongeveer de drukst gevulde week van het schooljaar, dag en avond. De maandag (mijn lesvrije rustdag) valt weg en er komt een werkzaterdag bij. (‘t is Digitale Week, dat ook nog, vrijdag geef ik workshop) (die workshop ging ik voorbereiden in de paasvakantie)
  • Nog 5 belangrijke weken te gaan in de praktijkmodule Gidsvaardigheden, ‘t is voor punten vanaf nu. (die opdrachten ging ik allemaal voorbereiden in de paasvakantie)

‘t Is nu niet dat ik geen doktersbriefje heb om nog de hele week thuis te blijven, dat niet. Ik zou het misschien willen uitleggen maar ge zou het misschien niet willen begrijpen.

Volg

Ontvang elk nieuw bericht direct in je inbox.

Doe mee met 40 andere volgers

%d bloggers op de volgende wijze: