eindelijk bij de serieuze mensen
Het is officieel: ik heb een kwaal en we zullen nog wel zien hoe die kwaal zich de komende vijftig jaar zal manifesteren. Het begon allemaal in de melkherberg.
Ik bedoel, vorige week begon het stilletjes ergens ik weet niet waar en tegen vrijdagnamiddag zat ik in een kramp tussen nek en schouders met uitstraling naar de rechterarm. De dokter vertaalde mijn klachten en bijhorende antalgische houding als symptomen van een cervicale hernia en maakte meteen een afspraak voor ct-scan en schreef ook een verwijsbrief met prachtige woorden.
Deze morgen heeft een specialist de foto’s bekeken: vervorming en artrose op de vijfde en zesde nekwervel. Sowieso zat ik met een blokkage in mijn wervelkolom maar de blokkage tussen die vervormde wervels kunnen soms iets hernia-achtigs veroorzaken met pijn en uitstraling tot gevolg. Ja dokter, maar hoe gaan we dat oplossen?
Dat weten we nog niet. Ik ben “vrijgemaakt”, dat is een begin. Wel een pijnlijke affaire, dat vrijmaken. En verder moet ik oefeningen doen om de spieren rond mijn nek zo sterk mogelijk te maken, voor de rest van mijn leven. En verder nog een paar tips om blokkages en pijn te vermijden. Trouwens het soort tips dat ik nogal onverzoenbaar vind met het aankleden en in bad steken van kleuters, bijvoorbeeld.
En verder een nieuwe afspraak volgende maand en dan zien we wel.
Maar hoe snel het zal gaan met die artrose? Als ik al niet wakker lig van de pijn, dan heb ik tenminste iets anders om van wakker te liggen.
één september
het zal je maar overkomen
Je bent dan al eens een wesp zweefvliegje van het vervaarlijke soort en je zit daar dan wat vervaarlijk te zitten op het blad van een hazelaar. En net als je wil vertrekken om nog wat mensen te gaan pesten, zit je plots vastgekleefd in plakkerig spinnenplaksel. En nog vóór je beseft wat er aan de hand is, word je verkracht door een venijnige bitch met acht poten.
Niet dat ik uren aan een stuk onder mijn hazelaar zit te wachten op zo’n spektakel maar ‘t is dat ik het gezoem van de doodsstrijd hoorde tot aan de andere kant van de tuin. Na een half uurtje ongeveer verstomde het gezoem. De spin heeft gewonnen.
acec
Het gebouw waar ik vrijwel dagelijks mijn broek pleeg te verslijten, wordt beetje bij beetje ten hemel opgenomen. Sinds deze zomer is het dak boven de binnenruimte volledig weg. En wat blijkt: al die jaren hebben daar witte wolken achter gezeten, en blauwe lucht.
Alleen onze kantoren en klaslokalen zijn ze vergeten slopen, al hadden de domme inbrekers –voor de elvendertigste keer– een verdienstelijke poging tot afbraakwerken ondernomen.
Nee, ‘t zal schoon worden.
gaan fietsen met de auto
ik. begrijp. dat. niet.
Ik meen dat. Laat mij 10 strafschoppen nemen en ik trap er 10 binnen. Altijd. Ook voor een paar tienduizenden toeschouwers. Ik wil het u graag tonen.
En ik ben er redelijk van overtuigd dat ik dat ook nog zou kunnen als ik elke dag 4 uren mocht trainen met een voetbal en daarvoor enkele duizenden euro’s per week krijg. Zelfs dan nog.
Laat staan dat ik de bal meters boven het doelkader zou keilen.
dan toch: Leonard Cohen!
Een samenloop van toevalligheden en het internet. Dankzij de fijne meneer askatasuna ben ik op de valreep –3 uur vóór het concert– nog aan een ticket voor Leonard Cohen geraakt gisteren.
Wat een optreden! Ik wist niet dat het kon, het was nog beter dan vorig jaar in Antwerpen.
En hallo mevrouw Robinson, I’m back on Boogie Street.
klaar voor de tweede kleuterklas
En Lena? Die is nog klaarder dan klaar. Zij heeft de kleuterschool echt gemist in de grote vakantie, het schooljaar kan voor Lena niet rap genoeg beginnen. Ze wil voortdurend dingen leren. En ze wordt kwaad als wij daar niet in meegaan. We zoeken een middenweg tussen stimuleren en niet te snel gaan, dat is niet zo evident want ze vraagt bijvoorbeeld steeds opnieuw om letters te leren schrijven.
Ook in haar tekeningen moeten altijd weer letters, ze is zot van letters. Als we naar Ikea gaan, leest ze de letters van de parkeerplaatsen en dan onthoudt ze de letter waar onze auto staat. Als we in de stad lopen, benoemt ze letters die ze herkent op etalages, op t-shirts van mensen, enz. Vorige week kwam ze ‘s avonds terug van haar eerste dag zomerkamp (Idee-kids) en vroeg ik wie haar juf was. Ze antwoordde:
“Juf Eva. Dat is met de E, de V en de A.”
Lena maakt nog steeds meerdere tekeningen per dag. En bij elke tekening hoort een heel verhaal. Van zeemeerminnen en walvissen en piraten en ook van kindjes die droevig zijn omdat hun mama is weggeregend bij de overstroming.
klaar voor de kleuterschool
Grappig. Er woont een jongen in onze straat die zoals Zita voor het eerst naar de kleuterschool gaat. Hij is iets kleiner, weegt een paar kilootjes minder, is 2 weken eerder geboren dan Zita. Alleen gaat die jongen naar de eerste kleuterklas en gaat Zita eerst nog een volledig schooljaar naar de peuterklas. Haar geboorte was nochtans uitgerekend voor de kerstperiode maar ze bleef lekker zitten tot 8 januari. En dus zal ze 4 jaren kleuterschool doen.
En ze is er volledig klaar voor (op één onwelriekend detail na, maar dat komt ook wel goed). We mogen natuurlijk niet vergelijken maar als we even zouden vergelijken met Lena toen ze naar school ging, dan blijkt Zita een pak taliger dan Lena op dat moment. Alleen al het feit dat ze een grote zus heeft, zal daar wel de grootste oorzaak van zijn. Af en toe zegt ze dingen waar wij ongelooflijk van verschieten, of in de lach schieten. Gisteren sta ik met Zita in de bakkerij, ze ontdekt de sjoekes (éclairkes) in de etalage…
“Kijk! Daar ligt chocolade op! Fantastisch is dat!”
Zo’n woord als ‘fantastisch’ klinkt grappig uit de mond van een kind van 2, vind ik.
Mag ik nog even doorgaan met stoefen op mijn dochter, alstublieft? Zij begint bijvoorbeeld plots tekeningen te maken, echte tekeningen. Waarbij ze dan vertelt wat er allemaal op staat. Vaak zijn dat toevallig de dingen die Lena op dat moment ook tekent, maar soit. En onlangs heeft ze een mannetje getekend. Een mannetje!
En ze is verslaafd aan de computer, ook dat nog.
freestyle dancing rokskes chicks of de winkeldetectives van youtube
Als we dat cd’tje van Motown for kids spelen, dan wordt er gedanst van begin tot eind, geheel freestyle. De boot van de ingestudeerde K3-dansjes proberen we hier nog wat af te houden, al hebben we de voorbije weken gemerkt dat Lena er volledig klaar voor is, *zucht*, ze danst zelfs al mee met Josje op de televisie.
Ik had een paar filmpjes gemaakt van de dansende dochters en dan op Youtube gezet. En ik was zo stom geweest om in de titel van die filmpjes de naam van de muziek te vermelden, bijvoorbeeld ‘Martha Reeves & The Vandellas – Dancing in the street’. Na het uploaden van die filmpjes zie ik in mijn mailbox een paar berichten van Youtube, allemaal van deze strekking:
Onmiddellijk daarna check ik de filmpjes op Youtube en staat er al een mededeling onder, dat de audio op de achtergrond is weggehaald omdat de track eigendom is van blablabla. Daar heb ik alle begrip voor maar zonder geluid is toch ook maar niks. Dus alle filmpjes verwijderd en dan maar opnieuw eentje proberen opladen, deze keer zonder namen noch trefwoorden. Nog vóór dat filmpje effectief online staat, alweer zo’n mailtje en alweer het geluid weg.
Ik vermoed nochtans dat de achtergrondmuziek als ‘redelijk gebruik’ mag bestempeld worden maar daar heeft Youtube niet echt een duidelijk antwoord op. Ik doe nog één poging door ook de naam van het originele bestand aan te passen en dan opnieuw op te laden. Maar te meten aan de traagheid van de verwerkingsfase van Youtube, staat mijn account al op de zwarte lijst. Want normaal gaat die verwerking gelijktijdig met het opladen, nu staat er “opladen voltooid, verwerken 32 minuten resterend”. Blèh.
gekko
Toen we anderhalf jaar geleden onze schommeltoren aanschaften, hadden we daar ook een klimmuurtje bij gekocht. Dat hebben we toen niet geïnstalleerd omdat de kinderen nog te klein waren.
Maar aangezien Lena haar klimwoede nog steeds niet over is, hebben we dat spel nu maar van onder ‘t stof gehaald en zo stevig mogelijk gemonteerd, tussen het eindeloos deurpostenschilderen door.
En kijk, ze is er meteen mee weg.
schuifkes
Het in schuifkes steken van mensen, ik probeer dat te vermijden. Al was het maar omdat ik zelf niet graag in een schuifke lig.
Evenwel. Af en toe zijn er van die gebeurlijkheden waar je met de grootste stelligheid kan beweren: “Hier hoor ik niet, dit is niet voor mij.” Het is in die situaties dat mijn schuifkes niet snel genoeg kunnen opengetrokken worden om er vlug al die mensen in te steken en dan zelf bovenop de kast te gaan zitten. Ik doe dat voor mijn gemoedsrust, denk ik. Maar door dat te doen steek ik mezelf ook in een schuifke.
‘Middle class’, ik weet eigenlijk niet wat dat betekent maar ik weet wel dat weinig gezinnen zó exemplarisch zijn als het onze, wij zitten midden in de middenklasse. En ik weet ook dat sommigen dit beu gehoord zijn maar ik ben me daar veel meer van bewust dan mijn white collar collega’s die niet zoals ik in blue collar geboren zijn.
Daar moest ik dus aan denken toen we gisteren misdadig lekker aan ‘t eten waren voor een ditto prijsje in een magnifiek restaurant.
Ik had voor de zekerheid pas om 19u een tafel gereserveerd omdat ik wist dat rijke mensen laat eten, al betekent dat voor ons meestal het uur dat we de kinderen in bed gooien om dan dood neer te vallen in onze zetel. Maar er waren geen kinderen bij, dus dat telt niet. En ik had een schoon wit hemd aan, bovenop mijn nieuwe jeansbroek. Maar toen wij om 19.30 nog moederziel alleen zaten in het midden van dat chique restaurant, viel mijn frank dat rijke mensen héél laat eten. De gefacelifte delvaux-sjakosjen beginnen vóór 20u niet aan hun champagne, wisten wij veel. Maar het was een rijke ervaring. En lekker!
En dan, deze morgen, voor de eerste keer in mijn leven naar een opera geweest. Gecomponeerd door onze eigenste nonkel Joris. Het resultaat was verbluffend, ik ben nog steeds onder de indruk. De harmonie tussen magistrale zang en muziek, tussen tekening en verhaal, wonderlijk! En omdat de meneer van de prachtige decortekeningen zijn trein had gemist, mocht hij met ons meerijden naar het verre Lissewege en terug. En zo konden wij kennismaken met een geweldig sympathieke kerel.
Nee, een rijk weekend.
het blotevoetenbos
Ik had er nog nooit van gehoord maar in Duitsland is het zeer populair, Barfusspfade. Als fervent blotevoetenloper wilde ik het absoluut eens beleven, we zijn naar het Barfusspfad bij Schillingen geweest.
Blootsvoets lopen heeft wat mij betreft niks met hippietude te maken. Ik neem bijvoorbeeld elke gelegenheid te baat om mijn schoenen uit te doen, gewoon omdat ik die dingen niet goed kan verdragen (ik heb altijd en overal oververhitte voeten, zelfs in sandalen).
Dat het barrevoets prettiger leven is dan met schoenen en dat het ook nog eens rugklachten helpt voorkomen, is mooi meegenomen. Alleen jammer dat Gent bezaaid ligt met glasscherven, in het bijzonder op de fietspaden.
Ferien
Deutschland, niet dat ik het hier niet al eens zal gezegd hebben maar welk een wonderschoon land is dat toch.
Net voordat ik bovenstaande pano maakte werd ik overigens betrapt op het overvloedig irrigeren van de nog veel te zure Riesling op de bergflank van de ongelooflijk sympathieke maar nagenoeg onverstaanbare boer Otto, bij wie we even later op Weinprobe zouden gaan.
We hadden het nochtans helemaal niet getroffen met het weer.
Of hoe het op de voorpagina van de Trierischer Volksfreund stond vermeld:
Unbeständiges Wetter bringt zwar Urlaubern Verdruss, bedeutet aber für Pflanzen und Tiere in der Region das Ende der extremen Trockenperiode. Bauern, Winzer und Gartenbesitzer freuten sich ebenfalls über den lange ausgebliebenen Niederschlag.
Toch hebben we –zwischen den Schauern– iets gezien van de streek, helaas vaker met de auto dan te voet of met onze huurfietsen. We zaten deze keer niet in de Hocheifel maar in de Hunsrück, een donkergroen natuurgebied, ergens tussen Trier en Kaiserslauteren. Tussen Rijn, Moesel, Nahe en Saar.
En misschien dat ik nog een reisverslag zal schrijven maar ik heb nu geen goesting.
Wel een paar foto’s gemaakt.
ik is echt boos
ondertussen
Ondertussen is de pijn nog aanwezig, lukt fietsen nog niet maar gaat het toch gestaag beter met de knie.
Maandag naar de kliniek gebeld. Of ik een afspraak kon krijgen met de orthopedist die mijn knie al een beetje kent. Dat kon niet, althans niet vóór augustus. Of ik dan met één van de negen andere orthopedisten een afspraak kon krijgen. Dat kon niet, althans niet vóór augustus. Of ik misschien een orthopedist zou te zien krijgen als ik naar spoed zou gaan. “Eh… misschien… als de knie gebroken is of zo.”
Dan maar naar de huisarts geweest. Wellicht geen scheurtjes, denkt hij. Nog een week rusten met cold pack en onstekingsremmers en dan zien we wel weer. Rusten ammehoela! ‘t Zijn Gentse Feesten en er lopen hier 2 kindjes rond die net als vorig jaar hebben besloten om van ‘s ochtends tot ‘s avonds elkaar in de haren te vliegen, tenzij we iets leuks ondernemen of hen gescheiden houden.
Deze morgen een zeer ontgoochelende boottocht gemaakt, ik wil er zelfs geen verslag van schrijven voor de minst volprezen van alle onvolprezen stadsblogs want dat mens deed ook maar gewoon haar uiterste best. En ik kan me trouwens voorstellen dat het meer dan goed had kúnnen zijn want het zat wel fijn in elkaar, eigenlijk. Maar dan hadden er geen 67 maar maximum 37 personen op dat toeristenbootje mogen gezeten hebben en dan zou de heks in het midden van de boot kunnen zitten in plaats van helemaal vooraan. En dan hadden de kinderen echt kunnen meedoen met de zoektocht naar haar toverboek en zich niet hoeven te beperken tot het meezingen van liedjes die ze niet kunnen horen. Enfin.
Deze namiddag met Lena naar de kinderdingen in het Zuidpark geweest, al was het maar opdat Zita even rustig in de tuin kon spelen zonder schoppen of kletsen te krijgen van haar grote zus.
Tijdens de verplichte cold pack therapie ook mijn laatste vakantieboek uitgelezen: De Engelenmaker (Stefan Brijs). Als ik met prijzen overladen boeken lees, dan ben ik achteraf vaak ontgoocheld omdat ik er te veel van verwachtte. Niet zo met De Engelenmaker van Stefan Brijs. Het boek heeft mij gedurende 10 dagen niet willen loslaten. ‘s Avonds dikwijls kwaad op mezelf geweest omdat ik te moe was om nog verder te lezen, zo schoon is dat boek. Lees het.
poppenkast
Ik hield mijn hart vast. Een voorstelling voor kleuters, dus Zita was eigenlijk nog iets te jong. En ze had in de voormiddag al een paar hevige uitbarstingen gehad. En we hadden ze ‘s middags moeten wakker maken om op tijd te vertrekken.
Maar kijk, ze zat de hele tijd flink naast Lena. En ze heeft de hele tijd naar iedereen zitten kijken. Hoe alle kinderen –behalve zij– met de handen klapten en antwoordden op de vragen van de lakei en vingers opstaken en nog dingen. Niet één seconde heeft Zita naar de poppenkast gekeken, ik overdrijf niet. Behalve toen de gordijntjes dicht gingen, dan moest ze lachen: “Kijk, de poppenkast is gesloten!”
Maar ze vond het heel leuk, zei ze.
houdt het ook voor bekeken: mijn linkerknie
Mijn linkerknie heeft een turbulent (voetbal)verleden, ze hangt nog slechts aaneen met gerepareerde dingen (uitgerokken uitgerekte kruisbanden, gescheurde binnen- en buitenbanden, gebarsten knieschijf, kadukke menisci). Maar de knie functioneert functioneerde. Niet dat ik nog kon voetballen, zelfs gewoon lopen of lang wandelen is een probleem, en lang rechtstaan (voor een concert of zo) ging ook niet meer. Maar toch, de knie werkte, ze kon buigen en strekken en dat is toch de core business van een knie. En fietsen ging volledig pijnloos.
Maar sinds ik gisteren behoorlijk spectaculair ben gevallen, kan ik enkel nog pikkelen op mijn rechterbeen. Onnozel gestruikeld over de klamboe van Zita, wat waarschijnlijk geen probleem zou geweest zijn mocht ik Zita op dat moment niet op mijn arm gedragen hebben. In mijn poging om niet met Zita op de grond te smakken heb ik mij nog gedraaid en heb ik ze nog in haar bed kunnen gooien en ben dan met mijn linkerknie nogal hevig tegen de bedrand gekletst.
De timing is uiteraard perfect.
De Gentse Feesten beginnen en ik kan niet meer fietsen en geen afstanden stappen.
Omdat ik al genoeg orthopedisten heb versleten, probeer ik voorlopig zelf de diagnose te stellen. Ook omdat ik die reuze-inspuiting met die vloeistof (waardoor de radioloog duidelijker foto’s kan maken) helemaal niet zie zitten. En ook omdat ik vermoed dat het weer iets is dat gewoon veel tijd zal vragen om langzaam te genezen, iets van verrekking, iets met de ligamenten en met de voorste kruisband. Of iets anders.
Ik betaal heel graag mijn sociale-zekerheidsbijdragen om al die dure toestellen te helpen afbetalen maar ik lig er zelf niet graag onder. Maar als de pijn de komende dagen echt niet mindert, dan zal ik alsnog naar de kliniek gaan, denk ik.
Soit, wij deze middag dan toch maar gepakt en gezakt de fiets opgekreupeld. Ik heb zelfs het einde van onze straat niet gehaald. Dan maar met de auto naar de stad, hoe stom kunt ge zijn: met de auto rijden om 5 kilometer verder, alle goede raad ten spijt, te gaan rondrijden op zoek naar een parkeerplaatsje in de buurt van de rondgang. Maar het is gelukt en we hebben de stoet gezien.
Wat zegt u? De bus? Eh… wel, ik zie mijzelf nog net naar de bushalte pikkelen, maar dan? Onze bus, lijn 38-39, rijdt tijdens de Gentse Feesten uitzonderlijk niet naar waar hij zou moeten rijden (Sint-Jacobs), dus dat is ook geen optie.
Iemand een idee?
(ik zou mij samen met Lena en Zita in de bakfiets kunnen zetten maar dat wil ik Nele niet aandoen)
ode aan de kust
Een hardnekkig misverstand is het, dat ik niet zou willen weten van de zee.
Er is voldoende plaats voor liefde in mijn haat-liefdeverhouding met tzijtjen.
De kust, dat is ongelooflijk de max. In november. In februari. Als de zeelucht in één asem zeer doet en goed doet. Als uw muts geen bescherming biedt tegen oorpijn en als het watersnot zich ter hoogte van uw lippen vermengt met zilte windtranen. Het decor smeekt om een slok Laphroaig.
De kust, dat is ongelooflijk de max. Zelfs in de zomer, maar dan ‘s morgens of ‘s avonds. Als het harde strand nog nat is van de teruggetrokken zee, als er aan het strand geen einde lijkt te komen, als er geen roodverbrande kwallen liggen, als de zon slechts aanwezig is door de schittering in de golven.
Maar de kust, dat is ook soms zo ongelooflijk helemaal niet de max. Bijvoorbeeld, het is zaterdag 10 juli, het is middag, een hittegolf geselt het land. De helft van de wereld zit aan de kust en de andere helft is onderweg. Ik zit op het strand en moet denken aan iets wat ik een uurtje eerder heb gelezen in één van mijn vakantieboekjes –José Saramago, ‘De andere kant’.
“De leugen waart overal straffeloos rond en is een soort andere waarheid geworden.”
Dat is schoon. Saramago fulmineert als een jong veulen –op zevenentachtigjarige leeftijd en een paar maanden vóór zijn dood– tegen “het tijdperk van de leugen” (met ondermeer Berlusconi en Bush als casus).
De hitte doet wat met een mens. Ik zit hier op het strand en ik tuur naar leugenaars. Ik hoor op dit moment een Brabantse bomma een praatje slaan met een Mechelse moederkloek terwijl hun kroosten schelpjes tellen en papieren bloemen versjacheren.
“Nee, vroeger zaten wij elke zomer in Middelkerke maar we wilden dees jaar eens iets anders. En ’t bevalt ons wel, het strand is hier precies ook groter.”
Zij zijn de enigen die ik kan afluisteren en toch weet ik mij omsingeld door leugenaars.
En ik weet dat ik er zelf één ben.
“Ja jong, als de kinderen content zijn, dan zijn wij ook content.
Nee, ja, dat is zo.”
Ik sta recht, ik verdraag geen zand aan mijn poep. Mijn zichtsveld wordt groter en ik begin medestanders te ontdekken. Ik zie mannen met een grimas die ik herken, de uitdrukking waarin je vurige pamfletten kan lezen. Mannen van wie de gedachten bijvoorbeeld naar de slotkilometers van de zevende etappe gaan, verdorie toch. Misschien dat Armstrong op dit eigenste moment iedereen op minuten rijdt en niemand die het ons komt vertellen, ah neen.
Ik voel het, ik weet het, ik ben niet de enige die zich al een eeuwigheid afvraagt wat de meerwaarde is van veel te veel en veel te warm zand. Wat de meerwaarde is van veel te koud water. Wat de meerwaarde is van veel te veel mensen in veel te veel winkels en veel te dure restaurants.
Maar de kinderen waren content, dus wij ook content. Zo is dat. Nee, echt.
[op algemeen verzoek]
Omdat ik mijn Garmin eTrex Vista HCx helemaal zelf heb betaald en vooral omdat ik al in vakantiemodus ben, krijgt u geen gedetailleerde review met schone foto’s en screenshots en plus en min en dingen –dat staat trouwens al op het internet– maar ik zal wel proberen uitleggen hoe het werkt en ook waarom zo’n ding op de fiets ongelooflijk de max is.
- Het bakje is zo groot als een gsm — je monteert zo’n ding op je stuur zoals je dat ook doet met die led-lampjes, dus de gps klikt daar in vast.
- Als je dingen vooraf instelt, dan is het gemakkelijker om dat op de pc te doen –bijgeleverde software: MapSource– en dan routes of andere gegevens importeren op je gps (met usb-kabeltje, die file transfers zowel van gps naar pc als van pc naar gps gaan bijzonder snel) maar je kan in feite ook (bijna) alles rechtstreeks op de gps (daar zit ook een toetsenbord in verstopt maar deze gps werkt niet met touch screen, wel met joystick en daarop klikken om telkens te bevestigen, maar dat toetstenbord heb je eigenlijk zelden nodig, vooral om zelfgemaakte routes en waypoints een naam te geven)
- Er zijn tientallen functies waarvan ik er nog maar enkele heb geprobeerd en waarvan de belangrijkste: Waypoints, Tracks, Routes, Logboek. Maar het allerbelangrijkste lijkt me toch dat je zo goed als alle fietsroutes op het internet rechtstreeks kan downloaden op je gps (als je toestel verbonden is met de computer, dan gebeurt dat automatisch via één muisklik) en dat is verrekte handig. Je kan deze geïmporteerde tracks dan nog gaan bewerken en bijvoorbeeld een ander kleurtje geven, veranderen van naam, extra waypoints in de route instellen, enz. Je kan met dat programma MapSource of online met routeyou.com zelf routes maken en die ook importeren in je gps.
- Waypoints. Simpel uitgelegd: herkenningspunten, plaatsen waar ik halt wil houden tijdens een route, eenmalige bestemmingen, dat zijn allemaal waypoints die je kan instellen. Wat ik meestal doe: ik fiets een route en ik stel ook een waypoint in: ik zie mijn route maar ik zie ook een paarse lijn (in vogelvlucht) die me toont in welke richting mijn waypoint ligt. Ik kan dus altijd van de route gaan en meteen naar mijn waypoint fietsen zonder te verdwalen.
- De gps heeft geen stem, dat is zeer aangenaam. Enkel bij het bereiken van een waypoint hoor je één lange toon.
- Op de kaart ben je een zwart driehoekje dat beweegt als je fietst. De scherpste punt van dat driehoekje wijst naar de richting waarin je beweegt. Ik zit niet voortdurend op het schermpje te kijken maar ik gebruik het vooral als veiligheid bij elke afslag.
- Het schermpje is goed zichtbaar. Als het niet goed zichtbaar zou zijn, dan kan je de lichtsterkte aanpassen. Dat gaat vlot: rechts op het lampje duwen (dat lampje is trouwens ook de aan- en uitknop als je er langer op duwt) en dan kan je met de joystick (klein knopje boven het scherm) de lichtsterkte aanpassen.
- In- en uitzoomen, dat gaat vlot met de knopjes linksboven. Inzoomen is nodig als je fietst op een parcours met veel scherpe bochten: hoe meer je inzoomt hoe duidelijker en hoe gedetailleerder de lijn wordt die je volgt. Uitzoomen kan handig zijn om te zien waar je zit of hoe ver je al bent gevorderd in een parcours.
- Het logboek is echt fantastisch. Om te beginnen zie je op de gps al een soort slijmspoor als je fietst: een ultrafijne puntjeslijn, veel dunner dan de routes die je eventueel volgt of de straten die op de kaart staan vermeld. Dat slakkenspoor kan je gebruiken om bijvoorbeeld te zien waar je al bent geweest en ook een volgende keer kan je dat nog gebruiken. Van elke seconde dat de gps ingeschakeld is, bestaat er een log-file dat je zowel op de gps als op de computer kan bekijken. Allez, dan toch maar een screenshot: dit is een stukje logboek van wat ik deze morgen heb gefietst. Zo’n log-route werkt in puntjes, je krijgt telkens gedetailleerde informatie over de afstand tussen 2 punten: hoogte, snelheid, enz. Deze morgen heb ik ongeveer 1000 puntjes gefietst.
- Er zijn ongetwijfeld nog honderdduizend dingen die ik vergeet of die ik zelf nog niet weet. Maar kijk, je hebt al een idee.
































