Skip to content

klagen over wegenwerken, wat is dat eigenlijk?

Als u de afgelopen weken niet in het buitenland verbleef, dan bent u op de hoogte van de ‘stilstand’ rond Gent.

“Een schande, meneer!”

Ik zou cynisch kunnen zeggen dat het niet mijn zorgen zijn. Want ik fiets overal tussendoor. Maar wij hebben ook een auto en de voorbije week deden we zelfs 2 keer per dag het horrortraject Oostakker – Zwijnaarde met de kinderen in de auto. (onderwijsmensen hebben ook vakantie-opvang nodig, hoe zot is dat jong?)

Die auto geeft ons meteen het recht om deel te nemen aan de zelfhulpgroep ‘Weg met de Wegenwerken!’

Is dat zo?
Nee, natuurlijk niet.

Omdat de redenering niet klopt. Wie denkt dat een file veroorzaakt wordt door wegenwerken, is kortzichtig. Ik heb deze week elke dag in de file gestaan omdat… ik in de auto zat. En omdat belachelijk veel mensen hetzelfde deden — onszelf opgeteld zijn wij de oorzaak van de file, zo simpel is dat.

Maar hoe komt dat eigenlijk?
Omdat autoverkeer in dit land zowaar gesubsidieerd wordt. Het bezit van een bedrijfswagen wordt aangemoedigd door de fiscale aftrek en is daardoor financieel interessanter dan een loonsverhoging. Lees vooral dit ontnuchterend artikel in The Guardian. (“What is Belgium doing so wrong?”)

Zowel de nieuwe Vlaamse als Federale regering zal de komende 5 jaar — ondanks de monsterfiles rond Antwerpen en Brussel en nu zelfs rond Gent — geen stappen ondernemen om die fiscale aftrek af te schaffen en het autoverkeer te doen afnemen. Integendeel: er komen autowegen bij.

Centrumrechts, een huwelijk tussen conservatisme en economisch groei-fetisjisme.
Earth Overshoot Day, dat is natuurlijk een verzinsel van de groenen.

En dan sta je daar, met z’n allen in de file. (tot zover de groei-economie)
En dan maar schelden op de schepen van mobiliteit.

Als weggebruiker klagen over vertraging door wegenwerken, wat is dat eigenlijk?
Hoe absurd is dat? Wacht, ik doe een poging tot een kromme vergelijking.

Ik heb een degelijke grasmaaier. Na een aantal jaren trouwe dienst, begint dat spel soms te blokkeren. Ik ga met de grasmaaier naar de winkel —  een heel gedoe — en ik regel een onderhoud. Logisch? Nee, fout, want dat doe ik niet. Ik vind het namelijk vervelend dat ik mijn machine een tijdje moet missen, ondertussen groeit het gras verder. Dus blijf ik verder maaien met mijn oude machine en dan vertel ik mijn buren hoe schandalig het is dat ze mij in de winkel een slechte machine hebben aangesmeerd, die zakkenvullers!

Zoiets?

het STOP-principe in het klad

[Dit stukje verscheen eerder bij Fietsbult -- met een aantal interessante toevoegingen in de commentaren.]

Vorige week was ik als fietser op het Nederlandse waddeneiland Schiermonnikoog, dat is een autoluw eiland waar vreemd genoeg heel wat personenwagens, bestelwagens en taxi’s rondrijden. En toch was dit op geen enkele manier storend.

Hoe dat komt?
Eenvoudig: het STOP-principe is in Schiermonnikoog niet vrijblijvend, het is daar realiteit. En ook in de meeste Nederlandse steden ‘aan wal’ blijkt dat concept keurig ingeburgerd.

Dit mobiliteitsprincipe (dat stappers en trappers voorrang geeft op openbaar vervoer en personenwagens) werd hier in Vlaanderen ondermeer opgenomen in VIA (‘Vlaanderen in Actie’ – Pact 2020) maar blijkt in praktijk een knipoog naar wijlen Gaston Eyskens. Die vergeleek principes met scheten: iets om zolang mogelijk op te houden in gezelschap om nadien fijntjes los te laten als niemand het merkt.

Kijken we naar Gent: in die stad is het STOP-principe dode letter. Het (openbaar) vervoer krijgt er meestal voorrang op stappers en trappers (schrijnend voorbeeld: het beboeten van fietsers in de Kortrijksepoortstraat). Maar zelfs in de autovrije kuip van Gent ben je als fietser of voetganger niet veilig voor bussen en trams. Als politieke leek komt het mij voor dat een stedelijk mobiliteitsbeleid zich heeft te schikken naar de grillen van De Lijn, onder goedkeuring van de Vlaamse Regering.

Schepen Filip Watteeuw rest nu nog 4 jaren om mij daarin tegen te spreken, ik hoop het van harte.

Druk verkeer in de dorpskern van Schiermonnikoog.

Druk verkeer in de dorpskern van Schiermonnikoog.

“Helaba, zo’n eiland is niet te vergelijken met een stad hé!”

Echt niet? Ik vind anders van wel.
Een stad = een eiland. De R4 = de zee.

Dit is mijn idee: van zodra je voet zet op het eiland, dus de binnenkant van de R4, volg je de STOP-regels. Het is wat Tim zegt: het STOP-principe kan je eenvoudig toepassen maar je moet wel moedige keuzes durven maken. En die keuzes vervolgens durven opleggen aan De Lijn en aan andere weggebruikers.

Als ik de mobiliteit op Schiermonnikoog wil vertalen naar stad Gent, dan werkt dit als volgt: de auto / taxi / bus blijft ALTIJD achter de fietser of voetganger, tenzij die fietser of voetganger zich op een afzonderlijke strook bevindt.

Dus voor de straten waar er (zogezegd) onvoldoende plaats is om een afzonderlijk fietspad aan te leggen: geen probleem, auto’s blijven er achterop en rijden dus ca. 10 à 15 km/u. (voor een goed begrip: een fietspad is een fietspad, een suggestiestrook is geen fietspad)

Maar ik denk niet dat er één bewoner van Schiermonnikoog ooit al van het STOP-principe gehoord heeft. Wat zou het? In plaats van het principe op te nemen in een actieplan met natte winden, brengen ze het gezond verstand in praktijk. Natuurlijk is dat gemakkelijker op een plaats waar de critical mass al is bereikt. Maar dat is dan weer een ander verhaal, namelijk dat van de kip en het ei.

Ik was niet overdonderd door de honderden fietsende kinderen op mijn pad, ik was wel van mijn karnemelk omdat ik in die hele week op Schiermonnikoog niet één kind met een helm heb zien fietsen. En dit terwijl er steeds meer landen de fietshelmplicht invoeren zonder zich af te vragen waarom het zo onveilig is om zonder helm te fietsen. (namelijk: auto’s die fietsers mogen inhalen bij gemengd verkeer)

Gevaar los je op door het gevaar weg te nemen, niet door je beter te wapenen.

Schiermonnikoog

Ik stond eerlijk waar op het punt om u te berichten over onze wilde avonturen in Canterbury en contreien… maar toen moesten wij alweer de veerboot op.

Deze keer mét kroost.

Afvaart in Lauwersoog

Zicht op Schiermonnikoog, het eiland met de rode vuurtoren.

Eiland in zicht: Schiermonnikoog

Over het helmloos helmboswuivend fietsen op een autoluw eiland, wil ik volgende week nog iets vertellen in een aparte blogpost.

Fietsen naar het strand, Schiermonnikoog

Maar naast een massa rijwielen en rijwielrijders, kan je er ook water zien.
En groene begroeiing. En schapen, koeien, paarden.

Schiermonnikoog

Schiermonnikoog

Schiermonnikoog, voorrang van rechts

Huifkarrentocht, Schiermonnikoog

Ook vogels.
En vogelaars, naar het schijnt.

Dover

Steek het water over.
Doe van slow travelling: neem niet de chunnel, neem niet het vliegtuig.

Ga vreemde mensensoorten kijken op de ferry.

op de ferry

En dan: aanschouw Dover.

Dover, White Cliffs

Ik ben zwaar onder de indruk van Dover.

Dover

Dover

Dover

Niet alleen de White Cliffs, ook Dover Castle.

Dover Castle

Dover Castle

Speciaal voor ons vond er trouwens het jaarlijkse Roman Festival plaats.

Dover Castle

Dover Castle

Dover Castle

Which was nice.

Stop daarmee, dat selectief kapotrelativeren van andermans verontwaardiging

Nee echt, stop daarmee.

Voor elke mens die ergens zegt of schrijft dat hij ergens droevig of boos of verontwaardigd over is, zijn er een paar verwaande commentatoren die uw reactie neerhalen, middels een verwijzing naar Syrië of Gaza of ander wereldleed.

“Selectieve verontwaardiging!” schreeuwen ze in koor.

Een Nederlander die de tranen niet kan bedwingen omdat bijna 200 landgenoten ‘collateraal’ gedood werden, wordt belachelijk gemaakt omdat er ook nog andere plaatsen zijn op deze wereld waar mensen al eens dood gaan.

“En ook onschuldig hoor!”
“En veel meer bovendien!”
“En al jaren aan een stuk!”

“En niemand doet iets!”
(ik wel hoor, ik zet het tenminste op Twitter en al)

“En zijn die dan minder waard misschien?! Hé? Hé? Hé?!”

“Ha!”
(heb ik u daar jong)
(kijk eens hoe slim ik ben)

Ik moet er niet van weten, van dit soort selectief kapotrelativeren. En ik walg van het feit dat ze altijd uit dezelfde hoek komen, de hoek die de mijne is, die zogezegd de mijne zou moeten zijn. Progressief? Pluralistisch? Ammehoela: intellectualistisch, dat wel.

[Dat zijn trouwens dezelfde intellectueeldoenders die moord en brand schreeuwen als een journalist iets negatiefs schrijft over Afrikaanse voetballers. Maar als dezelfde journalist eergisteren in zijn column zowat alle Franse wielrenners te kakken zet, impliciet beschuldigt zelfs, dan zwijgen ze. Dan zwijgen wij. Fransen zijn niet allemaal zwart, dus hoe moeten wij dan verontwaardigd zijn?]

Maar waar was ik? Juist: de kapotrelativeerders, ze worden natuurlijk toegejuicht en gedeeld en gefavoriteerd voor zoveel nuchterheid. Want zo zetten wij ons daar op het internet toch maar mooi af tegen u. Gij daar, mediocres.

Ik vind dat zelf ook moeilijk hoor, andermans verdriet of onbegrip.
(vooral als er een god wordt bijgesleurd, dan vind ik u ook dom, heel erg dom)

En zeg nu zelf: verdrietig zijn voor 295 mensen die gedood worden in het luchtverkeer terwijl precies dat luchtverkeer nog steeds een triljoen keer veiliger is dan het verkeer aan de grond. (reken uit: per gereisde kilometer)

Er wordt niet één vlag halfstok gehangen als 295 mensen het leven lieten gedurende 295 opeenvolgende dagen, wel als het slechts één keer om de 295 dagen zou gebeuren.

Zie je wat ik daar deed?
Alles kapotrelativeren!

Makkelijk.

Open brief aan meneer de mevrouw de nieuwe minister van Mobiliteit

We moeten nog even wachten op een nieuwe Vlaamse minister voor Mobiliteit.
Toch wil ik hem of haar al een brief schrijven.

Beste minister, (M/V)

U heeft ongetwijfeld de kranten gelezen, gisteren en vandaag. Er stond iets over een onderzoek van het BIVV, dat kinderen die naar school fietsen tot 63 keer meer kans maken op een ongeval dan kinderen die met de auto gebracht worden.

Ik werd misselijk van het volgende fragment:

“Het grootste gevaar is er bij kinderen die pas kunnen fietsen”, zegt hoofdonderzoekster Heike Martensen van het BIVV. “Ze kennen de verkeersregels te weinig en schatten de snelheid van het andere verkeer fout in.”

Het “gevaar” wordt hier eenduidig gekoppeld aan de ondeskundigheid van een kind.
Ik vind dat wal-ge-lijk.

Of wat ik gisteren las in deze analyse op Zeronaut.be:

Het mag dan ook niet verwonderen dat veel media de feiten in een zeer beperkt kader geven. De ondertoon is steeds: ‘Het slachtoffer is verantwoordelijk, want hij is bepalend voor alle parameters die we kennen.’ Alsof je iemand een verkiezingsnederlaag toeschrijft omdat hij 1m73 is en graag koffie drinkt. ‘Blaming the victim’ m.a.w. en dit door het BIVV, het instituut dat net voor alle weggebruikers moet opkomen.

Die perceptie heeft het BIVV vandaag proberen rechtzetten met een een interessante opinie van Karin Genoe.

Beste nieuwe minister, ik vind het BIVV nodig maar er is meer nodig. Ik pleit voor de oprichting van een Vlaamse Verkeersinspectie. Naar analogie met de Vlaamse Wooninspectie die sommige huizen met onmiddellijke ingang onbewoonbaar kan verklaren, zou deze Verkeersinspectie met onmiddellijke ingang een aantal straten kunnen afsluiten wegens on-verkeer-baar. (laat alvast die oranje vierkante borden maken: ‘AUTO’S AFSTAPPEN’)

Maar ik wil het met u even hebben over wat niet in de kranten staat, over het slagveld zelf. En over de conclusies die u aan dat onderzoek van het BIVV zou moeten koppelen, u als nieuwe eindverantwoordelijke.

Mijn dochter was 3,5 jaar toen ze door een auto werd aangereden. De chauffeur was verblind door de zon of iets anders. (de fluo-vlag en het fluo-hesje ten spijt) Dat Zita nog leeft, heeft ze te danken aan haar pluimgewicht en aan de goed gesmeerde spil van het aanpikfietsje. En ook aan haar fietshelm. En ook aan het wonderbaarlijke feit dat er toevallig geen andere auto in de buurt was. Mazzel in het kwadraat.

Een ongeval zonder fysieke gevolgen… maar een ervaring voor het leven. Mijn dochter herinnert zich niks meer, dus ze weet niet precies waarom ze, nu 3 jaar later, steeds blokkeert en begint te wenen als er plots een auto te dicht komt of in de remmen gaat. Ikzelf weet wel waarom ik vaak ‘s nachts wakker schiet, na alweer een angstdroom over hoe het allemaal anders had kunnen aflopen. Omdat het voor vele ouders inderdaad anders afloopt.

Zita is nu 6 jaar. Op onze dagelijkse fietsroute van 950 meter liggen 2 levensgevaarlijke punten. Minstens een keer per week zijn we er getuige van een bijna-ongeval of maken we er zelf een mee. Die “63 keer” van het BIVV, dat zegt mij niks. Ons onveiligheidsgevoel kan je niet in getallen vatten. Het is precies dat onveiligheidsgevoel dat ouders de auto injaagt. (zeggen ze dan) (hoe gemakkelijk is dat) (“ja maar het BIVV zegt het ook!”)

Maar ik had het over de kranten en wat er niet in stond, namelijk: de conclusies. Volgens mij – dagelijks woonwerkfietser en meefietsende ouder – zijn dit de belangrijkste conclusies:

Conclusie 1:

  • Probleem: Er rijden veel mensen met de auto die eigenlijk niet met de auto zouden mogen rijden.
  • Oplossing: Voer een verplichte levenslange bijscholing in, zowel voor theorie als voor praktijk. Ik verwijs u nogmaals door naar het opinie-stuk van Karin Genoe.

Maar een veel drastischer oplossing zou kunnen zijn: geef het rijbewijs alleen aan wie het nodig heeft. Dat moet ik even uitleggen. Ik begeleid dagelijks mensen die studeren voor hun theorie-examen Rijbewijs, het overgrote deel van die mensen woont in de stad. Als ze werken, dan werken ze in dezelfde stad. Hebben ze (nu) een rijbewijs nodig? Absoluut niet. Denken ze (nu) na over de fiets als alternatief voor de auto? Absoluut niet. Is het aan u, als minister voor Mobiliteit, om te bepalen of iemand een rijbewijs nodig heeft? Absoluut niet, maar het is wel uw verantwoordelijkheid om die mensen voldoende te sensibiliseren en te faciliteren. Dat heeft uw voorganger, Hilde Crevits, met glans verzuimd.

Beste nieuwe minister, u zal moeten kiezen.
Ik zeg: kies voor de fiets.

Conclusie 2:

  • Probleem: Fietsers krijgen niet genoeg ruimte.
  • Oplossing: Geef fietsers meer ruimte.

Het klinkt belachelijk simpel. Uw voorganger, Crevits, heeft een aantal verhoogde gescheiden fietspaden aangelegd. Dat is goed. Alleen: het was véél véél véél te weinig. Ik zou cijfers kunnen geven, bijvoorbeeld hoe haar investering in veilige fietspaden voor heel het Vlaams Gewest slechts een fractie is van het geld dat nu al gespendeerd is aan een auto-ringverbinding voor 1 stad, een ringverbinding die nog niet aangelegd is. Crevits wist dat, dat die cijfers schandalig zijn, dat ze zeer licht uitvallen t.o.v. het geld voor autowegen, vooral tegenover de aanleg van zelfs een nieuwe autostrade of de verbreding van de R0 of ga zo maar door. Dus sprak ze steevast over het aantal ‘kilometers fietspaden’, dat klinkt beter.

Beste nieuwe minister, u zal moeten kiezen.
Ik zeg: kies voor het fietspad.

Conclusie 3:

  • Probleem: Fietsers hebben soms voorrang, soms helemaal niet, soms een beetje.
  • Oplossing: Geef fietsers de absolute voorrang. Overal. Altijd.

Uw voorganger, Hilde Crevits, heeft zichzelf heus niet alleen op de borst geklopt voor die fietspaden. Ze heeft zichzelf ook gefeliciteerd voor meer dan 70 fietstunnels en -bruggen die ze gebouwd heeft. Wel, ik vind dat een schande. Het aanleggen van tunnels en bruggen voor fietsers – uitgezonderd die over het water – betekent eigenlijk dat je als minister absolute prioriteit geeft aan gemotoriseerd verkeer, dat je eerste bekommernis is dat de files kleiner worden en dat die eindeloze stroom aan auto’s vooral niet gehinderd wordt door overstekende fietsers. Dus verplicht de minister die fietsers om te investeren in een degelijk versnellingsapparaat: klimmen en dalen is vanaf nu de boodschap, extra afstand afleggen ook, zolang die fietsers maar uit het zicht blijven. Dat is eigenlijk mobiliteit uit de jaren ’60, dat is onverbloemd kiezen voor de auto. Maar van u, beste nieuwe minister, verwacht ik exact het tegengestelde. U mag nog zo keihard “midden de mensen” staan maar toch: er bestaat geen “En/En”-beleid voor mobiliteit. U gaat toch ook “for zero”?

Beste nieuwe minister, u zal moeten kiezen.
Ik zeg: kies voor de fietser.

Inmiddels verblijf ik,
Met beleefde groeten,
Hoogachtend op de fiets,

Ivan Deboom

P.s. Nog vergeten: wat de Fietsersbond zegt: “Passagiers doen geen verkeerservaring op”. Samengevat: fietsen is niet gevaarlijk, kinderen met de auto naar school brengen is dat wel. De sleutel ligt in de handen van de ouders (en het is geen autosleutel).

De Fietsersbond wijst ook op het ‘Safety by numbers’ principe. In landen waar veel gefietst wordt is het veiliger om te fietsen. Denemarken en Nederland zijn daardoor de veiligste landen om je het in het verkeer te begeven, en niet alleen voor fietsers. “Niet minder maar juist meer fietsen is dus de oplossing” besluit Roel De Cleen van De Fietsersbond.

applaus voor de stilte

2 dagen barstende koppijn gehad. Voor mij is dat nieuws, het was een pijn die ik nog niet kende: een sar die in je voorhoofd woont en daar het geluid van een bruisende dafalgan doet aanvoelen als een hagelbui op je dak.

Zaterdag ging ik voetbal kijken. Ik was wat vroeger afgezakt naar Brussel, om 18u30, want ik had gelezen dat je onder het atomium Panini-stickers kon ruilen — ja, ik weet het — en dat bleek ook zo te zijn. Helaas, er was op de Heizel nog een ander ‘feestje’.

Affiches en ingewijden spreken liever over ‘fan zone’.
De luidsprekers produceerden er een lawaai dat je hartslag naar je keel stuurt:


.
Je kan op het filmpje goed zien dat niemand praat met elkaar. Er zijn er die proberen te roepen, mond tegen oor, tevergeefs. Aan de rand zag ik jonge gezinnen die stickers probeerden ruilen met andere jonge gezinnen… Ze konden elkaar niet horen. Ik hield mijn stickers op zak, terwijl ik me afvroeg waar Joke Schauvliege bleef met haar decibelnorm. Want dit was zó veel meer dan 100db.

Volgens het journaal was de ruilbeurs een groot succes.
“Geloof ze niet, mensen. Geloof. Ze. Niet!”

Ben ik een oude zak?

Misschien. Maar ik ben wel wat lawaai gewend, ik deed al meer muziekfestivals dan gezond is voor een mens. En toch: het gedonder dat te horen was op de Heizel, dat was geen lawaai maar een vloedgolf van allesoverheersend gedaver.

Gevolg: keelpijn, oorpijn, koppijn.

Iemand zei: “Het zal wel een zonneslag zijn.”
Maar ik had toen nog geen zon gehad, wegens bewolkt tot de namiddag, nadien trein en metro.

19u30 – Gevlucht voor hoofdpijn.
Ik dacht: ik ga in het stadion zitten.

Ook daar: veel jonge gezinnen. En hetzelfde oorverdovend gedreun.
Andere DJ’s, andere luidsprekers, identieke boenka-boenka.

Courtois en compagnie begonnen zich op te warmen…

20140607_01

Was het vroeger beter? Ik weet het niet. 25 jaar geleden moest Maradona zich opwarmen met OPUS in plaats van drone-based bullshit. Oordeel zelf.


.
Zou het werkelijk niemand opvallen dat er mensen bestaan die graag naar voetbal kijken en toch niet noodzakelijk naar onverantwoord snoeihard gejengel willen luisteren? Precies zoals het ook niemand opvalt dat er mensen zijn die vóór of na de wedstrijd nog iets willen eten maar liever niet een slap stuk brood met daarin een klets ketchup en een schijf aangebraden slachtafval.

Wansmaak & Lawijt wordt verward met ambiance.
Begrippen die ik niet verzoenbaar vind, zijn blijkbaar synoniemen geworden.

In afwachting van het WK, ga ik maar eens dit boek lezen:
‘Stil leven’ van Kristien Bonneure

De stilte.

Ik kan niet leven zonder stilte, ik krijg dat niet uitgelegd.
Het is blijkbaar een sociale handicap. Het zou dat niet moeten zijn.

lentemuniefeestje

Hoeveel kostbare seconden heb ik de voorbije weken niet verloren door stomweg een veel te drukke zijstraat van de informatiesnelweg in te slaan. Om daar dan bijvoorbeeld een stuk of honderdzeventien gratuite meningen over lentefeesten en/of communiefeesten te zien passeren.

Dan nog liever geen mening, zoals die van Tom De Cock: hij vraagt onze aandacht voor het feit dat hij het allemaal niet zo goed meer weet. ["Weg met het lentefeest!"]
En mocht u bij nader inzien toch denken dat hij wel een mening heeft en dat die niet de uwe is: hij bedoelt het heus niet zo, hij bedoelt het eigenlijk anders.

Speciaal voor Tom hebben wij het heidens karakter van Zita haar feest toch maar even onderstreept door een levende boom te versieren:

(al zou het kunnen dat we ons van solstitium hebben vergist)

lentefeest

Ik bedoel: wij hadden een feestje / er waren mensen / Punt.

lentefeest

Maar door het ontbreken van het eerste sacrament, konden we haar feest bezwaarlijk een communiefeest noemen. Toch staat het Zita helemaal vrij om alsnog voor de fanclub van Jezus te kiezen. Zij weet dat.

Al lijkt haar voorkeur voorlopig naar die andere commune te gaan…

Duivelinnen

waarom ik geen groene jongen ben

Ik stem Groen maar ik ben geen groene jongen.
In mijn doen en laten sta ik er nog héél ver af.

1 voorbeeld. Er is iets dat ik nóg graver vind dan met een fiets rijden en dat is… met de auto rijden. Heerlijk! Aan het stuur van een automobiel voel ik me de koning te rijk. ‘s Nachts op de autostrade kilometers cruisen, goeie muziek op de radio. Chris Van den Abeele het nieuws horen lezen, ik zou daar geld voor geven. Het is een plezier maar of het ook een guilty plezier is, daar ben ik nog niet helemaal uit.

Wij hebben een gedeelde auto en doen samen bijna 10.000 kilometer per jaar. Dat zijn 10.000 ongroene benzinekilometers in onze vrije tijd. Misschien kan ik daar tegenover stellen dat ik de voorbije 39 jaar nog maar 3 keer in een vliegtuig heb gezeten. Elke 13 jaar één korte trip met het vliegtuig, ik vermoed dat ik daarmee onder het Vlaams gemiddelde zit.

Dat ik deze verkiezingen voor Groen stem, zou een positieve keuze moeten zijn. Eerlijk: het is dat niet. Door eliminatie kom ik bij Groen uit. Alle programma’s gelezen, alle stemtests afgewerkt. Enkel Groen schiet over, zowel op Vlaams, Federaal als Europees niveau.

Mijn stem is dus zeker, ondanks het feit dat ik in het Groen-programma een handvol punten lees waar ik het maar een beetje mee eens ben. Mijn eigen standpunten over activering, inburgering, sociale zekerheid zijn ongetwijfeld iets minder links dan bij Groen. Samengevat: ik zie de mens in zijn algemeenheid wat minder graag. Ik heb ook (te) weinig compassie met ‘sukkelaars’ die hun eigen situatie reduceren tot heirkracht, zich daar de rest van hun leven in schikken en zich daarin gesteund weten door de regering.

Die groep mensen ontkennen, daar weiger ik aan mee te doen. Misschien ook omdat ik die groep, die minderheid, wellicht beter ken dan de gemiddelde linkse kiezer, dat kan ook. Oh jawel, er zit een Liesbeth Homans in mij, een kleintje. Ik vind dat je pas een eerlijk sociaal beleid kan voeren als je aan elke positieve vorm van activering ook serieuze sancties kan koppelen. En dat vind ik niet voldoende terug bij het programma van Groen. Toch wordt het mijn partij, deze keer.

Eigenlijk begrijp ik zelfs niet hoe iemand die het milieu nog maar een beetje belangrijk vindt, momenteel niet kan uitkomen bij Groen. En verder wil ik mij niet moeien :)

Als de koepel van Vlaamse Milieuverenigingen de verkiezingsprogramma’s doorlicht, dan is dit het resultaat:

bbl

Als het Netwerk Duurzame Mobiliteit de verkiezingsprogramma’s doorlicht, dan is dit het resultaat:

duurzame mobiliteit vk14

ik begrijp dat u het lastig vindt als ik niet in uw schuifke pas

Het was weer de moeite.

Door omstandigheden kwam ik de laatste tijd iets vaker dan gewenst in contact met mensen die me niet kennen. Opnieuw bleek ik allergisch aan de stempel-inkt die sommigen gebruiken. Opnieuw zullen sommigen dat geweten hebben, ik word niet graag gecategoriseerd. En als blijkt dat ik al helemaal niet in uw schuifke pas, dan word ik boos.

Sorry, ik begrijp het wel. Het is onze manier om de wereld te vatten. We taxeren de omgeving, we tellen ons kapot, we benoemen alle kleuren tot we zwart-wit zien.

Ik moet een voorbeeld geven. Of twee.

  • Wij rijden met een bakfiets. En verder? Wij rijden met een bakfiets.
    Besluit: wij haten alle mensen die met een auto rijden, q.e.d.
    Voor sommigen liggen wij voor eeuwig en altijd in de schuif “Autohaters”.
    (ter verduidelijking: dat zijn wij niet)
  • Op zondag, als de kinderen naar de Chiro zijn, durf ik mijn jeans al eens inruilen voor een fietsbroek. In plaats van mijn dagelijkse stadfiets met stuurbak en kinderzitje, rij ik dan met een iets duurder (aluminium) fiets. Minder ballast, geen trui, geen jas. Wel een wielertruitje met handige rugzakjes (voor een ‘gelleke’ en een müsli-reep). Het is een sport als een ander.
    Besluit: ik ben een “wielertoerist die continu werkt aan zijn persoonlijk traject- en werelduurrecord, (..) Omgeven door motorische analfabeten, volledig gespeend van stuurmanskunsten.” Althans, zo beweert de doorgaans ruimdenkende columnist Guido, die ik overigens waardeer, in mijn al even doorgaans ruimdenkende krant. (toevallig ook die krant die vindt dat jongeren met een jeansbroek op een koersfiets allemaal urban hipsters zijn, terwijl de iets oudere jongeren zonder jeans op een koersfiets allemaal pillenslikkers en macho’s zijn)

Maar Guido vond het plaatje nog niet duidelijk genoeg:

Is het echt nodig om met je flitsende, dure carbonmonster, volledig in foeilelijke lycra- en spandex schreeuwkleuren, vloekend, schreeuwend (een bel hebt u immers niet, om gewichtsredenen) onrust en terreur te zaaien?

Ik hoor het hem zeggen: “Ja-Nee, gij niet natuurlijk!”
Want ik heb een fietsbel en ik rijd niet op carbon of pillen. (toegegeven, soms doe ik cola in mijn bidons, échte cola)

Columns zijn er niet voor nuance, dat weet ik wel. En, Guido, het is natuurlijk niet persoonlijk bedoeld van u. Maar ik zou u graag uitleggen waarom ik het u desalniettemin toch een beetje kwalijk neem.

Uw discours is namelijk een gevaarlijk discours. Omdat het in de krant verschijnt, dat ook. Zo’n krant heeft iets meer toehoorders dan de drie mannen en de paardenkop aan de toog van het café.

Uw discours zorgt ervoor dat mensen nog bevestigd worden in hun vooroordelen, in hun haat. Het wakkert die haat aan. Het is een haat tegen mensen omdat ze in “foeilelijke” kleren op een snelle fiets rijden. Niet om wie ze zijn of wat ze denken.

Slechts één stap verwijderd van het Antwerpse VB-credo “Ja mor pastoep, d’r zitten d’r ook goei tussen madam!”

Guido, u bent de eerste die moord en brand zou schreeuwen als iemand een column zou schrijven waarin een groep mensen gedemoniseerd zou worden om hun uiterlijk. Want niet iedereen is in staat om het onderscheid te maken tussen de realiteit en de veralgemening in een column, zelfs niet de gemiddelde krantenlezer.

In het Nederlandse Almere werd deze week een huis volledig beklad met weinig aan de verbeelding overlatende graffiti-leuzen zoals “Oprotten!” en de bijhorende hindoeïstische gelukssymbolen.
Reden? De familie lag bij iemand in het schuifke “Marokkanen”. Heel Nederland maakt nu terecht de link naar het ‘Meer-of-Minder-Marokkanen-discours’ van Geert Wilders. De verontwaardiging is (terecht) erg groot.

In Kluisbergen werd onlangs dwars over een mountainbike-parcours een ijzeren draad gespannen op keelhoogte. [artikel in DS]
Reden? De fietsers lagen bij iemand in het schuifke “Wielerterroristen”. De verontwaardiging is eh… onbestaande. Als dat maar goed afloopt.

stemgetest

Al deelgenomen aan 2 stemtests. Hier mijn resultaten.

Volgens de (Vlaamse) stemtest van VRT / De Standaard:

stemtest vk14

En volgens de stemtest van VTM / HLN:

stemvanvlaanderen

Zo’n stemtest of kieswijzer, ik vind dat nog steeds een zeer goed idee.

En bij uitbreiding elk initiatief dat de partijen en hun programma’s probeert uit te leggen aan de niet op elk moment van de dag al even wakkere burger.

Maar het is natuurlijk pijnlijk juist wat Kris zegt. En het is ook zeer bedenkelijk wat Michel aantoont.

En toch, en toch: allemaal badwater.

Grote afwezige in zowel de kiescampagne als in de stemtests: HET KLIMAAT. Niet dat het belangrijk is maar ik mis nog een catchy dilemma, genre:

Stelling 36:
“Wat kiest u? De haaien of de filistijnen?”

het leven zoals het was, in het hospitaal

In een ziekenhuis mag je alleen uitrusten als je geen avondmens bent.
Ik ben een avondmens.

Na 22u laten ze je volledig met rust. Dan ben ik klaarwakker.
‘t Is dat ik vast hing aan het infuus of ik… of wát jong?

ziekenhuiskamer avond

En tegen dat ik dan ingedommeld ben, ondanks het licht op de gang, ondanks de collegiale hoestbuien,… word ik om 5u (!) gewekt voor een nieuwe aërosol-sessie.

Nadien opnieuw in slaap sukkelen, dat lukt niet meer. Ik heb de ochtenden nog eens meegemaakt in heldere toestand, dat was trouwens geleden van toen bleek dat ik na een avondje Gentse Feesten per abuis weer nuchter was om 6u.

Maar er is iets voor te zeggen: de ochtendzon die geen pijn doet.

ziekenhuiskamer

Dan, in die allereerste zonnestralen. Een goed boek.

boek

Toch ook een heel klein beetje vakantie.

2 diagnoses voor de prijs van 1

Ik ben thuis.
Staakt het medeleven, viert uw Pasen.
Ik zal u zelfs een reden geven om mij te haten: ik sta een paar kilootjes te mager.

Diagnoses?

De longfunctie-proeven die ik gisteren aflegde, hebben nog meer duidelijkheid gegeven over de astma-vermoedens die ik volgens de dokter (bij onze vorige ontmoeting, 10 jaar geleden) al had moeten gehoord hebben.

Wacht, ik neem even de papieren die ik aan mijn huisarts moet geven…
(en die envelop is natuurlijk dichtgeplakt) (tiens, nu niet meer)

diagnose

Punt 1, post nasal drip syndrome, heeft op het eerste zicht weinig met de longen vandoen. Maar de neus (bovenste luchtwegen) is nu eenmaal verbonden met de longen (onderste luchtwegen) en indien de aanhoudende infecties daarboven de neiging hebben om te zakken… Dat wisten we al. Dan verhoogt het risico op longontsteking. En dan hoest ik mij een accident.

Punt 2, astma: ik ben daar tegelijk boos en blij om.

Boos om astma? Natuurlijk heb ik astma, ik heb altijd astma gehad, alles klopt, zolang ik me kan herinneren. Dus waarom heeft het 38 jaar geduurd voordat ik dat van een dokter moet horen? En had ik in mijn kindertijd óók al die sloffen sigaretten moeten meeroken indien de huisdokter, inter pares, elke nachtelijke crisis waarbij ik werkelijk dacht het niet te overleven, niet meteen zou hebben afgedaan als een aanval van valse kroep?

Wat zegt u? Dat we nu in andere tijden leven? Het zal wel. “Dat er zelfs nog dokters sigaretten rookten op hun kabinet!” Ja, het zal wel. Maar ik geloof het niet, zoveel gebrek aan gezond verstand.

Een vergelijkbare volks-apathie doet zich nu voor bij fijn stof, een probleem waarvoor de generatie van onze kinderen het onze generatie hopelijk hun hele lange leven nog zal blijven kwalijk nemen.

Ik hoor het Lena nu al zeggen, binnen 30 jaar: “Maar papa, hoe KON dat?? Alle rapporten zegden hetzelfde en jullie generatie deed NIETS? HELEMAAL NIETS??”

Blij met astma? Ja, ik heb nu een coole puffer — Inuvair, het nieuwste model, chic — en zo word ik eigenlijk ook een beetje slimmer: ik sta nu dichter bij Leonard Hofstadter.

Ik kreeg nog een medicatie-draaiboek mee. Voor 5 medicijnen.
En dan in juni op controle om te kijken of het aanslaat.

Alvast een paar medische tegenvallers:

  • Het proper houden van de nasale zone, dat gebeurt met een spray. We zijn nog maar een dag bezig en ik heb al 2 neusbloedingen uit beide neusgaten gehad, ondanks de neuszalf.
  • Het hoesten is nog niet gedaan en klinkt nog even viezig als vanouds… maar de frequentie neemt af, dat is goed.
  • Ik heb soep gemaakt en patatten gekookt. Nu ben ik een wrak.

Er zijn ook een paar minder medische tegenvallers:

  • Morgen ga ik eens ernstig nadenken over de komende week, ongeveer de drukst gevulde week van het schooljaar, dag en avond. De maandag (mijn lesvrije rustdag) valt weg en er komt een werkzaterdag bij. (‘t is Digitale Week, dat ook nog, vrijdag geef ik workshop) (die workshop ging ik voorbereiden in de paasvakantie)
  • Nog 5 belangrijke weken te gaan in de praktijkmodule Gidsvaardigheden, ‘t is voor punten vanaf nu. (die opdrachten ging ik allemaal voorbereiden in de paasvakantie)

‘t Is nu niet dat ik geen doktersbriefje heb om nog de hele week thuis te blijven, dat niet. Ik zou het misschien willen uitleggen maar ge zou het misschien niet willen begrijpen.

voor alles een eerste keer: een vakantie in de kliniek

(voor wie hier al een tijdje meeleest: de titel is een grapje)

Dat van dinsdag, over de geheime ziekte, dat blogje heeft mij de volgende ochtend beleefd op de schouder getikt.

Om dan, toen ik mij omdraaide, een dreun te verkopen waarvoor ik me gewillig neervlijde op goedkoop kliklaminaat, dat geeft gemakkelijker over.

De huisarts kwam op bezoek en vond het geen misplaatst idee om meteen naar het ziekenhuis te gaan. Dan weet je hoe laat het is. Zeker als je zo’n hemd met open rug moet aantrekken: samen met je trui steek je ook een beetje waardigheid voor minstens een paar dagen op zak.

Ondertussen ben ik 51 uren in de kliniek, afdeling Hoest- en Reutelologie. Een oude ziekenhuisvleugel die als tijdelijke opvang dient, vanaf september verhuist de pneumologie namelijk naar een vers gerenoveerde vleugel met alles erop en eraan. Misschien zelfs met kamers waar je je kan wassen, dat zou niet slecht zijn.

Mijn ongelukkig moment heeft dus gekozen voor een ongelukkig moment.
De verpleegsters maken er toch het beste van. Lichtpunt!

Maar praktische zaken verdwijnen in het niets tegen mijn allergrootste frustratie: het gebrek aan communicatieve vaardigheden bij sommige dokters.

De enige arts die mij meerdere vragen en bijvragen heeft gesteld, die daarbij bijzonder luisterbereid was en die dan ook nog eens de tijd nam om mij heldere antwoorden te geven op al mijn vragen, was de spoedarts. (‘t is dat ik toen nog te groggy was om haar naamplaatje goed te kunnen lezen maar het begon met ‘ayl’ en ze heeft mijn geloof in de goedheid van de doktersmens gered)

De longarts waarmee ik al een afspraak had gemaakt, voor vandaag trouwens, heb ik helemaal niet gezien. Dat zit zo: meer dan tien jaar geleden ben ik nog eens naar een (andere) longarts gesukkeld — ik wist zelfs de naam niet meer — en het zal ongetwijfeld wel aan mij hebben gelegen maar ik voelde me toen, snotneus van amper 28 jaar zijnde, met een vrijblijvend kluitje in het onbegrijpelijke riet gestuurd. En dat dossier hebben ze nu opnieuw bovengehaald.

Gisteren, 24 uren na opname, heb ik die arts drie korte haastige minuten gezien. Je zou denken: het is 10 jaar geleden, hij stelt wat vragen over hoe het al die tijd is gelopen met mijn longproblemen, en al. Niets van. Geen vragen. Had ik niet nog snel naar het resultaat van de longfoto gevraagd, dan had hij me zelfs die informatie niet gegeven, de deurknop al in de hand.

Ondertussen zijn er heel wat onderzoeken geweest. Foto’s en CT-scan van thorax en sinussen. Bloedonderzoeken. Dingen. En zopas is de dokter hier voor een tweede keer zijn 3 minuten komen spenderen. Deze keer was hij veel rustiger en zijn telefoon heeft niet gerinkeld, dat heeft verschil gemaakt. Ik heb vragen durven stellen. En ik heb (onduidelijke) antwoorden gekregen.

Maar wat is nu de diagnose?
Omdat ik dokters, in de betekenis van mensen-die-doorgeleerd-hebben, altijd het voordeel van de twijfel geef, ga ik er nu vanuit dat de onduidelijke perceptie van hun antwoorden alleen te wijten is aan het feit dat de informatie zich in dit geval ook op onduidelijke wijze aandient. Op basis van de onderzoeksresultaten denkt de dokter aan chronische infecties van de bovenste luchtwegen (sinussenzone) > die infecties zouden dan telkens opnieuw doorzakken naar de onderste luchtwegen > waar ze met veel enthousiasme worden opgewacht door hypergevoelige longblaasjes. Of zoiets.

En wat is dan het vervolg?
Het masterplan: zorgen dat ik minder infecties opdoe.
Er zou gisteren of vandaag een NKO-arts gekomen geweest zijn…
“Nog niet geweest??” > “Eh, nee, niet geweest.” > “Ah. Oké. Dag.”

De woorden zijn hier duurder dan de honoraria.

Maar mag dat fucking infuus er dan toch eindelijk uit?
Eh… Nee.

En ben ik ambetant?

de geheime ziekte

Om dit weblog wat nieuw leven in te blazen: een grote pot gezaag.

Begin maart: ik ben al een paar weken aan het (blaf)hoesten. Ter gelegenheid van de krokusvakantie ga ik naar de dokter. Diagnose? Geen.

Wel antibiotica. (+ bloedonderzoek, niks gevonden)

3e week van maart. Nog steeds aan het hoesten, geen energie, geen eetlust, koortsig. Ik terug naar de dokter. Diagnose? Geen.

Wel antibiotica. (+ longfoto, niks te zien)

14 april. Opnieuw koorts en niks waard. Nog steeds serieus aan het blaffen maar deze keer met ademnood, veel pijnlijker bovendien. (wat ook een beetje te maken heeft met een spierscheur en/of een gekneusde rib of zoiets — het lijkt alsof iemand bij elke hoestbui een mes in mijn borst plant) Ik terug naar de dokter. Diagnose? U raadt het.

Wel antibiotica.

3 antibiotica-kuren in 7 weken, dat is niet normaal. De dokter belt het ziekenhuis: blijkt het toevallig deze week de Nationale-Week-Dat-Zo-Goed-Als-Alle-Pneumologen-Op-vakantie-Zijn.

Enfin, ik mag vrijdag bij de specialist. Ik maak mij geen illusies over de diagnose.

Ondertussen lopen Lena en Zita ook nonstop te hoesten en zijn ze beiden alweer aan de aërosol.

Ik begin stilaan te vrezen dat “crappy genetisch materiaal in combinatie met wonen in Fijnstofland” de enige juiste diagnose is.

8 jaar. zotjes.

Lena werd vandaag 8 jaar.

tafelkampioen

Al 8 jaren dat wij hier The Feast of Saint Patrick vieren.

Gisteren zijn we voor haar verjaardagsfeestje naar Kopergietery geweest, naar de voorstelling ‘Toink’. En die was fantastisch, we hebben er allemaal van genoten.

Als ik het mij goed herinner, dan werd ze vorig jaar al zeven jaar.

7 jaar!

En daarvoor: zes.

taart

En vijf.

Lena is jarig

Vier.

Lena jarig (Lokeren)

Drie.

Lena

Twee.

Nieuwpoort

Een.

Nul.

De Lijn antwoordt

Weet ge nog? Lang geleden: ik was boos op De Lijn.

Samengevat: ik rij mijn fiets kapot doordat er zowel op als naast het fietspad van het Neuseplein geen uitwijkmogelijkheid is om de verputting / verbulting der tramsporen te ontwijken. Foto:

neuseplein sassekaai

Mijn eerste klacht dateert van december november 2013. Omdat De Lijn niets wilde doen en zelfs niet wilde antwoorden, heb ik dan vorige maand zowel de Vlaamse Ombudsdienst als de klachtendienst van De Lijn zelf ingeschakeld. Nu moesten ze wel antwoorden. Maar meer ook niet, dat is duidelijk:

antwoord de lijn

Gelezen?

“Uit ons onderzoek blijkt”, wat zou dat betekenen?

Hebben ze net als ik met hun fiets het fietspad genomen om dan tegen een normale snelheid die bultkorsten te dwarsen? Heeft die fiets dat overleefd? Hadden ze een luier aan om al die blauwe plekken op hun poep te vermijden?

Nee, echt, dat onderzoek, dat moet nogal wat geweest zijn.

Het is eindelijk officieel: De Lijn haat fietsers.
En krijgt daar heel erg veel centen voor.

En hoe zou het nog met de Bataviabrug zijn?

Ach, waar is de tijd dat hier bijna wekelijks iets over de Bataviabrug verscheen.

Ik hou van die brug. En om die reden werd ik 4 jaar geleden geïnterviewd voor het Gentse Stadsmagazine, editie april 2010. (ik ging hier een link plaatsen naar de pdf-versie van dat interview, helaas gaat het online archief maar terug tot januari 2011) (tot zover mijn 5 minuten eeuwige roem)

Ik heb spijt van dat interview. Ook al ben ik supporter van Stad Gent, ik heb me voor dat Stadsmagazine laten misbruiken voor een goednieuws-show, zeker als je dat vandaag zou herlezen.

In juni 2012 werd de brug opgeleverd. Ik heb ze nog 1 maand gebruikt voor woon-werk-verkeer, nadien is onze fabriek verhuisd naar het Rabot en ligt ze buiten mijn route. Ik zou de brug nog kunnen gebruiken om gewoon naar de stad te fietsen.

Zou.

Deze magnifieke fietsbrug is de facto onbruikbaar voor fietsers.
Waarom? Kijkt u even mee:


.
Ik heb een code voor dit weblog: ik ga niet beginnen zagen als ik niet eerst een aantal reguliere stappen heb ondernomen. Reeds in 2012 kreeg ik het weinig verlossende antwoord dat er zowel aan de Ham als aan de Doornzelestraat geen fietsoversteek zal komen, staduitwaarts. Zo’n oversteek zou immers te dicht bij een andere oversteek en/of verkeerslichten liggen en dat mag niet.

Maar dat de Doornzelestraat het verlengde van de brug is, een verbindingsweg voor uitgaand fietsverkeer, dat die straat uitkomt op een gevaarlijke bocht van de stadsring, is blijkbaar geen argument. Want in elk antwoord kwamen de woorden “Handelsdokbrug” of “Verapazbrug” naar boven. Vrij vertaald: “Wachten op Godot”.

Die Handelsdokbrug / Verapazbrug had er al 20 jaar moeten zijn. Maar ook volgend jaar en de jaren daarna zal de stadsring nog samenvallen met Dok Noord en Dok Zuid. En dus niet verkeersluw zijn. En dus niet zomaar over te steken zonder gevaar. Dan zwijg ik nog over fietsende kinderen.

Of het wegdek van de Koopvaardijlaan. Dat ligt er al zolang ik me kan herinneren abominabel bij. De oude treinsporen moeten bijvoorbeeld uitgebroken worden. Wedden dat het iets te maken heeft met bevoegdheden. Of Zwarte Piet.

Hoe zou het nog zijn met de Post Plaza?

Dat ik het niet weet, dat ik het niet weet.

Gent, 'Post Plaza'

Het voormalig postgebouw is vorig jaar opnieuw van eigenaar gewisseld. Een vastgoedgroep zou het nu ‘verkaveld’ willen verkopen of verhuren?

Het gebouw werd 16 jaar geleden al van de hand gedaan door de Regie der Posterijen en nadien verbouwd tot een duur winkelcentrum voor mensen die heel graag in een duur winkelcentrum rondlopen. Dat heeft nooit gemarcheerd. (maar laat dat fiasco de projectontwikkelaars niet tegenhouden om een paar honderd meter verder aan de Vrijdagmarkt een nieuw winkelcentrum te bouwen in het hart van de stad, doch dit terzijde)

En dan was er plots luid feestboekgeroep en zo, tegen de leegstand van het postgebouw. En dan was er stilte. En dan kwam vorig jaar het gerucht dat Apple er een Apple Store van zou maken. Och, ze zeggen zo veel.

Ondertussen staat het gebouw al 5 jaar leeg en zie ik hier dagelijks toeristen binnenwandelen en nadien buitenkomen met vreemde ogen.

Gent, Penelope Cruz

Gent, Penelope Cruz

Gelukkig is Penélope Cruz er nog.
Speciaal voor mensen die graag in een leeg winkelcentrum rondlopen.

de koers

Het was 3 jaar geleden dat ik nog eens naar Gent-Gent was gaan kijken.

In 2011 …

Omloop Het Nieuwsblad

… en in 2010 …

Gent-Gent, Omloop Het Volk

… kreeg ik Lena nog mee.

Vandaag had ze niet veel goesting.
En aan Zita moet ik dat zelfs niet vragen. Zita vindt — bij wijze van statement of zo — alles stom wat ik leuk vind.

Maar de koers. Noem mij een willekeurige uitwas van Vlaamsch Volksvermaak en ik haal er mijn neus voor op. Eurosong / Komen Eten / kortingsbonnen / solden / verbouwen / naar de zee rijden / in de file staan / … you name it.

Behalve dan DE KOERS, ik kan daar helemaal in opgaan.

Deze morgen zag ik mensen met pretoogjes. Gewoon, omdat het de eerste koers van het jaar is, ik begrijp dat. De geur van geschoren koerskuiten, het gezang van derailleurs. De papa die “Kijk daar! Tom Boonen!” naar zijn zoontje roept, terwijl hij wijst naar Guillaume Van Keirsbulck.

Heerlijke sfeer, altijd. Nog nooit zag ik de ene supporter een gebaar maken naar de andere supporter. Er is een ongeschreven code bij mensen die naar de koers komen kijken, dat ze nooit boos mogen worden als iemand bier over hun jas morst.

Ik heb vandaag ook mezelf gezien, aan de andere kant van de nadars.

handtekeningen jagen

Radio Nostalgie.

Toen ik thuiskwam ben ik gelijk zot beginnen zoeken in mijn foto-albums van vroeger. Ik vond deze foto van mijn neef en ik, samen met Eddy Planckaert. (1981)

Eddy Planckaert en ik

The times …

Volg

Ontvang elk nieuw bericht direct in je inbox.

Doe mee met 39 andere volgers

%d bloggers like this: