Zita zag eens pruimen hangen
Er is trouwens geen enkel verband tussen onze pruimenoogst en die joekel van een buil op haar voorhoofd, zo is ze thuisgekomen van school.
“Zita, wat is er gebeurd? // “Ik ben gewoon gevallen!” // “En hoe ben je gevallen?” // “Gewoon! Dat heb ik al duizend keer gezegd!” // “Eh, Zita, ‘t is niet waar, je hebt dat nog niet verteld, hoe ben je gevallen?” // “Gewoon! Op de speelplaats gewoon, gewoon van da wiebelding!” (Zita is nogal aan het ‘gewoon’ dezer dagen)
Maar de pruimenoogst. In 2004 plantten we drie halfdode fruitbomen: een kriekelaar, een perelaar en een pruimelaar. In een weidse Daknamse zandvlakte weigerden deze bomen al jaren dienst, we hebben ze toen geadopteerd en goed verzorgd maar de perelaar en de kriekelaar hebben de verhuis helaas niet overleefd. Vier jaar later, in 2008, hing er plots een pruim aan onze pruimelaar, welgeteld 1 pruim. Opnieuw vier jaar later hebben we een bakje vol! Oké, ze zijn niet ‘als eieren zo groot’ maar ze zijn wel zeer lekker.
Ik vind weinig dingen zo genietbaar als door uw eigen tuin lopen en fruit plukken en dat meteen met veel smaak opeten.


