[ik heb nog niet eerder een gentblogt-tekstje op mijn persoonlijk weblog gezet maar voor deze tekst maak ik logischerwijze een uitzondering]
Bijna dagelijks fiets ik voorbij huizen waar ik vroeger nog heb gewoond. De laatste tijd betrap ik mezelf steeds vaker op dagdromerij als ik die adresjes passeer.
(1) Schouwvegersstraat 26. (1993-1996)
Hier zat ik op kot. Een rijhuis met zeven studentenkamers, ik sliep op de tussenverdieping wegens goedkoop (3400 frank per maand). Met de nadruk op sliep. En ook werkjes uitschrijven met stylo, eerst in ‘t klad en dan in ‘t net. Ik was nog één van de weinige studenten die het zonder computer moest stellen (mijn eerste pc heb ik gekocht toen ik 22 was). In de Schouwvegersstraat heb ik ongelooflijk graag gewoond. Ook al lijkt het een studentenstraatje, toch woonden links en rechts van ons geen studenten maar ‘gewone’ mensen waar we een goed contact mee hadden. Tegenover ons woonde Grazz, toen hij nog gewoon DJ Grazzhoppa heette. Hij woonde in het eerste huis voorbij de blinde muur van Sint-Lucas (kunstsecundair).
Ik zou een een boek kunnen schrijven over de toeren die we hebben uitgehaald in de Schouwvegersstraat. Drie andere kotgenoten waren goede vrienden uit Lokeren (nee, het zijn dus niet uitsluitend Westfluten die op kot zitten vlakbij Sint-Lucas). Maar de speeljaren naderden hun einde en samen met de beslissing om voor een diploma te gaan, kwam de verhuis naar de Rodelijvekensstraat. Een nieuw adres, een nieuw leven. Ik kocht een wekker en een kopieerkaart.
(2) Rodelijvekensstraat 118. (1996-199
Geen kot maar een gezellige beluikwoning. Ik woonde daar samen met een vriend die toen al werkte. En een poes (Sioban, die nu nog leeft en zijn oude dag slijt in Lokeren). De benedenverdieping was gemeenschappelijk (woonkamer, keuken, badkamer) en de eerste en tweede verdieping slaapkamers. Eigenlijk heb ik daar maar een goed jaar gewoond want in 1998 woonde ik even op de 11e verdieping van een flatgebouw in Amstelveen. Om de zoveel minuten een vliegtuig boven mijn hoofd en zo zat ik noodgedwongen de hele dag in de binnenstad van Amsterdam, waar ik aan de Hogeschool Amsterdam mijn laatste jaar heb afgewerkt. Mijn kamer in de Rodelijvekensstraat kon ik via Erasmus verhuren aan een Nederlander die in de Hogeschool Gent een bierproject volgde, of zoiets.
(3) Ottogracht 7. (1998-1999)
Verschrikkelijk! Slechts 10 maanden heb ik daar gewoond. Ik gaf mijn eerste jaar les in een middelbare school ver weg van Gent en ik associeer de Ottogracht alleen maar met afzien. Overdag lesgeven, ’s avonds tot heel laat lessen voorbereiden. In de Ottogracht woonde ik op een piepkleine studio onder het dak. Mijn vriendin studeerde nog en zat twee straten verder op kot. Zij kwam mij elke avond zeggen dat het allemaal zo erg niet is en dat een schooljaar zo voorbij is en dat ik dan wel een andere job zou vinden. En zo geschiedde: een nieuw adres, een nieuw leven. Alweer.
(4) Vorkstraat 15. (1999-2001)
We verhuisden naar de Vorkstraat, naar een arbeiderswoning met dunne muren. In die tijd had de Vorkstraat nog 2 volledige huizenrijen maar de straat was toen al verkommerd. Als ik het goed heb, is de kant aan de Achtermuide nu volledig platgegooid en plant men daar sociale appartementen. In 2001 zijn we wegens geluidsoverlast op zoek moeten gaan naar een ander huis. Onze buurman was een jonge gast die ’s avonds moest werken en ’s nachts zijn stereo of tv veel te luid zette. Het kruid in zijn sigaretten zorgde er voor dat hij als een blok in slaap viel en dat het lawaai pas de volgende ochtend werd afgezet. Leven in de stad, het vereist een minimum aan opvoeding.
(5) Phoenixstraat 58. (2001-2004)
In de Phoenixstraat kenden we een eerste upgrade van ons wooncomfort. Een prachtig gerenoveerd beluikhuis, te bezichtigen in het beluik ‘40-60′, naast bloemenwinkel Blue Nimf (die toen aan de overkant was maar nu is verhuisd naar de plaats van de terziele gegane buurtwinkel ‘In den witte Turk’ - ja, zo stond het er echt). Maar de Phoenixstraat is een heel drukke, lawaaierige straat. Tot zover de nadelen want wonen in die straat betekent ook: op uw sloffen om een krant, een döner kebab, een brood.

(6) Maar we hunkerden toen al naar een rustig huis, een tuintje misschien, een optie op kinderen. Sinds 2004 wonen we in de rand van Gent, zoals zovele jonge gezinnen. Gelukkig fiets ik nog dagelijks door het centrum van Gent. Het wegdromen hoort daar stilaan bij.