Lesdoel vandaag: een mop begrijpen.
Dus heb ik moppen verteld in de klas. En laten vertellen.
Begonnen met het konijn en de worteltaart. Het niveau van deze groep is vrij hoog, ik wist dat ze alles begrepen hadden. Maar de meesten lachten eerder uit beleefdheid (inburgering geslaagd).
Dan nog een mop uit de vluchtelingenserie verteld, over die Afrikaanse vluchteling die, als goede Belg, de Lesse wil afvaren. Zijn kano kiepert om en hij moet door omstaanders gered en gereanimeerd worden. En dat er dan iemand opmerkt dat er maar liefst drie zwemdiploma’s in zijn doordrenkte portefeuille zitten. En dat ze hem dan vragen waarom hij niet naar de kant is gezwommen. En dat hij dan antwoordt: “Hoezo?! Die diploma’s zijn hier toch niet geldig?!”
Dat vonden ze al wat grappiger.
Een vijftal cursisten heeft dan zelf ook nog een mop verteld. Ik heb ook gelachen uit beleefdheid. En na een lange discussie bleek dat er in vele culturen wel een traditie bestaat van moppen vertellen maar dat dit eerder iets is wat wij onder ‘anekdotes’ of grappige verhalen verstaan. Bijvoorbeeld, K. vertelde een mop. Over haar zus op de bus, toen plots de bus stopte en een tijdje stilstond. De bus zat overvol. In het geroezemoes van de passagiers meende het meisje te horen dat iemand zei dat de bus zou ontploffen. Waarop ze begon te roepen: “Help, ik wil eruit, de bus gaat ontploffen!” Waarop de passagiers in paniek alle ruiten van de bus uitgegooid hebben en naar buiten gevlucht zijn. Einde mop.
Ik lach uit beleefdheid en feliciteer K. met haar fantasie. Waarop zij verbouwereerd reageert en mij garandeert dat het echt gebeurd is (in Djibouti). De meeste cursisten vonden het raar dat ik aan de echtheid van het verhaal zou twijfelen. En toen zei B. plots iets heel grappigs: “Maar Ivan, jij vertelt over een konijn en een bakker! Dat kan niet! Een konijn kan niet spreken! Aha! Het is niet waar!”
Mijn kaken doen nog zeer.
maandag 28 april 2008
Het in memoriam horen voorlezen door Jef Lambrecht en dan doen alsof ge uw brilglazen wilt kuisen.
Dan deze hele godvergeten woensdagavond doorbrengen met een vijftiental volwassenen waarvan niet één, niet één, al ooit van hem heeft gehoord.
Dan. Er met uw hoofd niet bij zijn. Niet uitgelegd krijgen waarom dat komt. Dat ge voortdurend terugdenkt aan die keer dat het klaslokaal van ‘t vijfde middelbaar een barak in Compiègne moest voorstellen en dat het hoofdkussen onder uw bruine frak dreigde op de grond te vallen. En dan bang zijn dat het u punten zou kosten maar dat ge uiteindelijk een negen kreeg en de vermelding dat Herman Teirlinck een optie was.
Ik speelde Kilo.
Er was ook nog Max en Jager en de Jongste Minne en de Oudste Minne en er was Malou. Er was Malou. En natuurlijk had zij die rol van Malou. Ja Boom, dat moest weer lukken. En dan stonden we plots zogezegd buiten de barak in Compiègne een klapke te doen. En ze zei dat ze het allemaal zo niet bedoeld had met die Polen op dat feest. Ja dat zal wel, zei ik. En dat van die keer na de repetities bij u thuis? Dat was ook niet zo bedoeld of wat?
woensdag 19 maart 2008
Als ik op het werk aan mijn bureau zit en ik zou mijn nek heel erg naar links draaien tot het pijn doet en ik zou dan over mijn schouder kijken en de proper gewassen ramen zouden wat breder zijn, dan zou ik kunnen zien wat u vandaag kan zien in De Morgen op bladzijde 9: een blauwe iguanodon die al een eeuwigheid wacht op een brug.

Ik volg dat dossier al een hele tijd. Niet alleen het project Oude Dokken maar ook het Masterplan Dok Noord (reconversie van de vroegere ACEC-fabriek, waar een deel van onze school is gevestigd). Bijzonder complex maar geweldig interessant.
Bovendien fiets ik elke dag van Lourdes naar Dok Noord via de Oude Dokken. En die Handelsdokbrug zou mij toch een dikke 5 minuten tijdwinst opleveren. Als ze er ooit komt vóór ik gepensioneerd ben. Dat ze zich maar haasten.
dinsdag 4 maart 2008
Deze morgen op de radio: over wat zo’n schrikkeldag extra oplevert voor onze economie.

Ondertussen is het middagpauze en voel ik me steeds schuldiger. Maar enige burgerzin is mij niet vreemd, dus neem ik NU een halve dag verlof en fiets naar het centrum van Gent, alwaar ik het koopvee zal vervoegen.
Tot zover mijn bijdrage aan de economie vandaag.
vrijdag 29 februari 2008
Vandaag heb ik geprobeerd iets *niet* te onthouden. En dat is mij grandioos *niet* gelukt. Ik veronderstel dat het bij u ook niet lukt en dat het dus een ernstige tekortkoming is van het menselijk brein.
Maandag startte ik een nieuwe cursus. 19 nieuwe studenten. 19 nieuwe namen. Ik maak er een erezaak van om iedereen de 2e les te kunnen aanspreken. Zonder naamkaartjes. Normaal kan ik dat.
MAAR. Vandaag heb ik 2 keer een zieke collega vervangen. 32 namen die ik niet moet onthouden. Niet *wil* onthouden want ik ben bang dat ik dan de 19 namen die ik wél moet onthouden, niet zal onthouden. Bent u mee?
Dus heb ik vandaag geprobeerd om de Ali’s en de Sevda’s zo snel mogelijk te vergeten. En nu zit ik al de hele avond met tientallen namen in mijn hoofd: de Ali’s en de Sevda’s van die 2 vervangingslessen. Niet één naam van die groep die nog tot juni mijn groep zal zijn.
Grrrr.
Het geheugen, dat is een valse tiek.
dinsdag 26 februari 2008
De opwarming van de aarde is zowat omgekeerd evenredig met de opwarming van uw lijf.
Al sinds ik werk waar ik werk, draag ik T-shirts op het werk.
Lente, zomer, herfst, winter. Alle dagen T-shirts.
Zonder onderlijveken — ik heb ook mijn gevoelens.
Hoe dat komt:
- Ik ga met de fiets naar het werk, dat warmt op.
- 99 % van onze cursisten komt niet met de fiets, dat koelt af.
- Studenten zitten op een stoel — dat is praktisch maar het koelt af.
- Afgekoelde cursisten draaien graag aan radiatorknoppen.
- NT2-les geven: dat is theater, dat is body language.
- Body language warmt op.
Dus als ge écht iets wilt doen tegen de opwarming van de aarde, schaft dan het onderwijs af komt dan vanavond een danske placeren!

vrijdag 15 februari 2008
En toen zei iemand: “Maar Ivan toch! Mocht jij met je familie in een ver land wonen en daar een taalcursus volgen en ze zeggen dat je een examen moet afleggen op Kerstdag, dan zou jij toch ook niet komen?!” En toen zei ik: “Oh jawel. Zeker weten.” En toen dacht iemand: “Moh gij moeilijke mensch!”
En toen ging ik de klas binnen en stelde ik iedereen voor om de examens van 20 december in te halen op 25 december want dan heb ik nog een gaatje in mijn agenda, tenzij er tegen die dag een kindeken in onze kribbe ligt. Ik zei: “Het is dan wel bij mij thuis want het schoolgebouw zal gesloten zijn — maar ik geef jullie een routebeschrijving, met de fiets sta je op 20 minuutjes in Oostakker.” En toen werd het stil. Hier en daar zag ik een dappere wenkbrauw zich aan een frons wagen. En even later durfde C. vragen of het een grapje was. “Ja C., het was een grapje maar toch zullen jullie zelf met een oplossing moeten komen.”
Het was meteen ook de ideale aanleiding voor een zeer geanimeerde discussie (ongeveer de helft van de klas is moslim, de andere helft iets anders en de leraar eh… nog iets anders). Het ging over schapen en religies. Over feesten en tradities. En ik voelde me heel even alleen op de wereld. Of om het met een liedje van Primus te zeggen: “To defy the laws of tradition is a crusade only of the brave”.
En als u me nu even wil excuseren: wij moeten dringend een naaldboom in huis halen en die dan vanavond vol lichtjes hangen.
zaterdag 15 december 2007
Snif. Vandaag was het de laatste Dinsdagdag. Alle volgende dinsdagen zullen nog slechts dinsdagen zijn.
15 maanden heeft het geduurd. En nu is het dus voorgoed voorbij. Vanaf volgende week werk ik opnieuw voltijds. Sinds september 2006 genoot ik ouderschapsverlof in de vorm van arbeidsduurvermindering met één vijfde. Daarvoor kreeg ik een premie van de RVA (96 euro/maand) en werd ik aangemoedigd door de Vlaamse gemeenschap (122 euro/maand). Die laatste premie kreeg ik slechts 12 maanden. Bovendien is de aanmoedigingspremie eenmalig in een carrière, dus als ik ook ouderschapsverlof zou aanvragen voor ons 2e kindje, dan zal ik het met wat minder moeten doen. Voorlopig spaar ik dat tweede ouderschapsverlof nog op, je kan dat opnemen tot het kind de leeftijd van 8 jaar heeft bereikt. En over enkele jaren zal er in deboom residence misschien wat meer financiële ademruimte zijn. Een mens kan maar dromen.
Vandaag was dus de laatste dag van een koninkrijk. Die wereld bestond uit één koningin en één nar. Samen beleefden ze mooie momenten — de allermooiste wanneer de koningin even dacht dat zij de nar was.
Wat ik enorm zal missen:
- de speeltuin — de speeltuin voor ons alleen
- naar de bakker via het eendenstraatje — bij elk eendje: “ta!”
- naar de geitjes — naar de koeien
- naar de schapen — het hondje dat daar altijd op ons zit te wachten
- doelloos rondfietsen bij goed weer en elkaar proberen overstemmen
- de blikken van mensen die luidop geen schande durven spreken
(“Kijk! Daar! Een papa met zo’n klein kind alleen! Op een terrasje! Die werklozen! Daar betalen wij belastingen voor! Of nee, oops, toch niet, ik werk ook niet, eh… en toch is het een schande!”)
- de blikken van mensen die luidop hun vertedering niet durven uiten
(“Kijk! Daar! Een papa met zo’n klein kind alleen! Op een terrasje! Zo lief!”)
- de blikken die we helaas niet konden zien wegens achter gordijnen, wanneer we samen in de tuin speelden
- de blikken van mensen die Lena moederziel alleen zagen rondlopen in de Carrefour, terwijl ik alles observeerde van op een bereikbare afstand — vertrouwensspelletjes
- de eenzame rust tijdens haar middagdutje
- en nog: de eenzame rust tijdens haar middagdutje



dinsdag 27 november 2007
Een zekerheid uit mijn jeugd: Phil Bosmans is niet grappig maar hij heeft altijd gelijk. Er is een tijd geweest dat ik dat vervelend vond. In de grote studiezaal van het college hing een kader: “Erger dan niet geslaagd te zijn, is niet geprobeerd te hebben.” Grrrr. We hadden ook examens in die zaal. Ik zat vaak weg te dromen bij de nietszeggende foto onder die tekst. Een eenzame vogel in de lucht. Uiteraard.
Nog eentje om het af te leren: “Een dag niet gelachen, is een dag niet geleefd.” Geen slecht idee om elke avond voor het slapen gaan eens onder ‘t bed te kijken of er geen vreemde schoenen staan eens je dag terug te spoelen en jezelf de vraag te stellen: “Waarmee heb ik vandaag moeten lachen?” Een heel goed idee, applaus voor mezelf. Laat ik er vandaag mee starten.
Bijvoorbeeld deze morgen. 2 minuten over 9. Ik zie dat iedereen is gaan zitten en ik wil beginnen met de les. Ik ga naar de deur om ze te sluiten. Ik zie dat A. nog snel opstaat en naar de deur loopt voor ik ze kan dichtdoen. “Sorry”, zegt hij. Ik hou de deur open en ik hoor hem nog iets murmelen in de gang. Ik moet het eerst in mijn hoofd herhalen om te weten wat hij zegt. “I. Need. More. Coffee.” Tot aan de pauze heb ik staan lesgeven met een grijns op mijn gezicht.
donderdag 15 november 2007
Het was weer woensdagdag vandaag. The longest day. ’s Morgens de koude donkerte in en 14 uren later de koude donkerte in.(*) Thuiskomen op een uur dat een mens in bed kruipt maar het gevoel hebben dat uw dag nog moet beginnen. Lena willen zien maar ze niet willen wakker maken en daar droevig van worden. Dringend moeten slapen maar nog adrenaline te over. En indrukken te verwerken.
Zoals daar zijn:
- dat het op de fiets te koud is voor geen muts maar na honderd meter veel te warm voor een muts,
- dat Bernard Dewulf er in slaagt om in een cursiefje de enige juiste analyse te maken van 157 dagen bijna-Leterme — over zijn zoontje dat 0 op 10 kreeg voor groepswerk omdat het groepswerk niet het werk was van de groep, over verantwoordelijkheid dus, en samenwerking en narcisme en navelstaren en zo,
- dat ik het moet afleren om mails te beantwoorden als ik helemaal geen tijd heb om mails te beantwoorden - want dat ik dan altijd spijt heb dat ik mijn sneren niet beter geargumenteerd heb - en dat het dan geen sneren meer zouden zijn,
- dat ik zopas op m’n eentje de begeleiding in het open leercentrum heb gedaan voor het aantal deelnemers dat normaal het maximumaantal is voor twee begeleiders en dat ik dat weliswaar overleefd heb maar er toch voor zal zorgen dat zoiets nooit nog voorvalt.
(*Wat een geluk dat ik geen vrouw ben, de mensen zouden mij anders lastigvallen met de vraag hoe ik dat kan combineren met mijn gezin)
donderdag 15 november 2007
In de klas zitten ze altijd naast elkaar. Y., O. en A. — Turks, Armeens en Koerdisch.
Het lijken wel broers. Ook partners in rookpauze. Altijd in voor een grapje. Gisteren hadden ze geprobeerd om elkaar te helpen bij een toets. Ik gaf een gespeelde uitbrander en de pret kon niet op. Ik zei dat ik het leuk vond, gezien de recente gebeurtenissen, dat net zij gedrieën de beste vrienden zijn. De reactie van Y was even simpel als kurkdroog.
“Allez Ivan, hier niet Irak hé! Hier België!”
De wereldvrede zit in mijn klas en spreekt gebrekkig Nederlands.
vrijdag 26 oktober 2007
Ik ben een light-versie van Herbert Flack in ‘t diepst mijner gedachten. Mijn huisgenoten (meervoud) genieten zichtbaar als ik verhaaltjes voorlees. Mijn ego vindt dat fijn.
Ik lees heel graag voor. Niet alleen thuis, ook op het werk. Studenten die nog moeite hebben met technisch lezen, slagen er niet in om én een tekst te lezen én die tegelijkertijd te begrijpen. Voorlezen kan dat probleem oplossen. Zelfs als het de bedoeling is dat studenten de tekst gaan lezen, dan is voorlezen geen luxe, eerder een noodzakelijke voorwaarde. Het is een didactische blunder om iemand een tekst luidop te laten lezen als hij die tekst nog niet gelezen heeft én nog niet begrijpt.
Niet alleen daarom maar ook en vooral omdat voorlezen zo leuk is, maak ik heel graag reclame voor de voorleesweek van 17 tot 25 november. Alle informatie op voorlezen.be – een aantrekkelijke website met veel informatie, waaronder bijvoorbeeld voorleestips per leeftijdscategorie. Maar ook links naar boekbaby’s en de boekbaby’s-blog (die al meer dan een jaar bestaat maar die ik vandaag pas ontdekt heb).
vrijdag 19 oktober 2007