Skip to content

weg met positieve discriminatie!

Nee, ik meen het: weg met positieve discriminatie!

Begrijp me niet verkeerd: ik vind diversiteit ALTIJD beter.

Een werkvloer / talkshow / café / whatever met alleen mannen? Kak!
Een werkvloer / talkshow / café / whatever met alleen vrouwen? Help!

(en vult u bovenstaand lijstje maar eindeloos aan met jongeren en ouderen, witten en roden en purperen, linksen en tsjeven en rechtsen, knaagdieren en insecten, enzovoort enzovoort)

De voorbije jaren ben ik een aantal keer van heel dichtbij in aanvaring gekomen met positieve discriminatie. In elk van deze gevallen was ik zelf de benadeelde partij.

Positieve discriminatie is ook discriminatie, blijkbaar wordt dat vergeten. Je sluit altijd mensen uit. Ik vind dat niet goed. En de partij waarvoor ik heb gestemd, vindt dat wel goed. Daar moet ik nog eens heel goed over nadenken :-)

Ik hoor onbegrijpelijke non-argumenten… “De cijfers spreken u tegen hoor. Positieve discriminatie wérkt! Kijk bijvoorbeeld naar het parlement!”

Dus, als ik het goed begrijp, bestaan er mensen die er mee kunnen leven dat ze een functie bekleden die ze misschien — misschien, want ze zullen het nooit echt weten — niet zouden bekleden mochten ze een ander geslacht hebben? Omdat ze bijvoorbeeld op een verkiesbare plaats moesten gaan staan, omdat misschien iemand anders die daar eigenlijk óók had kunnen staan er niet mocht staan wegens betrapt op staand plassen.

Mijn verstand is wellicht te beperkt maar ik kan er echt niet bij. Mij heeft iemand nog nooit kunnen uitleggen hoe je de inhoud van een politieke functie kan koppelen aan het feit of iemand een piskaloter heeft of niet.

En dat geldt ook voor experten of professoren of verplegers of dokters of onthaalouders. By the way, hoe ver staan we eigenlijk met die genderquota voor kinderverzorgers en kleuterleiders en onderwijzers? Of vinden we dat plots niet belangrijk meer als het gaat over het opvoeden van kinderen? Of zouden we niet beter gewoon stoppen met al die quota, uitgezonderd die voor de visvangst?

Ik wil voor niemand de rekening maken, ik wil niet voor iemand anders denken… Maar als ik ooit zou te horen krijgen dat ik in het jaar 1999 ben aangeworven omdat ik een man ben… als men mij vandaag zou vertellen dat mijn huidige werkplaats, waarvan 16 jaar geleden ongeveer 80 % van het personeel (en 100 % van het kader) een vrouw was, destijds bewust op zoek ging naar een man, omwille van ‘het evenwicht’… als ik ooit maar een beetje zou beseffen dat ik in het jaar 1999 misschien de job heb afgenomen van een vrouw die eigenlijk beter gekwalificeerd was… Ik zou vandaag ontslag nemen.

Noem het misplaatste trots, ik hou het op zelfrespect.

Oh en ‘t is alleen maar omdat ik geen goesting heb in een ellenlange blogpost maar bovenstaande argumentatie kan je ook toepassen op ‘startbanen’ en op minstens 37 andere positieve discriminatiedelicten van deze tijd.

De duizenden jobs, vooral in de socio-culturele sector, die enkel toegankelijk zijn voor wie beantwoordt aan strikte voorwaarden, zelfs leeftijdsvoorwaarden, ik snap dat niet. Ofwel ga je ‘voluit’ voor gelijke kansen en probeer je op alle mogelijke manieren de randvoorwaarden aan te pakken, ofwel ga je niet voluit voor gelijke kansen maar kom er dan ook eerlijk voor uit en zet het niet sloganesk in je vacature waar je 2 regels daarvoor als jobvoorwaarde stelt dat de sollicitant jonger dan 26 moet zijn. (ik link niet door naar de bewuste vacature want de vacature werd aangepast nadat ik er een opmerking over gaf) (en ja ik lees vacatures, ik doe dat graag)

Je kan op veel manieren diversiteit stimuleren op de werkvloer, via samenwerking en coaching en activering en opleiding en dat soort toestanden. Hoe meer belastinggeld daar naartoe gaat, hoe liever. Persoonlijk dacht ik aan ongeveer 3,3 miljard euro.

Investeer in mensen, niet in quota en procenten.

Maar ‘positieve’ discriminatie?
I don’t get it.

Zeeland

Ik hou van Holland.

Neeltje Jans

En sinds deze week ook van Zeeland.

‘t Is eigenlijk zot: we wonen op een kwartier rijden van de grens met de provincie Zeeland maar we waren er nog nooit geweest, zelfs niet voor een dag.

In januari had ik het eerste deel van ‘Oosterschelde, Windkracht 10′ voorgelezen aan de kinderen. En ze waren er niet echt gerust op, dat we vijf dagen zouden slapen aan de Grevelingen waar het verhaal van het boek zich afspeelt, waar Anne haar broer verliest, waar het in hun verbeelding elke dag opnieuw kan overstromen.

Het tweede deel van het boek, over het afsluiten van de Oosterschelde, heb ik niet voorgelezen wegens te moeilijk. Maar ook al omdat we de stormvloedkering zelf gingen bekijken.

Neeltje Jans

Neeltje Jans

Neeltje Jans

Neeltje Jans

Buiten was het even koud als tijdens de watersnoodramp van 1953. Maar het was mooi weer, de Oosterschelde was kalm.

Neeltje Jans

En voor de rest: een aantal dorpen in de buurt bezocht.

Brouwershaven

Brouwershaven.

Ook Goes en Zierikzee.

Zierikzee

Zelfs een dagje kusttoerisme in Renesse.

Renesse

Renesse

En gefietst natuurlijk.

fietsen

tegenwind

Wind op kop…

het lichtfestival

Ondanks vermoeide kinderen, toch driekwart van het lichtfestival gezien.

Ik heb geen foto’s genomen. Vooral omdat er honderdduizend miljard kunstzinnige lichtfestivalfoto’s per seconde op het internet worden gezwierd en omdat mijn camera geen goede foto’s kan maken in het donker. Maar eigenlijk ook een beetje omdat ik mijn camera niet mee had.

Wacht, ik zou liegen. Er staan een aantal foto’s op mijn telefoon:

Lichtfestival

Lichtfestival

Lichtfestival

Lichtfestival

Lichtfestival

Het lichtfestival, ik vind dat wijs.

Het is ook een uitgelezen kans om mijn mensenzee-fobie te overwinnen.
(volgende keer beter)

En een slimme zet van de organisatie om het parcours helemaal uit te rekken via Muinkkaai en Sint-Pietersnieuwstraat.

Het parcours uitbreiden rond de kuip zelf, was helaas geen optie… want dan zouden de vele ondergrondse parkings die allemaal knal in het centrum liggen, niet meer bereikbaar zijn. (zwijgt Ivan, zwijgt dan toch! begint niet hé!)

je suis een ochtendmens

Ik ben geen ochtendmens.
Identiteitscrisissen genoeg, anders, maar ik ben GEEN ochtendmens.

Vandaag was de derde dinsdag dat ik om 10 over 7 al richting Gentbrugge fietste. Naar een bijzonder fijne groep mensen, van ambtswege vroege vogels.

Omdat ik ‘s avonds nooit op een fatsoenlijk uur in bed geraak — en al zeker niet als ik van de avondles kom, zoals elke maandag — zou ik op dinsdagochtend niet alleen mijn wekker maar ook de hele wereld en mezelf en de stand der dingen willen vervloeken (mocht ik daar enigszins fysiek toe in staan zijn).

Maar dan. Dan!

Van de lege badkamer naar de stille keuken… naar het mistige, donkere Sint-Baafskouterpark. Geen mensen. Geen ander geluid dan het geritsel en gefluit van vogels. Het draaien van pedalen. Mijn ademhaling die steeds korter wordt…

Genieten!
Het beste half uurtje van de week.

Ik denk dat ik ze een heel klein beetje begin te begrijpen, die ochtendmensen.

moeke

Ik weet niet hoe oud ik was toen ik begon te vermoeden dat ze het niet meende… dat ze altijd al een grapje had gemaakt en niet écht mijn benen zou “losvijzen en vanboven op de kast leggen!!”

Het moet een hel geweest zijn om op mij te passen, in een tijd waar een kind moest opgroeien zonder bijhorende afkorting of Rilatine.

Haar huis, aan de rand van onze wijk, was ook mijn huis. Honderd seconden fietsen, het was altijd honderd seconden fietsen, er zou iets heel ergs gebeuren als ik er langer dan honderd seconden voor nodig had. Gelukkig kon ik snel fietsen.

Ik vloog met de achterdeur in huis en dan kreeg ik rozenbottelthee. (of “kaliesjenzap”, al weet ik nog steeds niet wat dat is)

Toen ik al in het middelbaar zat, ging ik er vaak studeren. Luidop. “Ik hoor het veel liever dan de TV”, zei ze.

Gesprekken hebben we eigenlijk nooit gehad, we hadden weinig woorden nodig. Maar soms kwam ik speciaal om iets te vertellen, zij luisterde. En dan vertelde zij iets maar ik luisterde nooit.

Het bijzondere talent om mij van sommige onderwerpen volledig af te sluiten, was ik toen al aan het trainen. Een soort egoïsme dat er ook voor zorgde dat ik de laatste jaren nauwelijks nog op bezoek ging. Want ik bemiddel niet graag. En al helemaal niet als ik daarvoor tussen twee vuren moet staan.

Ik zag ze vorige maand, de dag voor kerstavond, in het ziekenhuis. Ze wilde nog een keer terug naar huis, zei ze. En als dat niet kon, dan hoefde het allemaal niet meer. Ik kreeg het niet over mijn lippen om haar ongelijk te geven.

Gisteren vond ze ‘t welletjes geweest.
Ze werd 87.

Het heeft met niemand ooit op zo’n manier geklikt als met Moeke.
Dat heb ik nooit moeten vertellen, dat wist ze wel.

lang leve de nieuwe paus!

Wij vinden die nieuwe paus een toffe peer.
Sympathiek heerschap, warme mens.

Er zijn een aantal opmerkelijke verschillen met de vorige paus.
De nieuwe paus spreekt minder goed Duits, bijvoorbeeld.

Deze week is nog maar eens gebleken dat de meeste verschillen louter verpakking zijn. Oude wijn in plastieken zakken.

Want ook deze paus blijkt een seksloze vrijgezel die tientallen miljoenen mensen zegt hoe ze seks moeten hebben en hoe ze kinderen moeten opvoeden.

[fragment vrt-journaal, dinsdag 20/1/2015]

Als de Rode Duivels morgen vragen om getraind te worden door Maggie De Block, het zou minder absurd zijn. Ook minder dramatisch, het zou bijvoorbeeld niet tot duizenden ongewenste zwangerschappen per dag leiden.

En ook deze paus gaat elke mogelijke vraag die rechtstreeks naar de kern van het geloof gaat, vakkundig uit de weg.

Alleen, hij doet het op zo’n degoutant gladde manier dat je bijna automatisch sympathie krijgt voor zijn antwoord naast de kwestie. Dat is toch een mooi verschil met de vorige paus. Concreet: een meisje vraagt, door haar tranen heen, waarom God toelaat dat jonge kinderen het slachtoffer worden van prostitutie. De paus antwoordt met een spreekbeurt over de symboliek van tranen.

[fragment vrt-journaal, zondag 18/1/2015]

Ik heb bewust de fragmenten uit het journaal gekozen. Om duidelijk te maken hoe gigantisch de exposure is. En zonder één kritische noot.

Ah nee, want de paus is een toffe peer. Hiep Hoi.

het einde van Gentblogt

Dat we de stekker uit Gentblogt trekken, dat klinkt erger dan het is.
Neen, ‘Gentblogt wordt voor altijd 10 jaar’.

Het is mooi geweest, in beide betekenissen.

En dat ik (onbedoeld) de kat de bel aanbond, door een mailtje waarin ik vroeg om vervangen te worden als penningmeester, daar heb ik me zelfs nooit schuldig over gevoeld. De beslissing zou anders ook wel gevallen zijn.

Ik schreef mijn allereerste bijdrage in 2007 en mijn voorlopig laatste artikel in 2013. Achter de schermen hou ik me nog bezig als penningmeester van de vzw. Dat is: ik smijt geld naar het hostingbedrijf, het boekhoudkantoor en naar nog een aantal dingen.

Deze maand zal ik nog van dienst zijn voor een aantal formaliteiten: om de allerlaatste betalingen te doen, de belastingaangifte te regelen, de vzw op te doeken, dat soort dingen.

Het doet zelfs niet raar. En dat is raar.

maar we zijn het eens, dat is een begin

Precies een week geleden, onmiddellijk na de eerste berichten over een aanslag in Parijs, schreef ik deze blogpost: ‘tussen geweld en geloof’, waar ik mij op voorhand al begon op te winden over wat mij zou opwinden.

En vandaag vind ik het nog steeds intellectueel oneerlijk om mensen die moorden in naam van een denkbeeldige god, volledig los te koppelen van hun religie. Blijkbaar zou iemand plots niet meer gelovig zijn als zijn geloof begint door te slaan, een logica die ik met de beste wil van de wereld maar niet kan vatten.

Ik heb deze week een tiental gesprekken gehad met mensen die vinden dat de aanslagen niets met islam te maken hadden. En wat mij optimistisch stemt, is dat we het uiteindelijk eens waren. Dat het verdedigen van de godsdienst en de godsdienstvrijheid, vooral een strategische kwestie is. De strategie van de naastenliefde, de samenhorigheid, de tolerantie.

Het is op dat punt dat we verschillen. Want ik moet niet weten van non-argumenten “voor de goede vrede”. Meer nog: ik vind dat gevaarlijk.

Wat ik dan weer niet had zien aankomen, is de omgekeerde stigmatisering van moslims. Zo werd op sociale media een bepaalde foto miljoenen keren gedeeld: op die foto zie je het beeld van de terrorist die de agent executeert, daarbij het bijschrift “Mocht je het verschil niet kunnen maken…” en dan het opschrift “terrorist” bij Kouachi naast het opschrift “moslim” bij de agent. Uit respect voor de agent, plaats ik hier de foto niet.

Ik was redelijk gedegouteerd door de veralgemening, vooral omdat de foto massaal gedeeld werd door mensen die zich doorgaans boos maken over de stigmatisering waarover rechtse islamofoben zich bedienen.

Ten eerste: als je geen familielid of vriend was van die agent, dan WEET je niet of hij moslim was. Ten tweede: wat de fuck DOET het ertoe of hij moslim was of niet?

Door mijn werk heb ik het fantastische voorrecht om bijna elke dag gesprekken te voeren met mensen uit andere landen, meestal uit “moslimlanden”. Als je in groep zou vragen of ze moslim zijn, dan zal niet één persoon dat ontkennen. Want wie een “moslim-naam” heeft, is blijkbaar als moslim geboren en zal als moslim sterven. Pro forma dan toch, want in een privé-gesprek hoor je vaak iets anders. Het afvallen van hun geloof is maar zo bespreekbaar als het afvallen van het christelijk geloof was in het Vlaanderen van de jaren 1950. (mensen durven wel vaker samenhorigheid verwarren met sociale controle)

Je zou denken: dat heeft zijn tijd nodig, dat komt wel. Maar die evolutie wordt niet geholpen door mensen die beweren dat elke Fatima een moslima is. Of hoe je in je liefdevolle strijd tegen de verrechtsing juist die islamofoben nog wat extra munitie levert.

Maar er stond nog iemand op de foto. En die man was plots geen moslim meer. Blijkbaar was het heel belangrijk om te onderstrepen dat de agent een moslim was… maar de moordenaar die alle Parijzenaars toeriep dat zijn allah de grootste was en dat hij de profeet kwam wreken, die was plots geen moslim meer. Nee, zijn statuut werd gereduceerd tot “terrorist” (wat hij óók is) en het statuut van de veertigjarige bewakingsagent, werd gereduceerd tot moslim (wat hij misschien óók is). Dit soort linkse mindfuck helpt echt niemand vooruit.

Ik ben Charlie niet. (ik ben veel te laf)
Ik ben ook Ahmed niet. (heb ik nooit gekend)

Nee, ik ben Huppeldepup. Iemand die vindt dat godsdienstvrijheid echt niet moet afgeschaft worden. Maar dat betekent niet dat je niet mag vertellen dat godsdienst (nog steeds) opium voor het volk is. En dat opium de geesten vertroebelt.

Met alle gevolgen vandien.

7 (zeven!)

Zoals mijn heimelijke humorheld — de allitererende detective uit ‘Kijk eens op de doos’ — zou uitkijken naar deze dag, zo heb ik afgeteld naar de dag dat Zita zeven werd, al kan ik me nog de tijd voor de geest halen toen Zita zes was.

Vandaag is dag één van de toekomst!
Ik heb nu geen kindjes meer, ik heb alleen nog kinderen meneer.

8 januari 2015

Zita, °08 januari 2008 Zita, °08 januari 2008

8 januari 2014

8 januari 2013

Zita wordt 5

8 januari 2012

4 jaar!

8 januari 2011

cupcakes

8 januari 2010

8 januari 2009

zita nu

8 januari 2008

zita

tussen geweld en geloof

Waar ik de komende uren en dagen en weken redelijk ongemakkelijk van ga worden: de grote denkers die zullen staan drummen om toch maar te stellen dat de aanslag in Parijs eigenlijk niets van doen heeft met geloof, wel met extremisme.

Om dan met z’n allen weer op zoek te gaan naar de voedingsbodem, die uiteraard niet in de godsdienst wordt gezocht.

In de media zal het de komende weken niet gaan over hoe wij toestaan dat miljoenen mensen hun verzonnen god een bijzonder belangrijke positie toekennen in hun leven en dat van iedereen in hun omgeving.

Hoe wij — in al onze tolerante naastenliefde — oogluikend toestaan dat zowel de ene als de andere unieke zaligmakende god zo belangrijk wordt dat het plots ook het leven doorkruist van andere mensen die voor zichzelf hebben leren denken.

“Maar dat is extremisme, Ivan!”
“Dat heeft niks met geloof te maken!”

Bullshit.

Het neerknallen van mensen die uw geloof belachelijk vinden, heeft juist ALLES te maken met geloof. Want natuurlijk dat het extremisme is, namelijk het extreme geloof in het eigen geloof.

Het is niet omdat er ook veel geweld gepleegd wordt buiten het kader van godsdienst, dat we religieus fundamentalisme dan ook maar in dezelfde schuif moeten steken.

Enfin, mijn gedacht.
En de gedachten, zoals u weet, die zijn vrij.

en een goede gezondheid, dat ook!

Een ouderwetse longontsteking, in radioloogspeak ‘bronchopneumonie basaal rechts’. Dat was toch alweer een half jaar geleden.

Om met de traditie te breken, ben ik nog vóór de schoolvakantie in de lappenmand gesukkeld. (normaal kan ik het altijd rekken tot in de vakantie)

Maar ik zou graag eens weten wat er écht aan de hand is, waarom ik de voorbije jaren voortdurend ziek word. En altijd weer infecties op de luchtwegen. Het bloed zegt weinig, er is geen verhaal. (ijzertekort, dat wel)

Ligt het aan mijn astma in combinatie met omgevingsfactoren? Komt het door te vaak en te intensief fietsen tussen uitlaatgassen? Door te hard te leven en te weinig te slapen? Te veel contact met (half)zieke mensen? Of gewoon toeval? Ik weet het niet, dat maakt me nog zieker.

Ondertussen ben ik al een week aan de Avelox, voor de zoveelste keer antibiotica in korte tijd. En ben ik opnieuw in staat om mij op te winden over wat ik hoor op de radio, dat is alvast een goed teken.

Een minder goed teken is dat ik niet de trap kan nemen zonder in het zweet te schieten en nadien een kwartier naar adem te happen. Of dat ik de voorbije week vijf kilo ben afgevallen terwijl ik sowieso geen grammetje vet te veel had. Dat wordt weer spiermassa kweken na de kerstvakantie, daar tussen de Gentse fijnstofwolken.

Nee, 2015 wordt het jaar van de goede gezondheid, ik ben er zeker van.
(en mocht het eventueel toch niet lukken, dan ga ik in de Pyreneeën wonen) (of zo)

de essentie van politiek

De Vlaamse Regering heeft beslist om geen ministerpost te spenderen aan milieu- / klimaatbeleid. (wel aan ‘Dierenwelzijn’, bijvoorbeeld) (en niet dat ik een probleem zou hebben met dierenwelzijn, integendeel, maar je kan je wel de vraag stellen hoe het welzijn van dieren evolueert als de planeet naar de kloten gaat)

Dat Joke Schauvliege, als minister van ‘Omgeving, Natuur en Landbouw’, zich moet verdedigen in de Klimaatzaak is dus niet correct.

Tot zover mijn verdediging van Joke Schauvliege.

Want HOE incompetent kan een minister eigenlijk zijn? Deze morgen hoorde ik Schauvliege op Radio 1 met veel omwegen zeggen dat het niet aan de politiek is om het gedrag van mensen bij te sturen, dat “iedereen zijn verantwoordelijkheid moet dragen”.

Vervolgens nam ik de fiets naar het werk — onderweg ben ik even gestopt om mijn astma-puf uit mijn tas te halen (want ik bleef maar hoesten, de luchtkwaliteit is niet zo fantastisch vandaag). Maar wat bleek bij aankomst? Het klimaat was nog steeds niet gered! Hoe kán dat nu??

Bij Schauvliege ontbreekt zelfs het inzicht in het concept politiek. Vraag het aan duizend studenten in de Politieke Wetenschappen: “Wat is een politicus?” Het antwoord zal duizend keer een variatie zijn op dit thema: “Een politicus is iemand die vanuit een overtuiging een mandaat ambieert om daarmee een beleid te voeren dat daadwerkelijk iets verandert aan de samenleving.”

De samenleving veranderen kan op veel manieren. Maar in de politiek doe je dat door wetten en regels op te stellen die het gedrag van mensen bijsturen.

Oh, er zullen vast wel een aantal mensen zijn die geen politici nodig hebben om verworven luxe (in de betekenis van milieuvervuiling) niet langer als een verworven recht te zien. Vast wel. Die mensen bestaan. Ze zouden verdorie in de politiek moeten gaan.

waarom ik niet staak

De vorige keer dat een deel van mijn collega’s het werk neerlegde, was op maandag 30 januari 2012. Toen besliste ik om toch te gaan werken. En toen heb ik me heel boos gemaakt op de vakbonden, onder andere omdat ze eenzijdig het sociaal overleg opbliezen.

Een paar jaar eerder had ik me ook al eens boos gemaakt op de vakbonden — maar dat is een ingewikkeld verhaal — en toen heb ik zelfs mijn lidmaatschap opgezegd.

Vandaag is mijn mening veel genuanceerder: ik heb veel sympathie voor (bijna) iedereen die deze maand het werk neerlegt om te protesteren tegen deze regering. En toch heb ik alweer beslist om niet te staken.

Is het hypocriet dat ik bewondering heb voor de stakers eind 19e en begin 20e eeuw maar dat ik nu aan de kant blijf zitten? Het zou kunnen. Want met een beetje verbeelding zou je zelfs kunnen stellen dat de context vergelijkbaar is.

Maar de motieven zijn dat niet, die waren ooit fundamenteel genoeg om het werk neer te leggen: als je stem nauwelijks meetelt — eerst door cijnskiesrecht, later door meervoudig stemrecht — dan is staking zelfs een legitiem, zij het ‘ultiem’ middel, vind ik. Ook al was de firestarter voor dergelijke stakingen zelden politiek, dat is nu wel anders.

Ik heb de voorbije weken zowat alle opinies gelezen, pro en contra. En het argument van N-VA waarin het ‘ondemocratisch’ karakter van deze stakingen wordt uitgelegd? Wel, in tegenstelling tot de partij waarvoor ik heb gestemd (Groen), vind ik dat geen bullshit. Natuurlijk is het stakingsrecht niet ondemocratisch, dat weet ik ook. Maar de motieven zijn dat eigenlijk wel: op 25 mei heeft een meerderheid van de bevolking ervoor gezorgd dat een rechtse en zeer asociale coalitie mogelijk is, zowel op Vlaams als op federaal niveau. Voor alle duidelijkheid: ik vind dat echt verschrikkelijk, om te bleiten.

En wat ik nog veel erger vind: een deel van de regeringsmaatregelen is eigenlijk verkiezingsbedrog. Zo stond de verlenging van de pensioenleeftijd in geen enkel verkiezingsprogramma van de huidige regeringspartijen.

Maar dat de huidige regering heel veel inspanningen vraagt aan de werknemers en dat ze anderzijds onzinnig veel subsidies blijft geven aan filevorming en milieuvervuiling (lees) (en huiver) … sorry maar als dit de reden is van de staking, dan begrijp ik de staking niet goed. Die politiek is nu eenmaal eigen aan de regering die de inwoners van dit land hebben gekozen.

Als je niet akkoord gaat met een regering die de rijken systematisch rijker maakt, als je niet akkoord gaat met een regering die autostrades verbreedt in plaats van fundamenteel iets te doen aan het mobiliteitsprobleem en te kiezen voor duurzame mobiliteit, als je niet akkoord gaat met een regering die weigert om ambitieuze ecologische korte- en langetermijndoelstellingen op te nemen in het regeerakkoord,… dan zit er niks anders op dan nog 4 jaar te wachten tot de volgende verkiezingen. En stilletjes te hopen dat meer dan 50 % van de bevolking zich eens informeert vóór ze naar het stemhokje gaan. (want ik zou ze niet de kost willen geven: de arbeiders die vandaag in Antwerpen protesteren maar een paar maanden geleden het bolletje naast Bart De Wever rood hebben gekleurd)

Daarnaast — dus buiten het kader van verkiezingen — zijn vakbonden en diverse drukkingsgroepen geïntegreerd in heel wat belangrijke platformen, organisaties, commissies,… die rechtstreeks en onrechtstreeks onze samenleving vorm geven. Dus, ik vind een staking maar zo nuttig als de vuist op de keukentafel tijdens een echtelijke ruzie: het kan verdomd handig zijn om te tonen dat je het meent. Het is zelden nog maar een begin van een oplossing.

Desalniettemin: leve de stakers!
(maar ik doe dus niet mee)

Ik heb het voor alle duidelijkheid alleen over ‘staking’ als drukkingsmiddel, niet over ‘betoging’. Die vormen van protest hebben volgens mij weinig met elkaar vandoen. In de jaren ’80 liep ik als snotneus mee in de anti-rakettenbetogingen in Brussel en 30 jaar later ben ik nog altijd fier dat ik daaraan meedeed. Ook toen waren de motieven politiek. Ook toen vond een groot deel van de bevolking een beslissing van de regering kortzichtig en dom. ‘Martens 5′ was trouwens dezelfde federale regering als nu: een coalitie van huichelaars en werkgeverspartijen.

Caledonië

Schotland dus.

Panorama

En zo haalde ik nog nipt mijn quotum van gemiddeld 1 vliegreis per 10 jaar.
We vlogen zowaar over de Ghelamco Arena, kijk:

Ghelamco Arena

Aanleiding voor deze reis naar Schotland was het heuglijke feit dat het precies 15 jaar geleden was dat een groep vrienden voor het eerst op thematische wijze de salontafel deelde met een aantal flessen dringend te ontdekken whisky.

De feestelijke jubileumproeving vond plaats op zaterdag 8 november 2014. In het door God verlaten jeugdcentrum Centre 81 in het dorpje Garelochhead (bij Helensburgh, Argyll). Want jeugd is wat we zijn.

Maar eerst ging het nog vrijdag naar Edinburgh. Wat er mij aan doet denken dat ik graag eens naar Edinburgh zou gaan om — de Ale Houses buiten beschouwing gelaten — ook eens wat van de stad te zien, bijvoorbeeld.

Edinburgh is trouwens een stad waar je de bus neemt als je niet stapt, er is geen ruimte voor andere vormen van transport.

Edinburgh Busses

We reden met 9 manspersonen in een Volkswagen Transporter helemaal westwaarts via Stirling naar Loch Lomond. Wat er mij aan doet denken dat ik graag eens naar Stirling zou gaan om — de parking en het toilet buiten beschouwing gelaten — ook eens wat van Stirling Castle te zien, bijvoorbeeld.

Stirling Castle

Aangekomen aan Loch Lomond, Balloch Castle, begon het te regenen.
Maar als wij zeggen dat het picknick is, dan is het picknick.

Picnic near Balloch Castle

Die avond werd er gedronken, gegeten, gedronken, geproefd.
Een scenario dat ook de volgende dagen door iedereen foutloos gevolgd werd.

‘s Ochtends bereidden we in de grootkeuken van het jeugdcentrum een stevig ontbijt — enfin, ik ontbijt niet maar het zag er stevig uit — waarna we het complex afsloten en de sleutels in de brievenbus gooiden, Schotten zijn mensen met een filantropisch kantje.

Garelochhead, Centre 81

En aangezien het elke dag om 16u donker werd, kon je pas ‘s morgens zien waar je sliep.

Gare Loch panorama

We maakten het jaar goed van de plaatselijke kruidenier en we reden via Inverarnan naar Glencoe, een locatie u welbekend van deze film.

Selfie

pitstop

Panorama met zon

‘s Morgens werden we wakker in het paradijs: Ballachulish.

Waarom ook eens geen panorama

Ja maar, wacht eens even: heb je Haggis gegeten?
Natuurlijk dat, meerdere keren. Zelfs als voorgerechtje:

Haggis

En zoals dat dikwijls gaat met het eten van voedsel: Haggis is fantastisch lekker als het goed is klaargemaakt.

Whisky is ook lekker, dat wisten we al.
Maar om onze uitstap toch enig sérieux te geven, reden we naar The Ben Nevis Distillery.

Op weg naar Fort William

The Ben Nevis Distillery

Ben Nevis Distillery

Maar genoeg cultuur.
Picknick!

panorama terugweg

En dan naar het Oosten, richting Kenmore, Pitlochry.

aperitief

Leaving Kenmore

De laatste dag was een regendag.

regenpanorama

Regen kan behoorlijk onprettig overkomen aan het stuur van een camionette met 9 inzittenden. Maar vooral dat links rijden, ik vrees dat ik het nooit volledig ga beheersen. Het is een stressfactor die ik graag achterwege zou laten bij een volgende trip naar het eiland Britannia.

mobiliteitsplan Gent

Toe dan, nog eentje om het af te leren.
(daarna wil ik een tijd afkicken van bloggen over verkeer)

Maar! Het nieuwe mobiliteitsplan!

Eerste bedenking: verbazend hoe weinig mensen het mobiliteitsplan volledig afschieten. (al moet ik toegeven: ik heb geen Facebook)

Twee dagen na de bekendmaking is het bij iedereen ongeveer duidelijk wat het ‘lobbenplan’ betekent in praktijk. Zaterdag heb ik het originele document van 234 bladzijden gelezen, de ene alinea al aandachtiger dan de andere.

(geen tijd om alles te lezen? Het plan wordt samengevat in deze powerpoint)

Een aantal bedenkingen heb ik dan proberen samenvatten op Twitter.
140 tekens, geen plaats voor nuance. Dus hier een beetje uitleg bij het gekwetter.

Dit plan is een stap in de goede richting, ik ben blij over bijna alles wat er in staat. (maar ook een beetje teleurgesteld in wat er niet in staat)

Overal zone 30 binnen de stadsring. Uiteraard. Elke verkeersdeskundige zwaait met rapporten waarin staat dat snelheidsmatiging een causaal positief effect heeft op verkeersveiligheid. Maar een zone 30 valt of staat met de pakkans, dat is het zwakke punt van deze maatregel. Dus die agenten die nu worden ingezet om de fietsers te beboeten omdat ze door de Kortrijksepoortstraat fietsen, kunnen dan meteen ingezet worden om de nieuwe zone 30 te controleren. Win-Win.

Het was niet mijn bedoeling om het mobiliteitsplan te lezen in functie van mijn eigen mobiliteit. Maar nu ik erover nadenk… Deze maatregel, het ‘lobbenplan’, is fantastisch nieuws voor mijn fietsroute naar mijn lessen in de Henleykaai. Oversteken aan Recolettenbrug en Verlorenkost is nu een levensgevaarlijke onderneming omwille van het sluipverkeer. Dat sluipverkeer zal in de toekomst niet meer mogelijk zijn, die plaatsen zijn ofwel niet meer toegankelijk (Recolettenbrug) of worden ‘geknipt’ (Verlorenkost).

Gent wordt 'verknipt' in 7 sectoren. Je kan via de ring in elk van de 7 sectoren maar het wordt onmogelijk om door de binnenstad te rijden van het ene stadsdeel naar het andere, zonder de ring te gebruiken.

Gent wordt ‘verknipt’ in 7 sectoren. Je kan via de ring in elk van de 7 sectoren maar het wordt onmogelijk om door de binnenstad te rijden van het ene stadsdeel naar het andere, zonder de ring te gebruiken.

Eerst: mijn woonbuurt, Oostakker-Lourdes, is onmiddellijk ingesloten door een aantal drukke autowegen: N424 (Kennedylaan) + N70 + R4. Mijn huis betekent voor fijnstof, wat de Kaäba voor moslims betekent: het draait er maar rond, zonder precies te weten waarom. (en ik zwijg bewust over de driehoek E34 + E17 + E40 want dat is rond groot Gent, da’s voor iedereen hetzelfde)

Dus ik ben oprecht heel blij met dit stukje uit het mobiliteitsplan:

snelheidsverlaging

Maar wat het gedeelte over de woonwijken in de rand betreft: waarom zo vaag? Waarom niet nu meteen voluit de kaart trekken van het 30-50-70-principe dat vorig jaar door de Fietsersbond gelanceerd werd? Het zou mensenlevens redden, daar ben ik zeker van. Het zou kinderen en ouders de moed geven om ook in de Gentse rand te durven fietsen.

Voor alle duidelijkheid: onderstaande afbeelding staat *niet* in het mobiliteitsplan.

Het 30-50-70-principe (Fietsersbond)

Het 30-50-70-principe (Fietsersbond)

Wijzelf brengen steeds vaker de kinderen te voet naar school omdat de snelheid van auto’s in de Groenstraat (9041) tot levensgevaarlijke situaties leidt. Als dit mobiliteitsplan wordt verkocht als ‘moedig’, dan begrijp ik echt niet waarom het 30-50-70-principe niet onmiddellijk kan toegepast worden.

Er komt een vrachtroutenetwerk. (meer info in mobiliteitsplan, bladzijden 151 tot 165)
Dit hoofdstuk is heel doordacht en gedetailleerd. Heel technisch ook. Goed!

Ik zie 2 problemen:

  1. Wat is het nut van een route als de vrachtwagenchauffeur zijn goesting doet? Daar is wellicht al over nagedacht maar ik vind het niet onmiddellijk terug. Of ik begrijp het niet goed.
  2. De Handelsdokbrug Verapazbrug — ja, die naam werd veranderd omdat elke brug die er na 20 jaar wachten nog steeds niet ligt, automatisch van naam moet veranderen. (benieuwd wat de volgende naam wordt) Nee, ik bedoel: een plan koppelen aan een brug die er in de ambtstermijn van dit stadsbestuur al zeker niet zal liggen, dat vloekt een beetje. Vind ik.

Ondertussen blijven fietsers onbeschermd tussen de zware vrachtwagens rijden in de Muide, zonder fietspaden.

Oké. Da’s een beetje stout. Natuurlijk vind ik screening van schoolomgeving een goed idee, wie kan daar nu tegen zijn. Dus ik ben heel content met dit stukje uit het mobiliteitsplan:

woonschoolfietsverkeer

Maar ik vind het ook een beetje zever. Want het grootste gevaar aan de schoolpoort is natuurlijk te wijten aan de ouders die te lui zijn om uit hun auto te stappen en 200 meter te wandelen met hun kind. Ik zie taferelen in de Sint-Jozefstraat (9041) waar tientallen ouders zich op straat parkeren en daardoor de situatie onleefbaar maken voor zwakke weggebruikers. De school doet niks, dus zit er niks anders op dan de politie in te schakelen. Doe dat. (dat zou pas kindvriendelijk zijn)

En dat is meteen mijn grootste kritiek op dit mobiliteitsplan: er wordt niet duidelijk genoeg de link gelegd tussen nieuwe regels en de controle ervan. Hoe kan ik die screening van schoolomgeving ernstig nemen als de bestaande wegcode zelfs niet gerespecteerd wordt? In die 10 jaar dat ik in Oostakker woon, heb ik nog nooit één politie-agent gespot in de buurt van de school van mijn kinderen. Er is nochtans niet veel nodig: ga een aantal dagen tussen 8u en 8u30 in de Sint-Jozefstraat / Groenstraat staan en beboet elke weggebruiker die in de fout gaat. (zoals dat ook met fietsers gebeurt, tegenwoordig) Herhaal deze actie een aantal keren per jaar >> ziedaar: verkeersveiligheid. Zonder mobiliteitsplan.

Lobbenplan of geen lobbenplan, Watteeuw zegt dat alle centrumparkings vlot bereikbaar zullen blijven. Dus blijf je het autoverkeer aanzuigen tot in het hart van Gent >> Vrijdagmarkt, Reep, Ramen, Sint-Michielsstraat, Kouter,…

Spijtig.

Dat ik het een uitstekend mobiliteitsplan vind, kan ik o.a. afleiden uit het feit dat ik bij slechts één van alle 234 bladzijden luidop “What. The. Fuck?!” heb geroepen. Hier:

taxi

Ik begrijp dat niet.

Zoals ik ook al niet begreep waarom de stad op de voorbije autoloze zondag de toestemming gaf aan taxi’s om over de Korenmarkt te rijden:

21 september 2014. Autoloze zondag in Gent.

21 september 2014. Autoloze zondag in Gent.

Hoe kan je nu een mobiliteitsplan uitwerken en tegelijkertijd beweren dat je het taxinetwerk “verder wil uitbouwen” als een “volwaardige aanvulling op openbaar vervoer”? Oké, taxi’s zullen er altijd zijn. Maar een mobiliteitsplan van een stadsbestuur kan ik persoonlijk echt niet rijmen met een commerciële taxidienst.

De taxi-standplaats aan de Sint-Michielshelling — een rij van taxi’s met permanent draaiende motor, aan de ingang van de fietsenstalling — is een foute beslissing geweest van het vorige stadsbestuur. Zorg voor een standplaats aan de rand van het voetgangersgebied en aan de treinstations, niet in het hart van het voetgangersgebied.

Ook al ben ik zelf geen gebruiker van bus of tram, en ook al wordt het wegdek in het centrum kapot gereden door veel te lompe bussen en ook al is de helft van de Gentse straten een hel voor fietsers, door het kluwen van tramsporen… toch vind ik dat er een degelijk uitgebouwd openbaar vervoer moet zijn in de stad.

Ik betaal dus met veel plezier mijn belastingen voor De Lijn, ook al heeft De Lijn formeel geantwoord dat mijn fietsveiligheid aan hun blote reet kan roesten.

Maar dit plan is toch echt een gemiste kans om die tram weg te halen van de Korenmarkt? Wat ben je met een voetgangersgebied als je voortdurend opzij moet springen voor een opdringerige tram?

Opdringerig? Wen er maar aan, als fietser.
Want het zal nog erger worden. In het mobiliteitsplan:

snelheid

Bovenstaande tabel is trouwens de reden waarom fietsers niet staduitwaarts door de Kortrijksepoortstraat mogen fietsen. En meteen het bewijs dat het STOP-principe in Gent zelfs na dit mobiliteitsplan redelijk hol zal blijven klinken.

Maar anders: ik ben pro!

Decathlon, een winkel voor de bewegende mens

Juicht! Gent heeft eindelijk een Decathlon!

Omdat het niet mijn gewoonte is om over werken of werven te klagen, heb ik er op dit weblog nooit iets van gezegd. Dat ik het voorbije jaar geregeld met modderschoenen thuiskwam, daar heb ik nooit over geklaagd >> dat het fietspad op de Vliegtuiglaan op 3 verschillende plaatsen werd opengebroken, een jaar lang, voor de toegang van het werfverkeer: ik heb dat aanvaard, zó verzuurd ben ik nu ook niet :)

Het globale masterplan, de reconversie van het Manchestergebouw en de aanleg van een mega-parking voor Weba + Decathlon, was in handen van Abscis Architecten en aannemer Aclagro NV. Ik ken die mensen niet. Maar ik vermoed dat het 20e-eeuwse krokodillen zijn die zich uitsluitend verplaatsen met de auto. Enfin, dat leid ik af uit het resultaat.

In de projectomschrijving staat nochtans iets over fietsenstallingen.

“Om de winkels (Weba en Decathlon) op een veilige manier met elkaar te verbinden, komt tussen de ingangen van beide winkels een verkeersvrije wandelzone – een ‘Ramblas’. Deze ‘Ramblas’ moet naast een louter functionele verbindingsfunctie ook een recreatieve invulling hebben, met een ‘playground’ voor Decathlon, fietsenstallingen en zitgelegenheden.”

Fietsenstalling wordt herleid tot ‘recreatieve’ functie.
Dat zegt alles.

Maar genoeg over het project, nu de feiten.
Ik ben de parkeerplaatsen gaan tellen:

  • Meer dan duizend parkeerplaatsen voor auto’s.
    (enorm uitgestrekt, over de hele lengte van de site: van de Afrikalaan tot voorbij de tunnel van de Vliegtuiglaan)
  • Tien (10!) degelijke (niet-overdekte) parkeerplaatsen voor fietsen.
    (niet zeuren: aan de zijkant van het gebouw hebben ze nog wat extra voorwielplooiers geplaatst) (naast de ‘playground’)
10 fietsplaatsen, dat is 1 procent van de capaciteit van de autoparking.

10 fietsplaatsen, dat is 1 procent van de capaciteit van de autoparking.

Deze winkel ligt niet in een verlaten industriepark, weg van de stad. Nee, de nieuwe Decathlon ligt zomaar even in postcode 9000. Op een paar honderd meter van de Bataviabrug, binnenkort is dat dus hartje Gent.

Natuurlijk dat je met de auto komt om een pingpong-tafel te kopen, dat zou ik ook doen. Maar de meeste mensen verlaten de winkel met slechts de inhoud van een boodschappenmandje: een paar voetbalschoenen en een regenjas, bijvoorbeeld.

Je kan het de klanten zelfs niet kwalijk nemen dat ze de auto nemen naar Decathlon, zolang onderstaand traject de fietsroute naar Decathlon is:

.
Dat laatste is uiteraard geen taak voor Decathlon, wel voor… ja, voor wie eigenlijk? Want ook de voorganger van Watteeuw heeft dit met glans genegeerd. Het probleem van de oversteek aan de Doornzelestraat en het kapotte wegdek in de Koopvaardijlaan, is al jaren bekend. Reeds lang vóór de aanleg van de Bataviabrug. En niemand die het aanpakt. Wat ben je met een fietsbrug als je er niet geraakt?

de suggestiestrook

Vorige week werd in de Gentse Muide wat verf bovengehaald voor suggestiestroken.

Voor wie niet weet wat een suggestiestrook is >> 2 minuten beeld:
.

Dit is de suggestie van een beleid, niet meer dan dat.

  • De straat wordt niet opnieuw aangelegd.
  • Het zware vrachtverkeer wordt niet omgeleid.
  • De dubbele rijrichting blijft, de tram uiteraard ook.
  • De geparkeerde auto’s? Die mogen op de openbare weg blijven staan.
    (bij deze vervalt elk argument waar de woorden “geen plaats” gebruikt worden)

Voor mij als assertieve sportieveling: no problemo!
(ik meen dat: ik fiets nog liever op een suggestiestrook dan op de scheefzakkende kutklinkertjes die men in Vlaanderen fietspad noemt)

  • Dat autobestuurders elkaar niet kunnen kruisen zonder op de suggestiestrook te rijden? Geen probleem, ik moet ‘s morgens toch nog wakker worden. Dat helpt.
  • Dat de suggestiestrook gekneld zit tussen een drukke autoweg en een rij geparkeerde auto’s? Geen probleem, ik moet toch érgens mijn kicks gaan zoeken. (een openzwaaiend portier en je ligt misschien onder de wielen van een vrachtwagen, living on the edge)

Maar voor de minder assertieve fietser? Voor de kinderen? De senioren?
WEL een problemo. Je jaagt ze in de auto of in de bus en je maakt zo de straten nog onveiliger.

Maar ik ken heel wat fietsers die blij zijn met suggestiestroken. “Het is beter dan niets!” zeggen ze.

Niet akkoord. Suggestiestroken hebben niets vandoen met fietsbeleid of mobiliteit.

Zolang je op een drukke weg het verkeer niet wil scheiden van zwakke weggebruikers, neem je in mijn ogen altijd een foute beslissing. Een beslissing die ik niet kan verzoenen met de ambitie om “kindvriendelijkste” stad te worden. (zo staat het zwart op wit in het bestuursakkoord)

Ik wik mijn woorden: suggestiestroken = schuldig verzuim.

Update > Wie graag wat commentaren leest bij dit artikel, ‘t is hier te doen: http://fietsbult.wordpress.com/2014/09/24/de-suggestiestrook/

een nieuw schooljaar, een nieuw plan

(ondertitel: ‘Afscheid van een luizenleven’)

De voorbije 2 jaar heb ik zo’n beetje rondgefietst.
Deeltijds gewerkt, opleiding gevolgd, gedagdroomd.

Ik zal het missen, ik heb nu al heimwee naar die lege maandag.
Het stille huis. Het uitstelgedrag met voorbedachtheid. Het studentensyndroom.

Sinds januari 2014 heb ik de basisopleiding ‘Gids / Reisleider’ volledig afgerond. Geslaagd voor elk van de 5 modules: bloemen voor de praktijkmodules en voor geschiedenis, hakken over sloten voor landschap en voor kunst. (schilderkunst is niet mijn ding een werkpuntje)

Tussen januari en juni heb ik al één van de 3 modules van het specialisatiejaar afgewerkt. Helaas moet ik nog tot september 2015 wachten om te beginnen met de overige 2 modules. Aan Gentse gidsen geen gebrek, de komende decennia.

Toen ik in mei besliste om opnieuw voltijds te gaan werken, heb ik me vreemd genoeg ook opnieuw ingeschreven voor een nieuwe cursus. ‘Engels voor Gidsen’ op maandagavond. En dan meteen ook nog voor een nieuwe lessenreeks over Gent. Het zal wel een soort identiteitscrisis zijn, denk ik. Schrik om de boot te missen / den draad te verliezen? Jeugdig ongeduld?

Maar ik maak me sterk dat er voor mijn werksituatie niet zo zot veel verschil is tussen een vier-vijfde en een fulltime, dat is ook één van de redenen waarom ik opnieuw voltijds wilde gaan werken. Bovendien hoef ik niet te pendelen en werk ik daardoor elke week een volle 8-urendag minder dan de gemiddelde pendelaar. Dat was maar een voorbeeld… ik bedoel: (vrije) tijd is relatief.

Het echte probleem is dat ik opnieuw zal onderschatten wat ik ook de vorige jaren grandioos heb onderschat: de studie naast de studie. De opdrachten! Het groepswerk! De rondleidingen! De stress!

En opnieuw zullen de piekmomenten op piekmomenten vallen.
Opnieuw zal residentieel tandengeknars mijn deel zijn en zal dat mijn eigen schuld zijn en mijn schuld alleen.

Daarom maak ik op deze zorgeloze zondag een helder vijfjarenplan…

Dat plan kan twee kanten uitgaan. Het jaar 2020 > ofwel ben ik een professioneel berooide stadsgids — het ene uiterste — ofwel ben ik die lafaard die zijn dromen niet durft uit te spreken, uit schrik ze te moeten waarmaken — het andere uiterste.

En ergens daartussen zit een Belgisch compromis.
Dat wordt het.

Misschien.

klagen over wegenwerken, wat is dat eigenlijk?

Als u de afgelopen weken niet in het buitenland verbleef, dan bent u op de hoogte van de ‘stilstand’ rond Gent.

“Een schande, meneer!”

Ik zou cynisch kunnen zeggen dat het niet mijn zorgen zijn. Want ik fiets overal tussendoor. Maar wij hebben ook een auto en de voorbije week deden we zelfs 2 keer per dag het horrortraject Oostakker – Zwijnaarde met de kinderen in de auto. (onderwijsmensen hebben ook vakantie-opvang nodig, hoe zot is dat jong?)

Die auto geeft ons meteen het recht om deel te nemen aan de zelfhulpgroep ‘Weg met de Wegenwerken!’

Is dat zo?
Nee, natuurlijk niet.

Omdat de redenering niet klopt. Wie denkt dat een file veroorzaakt wordt door wegenwerken, is kortzichtig. Ik heb deze week elke dag in de file gestaan omdat… ik in de auto zat. En omdat belachelijk veel mensen hetzelfde deden — onszelf opgeteld zijn wij de oorzaak van de file, zo simpel is dat.

Maar hoe komt dat eigenlijk?
Omdat autoverkeer in dit land zowaar gesubsidieerd wordt. Het bezit van een bedrijfswagen wordt aangemoedigd door de fiscale aftrek en is daardoor financieel interessanter dan een loonsverhoging. Lees vooral dit ontnuchterend artikel in The Guardian. (“What is Belgium doing so wrong?”)

Zowel de nieuwe Vlaamse als Federale regering zal de komende 5 jaar — ondanks de monsterfiles rond Antwerpen en Brussel en nu zelfs rond Gent — geen stappen ondernemen om die fiscale aftrek af te schaffen en het autoverkeer te doen afnemen. Integendeel: er komen autowegen bij.

Centrumrechts, een huwelijk tussen conservatisme en economisch groei-fetisjisme.
Earth Overshoot Day, dat is natuurlijk een verzinsel van de groenen.

En dan sta je daar, met z’n allen in de file. (tot zover de groei-economie)
En dan maar schelden op de schepen van mobiliteit.

Als weggebruiker klagen over vertraging door wegenwerken, wat is dat eigenlijk?
Hoe absurd is dat? Wacht, ik doe een poging tot een kromme vergelijking.

Ik heb een degelijke grasmaaier. Na een aantal jaren trouwe dienst, begint dat spel soms te blokkeren. Ik ga met de grasmaaier naar de winkel —  een heel gedoe — en ik regel een onderhoud. Logisch? Nee, fout, want dat doe ik niet. Ik vind het namelijk vervelend dat ik mijn machine een tijdje moet missen, ondertussen groeit het gras verder. Dus blijf ik verder maaien met mijn oude machine en dan vertel ik mijn buren hoe schandalig het is dat ze mij in de winkel een slechte machine hebben aangesmeerd, die zakkenvullers!

Zoiets?

het STOP-principe in het klad

[Dit stukje verscheen eerder bij Fietsbult — met een aantal interessante toevoegingen in de commentaren.]

Vorige week was ik als fietser op het Nederlandse waddeneiland Schiermonnikoog, dat is een autoluw eiland waar vreemd genoeg heel wat personenwagens, bestelwagens en taxi’s rondrijden. En toch was dit op geen enkele manier storend.

Hoe dat komt?
Eenvoudig: het STOP-principe is in Schiermonnikoog niet vrijblijvend, het is daar realiteit. En ook in de meeste Nederlandse steden ‘aan wal’ blijkt dat concept keurig ingeburgerd.

Dit mobiliteitsprincipe (dat stappers en trappers voorrang geeft op openbaar vervoer en personenwagens) werd hier in Vlaanderen ondermeer opgenomen in VIA (‘Vlaanderen in Actie’ – Pact 2020) maar blijkt in praktijk een knipoog naar wijlen Gaston Eyskens. Die vergeleek principes met scheten: iets om zolang mogelijk op te houden in gezelschap om nadien fijntjes los te laten als niemand het merkt.

Kijken we naar Gent: in die stad is het STOP-principe dode letter. Het (openbaar) vervoer krijgt er meestal voorrang op stappers en trappers (schrijnend voorbeeld: het beboeten van fietsers in de Kortrijksepoortstraat). Maar zelfs in de autovrije kuip van Gent ben je als fietser of voetganger niet veilig voor bussen en trams. Als politieke leek komt het mij voor dat een stedelijk mobiliteitsbeleid zich heeft te schikken naar de grillen van De Lijn, onder goedkeuring van de Vlaamse Regering.

Schepen Filip Watteeuw rest nu nog 4 jaren om mij daarin tegen te spreken, ik hoop het van harte.

Druk verkeer in de dorpskern van Schiermonnikoog.

Druk verkeer in de dorpskern van Schiermonnikoog.

“Helaba, zo’n eiland is niet te vergelijken met een stad hé!”

Echt niet? Ik vind anders van wel.
Een stad = een eiland. De R4 = de zee.

Dit is mijn idee: van zodra je voet zet op het eiland, dus de binnenkant van de R4, volg je de STOP-regels. Het is wat Tim zegt: het STOP-principe kan je eenvoudig toepassen maar je moet wel moedige keuzes durven maken. En die keuzes vervolgens durven opleggen aan De Lijn en aan andere weggebruikers.

Als ik de mobiliteit op Schiermonnikoog wil vertalen naar stad Gent, dan werkt dit als volgt: de auto / taxi / bus blijft ALTIJD achter de fietser of voetganger, tenzij die fietser of voetganger zich op een afzonderlijke strook bevindt.

Dus voor de straten waar er (zogezegd) onvoldoende plaats is om een afzonderlijk fietspad aan te leggen: geen probleem, auto’s blijven er achterop en rijden dus ca. 10 à 15 km/u. (voor een goed begrip: een fietspad is een fietspad, een suggestiestrook is geen fietspad)

Maar ik denk niet dat er één bewoner van Schiermonnikoog ooit al van het STOP-principe gehoord heeft. Wat zou het? In plaats van het principe op te nemen in een actieplan met natte winden, brengen ze het gezond verstand in praktijk. Natuurlijk is dat gemakkelijker op een plaats waar de critical mass al is bereikt. Maar dat is dan weer een ander verhaal, namelijk dat van de kip en het ei.

Ik was niet overdonderd door de honderden fietsende kinderen op mijn pad, ik was wel van mijn karnemelk omdat ik in die hele week op Schiermonnikoog niet één kind met een helm heb zien fietsen. En dit terwijl er steeds meer landen de fietshelmplicht invoeren zonder zich af te vragen waarom het zo onveilig is om zonder helm te fietsen. (namelijk: auto’s die fietsers mogen inhalen bij gemengd verkeer)

Gevaar los je op door het gevaar weg te nemen, niet door je beter te wapenen.

Volg

Ontvang elk nieuw bericht direct in je inbox.

Doe mee met 41 andere volgers

%d bloggers op de volgende wijze: