Skip to content

drie dagen Düsseldorf

Het is een traditie aan het worden: begin juli een kleine rugzak vullen met wat ondergoed en een tandenborstel, terwijl de rest van het gezin aan zee verblijft. Niet dat ik niet van de kust houd! Maar vooral in de zomermaanden moet ik om mentale gezondheidsredenen elke Vlaamse kustgemeente mijden als de pest, het heeft ongeveer hetzelfde effect op mij als een winkelstraat tijdens de eerste dag van de solden: acute koortsaanvallen van misantropie en andere vormen van allergie.

Düsseldorf? Ik had een voorwaardelijke vinger op de kaart gezet:

  1. Het moet op minder dan een halve dag bereikbaar zijn per trein.
  2. Ik moet er een vreemde taal kunnen oefenen.

Ik heb nog ergens een doos met daarin een papier waarop staat dat ik leerkracht Duits ben, maar eigenlijk is dat diploma weinig waard, ik heb de job nooit uitgeoefend en ik heb al 18 jaar nauwelijks een woord Duits gesproken. Ik spreek bijvoorbeeld veel beter Spaans dan Duits, alleen maar omdat ik het iets vaker kan oefenen. (ja, ik spreek in Gent de Spaanse Erasmus-studenten aan als ik zie dat ze hun stadsplan niet begrijpen)

Düsseldorf, grootstad

De schaal is exact die van Antwerpen maar dan iets dichter bevolkt (600.000) en toch had ik in de meeste wijken veel meer het grootstadgevoel dan in Antwerpen: meer internationalisering, meer hoogbouw, meer metro, dus meer mobiliteit:

Mobiliteit

Linienplan

Er is ook vast een reden waarom er duizenden en duizenden Japanners wonen in Düsseldorf maar ik moet dat nog eens lezen.

Japans

Algemeen stikt het van de Aziatische winkels en restaurants maar ook de andere continenten zijn er goed vertegenwoordigd, er is zelfs een hele straat met uitsluitend Spaanse en Zuid-Amerikaanse restaurants, een zijstraat van de beruchte Bolkerstrasse, een soort 24/7 Patersholfeesten het hele jaar door. Voor mij was de Bolkerstrasse vooral de kortste weg tussen metro-station en Rheinufer.

“Warum ist es am Rhein so schön?”

In het vierde middelbaar deed één man mij verliefd worden op de Duitse taal: Emiel V.A., niet toevallig een leerkracht die alle regels aan zijn laars lapte. Onderweg naar het klaslokaal liep hij de hele tijd liedjes te zingen… “Weil die Mädel so lustig, und die Burschen so durstig… da-a-a-rum ist es am Rhein so schön!” Nooit ben ik nog een leraar tegengekomen met wie het zó goed klikte, ondanks het feit dat hij tijdens een les een keer zijn pijp had uitgeklopt op mijn hoofd en dat dat erg veel pijn deed. (maar ik had het verdiend)

Rheinufer

Rheinufer am Burgplatz

Kunst überall

De eerste anderhalve dag heeft het geregend en heb ik een vijftal musea bezocht — gratis met een Düsseldorf Card, zoals het openbaar vervoer — waaronder de Kunsthalle en het NRW-forum. Maar ook in het straatbeeld zie je overal kunst, dat vond ik zeer opvallend.

En verder zijn er heel wat kunstprojecten. Kunst im Tunnel is een blijver:

Kunst im Tunnel

Het is ongetwijfeld aangenamer om een stad te bezoeken in gezelschap, zo’n Einzelgänger ben ik nu ook weer niet, denk ik. Maar het is ontegensprekelijk zo dat je een stad beter kan inademen als je alleen bent. Je komt nooit in de verlegenheid om je eigen taal te spreken, je kan impulsief van plan veranderen en je kan vooral veel meer stapkilometers doen.

Zo heb ik bijvoorbeeld het volledige stadspark, Hofgarten, kunnen verkennen. Dat park is qua ontwerp een kopie van het Citadelpark maar dan minstens een paar keer groter, ik werd zelfs gealarmeerd door de stappenteller op mijn telefoon om te melden dat ik aan het overdrijven was.

En ook in het park: overal kunst, van helemaal aan het Goethe-Museum tot aan het NRW-forum.

NRWforum

[‘Blicke auf China’]

NRWforum (3)

De derde dag nam ik ‘s morgens de trein naar Neanderthal en bezocht ik o.a. het Neanderthal-museum. Verwar ‘trein’ niet met ons begrip van ‘trein’, in Düsseldorf kan je een metro-achtige S-trein nemen die je naar overal buiten de stad brengt. Geen uurrooster opzoeken, geen ticket kopen: ga gewoon naar het juiste perron en elke 20 minuten is er een trein, een ticket koop je in de trein zelf aan de automaat.

Voor een trip naar Neanderthal betaalde ik 2 euro, voor 16 minuten op de trein, 4 haltes. Vergeleken met de Duitse spoorwegen heeft de NMBS nog een lange weg te gaan.

S-trein

S-trein

Neanderthal

Dat er dan toch nog zoveel fietsers rondrijden in Düsseldorf?
Niet te begrijpen!

Next-bike

Stromtanke

En voor alle Duitsland- en Duitser-haters…
Hier, om het goed te maken:

Flasche

Gent-Ronse-Gent

Er was een ‘plan A’ en het is ‘plan A’ geworden: gisteren zondag 112 kilometer gefietst >> zie afbeelding => die afstand maal 2, plus 2 keer 4 kilometer erbij wegens woonachtig in de fietsknooppuntentechnische blinde vlek genaamd Oostakker.

knooppunten

Ik denk dat ik zelfs moet afronden naar 120, wegens hier en daar een festival-omleiding en 1 overwoekerd fietsknooppuntenbordje. Maar Garmin had reeds na 10 kilometer de geest gegeven. (zopas ontdekt dat het de niet-oplaadbare batterijen waren, die al 5 jaar dienst deden)

Wat hebben wij geleerd?

Ik zal mij dan toch eens een degelijke fiets met dunne banden moeten aanschaffen, want met een mountainbike is die afstand gekkenwerk.

En waarom Ronse of all places?
Et pourquoi Renaix de tous les lieux?

Wel, dat zit zo: ik wilde gewoon weten of ik de afstand aankan, bij wijze van generale repetitie voor een eenmalige woon-werk-verplaatsing in combinatie met mijn gecultiveerde angst voor touringcars en andere vormen van groepstransport. Een angst die, gevoed door schoolreizen met knuffelrock-cassettes en door traumatiserende verplaatsingen naar Barcelona of Berlijn — ja, ik heb het over u, Euro Lines! — stilaan is uitgegroeid tot een irrationele bloedhekel. (tenzij ik vooraan mag zitten) (of tenzij ik zelf mag sturen) (of tenzij er niemand op de bus zit)

En? Kan ik de afstand aan?

Ja. En ja maar.

Ik ben 7 uur onderweg geweest, pauzes en Paul Severs inbegrepen.
Dus het lukt als ik mijn eigen tempo kan rijden en als ik geregeld mag pauzeren om mijn rug te rechten. (ik ben immers een oude man van 40)

Is dat wel plezant, eigenlijk?

Alleen als je graag fietst, vrees ik. Want die eerste 38 kilometer biljartvlak parcours tussen Gent en Oudenaarde — hoofdzakelijk langs het jaagpad aan de Schelde — is werkelijk saai (en wonderschoon, dat ook). Maar de laatste 15 kilometer is puur genot! (lees: formidabel afzien bergop)

De weg tussen Oudenaarde en Ronse is 15 kilometer waarvan meer dan 10 kilometer bergop (en de Hotond!)

Gent-Ronse

Er was ook een ‘plan B’ >> om bij gebeurlijke inzinking de trein te nemen in Ronse. Maar uitzonderlijk gisteren zondag reden er geen treinen naar / vanuit Ronse, wegens werken aan de sporen of zoiets. En dan nog, dan zou ik mezelf het plezier ontnemen om de Hotond weer naar beneden te fietsen, dat kon natuurlijk niet zijn.

Er was zelfs een ‘plan C’ >> om alsnog de trein te nemen in Oudenaarde. Maarrr… Oudenaarde werd gisteren overspoeld door fans van Paul Severs en andere bezoekers van de Adriaen Brouwers Bierfeesten. Ik ben zelfs nog even binnengebold in de stationshal maar mijn zweet werd koud en ik moest plots weer denken aan de reden waarom ik vrijdag mijn wekker ga zetten om naar Ronse te fietsen.

Bierfeesten

een beestje

Weinig thema’s waar ik zó belachelijk niets over weet als de wondere wereld van het vliegend en kruipend.

Een voorbeeld: er woont een grappig beestje in onze tuin — een insect, naar ik vermoed — maar ik kan zelfs niet zeggen of het een tor, een wants of een cicade is, laat staan dat ik zou weten hoe ik het beestje moet classificeren, begroeten en beschimpen. (‘t is een nachtvlinder >> zie update onderaan)

beestje

beestje


.

Ik heb 2 vragen:

  1. Wat is het?
    UPDATE:

  2. Hoe weet je dat? ‘t Is te zeggen: hoe moet je een insect classificeren?
    UPDATE:

.

Zoenen voor Natuurpunt!

Start To Kiekens

Ik denk dat ze moeten bestaan, de kinderen die geen huisdier willen en dan maar met een ander thema hun ouders een paar oren van hun kop zagen.

Maar die kinderen van ons, die zijn de normaligheid zelve. En dus willen ze al jaren een huisdier: furbies of knaagdieren of andersoortige konijnen zoals poezen.

Ook al heb ik vroeger met veel plezier katten gehad, ik heb er nu gewoon geen goesting meer in. Dus hebben wij hier altijd de boot afgehouden.

Tot de kinderen het punt bereikten dat ze een gat in de blijdschap sprongen toen we een beetje mompelden dat er misschien opening was tot een eventuele mogelijkheid van het gedogen van kippen.

Wat ik wist van kiekens? Niets!
(het internet is alweer mijn vriend geweest)

Stap 1 — Plant een hek:

Hek

Hek

 

Stap 2 — Test uw basiskennis rekenkunde:

Rekenkunde

Rekenkunde

 

Stap 3 — Ontrol een gedefragmenteerde kastanjeboom:

Ren

Ren

 

Stap 4 — Maak onder het hek uw eigen Anti-Vos:

Anti Vos

 

Stap 5 — Koop een hok bij de postbode:

Hok

Hok

Hok

 

Stap 6 — Koop kippen:

Kippen

(sluit ze eerst een dag en een nacht op in hun nachtverblijf)

Hok

 

Stap 7 — Release The Chickens!

Kip

Kip

Kip

Kip

 

Stap 8 — Maak u onnodig veel zorgen.

  • Omdat ze weigeren te drinken / eten uit hun officiële drinkbak / voederbak.
  • Omdat ze weigeren ‘s ochtends zelf uit hun nachthok te komen.
  • Omdat ze geen geluid maken. Niets.
  • Omdat ze u de hele tijd beschuldigend aankijken.
  • Omdat ze morgen vast en zeker ontsnapt zullen zijn tegen dat ik thuiskom van het werk. Of doodgebeten door een albatros of zo.
Afbeelding

dit bericht geldt als enige kennisgeving

veertig

fietsen om te fietsen om te fietsen

Weinig dingen die me gelukkiger maken dan een vrije dag helemaal alleen door te brengen (op een fiets).

Ik heb een heel zware stadsfiets, goed voor Gentse kasseien en fietspadvernielende tramsporen maar helaas niet geschikt voor lange afstanden. Verder heb ik nog een mountainbike waar ik de laatste tijd ongeveer wekelijks een MTB-parcours mee doe.

Gisteren had ik gewoon zin om wat te fietsen tot de dag voorbij was.
Toch maar met de mountainbike, dan.

Een kleine 6 uur gefietst, 2 pauzes inbegrepen.

20150415 Profiel

84 kilometer is niet veel — het is in elk geval minder dan wat Frank Deboosere gisteren deed — maar met een mountainbike is 84 km meer dan genoeg.

Voor de zekerheid had ik nog eens mijn fiets-GPS uit de kast gehaald, dat was alweer een paar jaren geleden.

20150415 Overzicht

Het lijkt een perfecte lus, maar het middenstuk was de hele tijd draaien en keren en bergop en bergaf en dingen.

20150415 Trackeigenschappen

Wegens woonachtig op de enige plek in heel Vlaanderen waar je een lange gevaarlijke afstand moet afleggen naar het dichtsbijzijnde fietsknooppunt, ben ik eerst naar Sint-Amandsberg en Gentbrugge richting Keizerpark gefietst en dan langs een bij momenten schabouwelijk paadje (gelukkig was ik met de mountainbike) tot aan het Liedermeerspark richting Ghelamco-arena en in Zwijnaarde overgeschakeld op het fantastische jaagpad langs de Schelde, mét fucking ribbelstroken.

Niet dat het me ooit gelukt is om op dat jaagpad 30km/u te halen. (tegenwind)

De tegenwind was zo opkoppig, dat ik het na een uurtje al beu was. Geheel toevallig was ik toen in Zingem, aan fietsknooppunt 65. Daar kon ik het jaagpad verlaten en meteen aansluiten op het RVV-parcours (geel).

Mijn bedoeling was om te fietsen tot ik een “hongerklopke” had, zodat ik eindelijk zou weten wat renners nu bedoelen als ze zeggen dat ze een “hongerklopke” hadden. Maar omdat ik om 14u nog steeds niks voelde waarvan ik niet wist hoe het voelde, ben ik dan toch maar gestopt om mijn boterhammen te eten — in Munkzwalm denk ik. (al kan het ook Sint-Maria-Latem geweest zijn, in de Vlaamse Ardennen veranderen ze elke 3 straten van dorpsnaam)

in Munkzwalm, denk ik

Dan via een hele reeks plaatsnamen en heuvelachtig landschap richting Zottegem voor een tweede pauze.

Kasteel Breivelde.

Breivelde

Dan nog een klein stukje Ronde-parcours en nadien redelijk rechtstreeks huiswaarts via de knooppunten in Oosterzele, Gijzenzele, Melle, Laarne, Destelbergen. (daar heb ik nog een stukje van het rode MTB-parcours gedaan omdat ik mijn tweede adem vond)

Niks last van stijfheid in de benen, wel enorm last van de hernia / artrose op de nekwervels. Ofwel voel ik mijn benen niet omdat ik niks anders dan nekpijn voel, dat kan ook.

Een mens moet er wat voor over hebben, dat gelukkig zijn en zo.

negen jaar

Vandaag wordt ze 9.

LENA

En aangezien ik gisteravond niet thuis was om haar beter te kunnen uitleggen waarom ik deze morgen al vroeg weg was, heb ik nog iets goed te maken. (in een Amerikaanse familiefilm komt vader dan thuis met een puppy terwijl moeder hem vanachter het keukenraam een strenge afkeurende doch liefdevolle blik toewerpt) (ik zoek een alternatief)

Sinds een paar weken betrap ik mezelf erop dat ik met Lena soms gesprekken voer waarin ik na een tijdje vergeet dat ze eigenlijk nog een kind is.

Lena beantwoordt aan elk cliché over het verschil tussen ‘de jongste’ en ‘de oudste’.

Empathisch mediator, verantwoordelijk voor alles en iedereen. Eeuwig gepieker. Een druk die ze zichzelf oplegt en die haar soms neerslachtig maakt. (tussen al die zotte buien door)

9.

Lena

8.

tafelkampioen

7.

7 jaar!

6.

taart

5.

Lena is jarig

4.

Lena jarig (Lokeren)

3.

Lena

2.

Nieuwpoort

1.

0.

En dan zullen we nu overgaan tot de stemming: ‘sporthal of bibliotheek’

De kiezer — dat is uw buurman die aan uw rechterkant woont — die kiest voor een gemeentebestuur dat beslist om te stoppen met investeren in een dorpsbibliotheek. Het behoort binnenkort tot de politieke plausibiliteit.

Ook al schuilt er een gematigd liberaal in mij, toch vind ik het goed dat de overheid wettelijk verplicht wordt om in heel wat basics te voorzien. Die verplichting is noodzakelijk, vooral omdat het soms een keer voorvalt dat een gemeente een tijd bestuurd wordt door de idioten voor wie uw rechterbuurman heeft gekozen.

Mijn kinderen hebben al een halve bibliotheek verslonden, dus natuurlijk volg ik de verontwaardiging n.a.v. het nieuws over de afschaffing van de bibliotheekplicht. Maar evengoed sorteer ik die verontwaardiging onder de bekakte middenklasse waar ik nu toe behoor.

Mocht mij gevraagd worden wat ik versta onder die basics die wettelijk verplicht moeten worden, dan zou ik een lange lijst maken en daar zou de bibliotheek deel van uitmaken. Maar ‘een bibliotheek in elke deelgemeente’, zou mijn shortlist zeker niet halen.

Wat dan wél mijn shortlist zou halen:

  • Dat elk kind op minder dan 1 kilometer van zijn huis een speelplein heeft: een plein met gras, een klimrek misschien, genoeg ruimte om te voetballen (met doelpalen gemaakt van bezwete truien), nog een paar bomen om in te klimmen, meer moet dat niet zijn.
  • Dat elk kind in de onmiddellijke omgeving van zijn huis ergens wat doelloos mag rondlummelen of steppen of skaten of fietsen, zomaar op straat, zonder van de weg gemaaid te worden.

Ik bracht mijn jeugd door in een dorp met een bibliotheek op een paar honderd meter van mijn deur. Ik kan me niet herinneren dat ik er ooit één boek ontleend heb. Ik kan me ook niet herinneren dat mijn ouders ooit een boek lazen, dat komt wellicht omdat ze nooit een boek lazen en dat waarschijnlijk nog steeds niet doen.

Stripverhalen niet meegerekend, las ik mijn allereerste boek in het middelbaar, omdat het moest. Sindsdien lees ik een aantal romans per jaar, vooral als ik me in een ruimte bevind zonder degelijke internetverbinding. Op het internet lees ik dagelijks het equivalent van een boek met heel veel letters. (maar ook met veel prentjes)

Je kan niet in cijfers gieten wat de return is van opgroeien in een buurt waar je op straat kan spelen en fietsen. Je kan ook niet exact meten wat de return is van opgroeien in de buurt van een bibliotheek.

Ik kan alleen voor mezelf spreken, en in deze materie zie ik mezelf nog steeds als het kind dat alleen maar kon dromen van een pleintje om te kunnen voetballen.

Maar er was wel een bibliotheek. En zo hoort het.

Zeeland

Ik hou van Holland.

Neeltje Jans

En sinds deze week ook van Zeeland.

‘t Is eigenlijk zot: we wonen op een kwartier rijden van de grens met de provincie Zeeland maar we waren er nog nooit geweest, zelfs niet voor een dag.

In januari had ik het eerste deel van ‘Oosterschelde, Windkracht 10′ voorgelezen aan de kinderen. En ze waren er niet echt gerust op, dat we vijf dagen zouden slapen aan de Grevelingen waar het verhaal van het boek zich afspeelt, waar Anne haar broer verliest, waar het in hun verbeelding elke dag opnieuw kan overstromen.

Het tweede deel van het boek, over het afsluiten van de Oosterschelde, heb ik niet voorgelezen wegens te moeilijk. Maar ook al omdat we de stormvloedkering zelf gingen bekijken.

Neeltje Jans

Neeltje Jans

Neeltje Jans

Neeltje Jans

Buiten was het even koud als tijdens de watersnoodramp van 1953. Maar het was mooi weer, de Oosterschelde was kalm.

Neeltje Jans

En voor de rest: een aantal dorpen in de buurt bezocht.

Brouwershaven

Brouwershaven.

Ook Goes en Zierikzee.

Zierikzee

Zelfs een dagje kusttoerisme in Renesse.

Renesse

Renesse

En gefietst natuurlijk.

fietsen

tegenwind

Wind op kop…

het lichtfestival

Ondanks vermoeide kinderen, toch driekwart van het lichtfestival gezien.

Ik heb geen foto’s genomen. Vooral omdat er honderdduizend miljard kunstzinnige lichtfestivalfoto’s per seconde op het internet worden gezwierd en omdat mijn camera geen goede foto’s kan maken in het donker. Maar eigenlijk ook een beetje omdat ik mijn camera niet mee had.

Wacht, ik zou liegen. Er staan een aantal foto’s op mijn telefoon:

Lichtfestival

Lichtfestival

Lichtfestival

Lichtfestival

Lichtfestival

Het lichtfestival, ik vind dat wijs.

Het is ook een uitgelezen kans om mijn mensenzee-fobie te overwinnen.
(volgende keer beter)

En een slimme zet van de organisatie om het parcours helemaal uit te rekken via Muinkkaai en Sint-Pietersnieuwstraat.

Het parcours uitbreiden rond de kuip zelf, was helaas geen optie… want dan zouden de vele ondergrondse parkings die allemaal knal in het centrum liggen, niet meer bereikbaar zijn. (zwijgt Ivan, zwijgt dan toch! begint niet hé!)

moeke

Ik weet niet hoe oud ik was toen ik begon te vermoeden dat ze het niet meende… dat ze altijd al een grapje had gemaakt en niet écht mijn benen zou “losvijzen en vanboven op de kast leggen!!”

Het moet een hel geweest zijn om op mij te passen, in een tijd waar een kind moest opgroeien zonder bijhorende afkorting of Rilatine.

Haar huis, aan de rand van onze wijk, was ook mijn huis. Honderd seconden fietsen, het was altijd honderd seconden fietsen, er zou iets heel ergs gebeuren als ik er langer dan honderd seconden voor nodig had. Gelukkig kon ik snel fietsen.

Ik vloog met de achterdeur in huis en dan kreeg ik rozenbottelthee. (of “kaliesjenzap”, al weet ik nog steeds niet wat dat is)

Toen ik al in het middelbaar zat, ging ik er vaak studeren. Luidop. “Ik hoor het veel liever dan de TV”, zei ze.

Gesprekken hebben we eigenlijk nooit gehad, we hadden weinig woorden nodig. Maar soms kwam ik speciaal om iets te vertellen, zij luisterde. En dan vertelde zij iets maar ik luisterde nooit.

Het bijzondere talent om mij van sommige onderwerpen volledig af te sluiten, was ik toen al aan het trainen. Een soort egoïsme dat er ook voor zorgde dat ik de laatste jaren nauwelijks nog op bezoek ging. Want ik bemiddel niet graag. En al helemaal niet als ik daarvoor tussen twee vuren moet staan.

Ik zag ze vorige maand, de dag voor kerstavond, in het ziekenhuis. Ze wilde nog een keer terug naar huis, zei ze. En als dat niet kon, dan hoefde het allemaal niet meer. Ik kreeg het niet over mijn lippen om haar ongelijk te geven.

Gisteren vond ze ‘t welletjes geweest.
Ze werd 87.

Het heeft met niemand ooit op zo’n manier geklikt als met Moeke.
Dat heb ik nooit moeten vertellen, dat wist ze wel.

lang leve de nieuwe paus!

Wij vinden die nieuwe paus een toffe peer.
Sympathiek heerschap, warme mens.

Er zijn een aantal opmerkelijke verschillen met de vorige paus.
De nieuwe paus spreekt minder goed Duits, bijvoorbeeld.

Deze week is nog maar eens gebleken dat de meeste verschillen louter verpakking zijn. Oude wijn in plastieken zakken.

Want ook deze paus blijkt een seksloze vrijgezel die tientallen miljoenen mensen zegt hoe ze seks moeten hebben en hoe ze kinderen moeten opvoeden.

[fragment vrt-journaal, dinsdag 20/1/2015]

Als de Rode Duivels morgen vragen om getraind te worden door Maggie De Block, het zou minder absurd zijn. Ook minder dramatisch, het zou bijvoorbeeld niet tot duizenden ongewenste zwangerschappen per dag leiden.

En ook deze paus gaat elke mogelijke vraag die rechtstreeks naar de kern van het geloof gaat, vakkundig uit de weg.

Alleen, hij doet het op zo’n degoutant gladde manier dat je bijna automatisch sympathie krijgt voor zijn antwoord naast de kwestie. Dat is toch een mooi verschil met de vorige paus. Concreet: een meisje vraagt, door haar tranen heen, waarom God toelaat dat jonge kinderen het slachtoffer worden van prostitutie. De paus antwoordt met een spreekbeurt over de symboliek van tranen.

[fragment vrt-journaal, zondag 18/1/2015]

Ik heb bewust de fragmenten uit het journaal gekozen. Om duidelijk te maken hoe gigantisch de exposure is. En zonder één kritische noot.

Ah nee, want de paus is een toffe peer. Hiep Hoi.

het einde van Gentblogt

Dat we de stekker uit Gentblogt trekken, dat klinkt erger dan het is.
Neen, ‘Gentblogt wordt voor altijd 10 jaar’.

Het is mooi geweest, in beide betekenissen.

Ik schreef mijn allereerste bijdrage in 2007 en mijn laatste artikel in 2013. Achter de schermen hield ik me nog bezig als penningmeester van de vzw. Dat is: geld gooien naar het hostingbedrijf, het boekhoudkantoor en naar nog een aantal dingen.

Het doet zelfs niet raar. En dat is raar.

maar we zijn het eens, dat is een begin

Precies een week geleden, onmiddellijk na de eerste berichten over een aanslag in Parijs, schreef ik deze blogpost: ‘tussen geweld en geloof’, waar ik mij op voorhand al begon op te winden over wat mij zou opwinden.

En vandaag vind ik het nog steeds intellectueel oneerlijk om mensen die moorden in naam van een denkbeeldige god, volledig los te koppelen van hun religie. Blijkbaar zou iemand plots niet meer gelovig zijn als zijn geloof begint door te slaan, een logica die ik met de beste wil van de wereld maar niet kan vatten.

Ik heb deze week een tiental gesprekken gehad met mensen die vinden dat de aanslagen niets met islam te maken hadden. En wat mij optimistisch stemt, is dat we het uiteindelijk eens waren. Dat het verdedigen van de godsdienst en de godsdienstvrijheid, vooral een strategische kwestie is. De strategie van de naastenliefde, de samenhorigheid, de tolerantie.

Het is op dat punt dat we verschillen. Want ik moet niet weten van non-argumenten “voor de goede vrede”. Meer nog: ik vind dat gevaarlijk.

Wat ik dan weer niet had zien aankomen, is de omgekeerde stigmatisering van moslims. Zo werd op sociale media een bepaalde foto miljoenen keren gedeeld: op die foto zie je het beeld van de terrorist die de agent executeert, daarbij het bijschrift “Mocht je het verschil niet kunnen maken…” en dan het opschrift “terrorist” bij Kouachi naast het opschrift “moslim” bij de agent. Uit respect voor de agent, plaats ik hier de foto niet.

Ik was redelijk gedegouteerd door de veralgemening, vooral omdat de foto massaal gedeeld werd door mensen die zich doorgaans boos maken over de stigmatisering waarover rechtse islamofoben zich bedienen.

Ten eerste: als je geen familielid of vriend was van die agent, dan WEET je niet of hij moslim was. Ten tweede: wat de fuck DOET het ertoe of hij moslim was of niet?

Door mijn werk heb ik het fantastische voorrecht om bijna elke dag gesprekken te voeren met mensen uit andere landen, meestal uit “moslimlanden”. Als je in groep zou vragen of ze moslim zijn, dan zal niet één persoon dat ontkennen. Want wie een “moslim-naam” heeft, is blijkbaar als moslim geboren en zal als moslim sterven. Pro forma dan toch, want in een privé-gesprek hoor je vaak iets anders. Het afvallen van hun geloof is maar zo bespreekbaar als het afvallen van het christelijk geloof was in het Vlaanderen van de jaren 1950. (mensen durven wel vaker samenhorigheid verwarren met sociale controle)

Je zou denken: dat heeft zijn tijd nodig, dat komt wel. Maar die evolutie wordt niet geholpen door mensen die beweren dat elke Fatima een moslima is. Of hoe je in je liefdevolle strijd tegen de verrechtsing juist die islamofoben nog wat extra munitie levert.

Maar er stond nog iemand op de foto. En die man was plots geen moslim meer. Blijkbaar was het heel belangrijk om te onderstrepen dat de agent een moslim was… maar de moordenaar die alle Parijzenaars toeriep dat zijn allah de grootste was en dat hij de profeet kwam wreken, die was plots geen moslim meer. Nee, zijn statuut werd gereduceerd tot “terrorist” (wat hij óók is) en het statuut van de veertigjarige bewakingsagent, werd gereduceerd tot moslim (wat hij misschien óók is). Dit soort linkse mindfuck helpt echt niemand vooruit.

Ik ben Charlie niet. (ik ben veel te laf)
Ik ben ook Ahmed niet. (heb ik nooit gekend)

Nee, ik ben Huppeldepup. Iemand die vindt dat godsdienstvrijheid echt niet moet afgeschaft worden. Maar dat betekent niet dat je niet mag vertellen dat godsdienst (nog steeds) opium voor het volk is. En dat opium de geesten vertroebelt.

Met alle gevolgen vandien.

7 (zeven!)

Zoals mijn heimelijke humorheld — de allitererende detective uit ‘Kijk eens op de doos’ — zou uitkijken naar deze dag, zo heb ik afgeteld naar de dag dat Zita zeven werd, al kan ik me nog de tijd voor de geest halen toen Zita zes was.

Vandaag is dag één van de toekomst!
Ik heb nu geen kindjes meer, ik heb alleen nog kinderen meneer.

8 januari 2015

Zita, °08 januari 2008 Zita, °08 januari 2008

8 januari 2014

8 januari 2013

Zita wordt 5

8 januari 2012

4 jaar!

8 januari 2011

cupcakes

8 januari 2010

8 januari 2009

zita nu

8 januari 2008

zita

tussen geweld en geloof

Waar ik de komende uren en dagen en weken redelijk ongemakkelijk van ga worden: de grote denkers die zullen staan drummen om toch maar te stellen dat de aanslag in Parijs eigenlijk niets van doen heeft met geloof, wel met extremisme.

Om dan met z’n allen weer op zoek te gaan naar de voedingsbodem, die uiteraard niet in de godsdienst wordt gezocht.

In de media zal het de komende weken niet gaan over hoe wij toestaan dat miljoenen mensen hun verzonnen god een bijzonder belangrijke positie toekennen in hun leven en dat van iedereen in hun omgeving.

Hoe wij — in al onze tolerante naastenliefde — oogluikend toestaan dat zowel de ene als de andere unieke zaligmakende god zo belangrijk wordt dat het plots ook het leven doorkruist van andere mensen die voor zichzelf hebben leren denken.

“Maar dat is extremisme, Ivan!”
“Dat heeft niks met geloof te maken!”

Bullshit.

Het neerknallen van mensen die uw geloof belachelijk vinden, heeft juist ALLES te maken met geloof. Want natuurlijk dat het extremisme is, namelijk het extreme geloof in het eigen geloof.

Het is niet omdat er ook veel geweld gepleegd wordt buiten het kader van godsdienst, dat we religieus fundamentalisme dan ook maar in dezelfde schuif moeten steken.

Enfin, mijn gedacht.
En de gedachten, zoals u weet, die zijn vrij.

en een goede gezondheid, dat ook!

Een ouderwetse longontsteking, in radioloogspeak ‘bronchopneumonie basaal rechts’. Dat was toch alweer een half jaar geleden.

Om met de traditie te breken, ben ik nog vóór de schoolvakantie in de lappenmand gesukkeld. (normaal kan ik het altijd rekken tot in de vakantie)

Maar ik zou graag eens weten wat er écht aan de hand is, waarom ik de voorbije jaren voortdurend ziek word. En altijd weer infecties op de luchtwegen. Het bloed zegt weinig, er is geen verhaal. (ijzertekort, dat wel)

Ligt het aan mijn astma in combinatie met omgevingsfactoren? Komt het door te vaak en te intensief fietsen tussen uitlaatgassen? Door te hard te leven en te weinig te slapen? Te veel contact met (half)zieke mensen? Of gewoon toeval? Ik weet het niet, dat maakt me nog zieker.

Ondertussen ben ik al een week aan de Avelox, voor de zoveelste keer antibiotica in korte tijd. En ben ik opnieuw in staat om mij op te winden over wat ik hoor op de radio, dat is alvast een goed teken.

Een minder goed teken is dat ik niet de trap kan nemen zonder in het zweet te schieten en nadien een kwartier naar adem te happen. Of dat ik de voorbije week vijf kilo ben afgevallen terwijl ik sowieso geen grammetje vet te veel had. Dat wordt weer spiermassa kweken na de kerstvakantie, daar tussen de Gentse fijnstofwolken.

Nee, 2015 wordt het jaar van de goede gezondheid, ik ben er zeker van.
(en mocht het eventueel toch niet lukken, dan ga ik in de Pyreneeën wonen) (of zo)

de essentie van politiek

De Vlaamse Regering heeft beslist om geen ministerpost te spenderen aan milieu- / klimaatbeleid. (wel aan ‘Dierenwelzijn’, bijvoorbeeld) (en niet dat ik een probleem zou hebben met dierenwelzijn, integendeel, maar je kan je wel de vraag stellen hoe het welzijn van dieren evolueert als de planeet naar de kloten gaat)

Dat Joke Schauvliege, als minister van ‘Omgeving, Natuur en Landbouw’, zich moet verdedigen in de Klimaatzaak is dus niet correct.

Tot zover mijn verdediging van Joke Schauvliege.

Want HOE incompetent kan een minister eigenlijk zijn? Deze morgen hoorde ik Schauvliege op Radio 1 met veel omwegen zeggen dat het niet aan de politiek is om het gedrag van mensen bij te sturen, dat “iedereen zijn verantwoordelijkheid moet dragen”.

Vervolgens nam ik de fiets naar het werk — onderweg ben ik even gestopt om mijn astma-puf uit mijn tas te halen (want ik bleef maar hoesten, de luchtkwaliteit is niet zo fantastisch vandaag). Maar wat bleek bij aankomst? Het klimaat was nog steeds niet gered! Hoe kán dat nu??

Bij Schauvliege ontbreekt zelfs het inzicht in het concept politiek. Vraag het aan duizend studenten in de Politieke Wetenschappen: “Wat is een politicus?” Het antwoord zal duizend keer een variatie zijn op dit thema: “Een politicus is iemand die vanuit een overtuiging een mandaat ambieert om daarmee een beleid te voeren dat daadwerkelijk iets verandert aan de samenleving.”

De samenleving veranderen kan op veel manieren. Maar in de politiek doe je dat door wetten en regels op te stellen die het gedrag van mensen bijsturen.

Oh, er zullen vast wel een aantal mensen zijn die geen politici nodig hebben om verworven luxe (in de betekenis van milieuvervuiling) niet langer als een verworven recht te zien. Vast wel. Die mensen bestaan. Ze zouden verdorie in de politiek moeten gaan.

waarom ik niet staak

De vorige keer dat een deel van mijn collega’s het werk neerlegde, was op maandag 30 januari 2012. Toen besliste ik om toch te gaan werken. En toen heb ik me heel boos gemaakt op de vakbonden, onder andere omdat ze eenzijdig het sociaal overleg opbliezen.

Een paar jaar eerder had ik me ook al eens boos gemaakt op de vakbonden — maar dat is een ingewikkeld verhaal — en toen heb ik zelfs mijn lidmaatschap opgezegd.

Vandaag is mijn mening veel genuanceerder: ik heb veel sympathie voor (bijna) iedereen die deze maand het werk neerlegt om te protesteren tegen deze regering. En toch heb ik alweer beslist om niet te staken.

Is het hypocriet dat ik bewondering heb voor de stakers eind 19e en begin 20e eeuw maar dat ik nu aan de kant blijf zitten? Het zou kunnen. Want met een beetje verbeelding zou je zelfs kunnen stellen dat de context vergelijkbaar is.

Maar de motieven zijn dat niet, die waren ooit fundamenteel genoeg om het werk neer te leggen: als je stem nauwelijks meetelt — eerst door cijnskiesrecht, later door meervoudig stemrecht — dan is staking zelfs een legitiem, zij het ‘ultiem’ middel, vind ik. Ook al was de firestarter voor dergelijke stakingen zelden politiek, dat is nu wel anders.

Ik heb de voorbije weken zowat alle opinies gelezen, pro en contra. En het argument van N-VA waarin het ‘ondemocratisch’ karakter van deze stakingen wordt uitgelegd? Wel, in tegenstelling tot de partij waarvoor ik heb gestemd (Groen), vind ik dat geen bullshit. Natuurlijk is het stakingsrecht niet ondemocratisch, dat weet ik ook. Maar de motieven zijn dat eigenlijk wel: op 25 mei heeft een meerderheid van de bevolking ervoor gezorgd dat een rechtse en zeer asociale coalitie mogelijk is, zowel op Vlaams als op federaal niveau. Voor alle duidelijkheid: ik vind dat echt verschrikkelijk, om te bleiten.

En wat ik nog veel erger vind: een deel van de regeringsmaatregelen is eigenlijk verkiezingsbedrog. Zo stond de verlenging van de pensioenleeftijd in geen enkel verkiezingsprogramma van de huidige regeringspartijen.

Maar dat de huidige regering heel veel inspanningen vraagt aan de werknemers en dat ze anderzijds onzinnig veel subsidies blijft geven aan filevorming en milieuvervuiling (lees) (en huiver) … sorry maar als dit de reden is van de staking, dan begrijp ik de staking niet goed. Die politiek is nu eenmaal eigen aan de regering die de inwoners van dit land hebben gekozen.

Als je niet akkoord gaat met een regering die de rijken systematisch rijker maakt, als je niet akkoord gaat met een regering die autostrades verbreedt in plaats van fundamenteel iets te doen aan het mobiliteitsprobleem en te kiezen voor duurzame mobiliteit, als je niet akkoord gaat met een regering die weigert om ambitieuze ecologische korte- en langetermijndoelstellingen op te nemen in het regeerakkoord,… dan zit er niks anders op dan nog 4 jaar te wachten tot de volgende verkiezingen. En stilletjes te hopen dat meer dan 50 % van de bevolking zich eens informeert vóór ze naar het stemhokje gaan. (want ik zou ze niet de kost willen geven: de arbeiders die vandaag in Antwerpen protesteren maar een paar maanden geleden het bolletje naast Bart De Wever rood hebben gekleurd)

Daarnaast — dus buiten het kader van verkiezingen — zijn vakbonden en diverse drukkingsgroepen geïntegreerd in heel wat belangrijke platformen, organisaties, commissies,… die rechtstreeks en onrechtstreeks onze samenleving vorm geven. Dus, ik vind een staking maar zo nuttig als de vuist op de keukentafel tijdens een echtelijke ruzie: het kan verdomd handig zijn om te tonen dat je het meent. Het is zelden nog maar een begin van een oplossing.

Desalniettemin: leve de stakers!
(maar ik doe dus niet mee)

Ik heb het voor alle duidelijkheid alleen over ‘staking’ als drukkingsmiddel, niet over ‘betoging’. Die vormen van protest hebben volgens mij weinig met elkaar vandoen. In de jaren ’80 liep ik als snotneus mee in de anti-rakettenbetogingen in Brussel en 30 jaar later ben ik nog altijd fier dat ik daaraan meedeed. Ook toen waren de motieven politiek. Ook toen vond een groot deel van de bevolking een beslissing van de regering kortzichtig en dom. ‘Martens 5′ was trouwens dezelfde federale regering als nu: een coalitie van huichelaars en werkgeverspartijen.

Caledonië

Schotland dus.

Panorama

En zo haalde ik nog nipt mijn quotum van gemiddeld 1 vliegreis per 10 jaar.
We vlogen zowaar over de Ghelamco Arena, kijk:

Ghelamco Arena

Aanleiding voor deze reis naar Schotland was het heuglijke feit dat het precies 15 jaar geleden was dat een groep vrienden voor het eerst op thematische wijze de salontafel deelde met een aantal flessen dringend te ontdekken whisky.

De feestelijke jubileumproeving vond plaats op zaterdag 8 november 2014. In het door God verlaten jeugdcentrum Centre 81 in het dorpje Garelochhead (bij Helensburgh, Argyll). Want jeugd is wat we zijn.

Maar eerst ging het nog vrijdag naar Edinburgh. Wat er mij aan doet denken dat ik graag eens naar Edinburgh zou gaan om — de Ale Houses buiten beschouwing gelaten — ook eens wat van de stad te zien, bijvoorbeeld.

Edinburgh is trouwens een stad waar je de bus neemt als je niet stapt, er is geen ruimte voor andere vormen van transport.

Edinburgh Busses

We reden met 9 manspersonen in een Volkswagen Transporter helemaal westwaarts via Stirling naar Loch Lomond. Wat er mij aan doet denken dat ik graag eens naar Stirling zou gaan om — de parking en het toilet buiten beschouwing gelaten — ook eens wat van Stirling Castle te zien, bijvoorbeeld.

Stirling Castle

Aangekomen aan Loch Lomond, Balloch Castle, begon het te regenen.
Maar als wij zeggen dat het picknick is, dan is het picknick.

Picnic near Balloch Castle

Die avond werd er gedronken, gegeten, gedronken, geproefd.
Een scenario dat ook de volgende dagen door iedereen foutloos gevolgd werd.

‘s Ochtends bereidden we in de grootkeuken van het jeugdcentrum een stevig ontbijt — enfin, ik ontbijt niet maar het zag er stevig uit — waarna we het complex afsloten en de sleutels in de brievenbus gooiden, Schotten zijn mensen met een filantropisch kantje.

Garelochhead, Centre 81

En aangezien het elke dag om 16u donker werd, kon je pas ‘s morgens zien waar je sliep.

Gare Loch panorama

We maakten het jaar goed van de plaatselijke kruidenier en we reden via Inverarnan naar Glencoe, een locatie u welbekend van deze film.

Selfie

pitstop

Panorama met zon

‘s Morgens werden we wakker in het paradijs: Ballachulish.

Waarom ook eens geen panorama

Ja maar, wacht eens even: heb je Haggis gegeten?
Natuurlijk dat, meerdere keren. Zelfs als voorgerechtje:

Haggis

En zoals dat dikwijls gaat met het eten van voedsel: Haggis is fantastisch lekker als het goed is klaargemaakt.

Whisky is ook lekker, dat wisten we al.
Maar om onze uitstap toch enig sérieux te geven, reden we naar The Ben Nevis Distillery.

Op weg naar Fort William

The Ben Nevis Distillery

Ben Nevis Distillery

Maar genoeg cultuur.
Picknick!

panorama terugweg

En dan naar het Oosten, richting Kenmore, Pitlochry.

aperitief

Leaving Kenmore

De laatste dag was een regendag.

regenpanorama

Regen kan behoorlijk onprettig overkomen aan het stuur van een camionette met 9 inzittenden. Maar vooral dat links rijden, ik vrees dat ik het nooit volledig ga beheersen. Het is een stressfactor die ik graag achterwege zou laten bij een volgende trip naar het eiland Britannia.

Volg

Ontvang elk nieuw bericht direct in je inbox.

Doe mee met 42 andere volgers

%d bloggers op de volgende wijze: