street art

Een GooglePlus pagina waar ik dagelijks eens ga piepen: Street Art.
Soms staan er machtige kunstwerken op.

In Gent is alleen al het Graffiti-straatje (Werregarenstraat) de moeite om minstens een keer per maand te passeren. Steeds nieuwe dingen.

Werregarenstraat

Mandela, Werregarenstraat, Gent

Wel jammer van de taggers, vind ik. (maar dat hoort erbij)

Werregarenstraat, Gent

Vanuit het Hof van Ryhove ziet dat er zo uit:

Werregarenstraat, Gent

In het Hof van Ryhove zelf hangt ook street art aan de muur.

Hof van Ryhove, Onderstraat, Gent

Het kunstwerk helemaal rechts op bovenstaande foto is een klein beetje nsfw, dus plak ik deze foto achter een link.

Los van het plannetje bij die Concrete Canvas Tour, denk ik dat de Noord-Oost-rand van Negenduust veruit de meeste graffiti spots heeft. (alleen al in de Oude Dokken kan je een hele graffiti-wandeling doen)

En dagelijks passeer ik Christiaan Huygens op weg naar huis:

Christiaan Huygens

Een aantal foto’s uit de onmiddellijke omgeving van Nieuwland:

Streetart, Nieuwland, Gent

Streetart, Nieuwland, Gent

Bomastraat

Désiré Fiévéstraat

Désiré Fiévéstraat

De Ontsnapping

De Ontsnapping, Kraanlei

Het wil maar niet lukken om daar eens deftig te geraken, op die expo over de Gentse Zesdaagse in het Huis van Alijn.

Huis van Alijn, Kraanlei, Gent

Maar de tentoonstelling loopt nog tot de paasvakantie, er is nog tijd.

Aangezien de Kraanlei nog het enige alternatief is voor de Lange Steenstraat (verboden voor fietsers) en voor de Langemunt (verboden voor fietsers), heeft Fietsstad Gent deze straat mooi heraangelegd… met dezelfde kasseien die er vroeger ook al lagen. Daarom passeer ik nu dagelijks voorbij het reklaambord van de expo over de Zesdaagse, namelijk het kunstwerk ‘De Ontsnapping’ op de Leie.

Het werd 2 jaar geleden bedacht door kunstenaar / wielerliefhebber Erik Nagels, voor de 100e verjaardag van de Ronde van Vlaanderen. Het kunstwerk is gebaseerd op die plastieken coureurs die je vroeger kon sparen door het juiste merk waspoeder te kopen.

Wie deze renners nog wil zien, zal zich moeten haasten want binnen 14 dagen zullen ze definitief ontsnapt zijn.

de katoenfabriek van Decathlon

In Gent geniet Ferdinand Dierkens wereldfaam als architect van Vooruit, Bond Moyson, ‘Ons Huis’. Maar vlakbij ‘Mijn Huis’ staat ook een gebouw van Dierkens: de katoenfabriek van Decathlon.

Katoenspinnerij van de Verenigde Spinnerijen en Weverijen, Decathlon,Vliegtuiglaan, Gent

Vorige vrijdagavond zat ik naast een luidruchtige doch sympathieke groep jongeren op de trein van Eeklo naar Gent. Toen we dit gebouw passeerden, zei een meisje: “Ik vind dat een mega zot gebouw!” De anderen gaven het meisje gelijk. Want meisjes hebben altijd gelijk.

Dit gebouw van Weba, waarvan het schoonste stuk verhuurd is aan Decathlon, is één van de socialistische nijverheidsgebouwen: een katoenspinnerij van de ‘Coöperatieve Verenigde Spinnerijen en Weverijen’.

Het groot succes van het Gentse socialisme werd eind 19e en vooral begin 20e eeuw vertaald in het coöperatief kopiëren van kapitalistische karweien: het warenhuis op de Vrijdagmarkt kwam hier al ter sprake, de woonmaatschappij of de Bank van de Arbeid nog niet. Maar ook het inzicht dat je als arbeidersbeweging maar beter zelf fabrieken kan beginnen bouwen in plaats van uitgebuit te worden door kapitalistische katoenbaronnen, is een idee uit die tijd.

Dit manchestergebouw is er duidelijk één van de tweede generatie. Niet te vergelijken met de woeste massieve blokken zoals de katoenspinnerij ‘Filature à l’étage’ van Jules de Hemptinne aan de Opgeëistenlaan — een manchestergebouw uit 1853. Nee, deze chique fabriek op de hoek Vliegtuiglaan / Afrikalaan werd pas gebouwd in 1922, dus driekwart eeuw later.

De traptoren / circulatietoren lijkt eerder een kasteeltoren.

Katoenspinnerij van de Verenigde Spinnerijen en Weverijen, Decathlon,Vliegtuiglaan, Gent

Sinds 1985 is het gebouw eigendom van WEBA.

armilaarsfeer / armillairsfeer

Onlangs passeerde hier het huis ‘De Passer’ (Wolfstraat) en bovenop dat gebouw staat een ‘armillairsfeer’. In van Dale staat het woord ‘hemelglobe’ maar die term wordt zelden gebruikt als het over architectuur gaat.

armillairsfeer, De Vijf Helmen, Korenlei, Gent

Volgens de verklarende woordenlijst van het boek ‘Gids voor architectuur in Gent’ (Dirk Laporte en Livia Snauwaert) is een ‘armilaarsfeer’ het volgende:

Bolvormig (smeedijzeren) gevelornament dat de wereldbol (met de meridiaan, de evenaar, de keerkringen, de poolcirkels en de dierenriem) voorstelt en vanaf de 18e eeuw vaak wordt gebruikt door de rijke burgerij om wereldse kennis te etaleren.

Bovenstaande armillairsfeer staat op het fronton van ‘De Vijf Helmen’, het huis op de hoek Korenlei / Drabstraat.

armillairsfeer, De Vijf Helmen, Korenlei, Gent

De naam van dit gebouw komt van brouwerij ‘De Vijf Helmen’, een brouwerij die hier gevestigd was vóór dit huis in 1765 gebouwd werd. Architect: David ‘t Kindt. Stijl: late Lodewijk XV.

Het is moeilijk om in Gent rond te lopen en geen gebouwen van David ‘t Kindt te zien. Om in de armilaarsfeer te blijven: vanop de Vrijdagmarkt / Kammerstraat zie je ook de Koninklijke Academie voor Nederlandse Taal- en Letterkunde in de Koningstraat. Architect: David ‘t Kindt.

Koninklijke Academie voor Nederlandse Taal- en Letterkunde, Koningstraat, Gent

Nog een kort berichtje aan de meelezende Lokeraar: David ‘t Kindt is ook de architect van uw stadhuis. (en nu moogt ge 3 keer raden welk ding er bovenop het stadhuis van Lokeren staat)

het rabot

Heb ik hier al iets verteld over het Rabot?
Ik dacht het niet.

Toen we vier jaar geleden met het werk moesten verhuizen van de fabriek van Carels (Dok Noord) naar de fabriek van de Hemptinne, vond ik dat eerder niet grappig. Ik was redelijk verknocht aan de dokken en ben nog steeds keihard van plan om heel veel geld te sparen en daar ooit iets van huisvesting te kopen. Want in heel Gent en omstreken is er geen cooler project dan dat van de Oude Dokken.

Maar het Rabot! Ik ben het Rabot gaan beminnen.
Zoals ik ook de Brugse Poort en de Muide liefhad toen ik er woonde.

tram 24 Rabot

Onderstaande foto vat mijn beeld van het Rabot heel mooi samen: een nieuw aangelegd park met op de voorgrond een dagelijks nieuwe portie sluikstort en in de achtergrond wat industrieel erfgoed.

Nieuwe Molens

Want hier kan je de Industriële Revolutie nog ruiken.
Al valt dat gelukkig niet letterlijk te nemen wat deze gasklokken betreft:

Gasmeters

Voortman (Vogelenzang) is een grensgeval: Rabot of geen Rabot?

Voortman, Vogelenzang

rabot

Ik zeg: Rabot.

En aan de overkant: Vynckier, Nieuwe Vaart.

Nieuwe Vaart

Stukjes UCO – de Hemptinne in de buurt van de Opgeëistenlaan:

Opgeëistenlaan

de eerste steen

Filature du Rabot. Van toen de Bloemekenswijk nog Rabot was.

Filature du Rabot

En verder…

Nieuwe Vaart

Roland Van Campenhout op ne velo.

Gaardeniersbrug. Roland op de velo.

Maar ik stel voor dat ik de komende weken / maanden af en toe iets ga vertellen over de afbraak van de woontorens of het project Tondelier en de Nieuwe Molens. Of over het nieuwe Rabotpark en het gerechtsgebouw, over Toreke en de Sint-Jozefskerk, over het Rabotmonument en de Lieve, de Wondelgemstraat enzovoort.

En over waarom de nieuwe tramstelplaats het zonder tramstellen moet stellen.

Ik heb alvast een aantal foto’s genomen.

provinciehuis

Over de provincie gesproken. In de kuip van Gent staat het gigantische Provinciehuis (nauwelijks 20 meter verwijderd van het Geeraard de Duivelsteen). Dat gebouw is zo imposant dat de meeste mensen er voorbij lopen zonder op te kijken, dat komt natuurlijk omdat het voor een groot stuk zit ingesloten.

Provinciehuis

Provinciehuis

Dit Gouvernemenstgebouw beslaat bijna de volledige oppervlakte tussen François Laurentplein, Henegouwenstraat, Gouvernementstraat en Jodenstraat. Het is een zeer jong gebouw (1957) want het kwam ter vervanging van het vorige provinciehuis dat de Duitsers in 1944 bewust hebben afgebrand omdat ze toen werden uitgewezen.

Provinciehuis

Het ontwerp is van Valentin Vaerwyck en Jean Hebbelynck. 2 architecten, 2 goeie vrienden. (om in de sfeer van brandstichting te blijven: Hebbelynck heeft het volledige archief van zijn vriend Vaerwyck verbrand na diens dood, op uitdrukkelijk verzoek van Vaerwyck zelf)

De hoofdingang is in de Gouvernementstraat, de voormalige Opperscheldestraat. Die 2 arduinen reliëfs stellen — denk aan gelijkaardige figuren boven de poort van de Vismijn — de Leie en de Schelde voor. Hetgeen er mij aan doet denken dat onder Napoleon hier het Scheldedepartement zat, Département de l’Escaut, de voorloper van de huidige provincie Oost-Vlaanderen.

Provinciehuis

De reliëfs zijn van Geo Verbanck. (in Gent kan het al een keer gebeuren dat een 20e-eeuws beeldhouwwerk / reliëf van Geo Verbanck is)

Man met baard = Schelde.

Provinciehuis

Vrouw zonder baard = Leie.

Provinciehuis

een heel raar gemeentehuis

Bijna elke dag fiets ik er voorbij: het gemeentehuis van Sint-Amandsberg van toen Sint-Amandsberg nog een gemeentehuis nodig had.

Bouwjaar: 1883.

Sint-Amandsberg, gemeentehuis

Ik vind dat een heel speciaal gebouw. Ook omdat het er zo ongemeentehuis uitziet. De stijl doet denken aan de ontelbare neogotische kerkgebouwen, ik heb trouwens lang gedacht dat het gewoon de hoofdkerk van Sint-Amandsberg was. En dat is een beetje dom want die kerk staat geen 25 meter voorbij dit gebouw, in de Visitatiestraat.

Het ontwerp is van Modeste de Noyette, een architect met een groot oeuvre. Veel kerken, veel scholen, veel gemeentehuizen: niet alleen dat van Sint-Amandsberg, ook het gemeentehuis van Melle, Destelbergen, Wetteren.

In Gent is hij toch vooral bekend van de Leopoldskazerne, nog zo’n gebouw waar je echt niet naast kan kijken. In 2014 en 2015 heb ik les gevolgd in de Leopoldskazerne maar ik durfde er nooit foto’s nemen omdat er altijd wel ergens een gecamoufleerde meneer stond toe te kijken.

De nog aanwezige soldaten zijn al een hele tijd bezig met verhuizen want de provincie heeft het gebouw gekocht en investeert er in een “publiek-private samenwerking”.

Via de website van Vlaamse Bouwmeester vond ik de projectomschrijving van de Leopoldskazerne. De ambities voor dit project zijn glashelder, dus ga ik er af blijven en doe ik van copy-paste

Binnen een vooropgesteld maximumbudget, centralisatie van beleid en alle provinciale diensten met het oog op kostenbesparende effecten, in een doordacht functioneel geheel met ‘provinciale’ uitstraling en identiteit, binnen een globale architecturale en stedenbouwkundige sitebenadering, met aandacht voor dialoog tussen historische context en (ver)nieuwbouw inclusief implementatie van maximaal mogelijke duurzaamheidaspecten en passend binnen een ruimer kader ivm ‘Nieuwe Werken’ principes voor de administratie.

Napoleon de Pauwvertakking

De naam van dat stukje water tussen Dampoort en Portus Ganda, dus het kanaal(tje) met de Schoolkaai aan spaanskasteelzijde en de Hagelandkaai aan verkeersdoorstroomzijde.

Echte Gentenaars noemen dit water het de Pauwvaardeken.

Een verwarrende naam. Want het kanaal werd niet genoemd naar Napoleon de Pauw, wél naar zijn vader Napoleon-Liévin de Pauw.

Wat opvalt is de sluis ter hoogte van de zwaaikom (Dampoort), die wordt niet meer gebruikt.

Zo zag de sluis er deze week uit.

Napoleon de Pauwvertakking

Napoleon de Pauwvertakking

In 2012 nam ik er deze foto’s:

track, Tadashi Kawamata, Dampoort, zwaaikom

track, Kiosko, Hagelandkaai

Het is een buurt waar je met toeristen niet zo snel zal passeren. Zelfs als de mensen die je aan station Gent Sint-Pieters moet ophalen per abuis zijn afgestapt in station Gent-Dampoort en in paniek opbellen dat je ze daar moet komen halen, zelfs dan zal je gewoon de ring oversteken naar de Sint-Baafsabdij en dus niet langs de Schoolkaai of Hagelandkaai passeren. Tenzij de groep een thematische wandeling had geboekt met als onderwerp “Wie was Napoleon de Pauw en waarom werd hij in godsnaam vertakt?”

Over dit kanaal ligt ook een venijnig brugje, de Napoleon de Pauwbrug, bij de Gentse fietsers gekend als het steile kasseibrugje dat de woessies onderscheidt van de poessies.

Maar genoeg over mezelf, tijd voor Roa!

Alleen al voor ROA maak ik vaak een ommetje via de Hagelandkaai. Op de hoek met de Bastionstraat staat één van zijn oudste (en bekendste) Gentse werken.

ROA, Bastionstraat

ROA, Bastionstraat

ROA, Bastionstraat

Ik ben fan van het eerste uur. En het doet mij veel plezier dat Stad Gent het belang van zijn kunstwerken heeft ingezien.

Bij Visit Gent kan je trouwens een magnifieke Streetart (fiets)route, de Concrete Canvas Tour, halen. (wie een printer heeft: dit is de pdf)

Vlaanderen Vakantieland heeft er zelfs een schone reportage over gemaakt.

Het is erg maar ik heb die route nog nooit gedaan. Ik zal die route dan een keer doen en er dan een blogje over schrijven. (het staat op plaats 783 van mijn to-do-lijstje)

huizen van Semey

Maar als je daar dan toch bent, op de Vrijdagmarkt, dan zou het zonde zijn om geen blik te werpen in de Baudelostraat en de Wolfstraat.

Eclectiek!

Baudelostraat

De meeste huizen werden ontworpen door Jacob Gustaaf Semey. Niet alleen bouwmeester maar ook cultuurpolitiek geëngageerd. Zelfs zo actief dat hij na de Eerste Wereldoorlog zijn eigen woning in de Wolfstraat — huis ‘De Passer’, bouwjaar 1906, zie foto — moest verlaten en met zijn gezin naar Nederland moest vluchten.

De Passer (Jacob Gustaaf Semey)

Het opvallendste aan de gevels in de Baudelostraat zijn de (stoute) Vlaemsche spreuken.

Baudelostraat

Baudelostraat

Alleen al in de Heirniswijk (Vlaamsekaai) ontwierp Semey meer dan 200 woningen. Veel huizen werden afgebroken maar ook veel huizen bleven bewaard. Je zou daar echt eens moeten gaan flaneren als het autoloze zondag is.

Gelukkig is het in Google Street View elke dag autoloze zondag:

Vlaamsekaai

de haan

Ons Huis / Bond Moyson. Een imposant gebouw op de plek waar je ooit op corporatieve wijze kon winkelen in de ‘Groote Magazijnen’.

Bond Moyson

Er zijn ook lekkere frieten van frietchinees Jozef.

Frituur Jozef

En een haan begot!

Bond Moyson, de haan

Er wordt al een eeuwigheid beweerd dat Edward Anseele die haan ooit cadeau kreeg van de Waalse metaalmannen. Maar dat is wellicht een stadslegende.

De haan is de allegorie van de socialistische dageraad. Het licht! Want het moet niet altijd God zijn, toch niet in Gent.

De haan spreekt. Hij zegt: “Ontwaakt, gij verworpene der aarde. En steekt rap uw papieren in de brievenbus, zodat ge met alles in orde zijt.”

mijn bowie

Ik heb geen helden.
Maar mijn bewondering voor de artiest David Bowie flirt een beetje met idolatrie.

Ik was 16 toen ik zijn muziek pas goed leerde kennen, tot dan vond ik het te moeilijk of zo. In die periode ging ik naar het college met een afgewassen zwarte T-shirt met daarop in grote felblauwe koeien-van-letters: RAW FUCKING POWER… Iggy & The Stooges, nog in hetzelfde jaar bleek het mijn poort naar David Bowie. Ik maakte in 1991 kennis met ‘The Idiot’ van Iggy Pop. Ik vond (en vind) ‘The Idiot’ een meesterwerk, ik las toen in het boekje: “All songs written by Iggy Pop and David Bowie, all songs produced by David Bowie”.

En we waren vertrokken.

Ik herinner me een legendarische speelpleinmonitorencursus — ‘VV1’ voor de kenners — waar bij wijze van grap gedurende 5 dagen uitsluitend hetzelfde nummer werd gespeeld, bij elke maaltijd, de hele dag: ‘All The Young Dudes’ (met Mott The Hoople). Heerlijk.

Toen wilde ik me helemaal verdiepen in Bowie maar ik wist niet waar te beginnen. In de studententijd kocht ik in het wilde weg zijn platen, vaak luisterde ik tot het tijd was om (niet) naar de les te gaan.

bowie

Toen ik in 1998 mijn studies beëindigde met 5 maanden studeren in Amsterdam, was er in mijn rugzak plaats voor 2 cd’s. Ik nam mee: ‘Arise Therefore’ van Palace Music en het album ‘1.Outside: The Nathan Adler Diaries’ van David Bowie en Brian Eno. Wie één van deze 2 albums kent, weet dat het een wonder is dat ik nog leef.

Sindsdien ben ik af en toe gestopt met luisteren. Maar elke nieuwe Bowie-periode was intenser dan de vorige. Op 8 januari 2008 werd Zita geboren, op die dag werd Bowie 61.

Vrijdag verscheen Blackstar en door omstandigheden had ik pas ‘s avonds de tijd om het nieuwe album een paar keer te beluisteren. Ik vind het één van zijn beste albums in jaren. Die avond had ik nog een interessante sms-review met Tim, ik bespaar jullie de bewondering.

David Bowie is één van de weinige artiesten die ik meerdere keren live aan het werk zag.
En hij is ook één van de weinige artiesten die live even zuiver klinkt als in de studio.

Wild is the wind.

Hoera, het nieuwe Gentse circulatieplan is historisch!

Ze ligt hier nog te wachten in de keuken, schoon opengevouwen en helemaal klaar om op te hangen: de affiche “Wij zeggen JA!”

Want ik zeg weldegelijk JA tegen het mobiliteitsplan, ik vind het namelijk een goed plan, op enkele details na.

Zo had ik bijvoorbeeld hier al uitgelegd waarom ik vind dat de stad met dit monsterplan een kans gemist heeft om trams en taxi’s te weren uit het centrum — hetgeen blijkbaar wél kan in andere steden — maar daar heb ik me ondertussen bij neergelegd. (zoals er zich elke dag wel iemand bij neerlegt, naast een geplooid voorwiel en een gebroken kaaksbeen)

Enfin, een goed plan.

Maar toen ik gisteren het definitieve circulatieplan las, vond ik het zo’n beetje niet zo erg zo, dat die affiche nog steeds niet aan mijn raam hangt.

In het definitieve circulatieplan staan een aantal zinnen waar ik boos van werd. Niet omdat ik een fietser ben, wel omdat ik zot ben van geschiedenis en erfgoed. Ik vind: als je de Gentse geschiedenis misbruikt om het nieuwe mobiliteitsplan te verdedigen, dan is het einde zoek.

Op bladzijde 18 van het circulatieplan staat het volgende:

circulatie 01

Die ene zin — “Bovendien is binnen dit gebied het middeleeuwse stratenpatroon grotendeels bewaard gebleven, waardoor brede fietspaden vaak niet mogelijk zijn ondanks grote fietsersaantallen” — die is zo erg fout.

  • Eerste fout. Brede fietspaden aanleggen in de kuip?
    Ehm…. Pardon?! Er is in Gent niet één fietser die ooit gewenst, laat staan gevraagd heeft om “brede fietspaden aan te leggen in de historische kuip”. Dit soort belachelijke nonsens is niet meer dan platte demagogie. Zo jammer.
    Serieus jong, gewoon een paar berijdbare centrumstraten zonder de dodelijke combinatie tramsporen / kasseien / kapotgereden wegdek zou al wonderen doen. Toch zeker voor een stad die de ambitie heeft om het epitheton ‘Fietsstad’ met zelfrespect te dragen.
  • Tweede fout. Het middeleeuwse stratenpatroon is grotendeels bewaard gebleven?
    What. The. Fuck. Iets meer dan een eeuw geleden werd het hele middeleeuwse stratenpatroon (met uitzondering van het patershol) compleet gewijzigd, ook in het centrum. In de 50 jaar vóór de wereldtentoonstelling werden rivieren en grachten gedempt dat het een Lieve lust was, er werden heel wat nieuwe centrumpleinen aangelegd en vooral nieuwe straten die vandaag de historische kuip doorkruisen.

Dus? Waar slaat dit op? Wat betekent het?

Ik weet het niet. Maar ik doe een gok: deze leugenachtige argumentatie werd opgesteld om ervoor te zorgen dat de lezer begrip krijgt voor de keuze om plots het fietsen te verbieden in een aantal straten, waaronder het historisch smalle middeleeuwse kasseistraatje ‘Langemunt’, alwaar heelder hordes hersenloze toeristen zich thans vergapen aan de middeleeuwse wonderen van het Anglo-Normandisch bolwerk genaamd Primark, dus op de historische plek waar ooit de Gentse Opstand plaatsvond tegen de kapitalistische uitbuiting in de toenmalige lageloonlanden.

Nee, dan begrijp ik het.
Geschiedenis voor alles!

p.s. Als ik heel eerlijk ben en als ik alleen voor mezelf zou spreken: ik vind het eigenlijk geen enkel probleem dat bepaalde straten verboden worden voor fietsers, op voorwaarde dat het alternatief een fietswaardig alternatief is, namelijk zonder kasseien of tramsporen. Nee, mocht ik bij de stad werken dan zou ik voorstellen om het fietsverbod te behouden maar vanaf nu alle fietsers door de Regnessestraat te sturen, dat is namelijk één van de belangrijkste middeleeuwse straten van Gent. En ze wordt toch niet meer gebruikt.

oude kaarten van Gent

De examenkoorts begint te stijgen. Tijd voor wat gedocumenteerde procrastinatie.

Er zijn thema’s die me minder goed liggen (het Lam Gods) maar er zijn ook thema’s waar ik niet genoeg van krijg: oude kaarten bijvoorbeeld, ik ben daar zot van.

Te beginnen met de middeleeuwse evolutie in stadsontwikkeling: de uitbreiding, de grachten en omwallingen. Maar het wordt pas echt geestig met de kaarten vanaf de 16e eeuw.

Meer dan een half uur naar zo’n kaart zitten staren en steeds nieuwe herkenningspunten vinden. Heerlijk.

Helemaal verslavend zijn de layers van Tinkertouch en de kaart van Onroerend Erfgoed.

Sinds kort heb ik in ons huis zelfs een aantal lege muren ontsierd.

Nu worden er soms tanden gepoetst in 1878.

1878

Of wordt er piano gespeeld in 1912.

1912

Zo heb ik daarnet ontdekt dat, indien ik vandaag in die kaart van 1912 zou wonen, ik vermoedelijk via een lijdensweg met de trein van mijn huis naar het werk had gekund, door in Oostakker de trein te nemen naar het station Gent-Waas om dan in station Dampoort de trein te nemen naar station Rabot.

Nu is zowel het station Oostakker als het station Rabot geen treinstation meer. Station Rabot werd gesloopt (daar staat nu het nieuwe gerechtsgebouw) en station Oostakker werd gerenoveerd, dat mag wat mij betreft onmiddellijk terug open.

station Oostacker-Lourdes

Onderstaand kaartje (een fragment van een kaart uit het magnifieke boek ‘Op weg door Gent’) zegt veel. Die witte blokjes zijn verdwenen treinstations.

stations en spoorlijnen

Vooruitgang is ook altijd een beetje achteruitgang.

(bijna) iedereen fundamentalist

Toen de Dutroux-affaire het internationale nieuws haalde, hadden sommige Belgen het gevoel dat alle Belgen door de buitenwereld als pedofiel beschouwd werden. Belachelijk natuurlijk. Want er zijn vast wel een aantal Belgen te vinden die dat niet zijn. En bijna iedereen daar in de buitenwereld wist dat. Gelukkig maar.

Toen de Vangheluwe-affaire losbarstte, hadden sommige geestelijken het gevoel dat alle geestelijken door de buitenwereld als pedofiel beschouwd werden. Belachelijk natuurlijk. Want er zijn vast wel een aantal geestelijken te vinden die dat niet zijn. En bijna iedereen daar in de buitenwereld wist dat. Gelukkig maar.

Nu de fratsen van IS het internationale nieuws beheersen, hebben sommige moslims het gevoel dat alle moslims door de buitenwereld als terrorist beschouwd worden. Belachelijk natuurlijk. Want er zijn 2 miljard moslims en slechts een fractie is momenteel het Oosten kwijt. En bijna iedereen daar in de buitenwereld weet dat. Gelukkig maar.

Dus als iemand nu geblinddoekt op de Korenmarkt gaat staan met een bordje “I am a moslim. Hug me, I am not a terrorist”, dan heeft die persoon vooral zelf een probleem. In de volksmond: het Calimero-syndroom. En ik moet daar een beetje van overgeven. (want zo’n actie vind ik een onverbloemde belediging: alsof ik intellectueel niet in staat zou zijn om het verschil te zien tussen een moslim en een moslimterrorist)

Omdat ik niet blog over het werk, ga ik niet in detail treden maar ik had gisteren een fantastisch gesprek. Ik moest in de les iets uitleggen over het opslaan van e-mailbijlagen en precies op het moment dat ik mijn mailbox opende en via de beamer op het groot scherm toonde — het uur was 14u02 — liep er een brekend-nieuws-ding van Het Nieuwsblad binnen: er was officieel een terrorist gedood. De cursisten hadden dit helaas gezien nog vóór ik het kon wegklikken. Het werd rumoerig, dus heb ik even de les stilgelegd voor een gesprekje.

Rond de tafel: 7 verschillende nationaliteiten, waarvan 3 niet-moslims. Ik had na het gesprek niet het gevoel dat iemand zich Calimero-gewijs had gemanifesteerd.

Maar het heeft niet veel gescheeld of ik had ze allemaal een knuffel gegeven.

license to kill

Ik weet het niet meer.
Zelfs geen idee van een begin van een oplossing.

Maar ik weet wel dat ik het niet volledig eens ben met de meerderheid van de intellectuele commentatoren in kranten en andere media. En ik vermoed dat ik het ook niet volledig eens ben met de meerderheid van de baggerfora, de HLN-commentatoren. Maar dat laatste kan ik niet weten omdat ik het niet lees, ik hoor het wel.

Wat ik echt niet kan begrijpen: dat de meeste (politiek correcte) commentaren het over “voedingsbodem” hebben, zonder te beseffen dat er meer nodig is. Dat er meer nodig is dan een eventuele achtergrond van kansarmoede, werkloosheid, discriminatie. Natuurlijk is dit een voedingsbodem voor jongeren die vatbaar zijn voor extremisme. En natuurlijk moet dit aangepakt worden. Waar is mijn geld, dat ik het kan smijten naar educatie-projecten over heel de wereld.

Maar na die voedingsbodem, wacht de dubbele bodem.

Want de license to kill, die krijgen ze van een sterk georganiseerd idee. (hoe je ‘t ook draait of keert, akbar of niet akbar, het blijft een fors gefinancierd denkbeeld)

Ik weet niet wat me droeviger maakt: mensen die moorden in naam van iemand die verzonnen is… of mensen die vandaag beweren dat terroristen niet gelovig zijn omdat ze dat boek niet zo goed begrijpen.

Wie een roman nodig heeft om het verschil tussen goed en kwaad te begrijpen, vind ik rijp voor de psychiatrie. Ik vermoed dat er in de meeste bijbelvarianten wel iets zal staan in de trant van “Gij zult geen Kalasjnikovs kopen en onschuldige mensen afknallen” maar ik begrijp niet hoe dat ter zake doet.

Dit vat het samen:

En vóór u op uw paard springt: nee, ik vind de aanslagen in Parijs niet schandaliger dan alle oorlogen in de wereld.

En ja, ik weet dat de CCC of de Rote Armee Fraktion niet religieus geïnspireerd waren. Maar die problemen waren geografisch te overzien, zelfs politiek op te lossen.

Bij godsdienstfanatici ligt dat een beetje anders. Dat is toch schoon aan religie, dat het kan verbinden over alle grenzen heen.

Ik ben nog steeds voor absolute godsdienstvrijheid. Want de gedachten zijn vrij. En dat moet zo blijven. (dus als iemand per se wil denken dat je moet sterven als je graag naar muziek luistert, dan is dat zijn vrijheid)

Dus nee, ik heb geen oplossing.

Maar ik zou het geen onverstandig idee vinden om eindelijk eens te stoppen met ontkennen dat deze terroristen godsdienstfanatici zijn.

Update: oh kijk, een meneer die deze morgen mijn blog gelezen heeft.

het land van de meetjes

We zijn op reis geweest naar het Meetjesland, hier ver vandaan.

Het enige dat ik al wist over het Meetjesland was dat je daar De Lieve kan volgen tot aan het Gravensteen in Gent. En dat er petanque gespeeld wordt met dikke houten schijven.

En dat er mensen wonen die sluipen als ze “slapen”. Eigenlijk is de essentie van hun dialect dat de Meetjeslanders een aantal West-Vlaamse spraakgebreken kopiëren en die vervolgens inkleuren door van elke klank een tweeklank te maken. Ik vind het een lelijk dialect, maar toch nog altijd mooier dan het Waaslands of het Kempisch.

Wat ik nog niet wist over het Meetjesland: dat er veel bossen zijn. En prachtige fietsroutes waar je urenlang kan fietsen zonder voortdurend een R4 of N70 te moeten oversteken. Hadden ze daar een ander dialect, ik zou er misschien nog kunnen wonen.

Zaterdag fietsten wij de prachtige Drongengoedroute: 44 kilometer verharde en veel mindere verharde wegen, langs het Leen en het Drongengoedbos. Het had de hele nacht geregend en daardoor waren sommige stroken enkel geschikt voor mountainbike. De meisjesfietsen hebben afgezien.

gefietst

Het Drongengoed is het grootste aaneengesloten bosgebied van Oost-Vlaanderen. Magnifiek in deze tijd van het jaar. Helaas is er een onophoudelijk lawaai van vliegtuigen van de 2 vliegclubs die gebruik maken van het aangrenzende vliegveld. Nochtans ben ik goed gewend om in de Gentbrugse Meersen het luid geraas van het verkeer op de E17 te horen, maar ronkende vliegtuigen boven je hoofd is toch nog wat anders. Dat er in het Meetjesland nog geen luchtafweerclub is opgericht, is niet te begrijpen.

Drongengoedhoeve

Ook Het Leen en het Keigatbos had ik nooit eerder bezocht.

Eeklo, Het Leen

Veldkruis, Keigatbos

Het Meetjesland, het is een land als een ander.
Maar ik denk dat ik nog terugkeer.