this week I have been mostly saying ‘pipi in het potje’

Ze mag liters appelsap drinken en dan de hele dag in haar blote poep rondlopen maar pipi in het potje: “No way José!”

Haar blaas is al een paar keren geëxplodeerd: op de mat, in de zetel, op de vloer, op de trap, om het even waar. Maar dus niet op het potje.

En om de eerste vijf druppels *in* het potje te vieren — en omdat een zenuwinzinking zó passé is — hebben we vanavond een daverend applaus gegeven en een familiale vreugdedans gedaan.

fitna

Niks nieuws dus.

Maar er is toch nog één dingetje dat ik niet zo goed begrijp.
Namelijk de technische uitvoering van “Soera 4, Vers 56”.

klik en ga naar de film

In zo’n grote braadpan zie ik mij nog wel liggen maar veel verder geraakt mijn verbeelding niet.
Want hoe zit dat dan met mijn nieuw vel?
Wordt mijn huid dan eerst opgemeten door iemand?
En wordt dat dan genaaid of is dat met elastiek of met spanbandjes?
En zal die mens die dat moet doen zijn handen niet verbranden?
Dat moet nogal een beproeving zijn.

de mamapoep is gevallen

Gisteren. Ik wil Lena in bed steken maar ze wil mij kost wat kost nog iets vertellen. Eigenlijk wil ze vertellen dat de ‘sneeuwpop’ is gevallen maar aangezien ze nog maar pas pannenkoeken heeft gegeten en ook ‘pannenkoek’ heeft leren uitspreken, is ze een beetje haar kluts kwijt.
Het woord ‘sneeuwman’ of ‘sneeuwpop’ is ze op dat moment even vergeten, ze zit dus met ‘pannenkoek’ in haar hoofd. De spraakverwarring is compleet omdat ik op dat moment geen weet heb van een gevallen sneeuwpop — dat heb ik pas ontdekt toen ik terug beneden was.
Dus dacht ik op dat moment dat Lena mij wilde vertellen dat haar pannenkoek is gevallen. Wat ik een beetje vreemd vond, aangezien ik geen pannenkoek heb zien vallen. En dat kind maar uitleggen. En ik maar niet snappen. Het ging zo:

(als het ingesloten filmpje niet werkt: klik hier)

En zo bleef het maar doorgaan trouwens. Ik heb haar nadien nog willen wakkermaken om het misverstand op te lossen en uit te leggen dat ik nu eindelijk begrijp wat ze bedoelde. Maar ik heb gewacht tot ’s morgens.
Dat filmpje heb ik nu al twintig keer opnieuw bekeken en ik ontdek telkens nieuwe dingen. Bijvoorbeeld: ze kijkt voortdurend naar rechts, naar de voordeur (daar stond de sneeuwman). Via haar pop wil ze ook duidelijk maken dat het niet om een pannenkoek gaat maar om een soort pop. En wanneer ik zelfs dat niet begrijp, zegt ze dat ‘papa’ is gevallen. En ‘mamapoep’ als een soort samentrekking van ‘sneeuwmama’ en ‘sneeuwpop’. En nog verstond ik het niet. Domme papa.
Update > en als ze het (volledig in het begin) heeft over “kin” of “kun”, dan bedoelt ze de kinderen die de sneeuwman hebben gemaakt — en als ze “nee pop” zegt dan bedoelt ze dus niet “nee pop” maar wél “sneeuwpop” — domme domme papa!

[stokje] bedgeheimen

Een stokje: ‘bedgeheimen’.
Ik heb er geen en als ik er al had, dan waren het geheimen, duhuh.

Iets anders dan maar: ‘bedrituelen’.
Ja, die heb ik wél. Elke avond nacht als ik ga slapen, probeer ik mijn bed te vinden. Dat is eigenlijk niet zo moeilijk maar ik probeer het ook te doen zonder het licht aan te steken, zonder mijn kleren aan te houden, zonder mijn slapende vrouwen wakker te maken, dus zonder mijn kleine teen te stoten of met mijn blote voeten op een Duplo-blokje te stappen, of zonder lawaaierige dingen te doen vallen (zoals kleerhangers die nog op het bed liggen). En dan val ik als een blok in slaap. Meestal. Maar de laatste tijd durft dat wel eens mislukken, dat klinkt minder erg dan dat het is. Of zoals King Henry IV het ietwat dramatischer kwam te zeggen:

How many thousand of my poorest subjects
Are at this hour asleep! O sleep, O gentle sleep,
Nature’s soft nurse, how have I frighted thee,
That thou no more wilt weigh my eyelids down
And steep my senses in forgetfulness?
— Shakespeare —

Iets anders dan maar: ‘uit-bed-rituelen’.
Ja, die heb ik ook. Ik sta *nooit* op als dat niet van mij geëist wordt op een zeer dwingende manier. Hetzij door een krijsende Zita, een hoestende Lena, een beloofde afspraak met de flesverwarmer en last but not least: de keerzijde van mijn loonbriefje. Wat betekent dat ik minder dan de helft van het aantal uren dat ik normaliter zou slapen, slaap. En dus loop ik al twee jaren meer dan vermoeid. De uitputting nabij. En dat is gene zever, het is gewoon zo, ik sta op het punt te crashen. En zeg mij alstublieft niet dat ik vroeger in mijn bed moet kruipen, ik moet gewoon eens een paar dagen kunnen uitslapen. “Dat is toch hetzelfde?” Néé, dat is niet hetzelfde.

(en oh ja het is een stokje, dus hoor ik enkele mensen naar hun bedgeheimen te vragen — ik zou niet durven maar laat dat u vooral niet tegenhouden)

slecht karakter

Vermijden dat mensen op mijn blog terechtkomen: ik doe dat soms.

Stel dat ik nu een stukje zou willen schrijven over die populaire rockgroep voor bakvisjes-die-vallen-voor-jongens-die-er-uitzien-als-bakvisjes, ik bedoel dat groepje met die Duitse schminkpoppen, waarvan de groepsnaam dus begint met [hoofdstad van Japan] en eindigt met [zo’n etablissment waar toeristen plegen te overnachten], dan zou ik bijvoorbeeld vermijden om die groep met naam en toenaam te noemen. En al zeker niet linken naar andere pagina’s en al zeker geen tags of labels toevoegen.

Maar het omgekeerde. Mensen naar uw blog lokken uit pure onnozeliteit: dat had ik nooit eerder gedaan. Van ’t weekend heb ik dat eens geprobeerd. Voor de grap. Dat stukje over het fiasco van de installatie van mijn draadloze internetverbinding heb ik het label “Hoe installeer ik een draadloze router” meegegeven. En vandaag al resultaat. Hihi.

kroniekje van een lijdensweg

Ik zeg tegen de verkoper:

“Meneer, ik ben niet technisch onderlegd. Denkt u dat ik dat zélf kan installeren?”

“Ja hoor. Gewoon de opstart-cd insteken en doen wat er u gevraagd wordt. Op 5 minuutjes is dat gepiept.”

Ik reserveer een halve snipperdag.

Ik sta vroeg op. Ik steek de opstart-cd in de computer. Op de opstart-cd staat geschreven: ‘Quick start: Click & Connect’. Aargh. ‘Been there.’ Ik krijg een koortsaanval: huiveringen, koud zweet. Maar ik beheers mezelf. Ik doe wat mij gevraagd wordt, ook al versta ik de woorden niet — ‘kabels’ en ‘poorten’, dat lukt nog net. Ik zit al aan stap 4. “One to go” zegt het scherm. Of is het uitlachen? Ik klik op ‘Finish’ en het scherm zegt dat mijn verbinding wordt nagegaan.

Foutmelding. De eerste. Nog 77 en oneffen te gaan.

Kan geen verbinding maken, configureer uw WAN-settings.

Ik weet niet wat dat betekent maar ik doe het lekker toch. Ik configureer mijn WAN-settings.

Foutmelding.

WAN-settings incorrect. Contact your ISP.

Ik weet niet wat dat betekent maar ik hou van afkortingen en ik doe een gok: Internet Service Provider? Aha! Maar dat is Telenet! Ik weet wat dat betekent — “en als u nog steeds aan het luisteren bent én u blijft erbij dat u gewoon een levend mens aan de lijn wil, druk dan 37 hekje en doe de plopdans” — dus ik check mijn telefoonkrediet. Na enkele minuten zowaar een technieker aan de lijn.

Ongeveer hier begint de lijdensweg.

“Meneer. Wij bieden geen ondersteuning voor routers.”

“Eh. Maar jullie komen toch bij mensen thuis WiFi installeren. Ik ben misschien wel dom maar ik ben niet dom: WiFi betekent dus niet ‘Wiske & Filiberke’ maar betekent wél dat jullie een draadloze router komen installeren. En nu zegt u dat u geen technische ondersteuning biedt voor routers?”

“Maar dat is alleen voor nieuwe klanten meneer. Voor mensen die nog geen internet hebben. Maar u bent al klant bij ons.”

“Oink. Dus als ik geen klant ben, dan kan u mij helpen?”

“Klopt meneer. Dan komen wij bij u thuis.”

“Maar ik wil daar voor betalen hoor. Ik wil gewoon dat er iemand langskomt. Ik zal koffie zetten.”

“Dat is heel vriendelijk meneer, maar ik kan u niet verder helpen. Sorry.”

Kalmeren. Inhaken. Afkoelen. Computer uit. Ontbijten. Diep ademhalen. Computer aan. Opnieuw geprobeerd. Opnieuw (meerdere) (verschillende) foutmeldingen. Geen verbinding. Getelefoneerd naar de service-lijn van D-link (het merk van mijn router). Een Nederlander. Zeer geduldig. Zeer vriendelijk. Maar er is iets met de telefoonverbinding, het lijkt alsof mijn telefoon onder mijn hoofdkussen ligt maar ik duw mijn oor bloedrood om toch af en toe een woord te kunnen opvangen. Na een half uurtje zijn we eruit. De opstart-cd doet moeilijk met Vista. Of omgekeerd. Dan maar zonder opstart-cd.

“Maar dan moet u precies doen wat ik zeg.”

“Meneer, ik kom naar Nederland en ik wil zelfs uw was en uw strijk komen doen.”

Er volgt een dovemansgesprek maar toch: ik doe precies wat mij gevraagd wordt. En hoera, we hebben draadloos internet. Ik bedank die mens voor bewezen diensten en zeg dat “dat van de was en de strijk” een grapje was.

Ongeveer hier begint de lijdensweg.

Ik wil ook op onze andere pc verbinding maken en in mijn hoofd herhaal ik wat die vriendelijke man mij gezegd heeft.

“Ga naar ‘Netwerkcentrum’, kies ‘Draadloze verbinding’, klik op ‘Toevoegen’, selecteer uit de lijst met draadloze netwerken de naam van uw netwerk, geef uw wachtwoord in en klaar is kees.”

Een wereld gaat voor mij open. Bijna alle buren hebben draadloos internet. Allemaal beveiligd. Maar mijn netwerk staat niet in de lijst. Ik bel opnieuw naar de vriendelijke Nederlanders van het D-link-team. Ik krijg een andere man aan de lijn, dus doe ik mijn verhaal volledig opnieuw. Na een half uurtje zijn we eruit. De router opnieuw geïnstalleerd, via het IP-adres van de router op het (bedrade) internet. We hebben het kanaal veranderd. Eerst van 6 naar 11, dan van 11 naar 1. Ik voel me steeds meer als iemand die voor een reality-show door een mijnenveld wordt gestuurd. Geblinddoekt. De helpdesk-medewerker in de rol van de ploegmakker die mij met een megafoon naar de overkant moet loodsen. Maar om het interessant te maken voor de kijker thuis, mag de ploegmakker zich enkel bedienen van een taal die ik niet machtig ben.

Maar het lukt. het is ondertussen bijna middag maar het is gelukt. Internet op 2 computers. Een nieuw leven.

Ongeveer hier begint de lijdensweg.

Ik ga terug naar mijn laptop, computer één. Geen verbinding meer. Alles opnieuw proberen installeren. Geen verbinding. Ik vind mijn router terug in de lijst maar er kan geen verbinding gemaakt worden. Voor de derde keer vandaag bel ik naar de vriendelijke Nederlanders van het D-link-team. Maar ik krijg weer iemand anders aan de lijn, dus doe ik mijn verhaal volledig opnieuw. Na een half uurtje zijn we eruit. We gaan naar ‘Systeemherstel’ en gaan “een herstelpunt zoeken”. We doen dat. We(*) installleren alles opnieuw. (*Verpleegstersmeervoud)

Lees bovenstaande alinea opnieuw.
Vervang ‘computer één’ door ‘computer twee’.
Vervang ‘voor de derde keer vandaag’ door ‘voor de vierde keer vandaag’.

De verbinding van mijn desktop-pc valt voortdurend uit. Foutmeldingen beweren dat er “een onderdeel” ontbreekt van de software voor mijn ‘Wireless Adapter’ (een soortement usb-stick voor computers zonder WiFi-kaart). Ik bel voor de vijfde keer vandaag naar de vriendelijke Nederlanders van het D-link-team.

“Maar u heeft de software geïnstalleerd voor XP en u heeft Vista. Dan werkt het niet goed. Maar de installatie-cd die in de winkels ligt, heeft de juiste onderdelen niet. Ik geef u even de gegevens van een internet-adres waar u een zip-mapje kan downloaden en dan moet u dat mapje uitpakken en installeren in de driver waar u de software van die adapter heeft geïnstalleerd. Begrijpt u? Meneer? Meneer?”

[…]

We zijn een dag later. Ik zit hier te typen in de living. Maar ik geloof er nog niet in. Computers en ik.

Zeg nu nog eens dat ik een nerd ben.

oude man met varken

[verzoekje]

‘Ah, ’t komt ’s Avonds boven, Meneer, als ’t blauw wordt buiten
en als de Kraaien vallen in het Gras,
maar rapper nog vallen uw Tanden
en ’t rapst van al uw Haar dat krulde vóór Veertien-Achttien.
Ah, ‘k heb veel Rozen afgetrokken, maar altijd voor den Baas,
‘k heb veel vrouwen gevraagd, maar meestal vogelde ‘k ernaast,
en ’t rapst en ’t meest vielen er Tranen in mijn Soepe.

‘k Was te stom om Paster te worden,
te braaf om te deugen, te slim om niet te deugen,
‘k heb, Meneer, meer geknield dan gedanst.

Ah, ’t is ’s Avonds, Meneer, dat ge peinst: ’t is Kanker,
en ’t is alleen maar jammer dat in mijn Karkas
mijn Herte, dat het Herte van een Moordenaar is,
geen Chance heeft gehad, geen Keuze, genen Tijd!

En soms peins ik, als ik peins,
dat Hij die daar nevens mij ligt, Mijn Zwijn,
mijn Ziele, mijne Kameraad in zijn Mande,
minder een Zwijn is
dan het Zwijn dat ik had willen zijn.

Want Hij droomt niet, Meneer,
van Messen en Moord
maar van Appels en Modder.

En daarom is ’t misschien, Meneer,
dat ik Hem meestal ’s Avonds geren zie
als Hij gebaart dat Hij slaapt.’

– Hugo Claus –

malou

Het in memoriam horen voorlezen door Jef Lambrecht en dan doen alsof ge uw brilglazen wilt kuisen.

Dan deze hele godvergeten woensdagavond doorbrengen met een vijftiental volwassenen waarvan niet één, niet één, al ooit van hem heeft gehoord.

Dan. Er met uw hoofd niet bij zijn. Niet uitgelegd krijgen waarom dat komt. Dat ge voortdurend terugdenkt aan die keer dat het klaslokaal van ’t vijfde middelbaar een barak in Compiègne moest voorstellen en dat het hoofdkussen onder uw bruine frak dreigde op de grond te vallen. En dan bang zijn dat het u punten zou kosten maar dat ge uiteindelijk een negen kreeg en de vermelding dat Herman Teirlinck een optie was.

Ik speelde Kilo.

Er was ook nog Max en Jager en de Jongste Minne en de Oudste Minne en er was Malou. Er was Malou. En natuurlijk had zij die rol van Malou. Ja Boom, dat moest weer lukken. En dan stonden we plots zogezegd buiten de barak in Compiègne een klapke te doen. En ze zei dat ze het allemaal zo niet bedoeld had met die Polen op dat feest. Ja dat zal wel, zei ik. En dat van die keer na de repetities bij u thuis? Dat was ook niet zo bedoeld of wat?

Yves 1 – Yves 0

Tja. Veel kan ik daar echt niet aan toevoegen.

Na negen maanden moest er een kind geboren worden, omdat als enig alternatief bestuurlijke chaos en nieuwe verkiezingen overbleven. Maar het kind is met de ijzers gehaald, is bijzonder prematuur en heeft twijfelachtige overlevingskansen.

Dit is het regeerakkoord van het grote uitstel, waarbij alle punten waarover politieke conflictstof bestaat zorgvuldig geëvacueerd werden, verpakt in vrome beloften zonder enige concrete uitwerking.
Om te beginnen worden er aan de grote staatshervorming nauwelijks woorden vuilgemaakt. Nochtans was dat niet alleen het grote, zo niet enige thema dat er de afgelopen maanden leek toe te doen, het was ook de conditio sine qua non voor het kartel. Zonder die grote staatshervorming zou CD&V nooit in een regering stappen, was de formele en uitentreuren herhaalde belofte.

Die belofte wordt niet gehouden, er moet nu tegen de zomer werk worden gemaakt van de tweede fase, waarmee nu al de eerste crisis van Leterme I in de agenda’s kan worden aangeduid.
Het is lang niet het enige uitstel. De regeringsverklaring bulkt van zinsneden als “de regering zal onderzoeken”, dan wel “een dialoog aangaan met” of “neemt zich voor om”. Dat geeft het geheel meer het karakter van een nieuwjaarsbrief dan van een voldragen regeerakkoord, en maakt Leterme I meer tot een studiedienst dan tot een regering.

Het ergerlijkst wordt dat bij het luik over de sociaaleconomische beslissingen, niet meer dan een optelsommetje van de wederzijdse verzuchtingen. Liberalen hebben er een voornemen tot belastingvermindering in gekregen, christendemocraten en Waalse socialisten een voornemen tot verhoging van een aantal uitkeringen.
Jammer genoeg is er geen enkele termijn en geen enkel bedrag op die voornemens gezet. Dat zou wel nuttig geweest zijn, want technici ramen de kostprijs van zo’n pakket op een dikke 10 miljard euro, zeker als je er de intentie bij neemt om naar een begrotingsoverschot van 1 procent te evolueren.

Dat geld heeft Leterme I niet, maar desondanks belooft men het nu toch al uit te geven. Hoe dat moet gebeuren blijft een raadsel, want aan de inkomstenzijde staat niets te bespeuren wat een dergelijke uitgave zou kunnen financieren, op een ook al vage verwijzing naar een vermindering van het aantal ambtenaren na.

Dat maakt deze regering ook ronduit onverantwoordelijk. De studies die becijferen hoe groot het begrotingsoverschot moet zijn om de benodigde reserves voor de financiering van de vergrijzing aan te leggen, zijn door de onderhandelaars straal genegeerd. Sterker, men doet net het omgekeerde: nergens zoeken naar nieuwe inkomsten, maar alleen nieuwe uitgaven plannen waarvoor geen enkele financieringsbasis aanwezig is. Dat is kiezen voor een pad dat rechtstreeks naar de ondermijning van de fundamenten van onze welvaartsstaat leidt.

Het excuus van Bart Somers, dat men in tien dagen geen uitgewerkt sociaaleconomisch programma kan afleveren, klinkt met permissie ronduit belachelijk: men is niet tien dagen bezig, men is al negen maanden schaamteloos met dit land aan het aanmodderen.
Hier en daar wordt de vergelijking gemaakt met de noodregering-Dehaene, die ondanks een beperkt en vaag regeringsprogramma toch een sterke regering bleek. Die vergelijking gaat niet op. Ten eerste wordt deze regering niet geleid door Jean-Luc Dehaene, en, nog belangrijker, Dehaene was een realistische pragmaticus die geen angst had voor risico’s of onpopulaire maatregelen.

Bij Leterme I blijft de koorts van het electoralisme pieken. Niet het goed bestuur, niet de toekomst van dit land, niet een evenwichtig en coherent compromis tussen verschillende ideologische stromingen en taalgemeenschappen zijn de eerste prioriteiten van deze ploeg. Wel het particuliere belang van de eigen partij of het eigen kartel. Zolang de cultuur van desnoods onhaalbare beloften het grootste succes oplevert, zal men die blijven koesteren, en hoopt men daarmee de volgende verkiezingen te overleven. Ondertussen kan men zich vermeien met eindeloze twisten en ruzies, en het verder cultiveren van wederzijds wantrouwen.

Een parallel met de financiële markten dringt zich op: ook daar hebben jaren van ongetemperde maar irrealistische winstverwachtingen tot de grootste financiële crisis sinds de Tweede Wereldoorlog geleid. Ook daar heeft het jaren geduurd vooraleer men tot die onontkoombare vaststelling kwam.

Deze regering steekt de kop in het zand, schuift de problemen voor zich uit en blijft desondanks ongegeneerd vastzitten in de beloftecultuur. De rekening is voor later, en, zo hopen ze, zal hopelijk niet door hen betaald moeten worden.

Bij de volgende, al dan niet samenvallende verkiezingen van 2009 zal blijken of hun inschatting juist is. Dit heeft meer het karakter van een nieuwjaarsbrief dan van een voldragen regeerakkoord, en maakt Leterme I meer tot een studiedienst dan tot een regering. (Yves Desmet)

En in tegenstelling tot de nieuwe regering wordt het editoriaal van Yves Desmet wél “gedragen”:

Volgens Peter Vandermeersch van De Standaard zijn “alle elementen aanwezig om er een van de slechtste regeringen aller tijden van te maken”. “Niemand gelooft erin”, luidt het. “Geen ploeg, geen programma, geen begroting, geen termijn en geen leider. Dat is de wel heel zwakke basis waarvan Leterme I, negen maanden na de verkiezingen, kan vertrekken”.

Dit regeerakkoord bevat veel gebakken lucht en is na negen maanden onderhandelen een schrale oogst, stelt Peter De Backer in Het Volk en Het Nieuwsblad. “Het meest positieve van de regering-Leterme I is zonder meer dat ze bestaat. Maar hoe lang ze het uitzingt, is hoogst onzeker”, luidt het. “Met al die ultimatums en sluimerende problemen lijkt Leterme I wel gedoemd om te mislukken”, besluit hij.

Ook Bart Haeck spaart in De Tijd de kritiek niet. Het regeerakkoord zal volgens hem bij weinigen enthousiasme losmaken. “Daarvoor leest de tekst te sterk als puin ruimen”. Volgens De Tijd blijft het regeerakkoord op cruciale punten ook steken in een “intentieverklaring die nog alle kanten op kan”. “Tussen de regels door leest deze regeerverklaring daarom als een kroniek van een nieuwe crisis”.

Ook Luc Van der Kelen van Het Laatste Nieuws vergelijkt het regeerakkoord met een “intentieverklaring”. Hij wijst op het surreële karakter van het akkoord. “Ceci n’est pas un regeerprogramma, het is een catalogus van beloften, enfin, precies wat de oppositie altijd verweet aan de paarse regering”.

In de Gazet van Antwerpen spreekt Paul Geudens van een “mager resultaat” na negen maanden onderhandelen. “Neen, er hoeft absoluut geen applaus. Dit is een regering zonder cijfers, zonder samenhang en vooral zonder visie”, luidt het.

Volgens Eric Donckier van Het Belang van Limburg is de regering Leterme I in feite net als Verhofstadt III een interim-regering, maar dan met 21 juli als deadline. Hij noemt het regeerakkoord “een relatief vrijblijvende evenwichtsoefening. Hoewel er nu eindelijk een regeerakkoord is, luidt de meest gestelde vraag volgens Donckier nu al: hoe lang houdt de regering Leterme het uit? ” (belga/mvdb)

het ding is er

En mét ‘waist strap’ achteraan, dus het ding kan ook als heuptas gedragen worden (handig in de zomer, op de fiets).

tas.jpg

Het is waterbestendig en nog vanalles. En ge kunt er uw gerief in kwijt. Met vanbinnen overal van die aparte vakjes voor stylo’s en portefeuille en gsm en toestanden allerlei. Het is eigenlijk een laptop-tas is maar daar ga ik het niet voor gebruiken.

En nu zal Lena nooit nog huilen op de fiets wegens de onzachte wrijving van mijn rugzakritsen tegen haar peuterneusje. Peis en vree op onze dagelijkse fietstocht naar de onthaalmoeder.

Maar de hoge invoertaksen doen het voordeel van de lage dollar volledig teniet. Dus het resultaat is eerder een grotere ecologische voetafdruk en daar heb ik nu geweldig spijt van zie. Ik zal het nooit meer doen!

kats

Ik spreek het niet zo vloeiend, de kattentaal. Maar het onderstaande filmpje van ondertitels voorzien, lijkt me niet echt een probleem.

Is ’t aan u?
Ba nee, ’t is aan u.
Nietes, ik was gisteren.
Vergeet het, dat was ik.
Maar nee, ’t is aan u.
Aan u.
Aan u.
Aan u.
Aan u.
Aan u.
Aan u.
Aan u.
Aan u.
Aan u.
Aan u.
Aan u.
Aan u.
Aan u. Aan u. Aan u.
Maar ge moet u nie verleggen, ‘k zal opschuiven, zo goed?
Oh gij! Allez kom.

het ding

Ik wacht al meer dan 2 maanden op iets dat ik op ’t internet gekocht heb. Het ding zal de kwaliteit van mijn leven aanzienlijk verbeteren — dat is bij mij meestal de reden waarom ik dingen koop (de vreugde van het kopen an sich is mij vreemd).

Maar dat pakje kwam maar niet. En na veel vijven en zessen heb ik dan ontdekt dat Het-Product-Dat-Mijn-Leven-Aanzienlijk-Zal-Verbeteren in “back order” is. Ik weet nog steeds niet wat “back order” precies betekent en ik heb er nog steeds niet aan gedacht om het op te zoeken of iemand te vragen want sinds ik een heel sterk vermoeden heb dat “back order” vergelijkbaar is met het bestellen van een steak natuur op restaurant en dan even later de ober zijn jagersplunje zien aantrekken en zijn jachtgeweer zien poetsen en ik er dus bijna zeker van ben dat “back order” de reden is waarom ik al 2 maanden op mijn pakje wacht, hoef ik het eigenlijk niet meer te weten.

Vorige week stuurde ik toch maar een mailtje. Of ze mij nog kenden daar in het verre Amerika waar de dollar gesoldeerd staat. En of ze mijn geld al eventueel belegd hadden. Met cheese op een burger of zo. En ja ze kenden mij nog. Het was meneer of mevrouw Josh die mij nog kende. En die vroeg mij of ik wel wist dat Het-Product-Dat-Mijn-Leven-Aanzienlijk-Zal-Verbeteren in “back order” is. En die zei ook dat het eigenlijk maar een klein onderdeel is, dat in “back order” is. En dat ze het wel wilden opsturen zonder dat onderdeel — het onderdeel noemde zij consequent “waist strap” — en dat ze dan kostenloos het onderdeel in “back order” wel zullen nasturen. En ik heb dan “waist strap” ingetikt in Google Images en dan meneer of mevrouw Josh geantwoord dat ik delighted zou zijn mochten zij zo kind willen zijn om dat te doen. En mij dan afgevraagd of ze dat soort Engels wel verstaan, ginder in den Ameriek.

Dus, om een lang verhaal wat langer te maken: de vreugde van het kopen mag mij dan wel vreemd zijn, de vreugde van het wachten ken ik des te meer. Kijk! Het zit al in Duitsland! Al een heel weekend! Al een heel weekend?!

pakje.jpg

mappyspeak

Ik moet zaterdag voor een cargo Quadro naar een Kapaza-meneer in Kapellen. En ik ben daar nog nooit geweest, dus doe ik van Mappy want GPS is voor j… (nu had ik bijna iets gezegd waar iemand een patent op heeft)

mappyspeak.jpg

De gangbare imperatief (“neem”, “ga”) wordt hier dus afgewisseld met een imperatief uit de jaren stillekes (“volgt), zo één die wij alleen nog op café gebruiken (“Maar néé Jos, luistert, ik zeg het u, ge gaat er uw broek aan scheuren!”).

En misschien sturen ze mij dan ook langs banen die al 50 jaar niet meer gebruikt worden, wie weet. ’t Wordt dus tijd voor een GPS.

de trein is altijd een beetje grijnzen

De laatste tijd opvallend veel van die treinpostjes gelezen. En heimwee naar de periode dat ik bijna dagelijks de trein nam. Ik was weliswaar een snotneus — en het was weliswaar slechts 7 minuten heen en 7 minuten terug — maar toch zijn die ervaringen van treinende bloggers zeer herkenbaar.

Ik moest vorige vrijdag even voor het werk naar Antwerpen. Ik heb van elke seconde op de trein genoten. Een voorbeeld:

[…]
En hebt ge al beslist?
Waarschijnlijk koeien.
Koeien?
Paarden en rundvee. En gij?
Varkens en pluimvee denk ik. Ik dacht dat gij voor huisdieren zou gaan?
Gezelschapsdieren? Goh, weet ge, ik heb echt geen goesting in gebleit.
Gebleit?
“Ja madam, ik zal uw hondje moeten laten inslapen.” En dan dat verdriet.
Ja, ja, ik versta dat wel. Ik heb daar ook geen goesting in. Bij boeren ligt dat anders.
“Meneer, uw kalfke moet dood.” “Ah ja, ça va.”
[…]

fitna (2)

Why is it so many people seem to be hell bent on silencing others? Neither should the Quran be banned, nor the film attacking it.

Zó simpel.
En toch zó erg nodig dat het gezegd wordt en dat iedereen het hoort.
(en toch zó erg dat het zo nodig is dat het gezegd moet worden)

[Khaled Diab in dit artikel]

And what good would killing Rushdie or other “heretics” do? Does the potential assassin really think that God in all his presumed might and omnipresence needs the protection of a mortal thug? Does Muhammad or even Jesus, living it up, as they are, in seventh heaven and basking in the eternal light of the Lord really give a monkey’s about what kind of press they are getting on earth?

En nog interessanter dan het artikel zelf, is de discussie bij de lezers. Terwijl ik dit schrijf zijn er al 146 reacties. Ik was er toch een uurtje zoet mee. Omdat mijn Engels niet zo goed is en omdat de commentaren het niveau van de gemiddelde HLN-lezer overstijgen.