one four seven

Waar was u op 22 april 1992?

Ik hing voornamelijk in de zetel, voor de buis, meerbepaald de buis van BBC2. Dat heb ik zonet opgezocht en daarvoor heb ik in Google de trefwoorden “jimmy white” + “147” + “crucible” moeten intikken. Omdat dit postje van e-mino er mij aan deed denken, na al die jaren. Ik word oud. In mijn ‘toptien-meest-beklijvende-televisiemomenten-ooit’ staat deze ‘one four seven’ van Jimmy White (bijna) volledig bovenaan. (dus nee, ik ben David Platt [*] niet vergeten, dat kan ik niet, nooit, kijk ik moet alweer huilen)

Misschien heeft u geen verstand van snooker, dat kan. Ik leg het kort even uit. Een ‘147’ is het puntenaantal van een maximumbreak. Een ‘break’ dat is de serie ballen die je ‘pot’ (scoort), zonder te missen en dus zonder dat je tegenstander aan tafel kan komen. Dat potten doe je uiteraard volgens de gangbare afspraken: een rode, een ander kleurtje, een rode, een ander kleurtje, enz. De rode ballen verdwijnen in de ‘pockets’ en de andere kleurtjes worden telkens op hun voorziene plaats teruggelegd. Als er geen rode ballen meer op tafel liggen, dan moet je de tafel nog even ‘clearen’ door de andere kleurtjes in de juiste volgorde één na één te potten. Voilà, dat is snooker in het heel erg kort.

Zo’n ‘one four seven’ kan je alleen maken als je de tafel in één break ‘cleart’ van de eerste tot de laatste bal en als je dan ook nog eens na elke rode bal uitsluitend de zwarte bal scoort. Elke snooker-amateur zal u zeggen dat het vrijwel onmogelijk is, dat het Kunst is, tovenarij zoals e-mino zei. Ik maakte in mijn beste dagen breaks van meer dan 40 maar dan enkel in een periode dat ik tot 2 keer per dag speelde. Ik deed dat ergens aan de Coupure op een plaats waar mensen ook plachten te squashen en ik geloof dat ze dat nog doen. Of de snookertafels er nog staan weet ik niet maar ik weet wel dat die tafels soms nog ter sprake komen als er mij wordt gevraagd waarom ik geen universitair diploma heb. Gedane zaken.

Een ‘one four seven’ dus. Ik zet die van The Wirlwind in 1992 op mijn blog, zodat ik er snel naar kan teruggrijpen als ik het even moeilijk heb.

En hier nog eens de ‘147’ van The Rocket, eergisteren:

[* Mocht u niet weten wat David Platt voor de mensheid betekent, ik doe even een wiki-paste: omdat België zijn laatste match verloren had, werd het geen groepswinnaar. Het lot bepaalde dat de Rode Duivels daarom op 26 juni 1990 in Bologna tegen Engeland zouden spelen. De Engelsen werden voor driekwart van de wedstrijd door de Belgen van de mat gespeeld. Waddle, Gascoigne, Lineker en co. zagen werkelijk alle hoeken van het veld, maar zuiver door pech haalden ze de 90′ met 0-0. Daarbij dient wel te worden gezegd dat een doelpunt van Barnes wegens (twijfelachtig) buitenspel afgekeurd werd. Maar wat de Rode Duivels die avond lieten zien was van één van de weinige lichtpunten in een teleurstellend wereldkampioenschap. Ceulemans trof – op pass van Degryse- de paal in de eerste helft en na een fabelachtige aanval strandde een sublieme krulbal van Enzo Scifo in de tweede helft eveneens op de paal. Ook in de verlengingen domineerden de Belgen. Maar de laatste minuut was er teveel aan. Na 1h59′ gespeeld te hebben kregen de Engelsen een – onterechte- vrije trap toegekend. Gascoigne trapte hem mooi over de Belgische muur en David Platt scoorde met een halve volley. Wat de apotheose had moeten worden van een goed toernooi – er werd véél beter gespeeld dan in de memorabele Mundial van 86 – werd een drama van episch formaat. Op veel vlakken kan België-Engeland beschouwd worden als de beste match die de nationale ploeg ooit gespeeld had, maar de winst waar het recht op had, verkreeg ze niet. In de volgende ronde wachtte nochtans Kameroen, een haalbare tegenstander. Was een België van dit kaliber af te stoppen geweest door de latere winnaars, Duitsland, die zich met een hoop geluk voorbij Engeland zouden wringen? We zullen het nooit weten. bron]

humor (om mee te lachen)

Lesdoel vandaag: een mop begrijpen.

Dus heb ik moppen verteld in de klas. En laten vertellen.

Begonnen met het konijn en de worteltaart. Het niveau van deze groep is vrij hoog, ik wist dat ze alles begrepen hadden. Maar de meesten lachten eerder uit beleefdheid (inburgering geslaagd).

Dan nog een mop uit de vluchtelingenserie verteld, over die Afrikaanse vluchteling die, als goede Belg, de Lesse wil afvaren. Zijn kano kiepert om en hij moet door omstaanders gered en gereanimeerd worden. En dat er dan iemand opmerkt dat er maar liefst drie zwemdiploma’s in zijn doordrenkte portefeuille zitten. En dat ze hem dan vragen waarom hij niet naar de kant is gezwommen. En dat hij dan antwoordt: “Hoezo?! Die diploma’s zijn hier toch niet geldig?!”

Dat vonden ze al wat grappiger.

Een vijftal cursisten heeft dan zelf ook nog een mop verteld. Ik heb ook gelachen uit beleefdheid. En na een lange discussie bleek dat er in vele culturen wel een traditie bestaat van moppen vertellen maar dat dit eerder iets is wat wij onder ‘anekdotes’ of grappige verhalen verstaan. Bijvoorbeeld, K. vertelde een mop. Over haar zus op de bus, toen plots de bus stopte en een tijdje stilstond. De bus zat overvol. In het geroezemoes van de passagiers meende het meisje te horen dat iemand zei dat de bus zou ontploffen. Waarop ze begon te roepen: “Help, ik wil eruit, de bus gaat ontploffen!” Waarop de passagiers in paniek alle ruiten van de bus uitgegooid hebben en naar buiten gevlucht zijn. Einde mop.

Ik lach uit beleefdheid en feliciteer K. met haar fantasie. Waarop zij verbouwereerd reageert en mij garandeert dat het echt gebeurd is (in Djibouti). De meeste cursisten vonden het raar dat ik aan de echtheid van het verhaal zou twijfelen. En toen zei B. plots iets heel grappigs: “Maar Ivan, jij vertelt over een konijn en een bakker! Dat kan niet! Een konijn kan niet spreken! Aha! Het is niet waar!”

Mijn kaken doen nog zeer.

humpty dumpty holle bolle gijs

Ik hou niet zo van de Teletubbies, vooral omwille van de jerommeke-speak (“Dipsy ook dansen!” — een taallesgever krijgt daar zere tenen van). Lena heeft de tubbies nog maar een paar keer gezien en ze is er gelukkig ook niet wild van. Bij de start — soundtrack: “Tinky Winky, Dipsy, Laa-laa, Po, Teletubbies, Teletubbies,…” — roept ze alle namen af en dan loopt ze weg. Maar deze morgen was het een leuke aflevering. Rode draad: het liedje van Humpty Dumpty en dan Po die voortdurend valt (als running gag en als verwijzing naar Humpty Dumpty).

Ik vond de Nederlandse tekst nogal onnozel, dus heb ik het origineel opgezocht.

Humpty Dumpty sat on a wall.
Humpty Dumpty had a great fall.
All the king’s horses and all the king’s men
Couldn’t put Humpty together again.

Het versje heeft blijkbaar een geschiedenis, zo leert de Wikipedia-pagina ons. Humpty Dumpty is niet altijd een ei geweest, bijvoorbeeld.

Maar waar ik het over wilde hebben (cf. titel). Als ik op een Engelstalige wikipedia-pagina beland, dan is het eerste wat ik doe: in de linkerkolom kijken of er geen Nederlandstalige pagina voorhanden is. En joepie, dat was het geval bij Humpty Dumpty: klik! Je komt dus niet op de Nederlandstalige pagina over Humpty Dumpty (die trouwens niet bestaat) maar wél op de pagina over Holle Bolle Gijs!

Wikipediaanse grapjas?

goodies

Els deed een oproep. En bij schrijverij dezes hebben ook internauten kerygma en geen vlinder al gereageerd. En mijn eerste reactie was: “Kiekens, jullie hebben er echt geen flauw idee van, van die digitale kloof!” Maar laat die kiekens nu toevallig geen kiekens zijn maar wél ongelooflijk sympathieke dames die zich daar net zéér goed van bewust zijn en de toegankelijkheidisering zéér genegen zijn.

En dat dat trouwens ook de bedoeling van de oproep niet echt was, om het over de digitale kloof te hebben. Maar toch, de digitale kloof, ik kan het niet laten, ik zal u vertellen wat dat is.

Want het gaat niet over ‘goodies’, het gaat niet over ‘tools’, het gaat over “computers en al”. En dat niks, maar dan ook niks, ooit als evident mag beschouwd worden.

Ik heb een paar keer per maand het voorrecht iemand achter een pc te zetten, die nog nooit in heel zijn leven een computermuis heeft aangeraakt. Mijn introductie begint dan niet met “klik hier” maar eindigt ongeveer met die zin. En als je hen de komende weken voorgoed de goesting wil ontnemen, dan moet je bijvoorbeeld afkomen met “kopiëren kan je ook met ctrl+c”, dan komen ze niet meer terug. Wat ik eerder bedoelde met “het gaat niet over goodies”. Deze mensen verzuipen verdorie in de goodies. Zij willen over die kloof springen en net op het moment van hun sprong smijt er iemand rap nog wat goodies in en lap, de kloof splijt onder het gewicht en wordt nog wat groter.

Ik zal dus ook nooit in de lach schieten als iemand de muis plots oppakt en in de hoogte houdt, nadat ik heb gezegd “ga naar boven”.

Als ik met de hele klas in het computerlokaal zit, dan is mijn eerste vraag niet “wie heeft thuis een computer?” maar wél “wie kan al een beetje met de computer werken?”. Van de mensen die thuis een computer hebben, kan de meerderheid er niet mee werken. “En kunnen uw kinderen er mee werken?” “Ja, ja, goed werken, altijd computer kinderen, goed computer, tsjet!” “Tsjet?” “Ja, tsjet!”

Tot zover de digitale kloof.

een liedje van guido

Vandaag was het mijn verjaardag.

Ik ben speciaal wat later opgestaan, waardoor de automatische ochtendpiloot met een bezweet fietslijf aan de drukke werkdag is begonnen. [*]

De dag bracht ik voornamelijk door tussen gyprocwanden [1] en enkel glas [2].

[1] De gyprocwanden die speciaal voor mij luidruchtig de noodkreten vertaalden van collega’s die aan de andere zijde van de gyprocwanden hun dag voornamelijk doorbrachten tussen gyprocwanden en enkel glas.

[2] Het enkel glas waarmee ik vandaag opnieuw het gevecht ben aangegaan, en alweer verloren heb. Het verkeersgeraas aan Dok Noord is namelijk sterker dan mijn stem, sterker dan mijn oren. En als iemand bij een spreekoefening voor de derde keer op rij “herhaal alsjeblief” moet horen, dan zal hij de vierde keer zijn hand niet meer opsteken. Which is heel erg jammer.

Maar vandaag was het mijn verjaardag. En we zijn met het hele gezin gaan eten in Pizza Hut. En dat was zo leuk dat het mijn dag heeft goedgemaakt. En om het helemaal compleet te maken gaan we subiet nog een Van Veeteren insteken. En Zita mag meekijken en ze staat voor de uitdaging om haar record te breken vanavond (de film van Van Veeteren meer dan 20 keer moeten pauzeren).

[*of nee wacht, dat gebeurt elke dag]

nachtfietsers

“Wa smijte z’ ier binnen, manne van ’t roo kruis of wa?”

Ik vermoed dat het iets van een 2 uur was deze morgen, dat we op die manier door enkele Hijftenaren werden verwelkomd in Café Center, bij Edith. En dat we moesten uitleggen dat we niet van ’t Rode Kruis waren maar dat we fluo hesjes droegen om op een veilige manier van Lokeren naar Gent te kunnen fietsen. En dat Café Center het enige café was op onze landelijke fietsroute. En dat het dorstig weer was. En dat we op zoek waren naar Paul.

Als de tasting niet in Gent doorgaat, dan organiseren we meestal een soort taxi-regeling of een ander bobsysteem en dat was er deze keer nog niet van gekomen. En we maakten ons de bedenking dat we het vroeger de noodzakelijke evidentie vonden om elk weekend naar een TD te fietsen in verre dorpen waarvan we niet met zekerheid konden zeggen of ze nog wel tot het Waasland behoorden. En we maakten ons ook de bedenking dat we geen juffertjes zijn, dus zouden we fietsen en voor elkander verborgen houden dat we even met de idee hebben gespeeld dat zoiets voor langharige scouts is en dat we ook gewoon de auto kunnen nemen en dan doen van “we zien wel” (wat volkomen misplaatst zou zijn want het was een zalig idee en we hebben er echt van genoten)

De heenrit, vooravond, lichte regen, stevige pedaaltred, 75 minuten. De terugrit, nacht, zalig fietsweer, vergeten kijken op mijn horloge maar ik vermoed ongeveer hetzelfde als de heenrit als we onze pitstop niet meerekenen. De route: schoon, rustig, ongeveer 10% fietspaden en 90% oppassen voor auto’s die niet zo graag schakelen van vijfde naar vierde vitesse, maar toch: schoon.

Ook doen?

Bid voor behouden thuiskomst (Oostakker Lourdes, grot) — Sint-Jozefstraat — Eksaardserijweg — Drieselstraat — Oude Veldstraat — Hijfte Center — Verleydonckstraat — Oude Veldstraat — Hoekstraat — Rechtstraat — Brielmolenstraat — Zeveneekstraat — Vijverstraat — Braemstraat — en daar moesten we ongeveer zijn maar mocht u echt iets te zoeken hebben in Lokeren: “sla rechtsaf” (als u het stadsbestuur kent, dan weet u wat ik daarmee bedoel)

Deze route is trouwens ook perfect te gebruiken als er werken op de E17 zijn en als ze tegelijkertijd de N70 opengesmeten hebben. Oké, dat is misschien een beetje ver gezocht maar je weet nooit.

waakvlam

Ik had dit weblog even op veilleuse gezet. Niet bij gebrek aan inspiratie hoor. Maar de voorbije 2 weken heb ik vooral naar mijn lichaam geluisterd, eerder ‘moeten luisteren’ wegens alarmbelprocedure. Ik ben wel blijven werken (ziekteverlof is voor schoolvakanties vind ik) maar méér dan werken was echt niet mogelijk. En die paar uurtjes die ik dan toch achter de pc heb uitgezeten, zat ik met mijn hoofd ergens anders.

Maar wat zijn we hier nu mee, met dit zelfbeklag?
U heeft gelijk, ik geef u nog snel wat kennis mee:

Een waakvlammetje verbruikt 150 m³ gas per jaar en dat kost u bijna 100 euro per jaar mocht uw kachel het hele jaar alleen op waakvlam staan.

gijntjes

We hadden bij het opstaan beslist dat het zomer was. U zal er niet veel van gemerkt hebben maar Lena wél. Gedaan met de gemakkelijke winterlaarsjes.

Nieuwe zomerschoentjes op hun deugdelijkheid testen in het Groot Begijnhof te Sint-Amandsberg was een bijna duivelse inval — ik geef dat toe — en de Toorn des Heeren was navenant. Ik weet niet hoe de “gijntjes” (dixit Lena) dat precies doen, maar Lena kon zich niet rechthouden op de krakkemikkige straatjes die blijkbaar vannacht nog door een dronken kasseisteenlegger werden aangelegd. Het was dan ook een foute beslissing om de Erfgoeddag te plannen op de dag dat de Helleklassieker op het programma staat.

Ik geef echter niet snel op — eigenlijk juist wél maar dat hoeft u niet te weten.

Lena was óf aan het wenen óf aan het roepen dat ik haar moest oppakken óf over de kasseien aan het vallen óf een combinatie van dat alles. Ik probeerde de pijlen te volgen die me zouden leiden naar het Documentatiecentrum voor streekgeschiedenis. Ik wist zelfs het huisnummer — nr. 46 — maar het is ons uiteindelijk niet gelukt. In elk geval is nummer 46 *niet* vlakbij nummer 47. En de rode Erfgoeddagpijlen leiden in de eerste plaats naar… andere rode Erfgoedpijlen. Een geintje wellicht.

erfgoeddag 08 erfgoeddag 08 erfgoeddag 08

een ervaring rijker

Het was even slikken. “Letterlijk”, zou ik daar eventueel aan kunnen toevoegen en het zou geen onterecht gebruik van het woord ‘letterlijk’ zijn.

Bij deze wil ik alle ouders van refluxbaby’s waarschuwen: neem uw kind *NOOIT* op deze manier vast:

[de foto is niet van tijdens Het Moment maar gewoon ter illustratie want anders zou ik een halve bladzijde nodig hebben om te beschrijven op welke manier gebeurd is wat gebeurd is]

En zo vind ik elk weekend wel een orginele reden om een tripel van mijn schap te halen.

over Aldi en Gelijke Rechten

Ik stond daar dus aan de Blaisantvest, deze morgen om negen uur.

aldi1.jpg

De woensdagen dat ik op dat uur niet voor de klas sta, zijn zeldzaam en dus moest ik ervan profiteren: snel-snel (zie bovenstaande foto) nog vóór het werk naar den Aldi want er waren fietsregenjassen te koop en mijn huidige fietsregenjas is eigenlijk geen fietsregenjas en bovendien tot op de draad versleten. En ik wilde ook nog een frisser kleurtje want dat is toch veiliger op de fiets. Voor de zekerheid nog even de website gecheckt: ‘de fietsregenjas is beschikbaar in verschillende kleuren’. Joepie!

En ja hoor, er waren verschillende kleuren: knalrood en hemelsblauw voor de damesmodellen en ZWART voor de heren.

aldi2.jpg

We kunnen dus concluderen dat mannen enkel donkere regenjassen mogen dragen, volgens de heren gebroeders Karl en Theo Albrecht.

Aldi neemt dus niet alleen een loopje met de Human Rights maar hun kleurenpolitiek is ook nog eens een flagrante miskenning van de biologische basisregels bij de meeste diersoorten.

waar het op staat: angsthaasjes

Geert Wilders — of zoals het gisteren te lezen stond op een spandoek in Jakarta: “Garret Weldon” — had met zijn onnozele powerpoint wel drie keer meer tijd nodig dan Pat Condell nodig had voor onderstaand filmpje. En toch slaagt Condell er wél in om (bijna) genuanceerd én tien keer duidelijker uit te leggen waar het op staat.

En néé, dit is geen outing als anti-islamiet want dat ben ik niet, ik ben gewoon anti.
(“Gelooft keer in uzelf jong”)

—————————————
[Update]
Voor alle duidelijkheid, wat ik hier eerder over schreef: