het begon allemaal zeer onschuldig…

Koen Wauters en ik, we hadden beiden al een Zita.

Sinds vandaag weet ik ook hoe het voelt om gestalkt door het leven te gaan.

Twee weken geleden had hij plots alle bomen opgegeten…

Kattekwaad, dacht ik.

In werkelijkheid was het een schreeuw om aandacht.
Wist ik veel.

Deze morgen, ik wil beginnen met de les.
Plots staat hij voor het raam.
(file van Dampoort tot Muide)

Hij geeft geen kramp.
Er is enkel die stalen blik.

Niet voor rede vatbaar.
De politie erbij gehaald.

Een goed gesprek gehad.

Maar voorlopig moet ik even uit de buurt blijven.
U leest het goed: ik moet even uit de buurt blijven.
Zelfs de flikken draait hij rond zijn poten, de sloeber.

Soit. Ik heb hem bloemen gestuurd.
Dat mag toch?

Advertenties

zussen

Het is nu toch al een tijdje, we kunnen niet meer van toevalstreffers spreken.
In de zomervakantie was samen spelen nog beperkt tot speelgoed afpakken van haar kleine zus, maar de laatste dagen gaat het echt de goede kant uit.

Als Zita weent, brengt Lena een tuutje, “Moet nie wenen Zita.”
Als Zita op de mat zit, brengt Lena speelgoed of een knuffel, “Hier Zita.”
Als Zita achterover valt, zal Lena ze recht helpen, “Zita toch!”
Enzovoort.

Tenzij, tenzij Lena moe is, dan… Dan… :-)

zussen

het gat

[als ik nu iemand zou vertellen dat ik sinds vorige week een tand kwijt ben en als die iemand dat dan in twijfel zou trekken omdat “gij daar toch niet over hebt geblogdingest bij mijn weten”, dan zou ik bijvoorbeeld plots kunnen beslopen worden door fundamentele twijfels omtrent dit medium]

[doch dit geheel terzijde]

Awel. Dus.
Sinds vrijdag ben ik de trotse eigenaar van “het gat f.k.a. wijsheidstand”.

Omdat de verwijderde tand op zijn minst van onbereidwilligheid kon worden beticht — die vrijdag lag ik al een hele tijd hulpeloos te zweten in de martelstoel, tussen tandarts S. en de al even bevallige assistente R., toen de verstandskies het dan uiteindelijk toch had begrepen (er werd eerder al gedreigd met de interventie van een Brabants trekpaard) — is mijn tandvlees nu behoorlijk gekneusd maar daar gaan wij niet over zeveren want vergeleken met de tandpijn die ik eerder had, is het nachtelijke bloedslikken en de lichte pijn die ik nu voel verwaarloosbare peanuts, hetgeen ik trouwens voorlopig best niet kan eten want verwaarloosbare pindanootjes hebben precies de omvang van ‘het gat’.

Maar ‘het gat’ dus. We zijn 3 dagen verder en ik ben het nog niet gewoon. Vandaag heb ik al wel een belangrijk voordeel van ‘het gat’ ontdekt. Zo net vóór lunch – ge zit met een hongerke – er met de tong even in prutsen (u wilt niet weten welk een lange tong ik heb) en dan uzelf nog kunnen plezieren met een stukje ontbijt, dat is plezant.

Plezant zeg ik u.

schoolfeest

(bijgedachtes)

  • Dat Lena zot is van springkastelen. Dat ze enorm kan genieten van andere kindjes te zien springen in het springkasteel. [foto1]
  • Dat het mijn allereerste schoolfeest was als ‘ouder van’. En dat dat niemand is opgevallen wegens ook mijn allereerste schoolfeest als ‘partner van’.
  • Dat schoolfeesten een zeer goede oefening zijn voor mijn (gebrek aan) sociale vaardigheden. Want dat ik de komende 12 jaren op schoolfeesten zal rondlopen zonder partner, tenzij tijdens één van haar schaarse ambulante pauzes tussen het opdienen, afwassen en opruimen door. [foto2]
  • Dat schoolfeesten altijd en overal een soort van vrolijke chaos hebben en dat enkel kinderen bij machte zijn om die chaos te begrijpen. [foto3]
  • Dat ‘speelplaatshappening’ een rare naam is voor een schoolfeest-geldinzameling. Het klinkt bijna even onnozel als ‘playgroundgebeuren’.
  • Dat ik graag op zoek wilde gaan naar ergens een jongetje tussen de ontelbare jongetjes die hier rondliepen, namelijk het jongetje dat ik zou geweest zijn mocht ik hier pakweg 25 jaar geleden op het schoolfeest aanwezig zijn. [foto4]

zondagen vóór 8u

Het leukste moment van de week? Zondag vóór 8u!
Die ochtend ziet er ongeveer zó uit:

Toegegeven, uitslapen kan ook zeer leuk zijn. Maar omdat het van ergens in maart 2006 geleden is, zijn we eigenlijk vergeten hoe dat nu weer precies gaat. De kans is ons weliswaar al geboden geweest maar toen werden we beiden vroeg wakker en zijn we om de kinderen gereden.

Zita en Lena genieten zichtbaar van hun ouders die niet haastig en gestresseerd rond de ontbijttafel lopen. En wij genieten zichtbaar van de kindjes die daarvan genieten, wat dan weer een vrolijk effect heeft op iedereen en dan krijg je dit soort taferelen:

Ik kan al niet meer wachten tot ik gewekt word, op zondagochtend.

Nochtans, tot voor enkele jaren geleden had ik het niet zo begrepen op zondagen. Ik deelde toen eerder de Morrissey-zondagfilosofie, “silent and grey”.

En zo zijn we weer bij een clipje beland, tsss.

het sop, de kool, het vat

Payday, elke vrijdag is dat.

Dat begint ’s ochtends vroeg al, met dienstencheques.
En iets later op de dag rekenen wij ook af met de surrogaatmama.
2 kindjes, à 4 dagen/week, à 17 euro/dag = 136 euro per week.
Zullen we dat afronden naar beneden = 500 euro per maand.
Vijfhonderd euro voor slechts 16 opvangdagen van slechts 8 tot 16.30.u

Gesteld (!) dat wij onze loonfiche-gerelateerde werkzaamheden enkel zouden uitvoeren voor onze loonfiche — wat gelukkig niet (altijd) zo is — dan zouden we ons de vraag kunnen stellen of het sop de kool wel waard is, of moet ik zeggen of de kool het sop wel waard is.

Want zoals het er nu naar uitziet, zullen er nog vóór eind september slachtoffers vallen. De drukste werkmaand, voor beiden. In combinatie met halfzieke slechtslapende kindjes. In combinatie met niet meer terug in slaap kunnen vallen na ’s nachts te moeten opgestaan zijn, en al zeker niet na nachtelijk gekrijs vanwege een niet gevonden tuut die dan uiteindelijk gewoon in haar mondje blijkt te zitten, waardoor de kleinste plots ook wakker wordt en denkt dat het ochtend is en besluit om niet meer te slapen. Enzovoort.

De voorbije nacht minder dan 3 uur geslapen, de hele dag keihard gevochten tegen een klop (“klop” in de betekenis van “als ik mijn ogen nu 1 seconde mag dichtdoen, dan ben ik vertrokken”) om dan ’s avonds – zoals nu dus – klaarwakker te zijn wegens nachtdier zijnde. En hoe daar blijkbaar niet aan te ontkomen valt.

Of om het met David Robert Jones te zeggen:
“Always crashing in the same car”

de dokken, nu nog

Sedert mijn madam van blog doet, ligt onze kodak niet altijd waar ik hem zoek.

Deze morgen had ik geluk.
Fototoestel in mijn tas / Fantastische ochtendzon / Op tijd vertrokken.

Helaas niet een kwartiertje vroeger (zoals gepland) waardoor onderstaande foto’s *al fietsend* zijn genomen. Maar een mens kan niet eeuwig blijven wachten tot het legioen (gentblogt)fotografen de weg naar de oude dokken vindt. :)

En ik wil de dokken zoals ze er nu uitzien gewoon even vastleggen. Ik fiets er elke dag en er gaat geen dag voorbij zonder dat ik denk: “Hé, gisteren stond dáár nog iets, maar wát?”

De laatste foto’s zijn vanavond op de terugweg genomen, helaas ook al fietsend want ik had mijn kinders deze week nog niet zo veel gezien.

Houtdoklaan, zicht op waar ik op dat moment dringend naartoe moest >

oude dokken

Houtdoklaan, sloop van ? >

oude dokken

Dok Noord, zicht op Houtdok >

oude dokken

Dok Noord, zicht op Visserke Vis aan de Houtdoklaan >

oude dokken

Dok Noord, zicht op Handelsdok >

oude dokken

Houtdoklaan, zicht op Muidebrug >

oude dokken

Koopvaardijlaan, zicht op waar ik vandaan kwam >

oude dokken

Koopvaardijlaan, idem >

oude dokken

Koopvaardijlaan, zicht op betonfabriek

oude dokken

Koopvaardijlaan, zicht op Dok Zuid >

oude dokken

Koopvaardijlaan, zicht op Dok Noord >

oude dokken

to smoelboek or not to smoelboek

[een berichtje dat al een hele tijd in mijn drafts stond, maar blijkbaar heeft Dimitri Verhulst mijn wordpress-wachtwoord – cf. zijn column in De Morgen van ’t weekend]

Dat duurt nu al een paar weken dat ik loop te piekeren. “Ik moet óók op Facebook want ik heb geen keuze, maar ik wíl helemaal niet op Facebook, hulp!”

Ondertussen ben ik er uit, de minnetjes hebben het gewonnen van de plusjes.
“Not to smoelboek” is dus het antwoord.

[plusje] ’t Zit zo. In een belangrijk deel van mijn leven ben ik een mens-met-een-handicap, wegens niet op Facebook. Ik zit op een mailinglijst waar al eens een linkje passeert naar bijvoorbeeld een uitnodiging voor een petanque-tornooi (ik doe niks liever!) en dan blijkt dat ik die pagina niet kan bekijken wegens bijvoorbeeld niet op Facebook, ik zeg maar iets.

“Maar doe niet onnozel en maakt u gewoon een profiel aan, suut!”

[minnetje] Helaas, zo simpel is het niet. Facebook is namelijk een sociaal netwerk en ik ben bang voor sociale netwerken — er zijn zelfs mensen die bang zijn voor spinnen, ik helemaal niet en toch lach ik die mensen niet uit.

[minnetje] Bovendien. Een ander belangrijk deel van mijn leven, namelijk de overige 90 procent, kom ik vooral in contact met mensen die nog nooit van Facebook hebben gehoord. Dus zó sociaal kan dat netwerk dan toch niet zijn, denk ik dan.

[plusje] Maar tóch vind ik het fantastisch dat het internet er écht in slaagt om mensen dichterbij te brengen, zij het dan [minnetje] uitsluitend de rijke hogeropgeleide computervaardige actieve bevolking.

[minnetje] Ik denk dat mijn grootste angst bestaat in het feit dat ik mensen zou kunnen teleurstellen door bijvoorbeeld niet in te gaan op hun – ik zeg maar iets – “Hello Ivan, Huppeldepup invites you to become your friend and join the Spelen met Lego is mega de max community”.

[minnetje] Een nóg grotere angst is dat ik, in mijn angst om mensen teleur te stellen, dan tóch zal klikken op ‘accept’ en dat ik daardoor een ‘friend’ zal zijn van Huppeldepup en lid zal worden van ‘Spelen met Lego is mega de max community’, terwijl ik dat eigenlijk niet wil.

[minnetje] De laatste tijd ben ik vooral ’s avonds online, wegens overdag drukdruk. En ’s avonds rest mij net genoeg tijd om mijn mailbox en reader leeg te maken en eventueel nog iets te bloggen. Maar meer ook niet. Daar heb ik dus ook schrik voor, dat mijn Facebook dan zal ontploffen als ik er een tijdje niet naar omzie. En dat dat geen gezicht zal zijn.

Maar ik ben dus heel blij voor mensen die blij zijn met Facebook. En ook: zeg nooit nooit. Dus wie weet, ooit. Maar voorlopig dus niet.

fietsweekend

Zaterdag naar Coyendans gebakfietst. Een geluk dat het begon te regenen toen we vertrokken, zo konden we meteen onze regentent uitproberen. Een vermoeden werd bevestigd: de regentent biedt enkel bescherming voor wie *onder* de regentent zit, de werkende bakfietser wordt dus zeiknat. De kindjes vinden dat oké.

Zaterdagavond naar Lokeren gefietst en nog een kwartiertje kunnen afpietsen van de reeds scherpe tijd van vorige keer. Toegegeven, deze keer niet getwijfeld over de route. Mijn minimalistisch spiekbriefje was voldoende:

De terugweg zondagochtend was zeer leuk. Niet alleen wilde Edith van Café Center in Hijfte ons nog bedienen, weliswaar tegen haar goesting, maar er was ook nog ergens café Den Hoek, waar we getuige zijn geweest van de promiscuïteit van de autochtone bevolking aldaar (Zaffelare denk ik).

Na het middagdutje zijn we dan naar ’t Sint-Pietersplein gebakfietst om daar met nog een paar mensen de Gentse verkeersvrije binnenring te verkennen. Wat me vooral is bijgebleven: het wegdek voor automobilisten fietst veel vlotter dan fietspadklinkertjes, ’t is te zeggen die paar momenten dat we konden doorfietsen. Voor de rest was het aanschuiven, voet aan de grond, terug optrekken. Wie ooit eens heeft gebakfietst, zal beamen dat dit geen sinecure is. Een bakfiets kan je rechthouden als je een minimale snelheid hebt en die was er meestal niet, dus voortdurend corrigeren met de voeten op de grond. Ik voelde mij net een schaatser die de hele tocht moet klunen.

gent fietst

hallo?

Bij regenweer mag ik ’s middags al eens binnendruppelen in het Hema-buffet. Niet omdat ik hun slappe koffie en dito saucijzenbroodje zo lekker vind, wél omdat het zowat de enige plaats in het centrum is waar ik mijn fiets overdekt kan parkeren — ondergrondse parkings zijn namelijk voorbehouden voor auto’s, een ondergrondse fietsenstalling zou wellicht te veel plaats in beslag nemen.

Het eten in het Hema-buffet is écht niet te vreten – ik hield het wijselijk bij een smoothie – maar wat ik bijzonder apprecieer aan het Hema-buffet is dat er een mix van alle leeftijden zit. Kleuters, schoolgaande jeugd, shoppende dertigers, zélfs de generatie die zich van ingang heeft vergist en doorgaans eerder terug te vinden is in het belendende gerontocratisch instituut dat wij gemeenzaam kennen onder de minder wetenschappelijke benaming ‘Lunch Garden’.

Ik zet mij altijd achteraan, om mijn schaarse lunchtijd rustig te kunnen spenderen aan de krant of aan het etiketje van mijn smoothie. Maar vandaag werd de gelagzaal opgeschrikt door een helse Nokia-ringtone op maximaal volume. Iedereen kijkt naar de schuldige sacoche, behalve de eigenares zelf. Plots heeft ze het door, met 2 vingers haalt ze voorzichtig het kleinood uit de tas (het lawaai wordt heviger), ze houdt de telefoon op 10 centimeter voor haar ogen, knikt met het hoofd zodat ze over haar brilglazen kan kijken, gaat dan met de wijsvinger van haar vrije hand voorzichtig naar de telefoon, vergewist zich nog even of ze wel op het juiste knopje zal duwen, duwt dan op het knopje, brengt de telefoon aan het oor, hoort niks, brengt de telefoon voorzichtig naar de mond, roept: “Halló? (…) Halló??”, brengt de telefoon naar het andere oor, hoort niks, steekt de telefoon weer weg in haar tas, mompelt:

“Dju toch, weeral te loate”

Dat is grappig. En dat is ook wel een beetje tragisch, eigenlijk.
De nieuwe ongeletterdheid.

Ik ben er vrij zeker van dat ik het op haar leeftijd even moeilijk zal hebben met de nieuwe technologieën, mezelf een beetje kennende.

ingeburgerd (2)

Het leek wel alsof Maatschappelijke Oriëntatie ongeveer vandaag was uitgevonden — niet dus, zelfs de journaalbeelden van vandaag zijn meer dan 2 jaar oud, bijvoorbeeld mijn ex-collega R. die in beeld komt heeft al lang een andere job, dat is wel grappig.

Maar goed, blijkbaar is er nu een officieel cursusboek en dus mocht Wiske het komen uitleggen in Terzake, bij Lisbeth en Emmanuel. En die stelden lastige vragen. Onder andere, tot drie keer toe vroeg Lisbeth hem wat hij daar nu van vindt dat ze in Brugge ook Brugs leren aan migranten, naast de reguliere taallessen. En tot drie keer toe ontweek de minister de vraag, weliswaar telkens beklemtonend dat Nederlands toch het belangrijkste is.

Omdat u daardoor nog altijd niet weet wat Marino Keulen daar nu écht van denkt, zal ik dan maar antwoorden, ik bedoel: wat een minister van inburgering volgens mij dus had moeten antwoorden op zo’n vraag…

“Als dialectsprekers in hun sporadische contacten met inburgeraars zich een héél klein beetje zouden eh… ‘aanpassen’ aan hun *eigen* standaardtaal – of om het met Gerrit Callewaert uit Bavikhove te zeggen: “een beetje meer ‘nen effort’ zouden doen” – dan zouden inburgeraars zich niet genoodzaakt voelen om naast hun taalopleiding Nederlands ook nog eens het regiolect onder de knie te krijgen. Inburgering mevrouw, dat komt van 2 kanten. Maar de meeste Vlamingen hebben dat nog steeds niet begrepen.”

kranige escapade

Van Photoshop heb ik écht geen verstand, geloof me.
Onderstaande foto’s zijn weldegelijk authentiek.

Vandaag:

havenkraan, dok noord

Gisteren:
(zie ook: gisteren)

houtdok, handelsdok

Ik dacht deze morgen dat ik aan het dromen was, ik viel bijna van mijn fiets maar gelukkig merkte ik hem tijdig op in de verte. En ik had het pertang nog zó gezegd:

“Vriend, er staat hier vanalles te gebeuren, pas op! Laat u niet opjagen! En laat die mannen uwe kop niet zotmaken!”

Maar kijk, ze moeten nog beginnen met de werken en hij weet niet meer waar kruipen.
(ik was trouwens niet de enige die het opmerkte)

Mocht ik wat ruimer behuisd zijn, ik zou hem adopteren. Snif.

de bakfietsregentent, 3 maand later gearriveerd

We zijn onze bakfiets gaan afhalen op 24 mei. De fietsenmaker kwam toen met de spijtige mededeling dat de bijbestelde regentent helaas niet geleverd was. En dat hij het zeker zou opvolgen en een seintje zou geven als.

Sindsdien kregen we minstens 1 keer per maand een telefoontje, dat de regentent er nog steeds niet was en dat er blijkbaar een vertraging was bij de productie maar dat ze er snel zou komen. Het was wachten tot gisteren. Jammer, het heeft ons wel een paar dagen bakfietsplezier gekost tijdens de zomervakantie.

Maar genoeg geklaagd! De bakfietsregentent is gisteren gearriveerd!
(en we hebben geen excuses gekregen van Gazelle, ook geen korting, en tóch zijn we heel tevreden, how cool is that)

bakfietsregentent

bakfietsregentent

bakfietsregentent

lunch

Niet dat ik niet sociaal ben of zo.

Ik breng mijn lunchpauzes vaak door zonder collega’s. In geheime parken, bejaarde tea-rooms, anonieme winkels, … (vandaag toegevoegd aan dat lijstje: groene persconferenties)

Blijkbaar heb ik iets nodig dat de dag breekt. Het mag oude wijven regenen, doet er niet toe, ik spring op de fiets en ik zie wel waar het stalen ros mij heen voert. Mét boterhammen of zonder, geen belang (ik durf al eens vergeten te eten overdag).

Het grote nadeel: ik ben daardoor zelden op de hoogte van cruciale informatie op het werk. De weekends, het broodbeleg, de zwangerschappen, de bouwperikelen.

Een recente studie wijst uit dat de overgrote meerderheid van de actieve bevolking tevreden is op het werk en dat net het sociaal weefsel, het interpersoonlijk contact, het meest van al bijdraagt tot deze job satisfaction. Daar moet ik nu eens dringend werk van maken zie, van dat interpersoonlijk contact bedoel ik.

Misschien moet ik maar eens iemand meevragen op de fiets. Ooit. Misschien.

Niet dat ik niet sociaal ben of zo.

*hapt naar adem*

Het is geleden van februari 2006 dat we beiden voltijds werkten. Intussen was er zwangerschapsverlof, was er de geboorte van Lena, dan moederschapsverlof, nadien voor mij 15 maanden ouderschapsverlof (1 dag per week) dat naadloos overging in alweer zwangerschapsverlof voor Nele, dan de geboorte van Zita en dan alweer moederschapsverlof plus borstvoedingsverlof (en daar hadden we eventueel nog een beetje ouderschapsverlof voor mij aan kunnen breien maar we hebben nog een paar jaar tijd daarvoor — centjes, weetwel).

En nu is het plots – zonder inloopfase – 01/09/’08. Boenk! Ai!

Dus vanaf vandaag werken we beiden opnieuw voltijds. Met dat verschil dat er nu twee fantastische dochters bijgekomen zijn. En dat scheelt, echt.

Zij kunnen bijvoorbeeld al eens een waske insteken, een strijkske doen, de keuken opruimen, naar de winkel gaan, het gras maaien, patatjes schillen, de mat stofzuigen, de bedden opmaken, een warme maaltijd bereiden, de telefoons beantwoorden, koffie zetten, facturen betalen, de kindjes in bad steken en aankleden, eh… enfin.

Ik zou echt niet weten hoe ik het zou overleven. Anders.