nee! ik! doen! nie! papa! ik! toch! wel! nee! nie! helpen! ja! nee! ik! doen! etcetera!

We leren bij.

Een voorbeeld: als het Lena niet lukt om zelf haar schoenen aan te doen, dan is een wandeling met losse schoenen meestal een veiliger alternatief dan te proberen voorstellen om Lena te helpen haar schoenen dicht te doen.

ik doen

We hopen dat het ikdoendespotisme en de bijhorende crisissen snel zullen tanen, we zitten op ons tandvlees.

Als ik ’s avonds haar pyjama aantrek, spartelt ze zich los en rent ze wild en woest door het huis, dan doet ze haar pyjama uit – het truitje trekt ze via haar schouders door naar onder, zodat het helemaal is uitgerokken – en dan doet ze haar pyjama zelf aan – de broek tot boven haar navel opgetrokken, het etiketje aan haar buik.

Als dat niet lukt, dan slaat onze seismograaf in het rood en hebben we nog een halve minuut om iedereen in veiligheid te brengen.

Nochtans, ze kan zó flink zijn.
En meestal is ze ook flink, dus wat zit ik hier te klagen.
En ze doet het naar ’t schijnt voorbeeldig in de kleuterklas.
Weet je, het is een schat – en Zita ook.

[en denk nu niet dat bovenstaande zin daar enkel staat ter preventie van een mogelijk DeCremGate-scenario binnen een jaar of 16]

[stokje] waar u heel erg lang op zat te wachten

Alsof ik nog niet genoeg naar mijn hoofd geslingerd krijg de laatste tijd.
Maar toch heel erg bedankt, Annetanne, voor het triviale “taggen” zoals dat heet.

De opdracht is eigenlijk doodsimpel.
Vertelkeer 6 nutteloze weetjes over uzelf.

Als het dat maar is.
Ik zou in een mum van tijd een rist kunnen neerschrijven van ettelijke bladzijden.

Misschien moet ik me voor deze opdracht dan maar beperken tot een thema.
U zegt? Fruit?
Oké dan, Fruit it is.

  • Ik ben zot van álle soorten fruit. Eigenlijk eet ik niks liever dan fruit.
  • Helaas eet ik zelden fruit, tenzij dan het fruit van de minste weerstand: bananen en appels, daar is geen werk aan en het laat geen plekken in mijne canneseire.
  • Als iemand fruit schilt en snijdt voor mij, dan verslind ik dat.
  • Als er op een feestje fruitsla is, dan eet ik de hele kom leeg. Ongegeneerd.
  • Als ik na een maaltijd mijn dessert zelf mag kiezen, dan kies ik fruit. Tenzij ik het zelf nog moet schillen. Of tenzij er ook fruittaart is, in dat geval kies ik beide.
  • Als er in de fruitschaal geen bananen of appels meer liggen, dan durf ik al eens een kiwi te eten. Ik bedoel: ik neem een kiwi en bijt er in, ik haal dan eventueel het stickertje vantussen mijn tanden en dan bijt ik er nog eens in en dan is de kiwi ongeveer op. En dan zeggen omstaanders soms dat de schil daar eerst af moest. Het is opvallend hoe weinig mensen weten dat je de kiwi-schil ook kan eten. Hetzelfde scenario voor bijvoorbeeld perziken, al geef ik toe dat ik me nog nooit aan een ananas gewaagd heb, die wil ik alleen uit blik omdat anders die ananasvezels tussen mijn tanden blijven steken, meestal net op die plek waar nog een kiwi-stickertje zat.

Maar oei.
Probleem met dat stokjesgedoe is dat het om door te geven is. Daar heb ik eerder al verschrikkelijk moeilijk over gedaan en de laatste keer werd het stokje zelfs niet door iedereen in dank afgenomen (hetgeen ik overigens begrijp als geen ander). Dus…

Het stokje is voor U en voor U alleen.
(tenminste, als U daar zin in heeft, ha!)

desgevallend

Desgevallend had ik de voorbije dagen iets geschreven kunnen hebben …

  • Over een fietsoversteekplaats die ik dagelijks nodig heb – en die nu al een jaar open ligt, ondanks wegenwerken die komen en gaan en nu alweer zijn gegaan – maar waar zelfs Sven Nys de sprong niet zou durven wagen. Gelukkig deed fietsbult zijn plicht – ik ben overigens te kwaad om daar nog iets over te kunnen schrijven.
  • Over de intrede van Sinterklaas en hoe wij Sinterklaas niet hebben gezien, ook al zaten wij onze tenen op te warmen bij Brullende Goochelpiet, in het Vleeshuis, *precies* op het uur dat Sinterklaas daar volgens het officiële programma de kindjes zou komen begroeten en onze tekening in ontvangst zou komen nemen. De tekening van Lena ligt op Hem te wachten, een beetje krom getrokken van de nattigheid. Hij mag er nu zélf omkomen, volgende week. En over dat schoentje denken wij ondertussen nog eens goed na.
  • Over het doormaken van 4 (vier!) lange zondagse uren in de auto, in de sneeuwfile, grotendeels op de E40. Met kindjes die al bij al nog draaglijk waren maar ikzelve al borde de un ataque de nervios.

… ware het niet dat de tijd en de goesting om te bloggen even helemaal zoek is.
Het komt wel goed.

korfbal (2)

Zodus? Zodus.
Vader en dochter hebben besloten om in de lente nog eens terug te komen.

Oei? Doet ze het niet graag?
Oh jawel! Enorm graag. Ze is er wild van.

Kan ze het fysiek nog niet aan misschien?
Oh jawel! Ze loopt zich te pletter als het moet.

Problemas:

  • Lena luistert niet.
    Ze gaat achter de kring zitten in plaats van in de kring.
    Ze rent dwars over het veld in plaats rond het veld.
  • De training is nog iets te laat voor haar.
    Tussen 18 en 19u zit ze in principe al in pyjama
    Zeker met 2 volledige schooldagen voor de boeg.
  • Ikzelf.
    U kunt zich niet voorstellen – of misschien kunt u dat wel. Alleen al de idee dat er misschien andere ouders in de sportzaal zaten die dachten dat ik mijn dochter wilde pushen. Alleen al de idee dat Lena voor al die andere kindjes misschien wel een blok aan het been was. Alleen al de idee dat Lena zich daardoor slecht in haar vel voelde.

Ze heeft 5 à 10 minuutjes meegedaan, mét goesting, zonder wenen. Maar niet echt werkbaar voor begeleidsters of groep. Vond ik.

Ze is toch écht nog klein. Wij zien Lena vooral samen met Zita. En dan, vanavond, zie je Lena daar plots Lilliputter lopen te zijn in een sporthal tussen een grote bende al redelijk opgeschoten kleuters. Behoorlijk intimiderend voor dat kind.

In april beginnen ze terug buiten te trainen en dan komen we nog eens langs. Enkel als Lena goesting heeft tenminste.

Oké, misschien, als we nu een paar weken doorzetten, dan is alles in orde. Maar misschien ook niet. En in dat laatste geval, misschien vindt ze het dan niet meer leuk. En dan zou ik het mezelf nooit vergeven. Zodus.

Het volgende korfbal-postje ergens in de lente.

korfbal

Woensdag ga ik met Lena naar de korfbaltraining.

’t Is te zeggen, we gaan eens op bezoek en Lena mag (even) meedoen als ze wil. Ik weet het, korfbaltraining klinkt als korfbaltraining maar eigenlijk wordt er niet gekorfbald en ook niet getraind. Gelukkig maar.

Het favoriete tijdverdrijf van Lena de laatste weken is lopen én springen én ballen gooien én ballen vangen. Echt waar. En het toeval wil dat wij vlakbij Korfbal Ganda wonen en ik vroeg me af op welke leeftijd zoiets begint, ik dacht 6 jaar of ouder. Maar ik had niet genoeg aan de website, dus ik een mailtje gestuurd. En dan begint een mens al eens te converseren.

Dus. Woensdag gaan wij naar de indoortraining, ’s winters trainen ze binnen in Rozebroeken en ’s zomers buiten in de Hogeweg. Lena is natuurlijk nog héél klein maar zij is wél al een kleuter, ha! Dus kan ze bij de Microben. Later worden dat dan Benjamins en vanaf 6 jaar zijn het Pupillen. Het programma van de Microben en de Benjamins ziet er als volgt uit: lopen, springen, werpen, vangen en veel spelletjes.

Eigenlijk kan het zowel Lena als mij niet schelen welke sport, ikzelf heb als kind duizend en één sporten gedaan en ik vond álles even leuk –behalve zwemmen, dat deed ik niet, maar dat is een ander verhaal. Dus heb ik ook wel eens korfbal gespeeld en ik herinner mij vooral dat het verschrikkelijk gecompliceerd was. Om onnozel van te worden: man-man-verdediging, vrouw-vrouw-verdediging, in uw vak moeten blijven, geen sliding tackles mogen doen, niet lopen met de bal, voldoende afstand houden,…

Enfin, een sport waarbij de scheidsrechter voortdurend moet roepen:
Dat Mag Dus Niet! [kijkt! een dieplink! – dat is een link die linkt naar een filmpje dat dan begint te spelen op het moment waar ik vind dat het leuk begint te worden, en daarvoor heb ik de tekens #t=1m06s achteraan de html-code toegevoegd – wijs!)

zen, ik

Toen ik deze morgen de Muidebrug vóór mijn neus zag opendraaien — overigens, dat was om 08.31.u, de Muidebrug gaat niet open vóór 08.30.u, ik weet dat, dus ik weet ook dat ik vóór 08.30.u aan de overkant moet zijn of dat ik anders misschien in de problemen kom met eventueel nog te maken kopieën en nog klaar te zetten computers en dingen — dus toen ik daar stilstond deze morgen, dacht ik geen enkel moment aan dat liedje van Wannes Van de Velde.

muidebrug

In het ijlings verlaten prinsendom dat mijn ochtendlijk verwaaid fietshoofd is, zijn gedachten schaars. Toch gingen ze fluks en integraal naar die periode dat ik op de Muide woonde en naar het besef dat de brug zowat de enige goede herinnering aan die tijd is, ik corrigeer: het ontbreken van de brug.

Wij hadden namelijk het voorrecht om enkele maanden op een eiland te wonen. De oude Muidebrug werd toen gedeeltelijk vervangen door een nieuwe, ik denk in het jaar 2000, en het stadsbestuur was in die tijd wellicht van oordeel dat de Muide slechts bevolkt werd door krakers en allochtonen en werkschuw tuig — dat was ook zo, enkele anomalieën niet te na gesproken — kortom, het soort met te veel tijd. En daardoor werd beslist om geen tijdelijke fietsbrug te plaatsen maar wél een veerpont te voorzien.

Ik had in die tijd nogal wat last van stress, maar de dagelijkse zen-tijd op de overzetboot is katalyserend geweest voor een verandering die er al zat aan te komen. (of om het aristotelisch uit te drukken: het is een motorisch moment geweest dat onvermijdelijk heeft geleid tot een catharsis)

Ik herinner me trouwens iets dergelijks van véél vroeger nog, van toen ik een jaar of dertien-veertien moet geweest zijn, dat ik ook nog eens op zó korte tijd zodanig veranderd ben: ik had als puber een film gezien op televisie en was daar volledig ondersteboven van en ik moet mij toen de bedenking hebben gemaakt dat ik met de flair van Charles harmonica Bronson méér indruk op de meisjes zou maken dan met de flair van Ralph Macchio, dus van de ene op de andere dag stond ik soms met mijn rug tegen de muur van de speelplaats heel contemplatief te wezen met de ingebeelde soundtrack van Morricone op de achtergrond. En niemand die het begreep, behalve wie het moest begrijpen.

Maar we dwalen af.

Ik wilde eigenlijk alleen zeggen dat ik in de toekomst nog vaak voor de Muidebrug zal staan en dat het mij geen ene moer kan schelen, dus ook niet of ik al dan niet moet aanschuiven aan de kopiemachine. Want ik sta er op om Lena elke morgen naar het kleuterklasje te brengen en daar floept het licht pas aan om tien over 8 ten vroegste. Dat ik ongelooflijk geniet van deze hernieuwde bonding-momenten is niet de enige reden dat ik er alle tijd van de wereld voor wil nemen. Ik heb namelijk de indruk dat Lena enorm veel belang hecht aan hoe ik me voel ’s ochtends. Dat klinkt zweverig en dat is het ook. U bent dat niet gewend van mij – sorry daarvoor – maar ik meen het wel. Rust uitstralen, dat doet veel.

Deze morgen bijvoorbeeld: op de speelplaats eerst de kindjes en de boekentassen geteld –drie-vijf-akt-neven-tien-honderd!– winterkleertjes uit, turnpantoffels aan, langs de foto’s aan de kapstokjes gewandeld en alle namen van alle kindjes opgesomd, nog heel even mee in de klas geweest, een korte babbel met de juf, nog een zoentje voor Lena en dan op mijn dooie gemak naar de fietsenstalling en dan doorsjezen naar het werk, puur voor de sport.

in de categorie dingen die ge normaal maar één keer zoudt mogen tegenkomen maar die ge om godweetwelke reden dan toch een tweede keer tegenkomt

’t is precies lijstjesweek

Welaan, dan doe ik ook van lijstje.
En wel met deze schitterende spiksplinternieuwe spin-off, namelijk een lijst van willekeurig zo meteen voor de raap vuist weg uit de mouw geschudde “dingen die ge normaal maar één keer zoudt mogen tegenkomen maar die ge om godweetwelke reden dan toch een tweede keer tegenkomt”.

  • Tomatensoep eten, de borden niet afspoelen maar direct in de vaatwasmachine steken en dan de vaatwasmachine op ‘eco’ zetten.
  • Naar een feest willen vertrekken en snel eerst nog uw tanden willen poetsen maar uw sjiek hemd alreeds aangetrokken hebben.
  • ’s Morgens naar het werk fietsen met veel te weinig lucht in uw banden omdat ge denkt dat ge veel te laat zult komen als ge die fietspomp nog moet zoeken en dan die banden eerst nog moet oppompen en wie weet kan dat zelfs mislukken / en dit dan ongeveer driehonderd werkdagen na elkaar / en dan ook heel erg moe worden van uzelf.
  • In het bijzijn van uw tweejarige dochter een conversatie proberen voeren met een andere volwassene en u accidenteel het woord “sap” of “koek” of “snoep” laten ontvallen.
  • U ’s avonds laat nog efkes neervlijen op de mat voor de kijkbuis met het gedacht in luttele tijdspanne de weg naar de bedstee te vinden.
  • Uw telefoon opnemen als het telefoonnummer u onbekend is.
  • Uw telefoon opnemen.
  • Een kind verwekken maar ook liefhebber zijn van uitslapen-in-al-zijn-facetten.

sofie de krokodil, die tatert maar, die tatert maar, sofie de krokodil, haar mondje staat nooit stil

De zaterdagse ochtendwandeling naar de krantenwinkel, tot niet zo lang geleden was dat hemels genieten van de frisse lucht en het gekwetter van vogeltjes, af en toe onderbroken door “Wazda?” – voor de rest was Lena ook stil en had ze vooral aandacht voor haar eigen voetstappen.

Maar sinds vandaag is alles anders. Een eindeloos gekwetter, getater, gezang. Geen speld tussen te krijgen. Ik had eerder deze week al verteld dat haar taal plots heel fel vooruit gaat en dat die boost al dan niet te maken heeft met haar eerste schoolweek, maar vandaag heeft ze tot nu toe élke seconde dat ze wakker is – inclusief de momenten met voedsel in haar mond – gebabbeld, geneuriëd, geroepen, gezongen, gebruld, gefluisterd,…

En als wij niet meer kunnen volgen, dan doet ze haar verhaal aan haar poppen (die wellicht in de poppenfabriek, na montage, werden ondergedompeld in een concentraat van paracetamol en codeïne) – geduldige toehoorders, die poppen.

school (3)

Dat het goed gaat.
–voorlopig–

Lena doet dat prima.
Ze is flink, maar bij momenten nogal aanhankelijk.
Misschien zijn de juffen gewoon te lief.

Zeer opmerkelijk is dat ze plots veel beter begint te praten. Op 2 dagen tijd is haar woordenschat serieus uitgebreid en haar zinsbouw verbeterd. Echt.

En thuis lijkt alles in zijn plooi te vallen. Ze is af en toe nog ambetant tegen Zita maar alleen als die er bijna zelf om gevraagd heeft, bijvoorbeeld bij het luidkeels krijsend tergen onzer trommelvliezen. Maar voor de rest oké – bij momenten is ze zelfs superlief voor Zita (dan komt ze een knuffel en een tuut brengen, dat is echt vertederend).

Het kleuteronderwijs, dat is toch een gerief. Ze amuseren zich rot, ze leren daar vanalles en nog wat, en ’s avonds zijn ze moe. En dan kunnen ze op tijd in bed.

Vandaag was het dinsdag, dan moet ik ’s avonds werken (tot 21.30) – hetgeen in theorie betekent dat ik in de namiddag wat recup kan opofferen om haar af te halen op school. In praktijk geef ik dan bijvoorbeeld vervangingslessen voor zieke collega’s en deze keer heb ik dat geweigerd. (geheel terzijde: dat was bij mijn weten de eerste keer in mijn loopbaan dat ik iets geweigerd heb – een mens verandert, ik ben verschoten van mezelf)

Ik ben te voet gegaan, dat praat gemakkelijker. De wandeling alleen duurt 5 minuten, de wandeling met Lena duurde minstens 25 minuten en die zijn net voldoende voor een samenvatting van de dag. Dat de juf een liedje heeft gezongen met de “bokfuit”, dat “Beerrrrtje Brrrram” een boekentas heeft en dat ze vandaag vlees en patatjes heeft gegeten. En wat nog? “Vlees!” En wat nog? “Patatjes!” En wat nog? “Vlees!” En wat nog? “Patatjes!” En wat nog? “Vlees!” En wat nog? “Patatjes!” En wat nog?“Vlees!” En wat nog? “Patatjes!” En wat nog? “Vlees!” En wat nog? “Patatjes!” En wat nog? “Vlees!” En wat nog? “Patatjes!” En wat nog? “Vlees!” En wat nog? “Patatjes!”

En toen kwamen we thuis.
Morgen ga ik in de kleuterschool op zoek naar het weekmenu.

school (2)

Aflevering Twee komt niet uit eerste hand – wij beschikken namelijk over een Spionne van het Huis.

Ongeveer één seconde na het nemen van die foto deze morgen, heb ik mijn rug gekeerd. En ongeveer op dat moment moet Lena naar buiten hebben gekeken en dan moet ze mij herkend hebben. En dan is blijkbaar plots het echte besef gekomen.

Dat ik écht ging werken en dat zij écht in het klasje zou blijven.

Lena is dan beginnen krijsen en brullen en tieren – “Papa! Papa!” – en dat heeft naar ’t schijnt geduurd tot alle kindjes er waren en iedereen in de kring ging zitten.

That’s my girl :)

En voor de rest van de dag is ze flink geweest!

Ze is ook direct de hele dag gebleven, middagmaal inbegrepen – een andere regeling is voor ons niet haalbaar wegens geen grootouders bij de deur en wegens beiden aan het werk overdag.

Lena straalde toen ik vanavond thuis kwam. Maar toch was ze niet meer in staat om nóg eens te vertellen wat ze zonet aan mama had verteld – over Beertje Bram, over de speelplaats, over patatjes, over vanalles. Ze was doodop. Om 18.15.u lag ze in bed en om 18.16.u in dromenland. Die ene minuut daartussen heeft ze nog vanachter haar tuut een paar gevleugelde woorden gemompeld:

“Lena flink – Lena groot – Lena juf – Lena school”

school (1)

Wij deze morgen naar school.

Daar waren heel veel kindjes en mama’s en papa’s. En ik zei dat ik niet wist of Juf Mireille er al was en toen zei Lena: “Kijk papa, daar! Juf Mireille!” en 5 minuten later hadden we de jas al aan haar eigen kapstokje gehangen, hadden we de boterhamdoos uit de boekentas gehaald en in haar vakje gelegd, hadden we uitgebreid afscheid genomen.

En toen ik de hoek om was, zag ik dit:

Wat zou ik graag een vliegje zijn vandaag.

donker

Het was al donker buiten, maar er moest uitgewaaid worden. Dat was nodig want het huis stond op springen. (jammer dat ze dit shirt niet in Lena’s maat hebben)

Maar het gras was te nat, de straat te gevaarlijk. En het dagthema (woorden met een “r”) indachtig, zijn we aan de grrrrot beland. Ook daar was het donker.

En ook in de basiliek. Maar daar komt geen “r” in, dus heb ik Lena gezegd dat het een kerrrrk is. Ook daar was het donker. En bewogen.

Een pluralistische opvoeding, ge kunt daar niet vroeg genoeg mee beginnen. Om voor wat tegenwicht te zorgen, zal ik Lena morgen de hele dag intensief inwijden in het Vliegend-Spaghettimonsterisme.