hoogbegaafd

Ik vroeg daarnet aan Zita of ze wist welke groep in 1974 het Eurovisie Songfestival heeft gewonnen. En ze wist het!

Geen toevalstreffer want ik heb dezelfde vraag nog een paar keren gesteld en telkens opnieuw gaf ze hetzelfde antwoord, ha!

En dat is nog geen jaar oud, mijn dochter, hoogbegaafd!

Advertenties

feest voor mij

Hevige discussies in dit huishouden.

Vandaag heeft Lena de godganse dag hetzelfde liedje gezongen.
Het liedje heeft ze geleerd in de kleuterklas en zij zingt het op deze manier:

“Een groene kas, vier kaarsen,
Maria kijkt zo blij,
Haar baby’tje komen,
’t Is feest voor mij en jou!”

Ik ga niet zo vaak meer in discussie met mijn oudste dochter maar dit kon ik echt niet aanhoren. Dat het wellicht een groene krans moet zijn, geen probleem. Dat het baby’tje wellicht zal komen, tot daar aan toe. Maar die laatste zin! Een flagrante inbreuk tegen het rijm én de goede wellevendheid. Dat moet dus ongetwijfeld zijn:

“’t is feest voor jou en mij

En niet “voor mij en jou”.
Dus, bij elk van de 893 keren dat ze het liedje zong, heb ik Lena op die fout gewezen, al dan niet zingend. Maar ze vindt het héérlijk, die controverse. En dan roept ze:

“Nééé! ’t is feest voor MIJ!”

Ze zou verdorie beter wat studeren op haar nieuwjaarsbrief. Het is namelijk niet “allerlieve kapoentje” maar wél “allerliefste kapoentje”, geen onbelangrijk detail. Helaas kan die nieuwjaarsbrief niet gezongen worden en moeten we op onze blote knieën smeken om het leuke versje toch één keer per dag te mogen horen.

peis en vree

Een minuut huiselijke harmonie.
Een minuut waarin de broze vrede stand hield, de koude oorlog lauw bleef.

Elk duplo-blokje een moordwapen. Maar niet in deze minuut.
Elke beweging de twijfel: zal papa weer boos zijn als ik Zita een mep geef?

Het is wachten op de dag dat deze twee zussen, als goede vriendinnen, bijvoorbeeld samen in opstand komen tegen hun ouders. En dat ze het dan langer dan één minuut volhouden – of niet.

music for life

Als u nu zélf zou mogen kiezen wat ze op de radio draaien, daar in dat huis op de Zuid. Waarom dan kiezen voor hetzelfde gejengel als het gejengel dat u voordien ook al op die radio kon horen en dus het gejengel dat u volgende week opnieuw op die radio zult horen.

Ik kan er echt niet bij.

En gisteren was er dan tóch eens een madam die het aandurfde om een cello suite van Bach aan te vragen maar bij stubru vonden ze dat 30 seconden van de Prelude wel volstond. Terwijl het gezaag van bijvoorbeeld Milow of het gezeur van pakweg de Kaiser Chiefs wel mag uitspelen.

Ik begrijp wel dat het eventueel voor sommigen verslavende radio of zelfs verslavende radio-televisie zou kunnen zijn, dat glazen huis. Maar dus niet voor mij. Het ADHD-gehalte is me net iets te groot. Na een tijdje word ik er onnozel van en verlang ik opnieuw naar het gejengel van mijn eigen kinders.

Maar nee. Natuurlijk vind ik het een geweldig initiatief en natuurlijk vind ik het fantastisch dat het zoveel succes heeft.

En ik heb ook met veel plezier een deel van mijn zondagavond opgeofferd om wat factuurkes te sturen naar enkele gulle adverteerders op gentblogt. Dus zó verzuurd ben ik nu ook weer niet. ;-)

[update: ik moet zo’n klein beetje mijn mening herzien want ik heb vandaag af en toe een straf nummer gehoord — 5 minuutjes geleden nog Johnny Cash met Folsom Prison Blues, terwijl ze normaal alleen maar zijn covers van U2 of Nick Cave draaien] [er is hoop, altijd]

omdat alle redenen goed zijn om het extra gezellig te maken in de kerstvakantie

Voor zieke kindjes zorgen als je zelf ziek bent, dat is eigenlijk nóg zo gezellig.
Het is kerstvakantie voor iets, vinden wij.

Het feestje moet wel goed voorbereid zijn.
Wij doen zelfs aan fund raising bij onze sponsor.
Dit is bijvoorbeeld de oogst van de voorbije 10 dagen:

In ruil presteren wij: liters snot en slijm en reeds gegeten voedsel.

Het surplus aan gezelligheid zit vooral in de details: het salontapijt dat al een beetje zurig begint te ruiken, de kerstlichtjes weerkaatst in de twinkelende druppeltjes na elke niesbeurt, de neusrandjes versierd met aangekoekt snot, Tom Waits op de achtergrond (of nee wacht! ’t is Zita die ademhaalt), die dingen dus.

Nog een absolute topper: samen medicijntjes nemen. De max!

aerosol

de mannen

Iets vóór drie uur deze middag is het begonnen.

Twee noeste kraanschilders hadden alles opgekraamd, alles ingepakt, ’t is te zeggen: nog just de hoogtewerker op de oplegger rijden en ze zouden vóór het donker thuis zijn.

Maar die hoogtewerker had er geen zin in, reed te scheef en veel te traag en weigerde dus de korte helling te nemen. Pas 2 uren en een klets later hebben de makkers de strijd gestaakt, en hun wild geraas. In de tussentijd hadden ze zodanig veel lawaai gemaakt dat rustig bureauwerk eigenlijk onmogelijk was. En gevloekt. En geroepen. Meer dan tien hardnekkige pogingen hadden ze achter de rug. Bij de laatste poging was het zelfs al donker. En toen gingen ze in de camionette zitten en hebben ze een eeuwigheid gewacht. En toen was het al pikdonker en kon ik ze niet meer zien zitten, dat was om 17.30.u ongeveer, toen ik vertrok naar elders.

Wie weet zitten ze daar straks om 8.30.u nog. Ik ben wreed curieus eigenlijk.

De mannen.
De vrouwen hadden wellicht al na de eerste poging een telefoontje gepleegd naar de baas. Genre “Frans jong, die hoogtewerker op die oplegger rijden, dat gáát dus niet hé!”

Typisch voor mannen, vakmannen in het bijzonder, is dat ze nog liever met die hoogtewerker het kanaal induikelen dan hulp te vragen. Die eigenschap is trouwens tegelijk de sterkte en de zwakte van het fenomeen man. Het cliché der clichés is uiteraard het niet-vinden van een adres en dan toch weigeren om de weg te vragen aan een voorbijganger. Het cliché klopt volledig en ik bezondig mij er ook aan. (dat zeg ik gewoon om mijzelf gerust te stellen, ik bedoel eigenlijk: “ja, ik ben ook een man”)

Maar ik had dus gezegd dat het ook een sterkte is. Door die verschrikkelijk vermoeiende kinderachtigheid leer je wel snel bij. Ik geef een voorbeeld. Onlangs wilde ik eens een stukje tekst in het klein op mijn blog zetten maar dat lukte niet. En Geen Weg dat ik dat zou vragen aan iemand die ik persoonlijk ken en bij wiens blog ik dat al vaak had opgemerkt. Dus heb ik een hele tijd zitten zoeken op het internet naar de html-code en blijkbaar bestaan daar verschillende html-codes voor en slechts één met succes in WordPress, zo bleek na heel veel vijven en zessen. Maar kijk, ik kan het nu. En ik weet nog steeds hoe dat moet, zie ik doe het weeral, ik ben een man, ik.

de tijd van het jaar [aka ‘escape from koopvee’]

Veerle is lang niet de enige die zich blauw ergert.

’t Is trouwens niet alleen op Sint-Baafs- en Braunplein. Ook de Korenmarkt lijkt meer en meer op een foor. In december is Gent te mijden, zoveel is duidelijk. De combinatie shopaholics en kerstvertier. Nefast voor mijn humeur.

Tenzij.
Er zijn vluchthuizen. Zelfs in hartje Korenmarkt. Ergens hoog en droog.
Waar zelfs op het drukste moment van de middag nauwelijks iemand zit.

Waar de soep van de dag is en de noten van jazz.

Met een artistic effect (water pencil) zou onderstaande gsm-foto voldoende onduidelijk moeten zijn om dit toevluchtsoord geheim te houden:

bugger!

Ondanks het tijdens de voorbije tien arbeidsjaren doorploeterd hebben van een handvol akkefietjes die het meer dan voldoende zouden gerechtvaardigd hebben, had ik het tot op de dag van vandaag, wellicht om orthodox plichtsgetrouwe redenen, nooit eerder gedaan, het opnemen van familiaal verlof.

Voor alles moet een eerste keer zijn, dus bleef ik thuis voor Zieke Lena.

Maar. Maar. Maar.
Hebben ze dat familiaal verlof toch wel niet afgeschaft zeker!?
Het bestaat blijkbaar niet meer, sedert we veranderd zijn van cao.

Bugger!

“Hoezo?! Jij bent toch thuisgebleven?! Hoe doe je dat dan?!”
Goede vraag!
(neen, serieus, het internet, ze moesten dat ook afschaffen, dan had ik vandaag niet kunnen werken maar bijvoorbeeld wel met Lena kunnen spelen en de was kunnen ophangen en een dutje kunnen doen, awoert voor het internet)