dag 7

Wij gisteren voor de eerste keer tot aan het Grote Kinderfeest in het Zuidpark geraakt. Elk half uur een plensbui van twintig minuten. Lena mocht van de organisatoren niet op het springkasteel wegens te veel water. Er was wel nog één klein overdekt springkasteel maar daar wilde Lena niet op, te veel kindjes volgens haar goesting — ik kreeg plots een déjà-vu. Er was ook een Kliederkladderbos maar Lena wilde niet. Lena wilde eigenlijk niks, alleen maar op het springkasteel. Maar daar wilde ze dus ook niet op.

En Lena weigert nog steeds te stappen. Ik zeg ‘nog steeds’ maar ik geloof dat ik daar nog niks eerder van verteld heb. Een tiental dagen geleden is Lena slecht neergekomen na een soort sprong van bovenop de glijbaan — ik kreeg plots een déjà-vu. Sindsdien loopt ze te manken en weigert ze meer dan 10 meter te stappen strompelen, ze wil gepakt worden of in de buggy. We zijn uiteraard naar de dokter geweest, die heeft wat dingen gedaan en zegt dat hij niks abnormaals ziet en dat we moeten afwachten, want dat het wellicht wel weer goed komt. Niet dus. Lena beweert dat ze geen pijn heeft in haar voet. Maar soms klaagt ze wel van rugpijn.

Dan maar weer naar de dokter zeker?

kamers

Het lijkt wel alsof wij tijdens de Gentse Feesten alleen maar Gentse Feesten doen en daar dan verslagjes over schrijven voor Gentblogt. Dat is natuurlijk wel een klein beetje waar. Maar gelukkig zijn er 24 uren in een dag en zijn wij bijvoorbeeld eens in Ikea geraakt deze week en hebben wij ons huis al een beetje onder handen genomen.

We hebben boven in totaal 5 ruimtes: 1 badkamer + 3 kleine kamers + 1 grotere kamer. Op die grote kamer sliep Zita, tot vorige week (omdat die grote kamer naast onze slaapkamer ligt en dan is de kans minder groot dat Lena ’s nachts wakker wordt, omdat we dan sneller bij Zita zijn als ze aan ’t wenen is, nog steeds enkele keren per nacht trouwens, maar er is verbetering in zicht, denken we). Tijd dat Zita, net als Lena, ook een eigen kleine slaapkamer kreeg. En dan zouden we iets kunnen doen met de grote kamer, bijvoorbeeld in 2 knippen met room dividers en dan de ene helft bureauruimte en de andere helft speelkamer.

Maar dan moest eerst de kleine kamer waarin onze bureaus en computer en boeken en mappen en dingen stonden, volledig leeggemaakt worden. En de grote kamer waarin Zita sliep en waarin gigantisch veel rommel plus iets wat zonder problemen had kunnen doorgaan voor de stock van een kinderkledingzaak, ook volledig leeggemaakt worden. En als dat dan allemaal gebeurd was, dan moest alles opnieuw ingericht worden, zoals bijvoorbeeld Velux-verduisteringsgordijnen en Velux-vliegenramen (want dat hadden we nog niet) — “gemakkelijk te plaatsen”, u kent dat. En verlichting installeren, en kasten, en speelgoed sorteren. Enz.

Maar we zijn er geraakt, ’t is af.
Nu nog leren opruimen elke dag.

clown

dag 5

Dag 5 is – na een hele namiddag te hebben doorgebracht in het EFTC – zo verzopen als een zompig zoetwaterkieken dat verzopen is.

Toen we, bij nacht en ontij, zo min mogelijk nat stonden te worden, halvelings scheef onder het geknutseld afgedakte van een dranktent in Baudelo, dartelde het planché vol met boombalmensen, zonder regenkledij, sommigen zonder schoenen. Dansend als bezeten door de zondvloed. Alsof Moeder Natuur hen daartoe de opdracht had gegeven.

We werden aangesproken door een Nederlands koppel:

“Excuseer, is dit normaal?”

En als u mij dan nu even wilt verontschuldigen.
’t Is tijd voor het betere werk.

dag 4

De helft van ons gezin werd gedelegeerd naar een barbecue. De hele middag en namiddag heb ik alleen met Lena doorgebracht. De zusjes gescheiden, de aandacht voor zich alleen, op hun niveau. We moeten dat vaker doen want het is voor alle partijen telkens een verademing. Apartheid, dat is zo zot nog niet.

’s Middags pizza-feest. Lena zegt: “Mmmh… lekkere spaghetti!” en ligt dan in een deuk — humor van een driejarige — en ik had niet veel geslapen dus lag ik ook in een deuk, waardoor Lena denkt dat ze een fantastisch goeie mop heeft verteld en daarom nog twintig keer al lachend “Mmmh… lekkere spaghetti!” herhaalt, waardoor ik telkens opnieuw nog meer in een deuk lig, waardoor Lena echt niet meer bijkomt, tot mijn kaken zeer doen van ’t lachen en ik wens dat dit moment kan ingepakt worden en in een schuifje kan gestopt worden, voor later, om dan eens open te doen als ’t moeilijk gaat tussen ons.

Dan met de fiets naar de Trommelstraat. Daar hadden we om 14u30 rendez-vous met een nogal rare meneer. En dan naar het EFTC poppenkast gaan kijken. Lena zei: “het is wééral un deux twa!” maar ze vond het wel leuk. Eergisteren had ik Lena tot drie leren tellen in het Frans, n.a.v. een Franstalige poppenvoorstelling die we hadden gezien. Sindsdien horen wij al 2 dagen “un deux twa”. Ik was vooral verbaasd dat Lena die taal onmiddellijk herkende als de taal van “un deux twa”.

discomaria

Dan zijn we ook nog naar een zeer marginaal feestje geweest. Het onweer barstte los en vóór we het goed beseften zaten we met honderd mensen en evenveel krijsende baby’s in de enige echte tent van super show show te schuilen voor de gietende regen. Lena zat daar een ijsje te eten in haar Jip-en-Janneke-regenpak en ik in t-shirt want dat doe ik nu altijd als ik alleen met de kindjes op stap ga: ik ben als de dood om iets te vergeten voor de kinderen — eigenlijk niet, maar ik ben wel als de dood voor de eventuele commentaren dat ik eventueel iets vergeten ben voor de kinderen — waardoor ik telkens opnieuw vergeet om voor mijzelf te zorgen.

bataclan

bataclan

bataclan

bataclan

bataclan

dag 2

Poppenkastdag vandaag. Om Lena in de sfeer te brengen, had Nele het idee om poppenkastpoppen te maken. Morgen nog schilderen en afwerken en uitproberen.

pop

De kinderen waren eigenlijk lastig en vermoeid opgestaan en ze zijn de hele dag zo gebleven. Zita heeft het middagdutje niet gehaald en heeft vóór het middageten geslapen. Lena weigerde een dutje te doen. We wisten op voorhand wat de consequenties daarvan zijn maar als Lena geen dutje wil doen, dan wil Lena geen dutje doen.

Dan maar onmiddellijk naar de stad vertrokken.
Met de bus, wegens schrik van de combinatie “rukwinden + bakfiets”.

bus
(let u trouwens op het tienermeisje dat per se op de foto wilde!)

Op het Braunplein waren de rollen omgedraaid. De kinderen waren toen even flink en ik was behoorlijk pissed omdat wij eerst aan de verkeerde kant van de theaterwagen aan het wachten waren en omdat de poppenspeler nogal arrogant was en omdat ik geen beenruimte had en vooral omdat ik niet mocht fotograferen. Lena heeft genoten, ook al heeft ze geen woord begrepen van het verhaal (in het Frans) en al heeft ze meer rechtop gestaan dan gezeten, maar soit.

Zita loopt al enkele dagen “Kijk ies!” te roepen en uiteraard heeft ze dat tijdens de voorstelling ook af en toe gedaan. Met Zita naar buiten gaan was geen optie, het publiek zat opeengepakt in een donkere afgesloten vrachtwagen. Ik vond Zita grappiger dan de poppenspeler maar dat komt enkel omdat het niet klikte tussen de poppenspeler en mij. Ten bewijze deze testfoto, die ik maakte op het moment dat hij mijn fototoestel ontdekte.

topolino

De rest van de dag hebben we nog wat straattheater meegepikt, waaronder Mono the monkey maar ik had geen goesting meer om foto’s te maken. We zijn ook nog in het Huis van Alijn geraakt (en ik heb daar een prachtig boek gekocht). Later nog een fikse wandeling, gepasseerd langs een onbeduidende steeg en langs het Baudolopark, dan aan Portus Ganda een ijsje gegeten en via Schoolkaai naar Dampoort, want onze bus (38) wil tijdens de feesten niet dichter bij het centrum komen. Morgen terug fietsen.

dag 1

Dag één zit er zo goed als op.

Maar eigenlijk ben ik al woensdagochtend aan de feesten begonnen.
Met veel cava maar vooral met heel veel water.

achterdok

Vandaag was ik dan present op een bijzondere stadswandeling.
(morgen uiteraard verslag op uw vertrouwde zender)

goedertier

Om 14u thuis om snel wat foto’s op de computer te gooien en dan met de kinderen naar de parade te gaan kijken.

parade

parade

Op de eerste dag doe ik ook traditiegetrouw een tochtje langs de plaatsen waar u mij de rest van de feesten al zeker niet zal tegenkomen. Met twee vermoeide kindjes, na de parade, was dat niet evident — we hadden maar één buggy mee (in de bakfiets) omdat we hadden voorzien dat de meisjes om beurt ambetant gingen zijn en dus niet tegelijkertijd, het is niet te geloven hoe naïef wij nog kunnen zijn.

Er toch nog in geslaagd om de nieuwe versie van het Laurentplein (Gent Beach) en Sint-Baafsplein en de Belfortstraat te doen, locaties die we dus niet meer zullen halen deze feesten.

laurentplein

Terug naar huis gebakfietst, kindjes in bed gestopt, mailbox doorploeterd, dingen gedaan, filmpje gekeken, verslag getypt, foto’s geselecteerd, avondetappe.

En dan is het plots 23.39.u en komt het moment waarop ik in lang vervlogen tijden er stilaan aan begon te denken om te beginnen afzakken naar de feesten. Er werd bijvoorbeeld verzameld op mijn kot, er werden rare dingen gerookt en goedkope dranken gedronken. En tegen de tijd dat de Vlasmarkt al aan de Irish Coffee zat, arriveerden wij aan de Charlatan, waar de rest van het gespuis op ons zat te wachten, of niet. Voor geen geld ter wereld had ik toen willen ruilen met het soort Gentse Feesten dat ik vandaag beleef. En voor geen geld ter wereld zou ik vandaag willen ruilen met het soort Gentse Feesten dat ik toen beleefde.

En ik zie dat het goed is.

plopsalom

Lena speelt met Lego-popjes.

“Kom kindjes, ik ben juf Lena. Jullie moeten luisteren en jullie moeten flink zijn. En als jullie flink zijn, dan gaan wij met het vliegtuig van de koning naar… Plopsalom!”

Ik verslik me in mijn koffie.
Het woord “Plopsaland” is hier nog nooit gevallen.

Lena? Wáár ga jij naartoe?

“Naar Plopsalom.”

Wat is dat, Plopsalom?

“Plopsalom, dat is Plopsalom. Dat is hééél ver.”

Bedoel je PlopsaLAND?

“Nééééé! PlopsaLOM! Niet PlopsaLAND! Jij mag dat niet zeggen papa! PlopsaLOM! PlopsaLOM! Want… PlopsaLAND, dat is niet waar! PlopsaLAND… dat is voor… STOUTE kindjes!”

Oké, oké.

Het zal er toch ooit eens van komen. Vrees ik. Ooit.

het ligt hier precies efkes op zijn gat, denk ik

Ik had iets willen schrijven over Leonard Cohen van ’t weekend. Hoe serieus ik onder de indruk was. En omdat geen enkele krant is gaan kijken want alle nog niet ontslagen muziekjournalisten overal te lande zaten gezamenlijk ergens op een wei om daar aan tachtigduizend mensen te vragen of ze naar Metallica of Milk Inc gingen kijken.

Ik had ook iets willen schrijven over de turbulentie van deze dagen. Werken, ça va nog. Vakantie, daar kunnen wij ook mee leven. Maar als die twee dingen elkaar beginnen doorklieven, dan schiet de nachtrust en de ademruimte er bij in.

Over dat concert gisteren op Gent Jazz, om kou van te krijgen bij momenten.

Over Lena. Die het precies lastig heeft, met het leven. Ze is óf poeslief óf onhandelbaar, geen weg meer tussen. En ze speelt graag smart ass. En hoe uitputtend.

Over Zita. Die plotsklaps begint te babbelen en hoe onvoorstelbaar schattig wij dat vinden. Ze zegt voortdurend probeerwoordjes en plakt daar meestal tjup (of zoiets) achter. Ze zegt dan bijvoorbeeld watestjup voor ‘water’ of kaatjuptjup voor ‘Kaatje’.

Eerst. Lucht. Happen.

zomerklussen

Het kot voor mij alleen!
(vrouw en dochters op reis, nog tot woensdag)

Er werden plannen gemaakt: kamers moeten opnieuw ingericht, dingen moeten opgehangen, er moet wat grond verplaatst in de tuin, er zou geschilderd moeten worden,… En al die dingen zouden moeten gebeuren als de kindjes er even niet zijn. Nu dus. Nu.

Maar ik had zo’n beetje over het hoofd gezien dat er ondertussen nog even fulltime moet gewerkt worden en dat ’s avonds het vat bijna af is. Het kot zal er dus niet zo heel erg anders uitzien overmorgen.

Zomerklussen. Het wordt stilaan een traditie.

altijd een beetje reizen

De keren dat ik op een jaar de tram of de bus neem, zijn op één hand te tellen. Soms loopt het vlot, soms loopt het minder vlot. En heel soms, vandaag bijvoorbeeld, durf ik beweren dat ik nooit nog op een bus of een tram stap.

[crónica de un ataque de nervios anunciado, 2 klassiekers ineen]

3.10 — de mug moet dood, ik kan er niet bij want ze zit op het plafond, in het schemerdonker kieper ik een wasmand om en ga er op staan, ik schiet door de wasmand, ik lig de hele nacht wakker door een snee in mijn enkel en een bloeduitstorting — het is nogal bepalend voor de rest van de dag

7.50 — Brusselsesteenweg — neen ik heb daar niks verkeerds mee gedaan meneer, alweer niet, want het is niet de eerste keer dat die f*cking elektronica niet werkt en dat er weer een belangrijk stuk zal moeten besteld worden waardoor het vandaag niet meer zal klaar zijn — en ja het is verdomd lastig in dit weer als uw ruit niet meer naar beneden kan omdat de knopjes niet werken en ja ik heb er spijt van dat ik destijds voor een auto zonder airco heb gekozen, ha ha, ja da’s lachen

8.20 — Ledebergplein — pijn in mijn enkel van ’t schuren tegen mijn sandalen, ondanks een geelblauwe pleister van tweety want ik vond geen grotemensenpleisters — ik probeer een buskaartje uit de automaat te halen, er zit iets vast in de geldgleuf waardoor mijn geld voortdurend weer op straat rolt, de tram komt — ik leg dat uit aan de buschauffeur en betaal een kaartje, voor 1,60 i.p.v. 1,20 euro — hij geeft mij een foldertje met een telefoonnummer en zegt dat ik moet bellen en dat ik op die manier mijn 40 cent kan terugkrijgen — ik zeg dat hij het waarschijnlijk verkeerd begrepen heeft want dat ik eigenlijk alleen maar wil dat hij dat probleem van de defecte automaat meldt aan de automatenhersteldienst — hij antwoordt mij dat hij mij die 40 cent niet kan teruggeven, ik begin bijna te huilen

8.40 — Geraard de Duivelhof — tram 4 stopt en heel erg veel mensen moeten blijkbaar aan Geraard de Duivelhof zijn, wat zeg ik: iedereen verlaat de tram behalve ik — de chauffeur, die mij een moeilijke mens vindt, zegt dat de tram niet verder rijdt — uiteraard, dat had ik moeten weten, uiteraard — ik wil graag het verhaal van de mug vertellen aan de chauffeur maar net op dat moment word ik aangesproken door een ex-cursist van mij, die had de ontreddering in mijn gezicht herkend wegens ooit bij mij les gevolgd op een voormiddag

9.01 — Dok Noord, één minuut te laat voor vergadering — nu al nat van ’t zweet — en pijn in mijn voet — de temperatuur in het vergaderlokaal is mensonterend, mensonterend

12.10 — Salvatorstraat, tramhalte, ik was het bijna vergeten maar ik heb een etentje in de Bennesteeg — tram 4 komt niet — tram 4 komt — tram 4 stopt in de Lange Steenstraat, ook dat nog, uiteraard — ik heb pijn in mijn voet maar doe de voettocht door het stof en tussen de camions naar de Bennesteeg — Lena is flink en morst maar een beetje spaghetti op haar schoon kleedje — het eten is er trouwens zeer lekker, daar in ’t Hetekoekje, ik moet er maar eens een review van schrijven voor die stadsblog

13.30 — Sint-Elisabeth-begijnhof, vergadering — mijn voeten zijn heel erg boos — de rode wijn was een slecht idee — de oogleden wegen kilo’s — zweetdruppels kriebelen aan mijn kuiten

16.00 — Poel, tramhalte — bus 38 komt niet — een half uur later, bus 38 komt niet — ik ontdek het papier waarop geschreven staat dat deze halte uitzonderlijk op donderdag 2 juli is afgeschaft wegens werken aan de Sint-Michielshelling — ik ga te voet naar Sint-Jacobs en merk onderweg dat ik aan het manken ben

17.20 — thuis, de kinderen lastig, ik lastig, iedereen lastig — er wordt gevraagd wat er morgen vrijdag op het programma staat — ik zeg: personeelsuitstap, een wandeling — terwijl ik ijsblokjes maak en twee Duvels in de diepvries leg