ouch!

Live gehoord op de radio en zopas gezien op tv: de beenbreuk van Wasilewski.

wasil

Het woord “tackle” staat daar niks te doen. Een aanslag was het.

Ik herinner me nog levendig de dubbele beenbreuk van Maurice De Schrijver (doodschop: Michel De Wolf) en ook die van Juan Lozano (doodschop: Ivan Desloover). En vooral de dubbele beenbreuk van Luc Nilis.

Allemaal gedaan met topvoetbal.

Van mij mag Witsel zijn gouden schoen inleveren.

doodsangsten

Het was vrijdag 31 maart 2006, rond 21u.
Lena was die dag 2 weken oud en ik was die avond weg van huis.

Er was een telefoon, paniek. Een eeuwigdurende autorit.
Ziekenhuis, spoed. Maar geen verwijten, dat was oké.

De dagen in de pediatrie, de behandelingen achteraf, de wondverzorgingen.
Ik mag er niet aan dénken om dat nog eens mee te maken.

Geen zin om het hele verhaal te doen, dat doe ik later wel eens.
We hebben Lena al proberen uitleggen hoe ze aan die coole littekens op haar linkerarm komt. En ze begint het ook stilaan normaal te vinden dat ze zelfs niet in de buurt van hete koffie mag komen.

Maar de doodsangsten die we toen hebben doorstaan… zoiets vergeet je niet.

De voorbije dagen komen die herinneringen veel intenser naar boven.
En vandaag heb ik me eigenlijk uitsluitend beziggehouden met het refreshen van hun websites: San en Michel, we leven met jullie mee, al zouden we liever meer doen dan dat.

fietsen

Het was eerder bedoeld om gewoon eens te proberen, eigenlijk.
Maar zo’n 30 seconden later fietste Lena alleen door de straat.
Zonder steunwieltjes, jawel.
En dat zit nog niet eens in de eerste kleuterklas meneer.

Over die loopfietsvoorbereiding: het is allemaal waar wat ze zeggen.

fiets

fiets

lachen met Lena

Eigenlijk zou ik die dingen direct moeten noteren op het moment dat ze weer zoiets uit haar botten slaat. Want tegen ’s avonds ben ik meestal vergeten om welke geweldige uitspraken ik heb moeten lachen.

Dit pareltje heb ik bijvoorbeeld wél onthouden:

“Papa, waarom heb jij niet altijd een snottebel?”

Of nog eentje:

“Papa, weet jij waarom ik nu nog niet kan slapen? Dat is omdat ik wakker ben. En als ik wakker ben, dan moet ik altijd veel spelen. En daarom kan ik nu nog niet gaan slapen. Voilà, da’s jammer.”

zee

In het leven zijn er dagen waarop een mens nog net iets krommer dan hij al gewend is, gebukt gaat onder datzelfde leven. Maar in het leven van een manspersoon worden dit soort dagen soms op een groteske manier gevisualiseerd. Bijvoorbeeld doordat de maximumhoogte van een buggy zeker 20 centimeter te laag is, waardoor de man in kwestie automatisch kromgebogen door de straat strompelt, met lumbago als gevolg.

En ondertussen vraagt de man zich af.

Is dit onvoorwaardelijke liefde? Altruïsme?

Is dit de leegte? Geen zelfrespect?

Hij weet het niet en probeert het zich af te leren er over na te denken. Luxeproblemen zijn geen problemen. Hij weet zich veilig omringd door alles waar hij zielsveel van houdt, nooit meer wil verliezen, maar op hetzelfde moment weet hij zich beklemmend omsingeld door wat hij hartsgrondig haat. Zand, lawijt, veelheid, solden, honden, richesse. En zand.

En lotgenoten die – buiten zijn medeweten om – allemaal samen hadden afgesproken om een lichtblauwe trui over hun schouders te draperen, als herkenningsteken.

’t Was weer vakantie aan zee. Het moet één van de lelijkste plaatsen ter wereld zijn, de Belgische kustlijn. Maar ook dat is weer charmant, zullen we maar zeggen.

Ik turf elke dag die ik aan de Belgische kust doorbracht, zal doorbrengen. Het totaal is het aantal dagen dat ik, liever vroeg dan laat, wil doorbrengen in de bergen, met of zonder geliefden. Ik ben een mens voor de bergen, ik.