vrede

Nu al 3 dagen op rij ’s avonds thuiskomen van ’t werk en horen:

“Maar ze zijn wél bijna de hele dag zeer flink geweest.”

Gelukkig zijn er foto’s van.

(en ook nog een schone foto van zondag…)

Advertenties

onze watertoren

De schoonste watertoren uit heel de geburen en omstreken.

watertoren

Volledig gerenoveerd en dankzij TMVW en de Borduristen mochten wij er op.
En ik zo blij als een kind dat blij is.

panoramazaal

En we hebben ons huis gezien!
Enfin, ’t stond verstopt achter geboomte.

ons huis

Voor de amateurs: de rest van de foto’s.

fietsen

Het was eerder bedoeld om gewoon eens te proberen, eigenlijk.
Maar zo’n 30 seconden later fietste Lena alleen door de straat.
Zonder steunwieltjes, jawel.
En dat zit nog niet eens in de eerste kleuterklas meneer.

Over die loopfietsvoorbereiding: het is allemaal waar wat ze zeggen.

fiets

fiets

lachen met Lena

Eigenlijk zou ik die dingen direct moeten noteren op het moment dat ze weer zoiets uit haar botten slaat. Want tegen ’s avonds ben ik meestal vergeten om welke geweldige uitspraken ik heb moeten lachen.

Dit pareltje heb ik bijvoorbeeld wél onthouden:

“Papa, waarom heb jij niet altijd een snottebel?”

Of nog eentje:

“Papa, weet jij waarom ik nu nog niet kan slapen? Dat is omdat ik wakker ben. En als ik wakker ben, dan moet ik altijd veel spelen. En daarom kan ik nu nog niet gaan slapen. Voilà, da’s jammer.”

zee

In het leven zijn er dagen waarop een mens nog net iets krommer dan hij al gewend is, gebukt gaat onder datzelfde leven. Maar in het leven van een manspersoon worden dit soort dagen soms op een groteske manier gevisualiseerd. Bijvoorbeeld doordat de maximumhoogte van een buggy zeker 20 centimeter te laag is, waardoor de man in kwestie automatisch kromgebogen door de straat strompelt, met lumbago als gevolg.

En ondertussen vraagt de man zich af.

Is dit onvoorwaardelijke liefde? Altruïsme?

Is dit de leegte? Geen zelfrespect?

Hij weet het niet en probeert het zich af te leren er over na te denken. Luxeproblemen zijn geen problemen. Hij weet zich veilig omringd door alles waar hij zielsveel van houdt, nooit meer wil verliezen, maar op hetzelfde moment weet hij zich beklemmend omsingeld door wat hij hartsgrondig haat. Zand, lawijt, veelheid, solden, honden, richesse. En zand.

En lotgenoten die – buiten zijn medeweten om – allemaal samen hadden afgesproken om een lichtblauwe trui over hun schouders te draperen, als herkenningsteken.

’t Was weer vakantie aan zee. Het moet één van de lelijkste plaatsen ter wereld zijn, de Belgische kustlijn. Maar ook dat is weer charmant, zullen we maar zeggen.

Ik turf elke dag die ik aan de Belgische kust doorbracht, zal doorbrengen. Het totaal is het aantal dagen dat ik, liever vroeg dan laat, wil doorbrengen in de bergen, met of zonder geliefden. Ik ben een mens voor de bergen, ik.