het nieuwe Gents

Er is wat commotie omtrent het schabouwelijk Nederlands van televisie-acteurs en bij uitbreiding alle gespuis op de beeldbuis.

Het proces is al een eeuwigheid aan de gang. Antwerps-Brabants is een gigantische olievlek op de reeds vervuilde binnenzee. De komst van VTM in 1989 heeft alles in een stroomversnelling gebracht en sinds reality-tv en BijnaBV-tv de norm zijn, is het hek helemaal van de dam. Ik lig er niet echt wakker van. Dat Veerle Baetens in Code 37 geen Gents klapt, zelfs geen Nederlands, kan me weinig schelen zolang ze maar geloofwaardig acteert — ik heb bijvoorbeeld veel meer moeite met een Engelstalige Jean-Baptiste Grenouille.

Maar het “zeg-manneke-‘kkannekik-da-toch-nie-gerieke-da-gij-van-job-zij-veranderd” is wel één van de vele redenen waarom ik zelden televisie kijk. Ik ben al blij dat het nieuws wordt voorgelezen in de standaardtaal en dat bijvoorbeeld Antwerpenaar Frank Raes de voetbalwedstrijden in het Nederlands van commentaar voorziet, alle lof daarvoor. Hij zegt dus niet:

“Allèij schaats!
Da siede van duuzd mèèter da Tommeke De Súúter afsaat loept!”

Ik denk te behoren tot de happy few die de standaardtaal ook in gesproken versie kan hanteren, al gebruik ik het eigenlijk alleen op mijn werk, en dan nog uitsluitend t.o.v. studenten, dus zelden als ik met collega’s praat, dan is het meestal ons allerbeminde Verkavelingsvlaams (hetgeen gepermitteerd is want ik woon in een verkaveling). Ik zou het Algemeen Nederlands kunnen hanteren op mijn weblog, al staat mijn klak nogal naar dialectogene neologismen de laatste tijd, de zomervakantie zit daar ook voor iets tussen.

Als ik wil spreek ik vloeiend het dialect van het dorp waar ik ben opgegroeid maar de gelegenheid doet zich slechts zelden voor. Kortom, ik ben perfect drietalig: mijn dialect + Verkavelingsvlaams + Nederlands. Een combinatie van alle drie zorgt zelfs voor een vierde variant. En zelfs een vijfde variant, want net zoals de meeste Vlaamse bloggers wordt mijn blogtaal (onbewust) een beetje beïnvloed door michelspeak.

Maar in Gent!
De laatste tijd hoor ik steeds meer mensen in Gent ‘dingen’ zeggen.
Dingen waar ik sikkeneurig van word, moorddadig soms. Ik heb het niet over nieuwe Gentenaren zoals ikzelf, maar over Gentenaren die in de verste verte geen roots buiten Gent hebben. Echte Gentenaren [1] of bijvoorbeeld kinderen van geboren-en-getogen deelgemeentenaren [2]. En toch vervallen ze in een taaltje waarvan ze dénken dat het een soort gekuist NederGents is. Twee voorbeelden:

[1] “Een kindje die dringend naar toilet moet, dat is nie iets die erg is hé.”
(mét onvervalste Gentse tongval, dat wel)

[2] “Hastn, è’tal’ hoord? d’er haa nieuw stadion kome voor AA Hent.”
(ook hier: onvervalste Gentse tongval maar dus geen Gents, echt niet)

Begrijp me niet verkeerd. Ik spreek zelf geen Gents en ik zal het nooit spreken.
Maar er is een wereld van verschil tussen het spreken van een regiolect en het verwaarlozen van uw moedertaal.

Advertenties

3 gedachtes over “het nieuwe Gents

  1. Ik zag je gisteren (denk ik toch) mijmerend naar het water kijken, rustig op een bankje, fiets geparkeerd…ik reed (per hoge uitzondering trouwens) niet met de bakfiets maar met de auto naar school en was echt jaloers op de rust die je uitstraalde. Ik dacht toen dat ik eigenlijk vaker zou moeten doen. Op mezelf ergens rustig gaan zitten en kijken naar het mooie Gent. Er zijn zoveel plezante mijmerplekjes in onze buurt (Meulestee) maar het leven met 2 kleine kinderen snoep zulke momenten weg…

Geef een reactie

Vul je gegevens in of klik op een icoon om in te loggen.

WordPress.com logo

Je reageert onder je WordPress.com account. Log uit / Bijwerken )

Twitter-afbeelding

Je reageert onder je Twitter account. Log uit / Bijwerken )

Facebook foto

Je reageert onder je Facebook account. Log uit / Bijwerken )

Google+ photo

Je reageert onder je Google+ account. Log uit / Bijwerken )

Verbinden met %s