deel twee van ‘van die keer met die kerstkaartjes die er niet waren’

[wat voorafging]

Onze 40 schone kerstkaartjes zijn nu al meer dan 2 weken onderweg.

Ondertussen stuurden we al een e-mail naar Snapfish met het verzoek ons het verzendingsnummer door te geven. En kregen we als antwoord: geen woord over het verzendingsnummer maar wél dat we nog wat langer moesten wachten.

Ondertussen stuurden we een tweede e-mail naar Snapfish met opnieuw het verzoek ons het verzendingsnummer door te geven. En kregen we als antwoord: geen woord over het verzendingsnummer maar wél dat we een gratis lading foto-afdrukken krijgen als we dat willen.

Schoon gebaar. Maar zonder verzendingsnummer kan / wil De Post geen poging ondernemen om ons pakket te traceren.

En dus zullen we het wellicht nooit te weten komen. Heeft iemand onze kaartjes gestolen? Heeft de postbode onze kaartjes in de gracht gegooid? Zijn onze kaartjes ondergesneeuwd? Van de camion gevallen?

En hoe zit het met al die mensen die elk jaar een kerstkaartje van ons ontvangen? Gaan ze boos zijn? Of zouden wij beter snel andere kaartjes versturen? En dan toch niet met De Post zeker?

Advertenties

van die keer met die kerstkaartjes die er niet waren

Tien dagen geleden, op 14 december, heb ik online — bij HP omdat ik daar een couponcode had — kerstkaartjes gemaakt voor familie en vrienden. En meteen besteld en meteen betaald.

Volgens de orderstatus is die bestelling op 16 december verzonden.

De postbode had ook vandaag niks bij zich.
En morgen is het Kerstmis en dan is het weekend.

Dus bel ik naar het postkantoor maar die nemen niet op en laten hun telefoon doorschakelen naar de klantendienst van De Post. Na 37 keren op nummertjes duwen heb ik een persoon aan de lijn, gebuisd voor Van Quickenborne. Die persoon luistert aandachtig naar mijn verhaal en schakelt mij door naar de pakjesdienst. De pakjesdienst luistert aandachtig naar mijn verhaal en verbreekt (per abuis?) de verbinding. Ik doe alles opnieuw en krijg na veel vijven en zessen opnieuw de pakjesdienst aan de lijn. Die zegt dat ze niks kunnen ondernemen zonder ‘verzendingsnummer’ — niet te verwarren met ‘ordernummer’ — maar dat ze eens naar mijn postkantoor zullen bellen. Na 5 minuten krijg ik te horen dat ze gebeld hebben naar het postkantoor maar dat de loketbediende hen niet te woord wilde staan omdat het te druk is.

Ik zoek tevergeefs naar een telefoonnummer bij Snapfish van HP, op de contactpagina staan uitsluitend e-mail-adressen. Ik stuur een uitgebreide e-mail met het verzoek mij dringend het verzendingsnummer door te geven zodat ik vandaag nog kan terugbellen naar De Post. En hoera, ik krijg meteen antwoord.

*zucht*

Ik rij naar het postkantoor. Daar ligt niks.

*zucht*

Er zijn ergere dingen in de wereld.
Dus evengoed: een Zalige Kalkoen en een Gelukkig 2010 gewenst.

de verstudiohonderdisering der kindertijd

  • Vandaag is Lena in de Koningin Elisabethzaal in Antwerpen haar nichtje Fien gaan bewonderen, die speelde mee in de ‘Samson en Gert Kerstshow’ en deed dat naar verluidt fantastisch. Het bedrag dat we daarvoor moesten betalen was beduidend kleiner dan het bedrag dat ik veil zou hebben om Samson en Gert nooit nog in dit leven te moeten zien of horen maar was desalniettemin veel te hoog voor een uitstapje van een kind van 3.
  • Lena zingt heelder dagen liedjes. Tekst en melodie verzint ze soms ter plekke maar meestal is het een bestaand liedje en in dat geval is het een liedje van één van de ontelbare figuren van Studio100.
  • De winkelrekken van speelgoedwinkels liggen übervol met dure merchandising-producten van Studio100-televisieprogramma’s. Al vermoed ik dat ze ondertussen eerst de poppen en de boekentassen en het briefpapier en de sleutelhangers en de mutsen en de sokken en de potloodgommetjes en die dingen maken, nog vóór ze nagedacht hebben over een serie of een scenario.
  • Studio100 is er altijd en overal. En dat loopt ooit slecht af. Het cliché wil namelijk dat een Vlaming met de underdog sympathiseert en dus niet met een firma die naast haar core business – het maken van televisieprogramma’s – ook nog eens pretparken uitmelkt en nu zelfs wintersportvakanties voor kinderen organiseert (prijzen vanaf 250 euro per kind) en wie weet kopen ze volgend jaar een hele stad op, en wordt daar de échte burgemeester vervangen door de chronisch stomdronken burgemeester uit Samson — een paar uitzonderingen zoals Aalter buiten beschouwing gelaten, zou dat wellicht geen verbetering zijn.
  • Kinderen zonder televisie hebben het in deze tijd nóg zwaarder te verduren dan kinderen zonder televisie in mijn kindertijd — alhoewel, alhoewel, Steinerkindjes zijn mentaal wellicht sterker gewapend om dat sociaal conflict te overwinnen dan kindjes die 30 jaar geleden geen televisie hadden door economische redenen, die laatste groep had bovendien geen supersnel internet om het gebrek aan tv ruimschoots te compenseren.
  • Oké, oké, ik weet wel dat ze geen slechte dingen maken, maar ik kan er niet aan doen, ik héb het er niet voor, dat gevoel is ontstaan ergens in de jaren toen Verhulst samen met Verstreken de verkleutering van de BRTN mocht inluiden, en nu zovele jaren later, nu ik zélf kleuters heb, nu gaat dat gevoel niet meer weg.
  • Ik las ooit in een interview met Hugo Matthysen dat hij zich onmogelijk kan voorstellen dat hij een kinderprogramma zou maken dat niet geestig is voor volwassenen. Voor ‘Kulderzipken’ zou ik durven thuisblijven, voor ‘Samson en Gert’ zou ik mijn tv door het raam keilen.

de jongens en de meisjes van de goede doelen

Sterker dan fruitvliegjes. De Goede Doelen zijn er nog, ook al vriest het eindelijk stenen uit de grond — op de Korenmarkt kan je dat letterlijk nemen tegenwoordig.

Ze zijn allemaal 20, of daaromtrent. En hun dreadlocks zijn samengebonden in een proper staartje (waarmee ze zich waarschijnlijk willen onderscheiden van het plebes inter pares, de Zonder Doelen).

Ze dragen oranje (WWF) en blauw (Unicef) en groen (Greenpeace) en grote sleutellinten (Amnesty) en sportieve rugzakken (Oxfam) en nog vanalles (Vanalles).

Ze zijn lief, zóó lief, het is niet te geloven hoe lief ze zijn. Ik ben ze zeer genegen, allemaal. En ik mag zelfs de gulle goedzak spelen bij momenten, zelfs in de wetenschap dat een deel van mijn bijdrage wordt gespendeerd om mij volgende week opnieuw lastig te vallen op straat.

MAAR. We leven in het informatietijdperk en ik hoop dat dit arroganter klinkt dan ik bedoel: ik vind informatie sneller dan informatie mij kan vinden. Dus: ik kies mijn goede doelen liever zelf en ik weet ze wel te vinden. Plus: ik vind het jammer dat een deel van mijn bijdrage wordt gespendeerd aan de onkosten van marketing. Het zal niet anders kunnen, ik weet het, maar toch.

Lunchtijdsgewijs durf ik al eens flaneren in het centrum van de schoonste stad ter wereld, ook al heb ik maar een half uurtje. En om één of andere reden word ik altijd aangesproken, bijna aangeklampt. De Lange Munt is eigenlijk een Korte Straat en toch is het geen uitzondering wanneer ik op een middag 3 à 4 keren –Meneer mag ik u– door 3 à 4 –Goeiedag heeft u– Goede Doelen wordt aangesproken. Hetzelfde op De Zuid.

Ik weet nog dat ik vroeger vriendelijk reageerde maar die politiek was van korte duur. Je krijgt dan een vriendelijk verzoekje terug, hetgeen je vervolgens vriendelijk moet afwijzen aangezien we dan toch vriendelijk bezig zijn. Maar voor je ’t weet is je lunchpauze vriendelijk voorbij en ligt je belegd broodje nog vriendelijk onbelegd op jou te wachten.

Ik heb me meermaals afgevraagd waarom de Goede Doelen mij selecteren. Omdat ik ongeschoren ben? Omdat ik een jeans draag? Omdat er PRAAT MET MIJ! op mijn voorhoofd geschreven staat?

Maar ondertussen heb ik geleerd wat je eventueel kan doen om in de Lange Munt NIET AANGESPROKEN TE WORDEN DOOR DE GOEDE DOELEN:

  • Verplaats u per fiets.
  • Verschuil u tussen luidruchtige groepjes grijs- of blauw- of groengeüniformeerde bakvissen.
  • Telefoneer. Of doe alsof.
  • Hou in de ene hand een fototoestel, in de andere hand een stadsplan en spreek Spaans of Italiaans met uw gezellen.
  • Trippel door de straat in kleine pasjes, draag witte pantoffels en een ecru zonnehoedje. Wees kleiner dan anderhalve meter. Volg de gids.
  • Draag een hoofddoek of een fez, of alletwee boven elkaar. Ik bedoel: doe iets waardoor de Goede Doelen zouden kunnen vermoeden dat je onvoldoende Nederlands spreekt, ’t is erg om te zeggen maar ze laten u in vrede passeren.
  • Of draag een T-shirt van Bikkembergs en een gouden kettinkske, dat is ook effectief.
  • Speel blufpoker, doe alsof je lid bent van alle Goede Doelen samen: als u een vrouw bent, draag uw zelfgehaakte poncho of een kralenketting die er bijzonder etnisch en artisanaal uitziet, en als u een man bent, loop naast de vrouw en verplaats u binnen één van haar chakra’s.

Dit gezegd zijnde, lang leve de Goede Doelen. Alsook Music For Life.
(maar ik denk niet dat ik deze keer langer dan één seconde ga luisteren naar de hypernerveus geprozacte nietszeggende telefoongesprekjes op Studio Brussel) (man, ik word oud)

i love the smell of dettol in the morning

Er zijn nachten.
En er zijn nachten.

Eerst was het Lena: het gejammer was aanhoudend en dof, en dat kwam omdat ze met haar gezicht in onverteerd voedsel lag.

Drie uur later: identiek scenario bij Zita.
Twee uur later: nogmaals Zita.

De wasmachine is ondertussen al aan de tweede lading bezig.

Het is eigenlijk grappig om te zien hoe wij ingesteld zijn op elkaar bij dit soort situaties, na bijna 4 jaar ervaring. Er wordt geen woord gezegd. De eerste die aankomt in de kinderkamer, ontfermt zich over het kind –wassen, nieuwe pyjama, water drinken– en de tweede die het rampgebied aandoet, vervangt het beddegoed, spoelt het reeds gegeten eten weg en steekt een masjien in.

Dat mensen-met-kinderen volgens de statistieken 6 keer vaker ziek worden dan mensen-zonder-kinderen –Pietel had het er gisteren ook nog over– komt volgens mij vooral door de gebroken weerstand na dit soort nachten, eerder nog dan besmetting.

ja maar wat is ’t nu

Alleen al het feit dat bij De Morgen nog niemand heeft opgemerkt dat het klassement al 2 weken niet is aangepast op de website, roept vragen op.

Heeft De Morgen nog wel een sportredactie?
Leest iemand de sportberichten in De Morgen?

Gelukkig heeft Sporza de stand bijgehouden.

Nu ja, andersom zou veel erger zijn.
Voor Sporza betaal ik belastingen, voor De Morgen niet.

drukdrukdruk, manmanman, enz.

Enfin, geen leven meer.
Ik was zelfs vergeten dat ik een weblog had. Heb.

Sinds Zita ons opnieuw wakker houdt ’s nachts.
Sinds er al eens een deadline zoetjes in de nek begint te hijgen.
Sinds wij hier thuis meer uren thuiswerk doen dan uren thuis doen.

Sinds wij niet meer weten waar onze kop staat, weten wij niet meer waar ons hoofd staat.

Neem nu de voorbije werkdag: opstaan, crisis bedwingen (het ochtendhumeur van Lena is stilaan legendarisch te noemen), een voormiddag lesgeven, deze middag rechstreeks van de les naar de fiets naar de trein naar Brussel naar de metro naar vergadering en dan van vergadering rechtstreeks naar metro naar trein naar fiets naar avondles. En om 22u thuiskomen en warm eten krijgen als ontbijt. Heerlijk. Met liefde geserveerd door iemand die óók een hele drukke werkdag had. En tussen het lessen voorbereiden door nog in staat is om 2 kindjes te entertainen en voor warm eten te zorgen en al eens een waske in te steken. En dat zo allemaal maar doet, zonder dat ze de behoefte heeft om dat van zich af te bloggen. Terwijl voor mij het enige waarover ik mij op het terrein van multitasking zorgen moet maken op dat soort namiddagen in Brussel en andere Belangrijke Plaatsen, het eigenlijke en oneigenlijke gebruik van geleerde woorden is. Elke vijf zinnen een moeilijk woord zoals pro-actief of persuasief of prescriptief of test case of key skills of good practices of klapsigaar ertussen gooien, kan voldoende zijn om au sérieux genomen te worden.

En ik had de voorbije weken nochtans zó graag de tijd gehad om een keer van vanalles en niets in ’t bijzonder kond te doen. Maatschappelijk relevante dingen, bijvoorbeeld, en al. Zodanig belangrijke bedenkingen dat ze u tijdens het wegscrollen van levensnoodzakelijke seconden hadden kunnen beroven. Gelukkig is u dat niet overkomen.

[Zoals, tussen haakjes, ik zeg maar iets: over bijvoorbeeld dat dat van Milquet en haar quota op de keeper beschouwd te zot is om los te lopen — net als de reeds bestaande quota in kieslijsten bijvoorbeeld, vraag dat maar eens aan alle vrouwen op de kieslijst van LDD, hoe gelijk de kansen daar wel niet zijn — want dat Lena uiteraard ook graag eens een meester zou hebben en dat Zita maar wát graag eens een tijdje bij de onthaalvader zou blijven … maar daar ging het uiteraard niet over, en al evenmin over competentie / aspiratie / ambitie / gelijke kansen bijvoorbeeld, daar staan quota per definitie haaks op. Misschien moeten we binnenkort ook maar eens quota invoeren voor voetbalsupporters in een stadion, want dat is toch verdorie godgeklaagd dat daar met moeite een paar vrouwen aanwezig zijn —seksisme meneer de mevrouw!– Awoe! Dat moet minstens ÉÉN DERDE vrouwen zijn, op straffe van forfait voor de thuisploeg! Ze leren het anders nooit, die rotverwende geprevaccineerde homohatende machistische voetballisten met hun wijvensjakosjen! En de 4e scheidsrechter moet voor de mannen zijn, en de lijnrechter op links moet allochtoon zijn! En het moet ook maar eens gedaan zijn met ballen te sjotten naar de doelman van de tegenpartij terwijl ze de doelman van de eigen partij altijd ongemoeid laten, die Gucci-jeanetten met hun i-pods en dingen! Gelijke kansen, nu! Nee maar. Er zijn geen twee dezelfde mensen op deze planeet. Iedereen verschilt van iedereen. En het man-vrouw-ding is slechts één van de honderdduizend reëele verschillen tussen individuen. Voor een functie kies je een geschikte persoon. Basta. En als dat iemand moet zijn die vloeiend 6 talen spreekt, dan kies je iemand die vloeiend 6 talen spreekt. En als dat een m/v moet zijn die 3 luiers per minuut kan verversen terwijl hij/zij slaapliedjes zingt en verse soepgroenten kookt, dan kies je niet noodzakelijk eerst voor die andere kandidate die vloeiend 6 talen spreekt. De stafmedewerkers van het bedrijf waar ik werk zijn hoofdzakelijk vrouwen, so what?! Er is nog geen seconde geweest dat ik daar een probleem mee had, laat staan dat ik er spel van zou maken en quota voor mannen of iets dergelijks artificieels zou eisen — trouwens, onder ons gezegd en gezwegen, ik zou wel gek zijn om daartegen te protesteren want volgens de kranten verdien ik namelijk voor hetzelfde werk veel meer geld dan mijn vrouwelijke collega’s, die naar ’t schijnt na 15.30.u allemaal gratis werken, waarschijnlijk daardoor dat het bij ons zo rustig is in de namiddag. Alle gekheid.]

Gelukkig heb ik de voorbije weken geen minuut tijd gehad om mij in dat soort stupiditeiten op te winden. En nu is het te laat. Het hek is van het kalf, en de dam is verdronken in de porseleinenkast.

Oh. En waar ik me ook nog onvoorstelbaar stierblauw aan erger: SINTERKLAASSABOTEURS!

Ik hoor van Nele dat er in haar klas, 2e leerjaar, leerlingen zitten waar “De Sint al 3 keer is langsgeweest, Juf”. Max heeft verdorie gelijk.