de jongens en de meisjes van de goede doelen

Sterker dan fruitvliegjes. De Goede Doelen zijn er nog, ook al vriest het eindelijk stenen uit de grond — op de Korenmarkt kan je dat letterlijk nemen tegenwoordig.

Ze zijn allemaal 20, of daaromtrent. En hun dreadlocks zijn samengebonden in een proper staartje (waarmee ze zich waarschijnlijk willen onderscheiden van het plebes inter pares, de Zonder Doelen).

Ze dragen oranje (WWF) en blauw (Unicef) en groen (Greenpeace) en grote sleutellinten (Amnesty) en sportieve rugzakken (Oxfam) en nog vanalles (Vanalles).

Ze zijn lief, zóó lief, het is niet te geloven hoe lief ze zijn. Ik ben ze zeer genegen, allemaal. En ik mag zelfs de gulle goedzak spelen bij momenten, zelfs in de wetenschap dat een deel van mijn bijdrage wordt gespendeerd om mij volgende week opnieuw lastig te vallen op straat.

MAAR. We leven in het informatietijdperk en ik hoop dat dit arroganter klinkt dan ik bedoel: ik vind informatie sneller dan informatie mij kan vinden. Dus: ik kies mijn goede doelen liever zelf en ik weet ze wel te vinden. Plus: ik vind het jammer dat een deel van mijn bijdrage wordt gespendeerd aan de onkosten van marketing. Het zal niet anders kunnen, ik weet het, maar toch.

Lunchtijdsgewijs durf ik al eens flaneren in het centrum van de schoonste stad ter wereld, ook al heb ik maar een half uurtje. En om één of andere reden word ik altijd aangesproken, bijna aangeklampt. De Lange Munt is eigenlijk een Korte Straat en toch is het geen uitzondering wanneer ik op een middag 3 à 4 keren –Meneer mag ik u– door 3 à 4 –Goeiedag heeft u– Goede Doelen wordt aangesproken. Hetzelfde op De Zuid.

Ik weet nog dat ik vroeger vriendelijk reageerde maar die politiek was van korte duur. Je krijgt dan een vriendelijk verzoekje terug, hetgeen je vervolgens vriendelijk moet afwijzen aangezien we dan toch vriendelijk bezig zijn. Maar voor je ’t weet is je lunchpauze vriendelijk voorbij en ligt je belegd broodje nog vriendelijk onbelegd op jou te wachten.

Ik heb me meermaals afgevraagd waarom de Goede Doelen mij selecteren. Omdat ik ongeschoren ben? Omdat ik een jeans draag? Omdat er PRAAT MET MIJ! op mijn voorhoofd geschreven staat?

Maar ondertussen heb ik geleerd wat je eventueel kan doen om in de Lange Munt NIET AANGESPROKEN TE WORDEN DOOR DE GOEDE DOELEN:

  • Verplaats u per fiets.
  • Verschuil u tussen luidruchtige groepjes grijs- of blauw- of groengeüniformeerde bakvissen.
  • Telefoneer. Of doe alsof.
  • Hou in de ene hand een fototoestel, in de andere hand een stadsplan en spreek Spaans of Italiaans met uw gezellen.
  • Trippel door de straat in kleine pasjes, draag witte pantoffels en een ecru zonnehoedje. Wees kleiner dan anderhalve meter. Volg de gids.
  • Draag een hoofddoek of een fez, of alletwee boven elkaar. Ik bedoel: doe iets waardoor de Goede Doelen zouden kunnen vermoeden dat je onvoldoende Nederlands spreekt, ’t is erg om te zeggen maar ze laten u in vrede passeren.
  • Of draag een T-shirt van Bikkembergs en een gouden kettinkske, dat is ook effectief.
  • Speel blufpoker, doe alsof je lid bent van alle Goede Doelen samen: als u een vrouw bent, draag uw zelfgehaakte poncho of een kralenketting die er bijzonder etnisch en artisanaal uitziet, en als u een man bent, loop naast de vrouw en verplaats u binnen één van haar chakra’s.

Dit gezegd zijnde, lang leve de Goede Doelen. Alsook Music For Life.
(maar ik denk niet dat ik deze keer langer dan één seconde ga luisteren naar de hypernerveus geprozacte nietszeggende telefoongesprekjes op Studio Brussel) (man, ik word oud)

Advertenties

7 gedachtes over “de jongens en de meisjes van de goede doelen

  1. In Leuven zwermen die vrolijkaards ook altijd rond hun vaste plek, de Dieststraat. Ik heb ondertussen allang opgegeven om excuses te zoeken of ze te ontvluchten, ik bedank ze voor het idee en zeg dat ik me wel via de website lid zal maken om zeker te zijn dat al het geld naar het “goede doel” gaat.

  2. Al die Goede Doelers zijn trouwens in dienst van 1 Hollands bedrijf. Dat bedrijf doet aan ledenwerving voor allerlei NGO’s, en krijgt van de desbetreffende NGO een percentje op de ledenbijdrage voor de nieuw aangebrachte leden. Je kan dus effectief beter zelf je Goede Doel kiezen, dan komt het geld tenminste al iets vollediger terecht.
    Het personeel van dat bedrijf verkoopt de ene dag Greenpeace, de dag erna Amnesty en op dag 3 Broederlijk Delen, en is dus geheel en al opgetrokken uit fake engagement.
    Ik vind dit eigenlijk echt een pest in het centrum.

  3. mijn truc:
    kijk die mensen NIET aan.
    Ze staan op een vaste plaats en proberen oogcontact te leggen met voorbijgangers die ze dan aanspreken als dat lukt.
    Als hengelaars die op vis loeren.
    Vermijd ten alle tijde oogcontact, of kijk zelfs niet in hun richting ook al was het maar voor een milliseconde.
    Doe alsof ze lucht zijn, kijk er straal naast en normaal spreken ze je dan ook niet aan.

  4. Gewoon “Nee, dank je” zeggen en verder stappen helpt in mijn geval (al heb ik jaren geleden wel geluisterd toen ze hun uitleg deden over Amnesty en stort ik dus nog maandelijks, ik heb ondertussen veel geleerd)

  5. Ik heb een lopende opdraht en dat is mijn excuus als ik de jongens en meisjes tegenkom, en ik wens ze steevast veel succes

    (en ik draag voorlopig nog geen zelfgehaakte poncho, nu durf ik zelfs niet meer)

  6. Mijn truc: heel onvriendelijk kijken. Het helpt.
    Niettemin heb ik toch enkele jaren een lopende opdracht gehad voor één van die doelen. Geen spijt van gehad maar intussen wel stopgezet.

Geef een reactie

Vul je gegevens in of klik op een icoon om in te loggen.

WordPress.com logo

Je reageert onder je WordPress.com account. Log uit / Bijwerken )

Twitter-afbeelding

Je reageert onder je Twitter account. Log uit / Bijwerken )

Facebook foto

Je reageert onder je Facebook account. Log uit / Bijwerken )

Google+ photo

Je reageert onder je Google+ account. Log uit / Bijwerken )

Verbinden met %s