Panem et Singerem et Singerem et Singerem

Een ezel stoot zich geen twee keer aan dezelfde steen. Maar wij behoren niet tot de ezelachtigen, onze nieuwe computer van den Aldi hield het vorig jaar na enkele maanden met een helse doodsreutel voor bekeken en nu heeft ook Nele haar nieuw naaimasjien van den Aldi de geest gegeven. Medion, twee keer.

Maar ondertussen leerde ze al wel de kneepjes van ’t vak.
Prachtige rokjes en dingen –ik zou daar eens foto’s van moeten nemen.

De voorbije maanden hoorde ik op zondagmorgen of andere schaarse gestolen uren soms het lawaaierige maar toch gezellige gedaver van de stikmachine op de achtergrond. Met krijsende kinders in huis zijn we sowieso gewend om de radio of tv niet te kunnen horen, dus dat valt wel mee.

Ik vind dat huisgerief van degelijke kwaliteit moet zijn, het moet leutig blijven. En nog, al dat gevloek tijdens het stikwerk, dat moet dan ook maar eens gedaan zijn, verdomme. Zodus kochten wij op zondagavond een Singer naaimasjien in de digitale Vanden Borre. Het werd 36 uren later afgeleverd aan de deur, zonder extra kosten.

Misschien moet ik Nele eens vragen of ze ’t zou zien zitten om te gastbloggen over die dingen –ook al staat het internet van tegenwoordig al meer dan vol met stikselblogs, er kan altijd eentje bij.

Langerbrugge

Het veer van Langerbrugge, is dat nog Oostakker of zou dat al Evergem zijn?
Het relevante deel van deze zaterdag heb ik aan die gedachte gespendeerd.

Tot wikipedia mij het volgende toonde:

Ge moogt mij nu dom vinden maar ik wist dat dus niet, dat postcode negenduizend aan Zelzate grensde, zelfs tot nauwelijks 2 kilometer van de Nederlandse grens.

Maar Langerbrugge dus. Ik had het veer nog nooit genomen, dat van Terdonk al wel.

Ik moest iets afhalen bij een meneer in de Langerbrugsestraat –Kapaza brengt ons overal– en ik had daar op 10 minuten kunnen staan als ik via Meulestede had gereden. Maar op een paar honderd meter van Oostakker-Dorp ligt het veer van Langerbrugge en elke reden om het veer te nemen is een goede reden. Lena en ik hebben in de heenrit een half uur moeten aanschuiven (pas bij de derde boot konden we mee) en toch wilde ze in de terugrit opnieuw met de overzet, gelukkig moesten we dan niet meer wachten.

[meer foto’s]

fietsroutes met een hoek af

Zullen wij anders nog een keer van fietsbult doen?

Yves had het vorige week al over de Drieselstraat, een straat die je hoedanook zal passeren wanneer je fietst van Oostakker naar Lochristi. Maar de Drieselstraat is daar in de buurt niet de enige baan waar het fietspad plots in rook lijkt op te gaan.

Ik ga bijvoorbeeld met de fiets een fietsbroek gaan kopen in de Lidl in Lochristi. Dat kan volledig langs binnen, je hebt zelfs maar één straat nodig: de Smalleheerweg.

Maar. Er zijn een paar levensgevaarlijke stroken op die Smalleheerweg. Echt levensgevaarlijk, in die zin dat er al mensen doodgereden zijn en al. Bijvoorbeeld de bocht in het viaduct over de R4. En laat dat nu net de strook zijn waar het fietspad zelf zijn neus voor ophaalt.

Ik hoor het u zeggen: “Ja maar, ’t is toch beter dan niets!”
U heeft gelijk. Dus ik stop met zagen.

Er zijn trouwens goede dingen ook: bij de heraanleg van de Volvo-rotonde in de Drieselstraat is er een stuk (gescheiden) fietspad bijgekomen in de Smalleheerweg. Hoera! Hoera!

En dan blijkt dat plots te stoppen op het moment dat je afslaat aan het rondpunt, richting Lochristi. Om dan plots –enkele honderden meters verder– opnieuw te beginnen… boenk op de gemeentegrens met Lochristi. Duizendmaal dankuwel aan alle lieve rijke mensen van Lochristi, om ervoor te zorgen dat ik op uw verhoogde fietspaden niet het gevaar loop om uw Porsche Cayenne te beschadigen.

Du-uss, als je van Lochristi komt en je volgt het fietspad naar Gent … dan rij je knalpatat op een betonnen paal. Het zou om te lachen zijn, mocht het niet om te wenen zijn.

waarom u dinsdag beter niet de Humo koopt

Morgen dinsdag zit er een gratis sixpack Jupiler Tauro bij de Humo. En nog een bierglas ook. De parodie wordt ingehaald door de realiteit.

Echter één probleem: Jupiler Tauro is namelijk Niet. Te. Zuipen.

Ik heb dat speciaal voor u reeds voorgeproefd toen Tauro werd gelanceerd om concurrent Duvel een paar hoorns te zetten –mislukt. En dat werd dan enkele maanden later opnieuw gelanceerd met nóg grotere reclame-campagnes en marketingdingen –opnieuw mislukt. En nu zitten ze waarschijnlijk met hun overstock en halen ze Humo aan boord voor een laatste stuiptrekking. En ’t zal opnieuw mislukken, althans in België.

Tauro heeft nauwelijks smaak terwijl de meeste andere 8%-bieren wél smaak hebben, geen idee hoe dat komt. Tauro is in feite Jupiler maar dan met meer alchohol. En Tauro smaakt dus ook naar Jupiler met te veel alcohol. Te zoet –uiteraard– en dan ook nog eens te agressief. Ik vind het het allesbehalve lekker en ik ben nochtans Taurus van sterrenbeeld.

Of laat ons een ander misbrouwsel van Interbrew Inbev Anheuser-Busch Inbev Ambev als voorbeeld nemen: bruine Leffe, aka flutjesbier. Ik ken geen enkele collega-bierliefhebber die bruine Leffe hoger inschat dan suikerwater. Ik kan er echt niet met mijn verstand bij dat je op een terrasje een Leffe bestelt terwijl je voor ’t zelfde geld bijvoorbeeld een ander 6%-bier kan drinken, Orval bijvoorbeeld.

Ambachtelijke brouwers slagen er meestal in om hun bieren voldoende diepgang, gelaagdheid te geven. Maar Ambev doet zó hard zijn best om bieren te produceren voor niet-Belgen die niet weten dat er ook nog ander bier bestaat, met als resultaat dat de Ambev-bieren steeds fletser en fletser worden. En zoeter en zoeter.

Enfin, maakt dan limonade, tons –ja ik weet het, dat doen ze eigenlijk al, Hoegaarden Rosé anyone? En gaat dan de concurrentie met Coca-Cola aan, of zo. Maar blijft met uw pollen van wat Belgisch Bier zou moeten zijn, want dat is het nu al lang niet meer.

Oh, ik zou zó graag in een biercafé in Gent werken en daar elke dag minstens één buitenlandse toerist inwijden in de wondere wereld van het echte Belgische Bier.

feestje!

Vriendinnen van Lena op bezoek gehad.

feestje

Ik ging snel nog even naar de brievenbus toen deze middag het feestje zou gaan beginnen. Zat daar toch wel geen grote envelop in de bus zekers. Met een doodshoofd op getekend. En een brief over de schat van kapitein Langkous en dat de piraten die schat in ons huis hadden verstopt. En er zaten een tiental puzzels in de omslag, het leken wel foto’s van plaatsen in ons huis. Enfin, geen 5 minuten later was het hier een zot kiekenskot van lawaaierige drukdoenerij en euforie bij elk zakje goudstukken dat ze in ons huis vonden.

feestje

Voor de rest nog veel in de tuin gespeeld. Geluk gehad met het weer.

feestje

En ook nog met textielstiften een eigen Pippi-Langkous-schoudertas ingekleurd.
(zo’n fantastische knutseljuf in huis hebben, dat is toch een gerief)

feestje

En heel veel pannenkoeken gegeten.
(maar tegen dat ik mijn kodak had gevonden waren de pannenkoeken op)

feestje

En nog heel veel gedanst op wilde muziek.

feestje

Bon, ik had misschien graag naar de koers gekeken… maar zo’n flinke kleuterjuffertjes zien genieten, da’s toch ook de max.

vier!

Gisteren werd Lena 4 jaar.

Omdat ik de taart had gemist heeft ze haar verjaardag deze middag nog eens overgedaan, in ruil voor een huisbereide spaghetti del papa, dat wel.

Sowieso was het feest in de kleuterschool pas vandaag en dus had ze de hele dag haar kroon op.

Klik-klik-klik-klik, vier gezichten in één seconde.

blij met een kroon

Bumba in het Nederlands

Ook op de Nederlandse televisie wordt Bumba uitgezonden.
Maar de stem, de voice-over, hebben ze opnieuw ingesproken. In de originele (Vlaamse) versie is dat de stem van Marc Peeters, in meer dan perfect Nederlands: feilloos, accentloos, niet te traag, niet te snel, warme klankkleur, ideaal.

Zo verliep het gesprek op de redactie:

“Jongens, we hebben Bumba aangekocht!”

“Hoera!”

“Maar er is nog een probleem met de voice-over.
Die stem, die is in het… eh… in het Nederlands.”

“Hoe bedoel je, Koos?”

“Nou Frenk, ik geef een voorbeeld: ze tonen een vis en dan zegt de stem vis.”

“Wát?! Zegt-ie echt vis, en dus niet fis?

“Klopt, het is heel erg. En het is nog veel erger. Er wordt een lepel getoond en dan zegt de stem –hou je vast– lepel.”

“F-ck! Tering! Dat meen je niet Koos. Voor je ’t weet zeggen die kinderen ook in de kleuterklas lepel in plaats van lijpel. En dan hangen we! Dan doen ze ons gelijk een proces aan.”

“Kom, geen paniek Frenk. Ik spreek dat boeltje wel opnieuw in.”

’t is veel te laat, ik weet het, maar misschien moet ik daar toch nog iets over zeggen

Voor mij is elke dag Vrouwendag, dus ik had er niet op gelet.
Maandag was het 8 maart en Mia Doornaert heeft een stukje geschreven.

De Standaard vat haar opinie goed samen:

Vrouwen worstelen voortdurend met het evenwicht tussen hun kinderen en hun carrière, mannen kiezen vrolijk voluit voor het tweede. De sociale dwang op moeders om deeltijds te gaan werken of thuis te blijven is een verspilling van talent en een sociaal onrecht.

Ik ben geen vrouw maar ik voel me toch aangesproken wegens over ’t hoofd gezien door De Statistieken. En ik niet alleen. Ik ken behoorlijk wat mensen die er bewust voor kiezen om minder (of niet) te gaan werken, sommigen zijn mannen, sommigen zijn vrouwen. En ze hebben het allemaal overlegd met hun partner, die partners zijn altijd ofwel vrouw ofwel man, want tot nu toe mag ik geen enkele hermafrodiet tot mijn kennissenkring rekenen.

Aan de andere kant van het spectrum ken ik ook mensen die doelbewust een professionele carrière uitbouwen en het zal dan alweer niet representatief zijn maar zo ken ik niet meer mannen dan vrouwen moeders (want daar gaat de discussie over).

Mia Doornaert heeft nochtans een punt. En ze heeft bovendien de cijfers aan haar kant. Maar wat ze minder goed uit de statistieken kan halen, is het proces dat aan carrièrewendingen, up or down, voorafgaat: de keukentafelgesprekken, de criteria, het geld, het belang, de gevoelens, het leven.

De voorbije 4 jaar heb ik twee keer 15 maanden voor één vijfde arbeidsvermindering genoten via ouderschapsverlof. Omdat het kan, omdat mijn bazen daar niet moeilijk over doen, omdat mijn sector een vrouwensector is? ’t Zal dat zijn. Nele is altijd fulltime blijven werken, om verschillende redenen (omdat een viervijfdenjuf niet bestaat bijvoorbeeld, of omdat ze na acht jaren voltijds werken in het onderwijs nog steeds niet benoemd is en zich dus weinig kan veroorloven) maar ze zou heel graag wat minder gaan werken, als het enigszins kan. Wie niet?

Wij zijn geen superwezens. En we moeten eigenlijk toegeven dat het ons de laatste tijd niet zo goed lukt, kleine kindjes grootbrengen en met twee ouders voltijds gaan werken. Onze gezondheid lijdt er onder, ons werk lijdt er onder, ons huishouden lijdt er onder, onze relatie lijdt er onder, you name it.

Wij doen alles, van alles een beetje maar niks naar behoren, tenzij dan de opvoeding van de kinderen. Omdat wij dat in ons prioriteitenlijstje op nummer één gezet hebben, in onderling overleg. En dus moet de rest een beetje sneuvelen. Dat sneuvelen doen wij met twee.

En al doet Mia Doornaert nog zo vestimentair haar best, feit blijft dat mannen en vrouwen zeer verschillend zijn. Dat mannen vaak in andere (hardere) sectoren werken dan vrouwen. En dat de harde sector niet meteen bekend staat voor het gezinsvriendelijk personeelsbeleid. Bovendien worden sommige jobs beter betaald dan andere jobs. En het is nogal wiedes dat je bij de jaarlijkse opmaak van je gezinsbegroting de vaste kosten koppelt aan een zo groot mogelijk inkomen. En dan bedoel ik niet het inkomen dat je na aftrek van dienstencheques en voltijdse kinderopvang — 500 euro/maand is niet overdreven — nauwelijks kan onderscheiden van een uitkering. Economie = huishoudkunde (oikonomia).

Maar er zijn nog zoveel meer factoren die Mia Doornaert niet gevonden heeft tussen haar statistieken. Jobsatisfactie bijvoorbeeld. Of ambitie. Wie meer voldoening in zijn/haar job vindt, zal uiteraard minder geneigd zijn om minder te gaan werken dan iemand — m/v — bij wie dat niet het geval is. En ik durf toegeven dat mijn ambities op dit moment, als jonge vader, niet in de eerste plaats op professioneel vlak liggen. Ik merk ook dat een aanzienlijk aandeel van mijn seksegenoten daarin verschilt, vandaar de statistieken van Mia.

Of nog erger: dat mannen denken dat ze professionele ambitie moeten hebben, louter omdat ze man zijn, of omdat ze onder druk staan van hun familie, van hun concurrenten, van hun mannelijke vrienden en collega’s die ook allemaal denken dat ze haantjes moeten zijn. Of omdat ze moeten van hun kredietkaart en ja soms ook van hun vrouw, overigens dezelfde vrouw die Mia Doornaert als slachtoffer heeft beschreven — en soms zal dat inderdaad wel kloppen — maar ook dezelfde vrouw die op een doordeweekse dinsdag met veel overgave de netjes opgevouwen mannenkleding komt overhoop gooien in de winkelstraat omdat ze vindt dat haar hardwerkende man geen tijd heeft om kleren te kopen, dezelfde vrouw die op een doordeweekse donderdag met haar vriendin een kopje koffie gaat drinken om wat bij te praten, tenzij ze naar de osteopaat moet.

Het is dat clubje, in mijn ogen trouwens M/V -who-cares, — Mia zou zeggen “dat verspild talent” — dat samen met de actieve bevolking mee onze economie in stand houdt en ik zie echt niet in waarom deze groep, waartoe ik op dit moment zelf graag zou behoren, een probleem zou zijn. Een groot deel van deze vrouwen blijft namelijk met veel goesting op dezelfde plaats in de statistieken zitten, ten nadele van hun man — Mia Doornaert zou ongetwijfeld schrijven “ten voordele van hun man”. Zelfde cijfers, andere bril, mijn bril.

En Bruno heeft ook gelijk, vind ik.

het jaar dat ik mijn haar eens laat groeien

Ik was zeer standvastig. Ik zou mijn haar laten groeien en niemand –echt niemand, uitgezonderd Edward Scissorhands– zou mij tegenhouden. En het ging opnieuw weelderig lang worden, niet zo lang als toen ik een tijdje lang haar had zoals in láááng haar, maar toch.

Het was van oktober geleden dat ik nog een kapper had gezien en ik had nu eindelijk het stadium bereikt van de haarlengte waarmee je al iets kan doen. Ik had mij al een “Jamie Cullum” kunnen vragen –of beter: “doe mij maar een Kurtje Cobain, madam”— of zelfs “een Freekske Braeckman maar dan ietske korter in de nek alstublieft”. Maar eigenlijk moest ik nog een heel eind doorsparen voor een Pavel Nedved in zijn Juventusperiode.

En toen kwam er een lentezonnetje en een fris lentebriesje dat mij tot bij de dichtsbijzijnde coiffeur woei. En toen zat ik in de stoel maar was niet voorbereid op die ene vraag die mij gesteld werd: “Zeg het eens, hoe mag het geknipt worden?”

En toen zei ik: “Eh… Alles kort, heel kort”.
En dat was dat.

Van 34 naar eh… 24.
In 17 minuten.

Nu ja, technisch gezien –uitgezonderd die 17 minuten bij de kapper– ben ik nog steeds mijn haar aan ’t laten groeien.

een tekening per maand

Ik had eerder verteld dat Lena meerdere tekeningen per dag maakt. Dat doet ze nog steeds. Maar nu Zita ook de koorts te pakken heeft –om de 30 seconden vraagt ze een nieuw leeg blad– is het niet meer bij te houden. Sommige tekeningen steken we in een map maar de meeste producties belanden bij ’t oud papier.

Het is ondertussen al maart en ook tijd dat ik werk maak van één van mijn voornemens voor 2010, ik zou namelijk elke maand minstens één tekening inscannen en daar dan een soortement tijdsbalk van maken. Of zoiets.

Lena, januari 2010, papa met bolletjes

Lena, februari 2010, een mannetje met een bril en oorbellen (en handschoenen)

Zita, januari 2010, misschien ballonnen

Zita, februari 2010, ballonnen