’t is veel te laat, ik weet het, maar misschien moet ik daar toch nog iets over zeggen

Voor mij is elke dag Vrouwendag, dus ik had er niet op gelet.
Maandag was het 8 maart en Mia Doornaert heeft een stukje geschreven.

De Standaard vat haar opinie goed samen:

Vrouwen worstelen voortdurend met het evenwicht tussen hun kinderen en hun carrière, mannen kiezen vrolijk voluit voor het tweede. De sociale dwang op moeders om deeltijds te gaan werken of thuis te blijven is een verspilling van talent en een sociaal onrecht.

Ik ben geen vrouw maar ik voel me toch aangesproken wegens over ’t hoofd gezien door De Statistieken. En ik niet alleen. Ik ken behoorlijk wat mensen die er bewust voor kiezen om minder (of niet) te gaan werken, sommigen zijn mannen, sommigen zijn vrouwen. En ze hebben het allemaal overlegd met hun partner, die partners zijn altijd ofwel vrouw ofwel man, want tot nu toe mag ik geen enkele hermafrodiet tot mijn kennissenkring rekenen.

Aan de andere kant van het spectrum ken ik ook mensen die doelbewust een professionele carrière uitbouwen en het zal dan alweer niet representatief zijn maar zo ken ik niet meer mannen dan vrouwen moeders (want daar gaat de discussie over).

Mia Doornaert heeft nochtans een punt. En ze heeft bovendien de cijfers aan haar kant. Maar wat ze minder goed uit de statistieken kan halen, is het proces dat aan carrièrewendingen, up or down, voorafgaat: de keukentafelgesprekken, de criteria, het geld, het belang, de gevoelens, het leven.

De voorbije 4 jaar heb ik twee keer 15 maanden voor één vijfde arbeidsvermindering genoten via ouderschapsverlof. Omdat het kan, omdat mijn bazen daar niet moeilijk over doen, omdat mijn sector een vrouwensector is? ’t Zal dat zijn. Nele is altijd fulltime blijven werken, om verschillende redenen (omdat een viervijfdenjuf niet bestaat bijvoorbeeld, of omdat ze na acht jaren voltijds werken in het onderwijs nog steeds niet benoemd is en zich dus weinig kan veroorloven) maar ze zou heel graag wat minder gaan werken, als het enigszins kan. Wie niet?

Wij zijn geen superwezens. En we moeten eigenlijk toegeven dat het ons de laatste tijd niet zo goed lukt, kleine kindjes grootbrengen en met twee ouders voltijds gaan werken. Onze gezondheid lijdt er onder, ons werk lijdt er onder, ons huishouden lijdt er onder, onze relatie lijdt er onder, you name it.

Wij doen alles, van alles een beetje maar niks naar behoren, tenzij dan de opvoeding van de kinderen. Omdat wij dat in ons prioriteitenlijstje op nummer één gezet hebben, in onderling overleg. En dus moet de rest een beetje sneuvelen. Dat sneuvelen doen wij met twee.

En al doet Mia Doornaert nog zo vestimentair haar best, feit blijft dat mannen en vrouwen zeer verschillend zijn. Dat mannen vaak in andere (hardere) sectoren werken dan vrouwen. En dat de harde sector niet meteen bekend staat voor het gezinsvriendelijk personeelsbeleid. Bovendien worden sommige jobs beter betaald dan andere jobs. En het is nogal wiedes dat je bij de jaarlijkse opmaak van je gezinsbegroting de vaste kosten koppelt aan een zo groot mogelijk inkomen. En dan bedoel ik niet het inkomen dat je na aftrek van dienstencheques en voltijdse kinderopvang — 500 euro/maand is niet overdreven — nauwelijks kan onderscheiden van een uitkering. Economie = huishoudkunde (oikonomia).

Maar er zijn nog zoveel meer factoren die Mia Doornaert niet gevonden heeft tussen haar statistieken. Jobsatisfactie bijvoorbeeld. Of ambitie. Wie meer voldoening in zijn/haar job vindt, zal uiteraard minder geneigd zijn om minder te gaan werken dan iemand — m/v — bij wie dat niet het geval is. En ik durf toegeven dat mijn ambities op dit moment, als jonge vader, niet in de eerste plaats op professioneel vlak liggen. Ik merk ook dat een aanzienlijk aandeel van mijn seksegenoten daarin verschilt, vandaar de statistieken van Mia.

Of nog erger: dat mannen denken dat ze professionele ambitie moeten hebben, louter omdat ze man zijn, of omdat ze onder druk staan van hun familie, van hun concurrenten, van hun mannelijke vrienden en collega’s die ook allemaal denken dat ze haantjes moeten zijn. Of omdat ze moeten van hun kredietkaart en ja soms ook van hun vrouw, overigens dezelfde vrouw die Mia Doornaert als slachtoffer heeft beschreven — en soms zal dat inderdaad wel kloppen — maar ook dezelfde vrouw die op een doordeweekse dinsdag met veel overgave de netjes opgevouwen mannenkleding komt overhoop gooien in de winkelstraat omdat ze vindt dat haar hardwerkende man geen tijd heeft om kleren te kopen, dezelfde vrouw die op een doordeweekse donderdag met haar vriendin een kopje koffie gaat drinken om wat bij te praten, tenzij ze naar de osteopaat moet.

Het is dat clubje, in mijn ogen trouwens M/V -who-cares, — Mia zou zeggen “dat verspild talent” — dat samen met de actieve bevolking mee onze economie in stand houdt en ik zie echt niet in waarom deze groep, waartoe ik op dit moment zelf graag zou behoren, een probleem zou zijn. Een groot deel van deze vrouwen blijft namelijk met veel goesting op dezelfde plaats in de statistieken zitten, ten nadele van hun man — Mia Doornaert zou ongetwijfeld schrijven “ten voordele van hun man”. Zelfde cijfers, andere bril, mijn bril.

En Bruno heeft ook gelijk, vind ik.

Advertenties

3 gedachtes over “’t is veel te laat, ik weet het, maar misschien moet ik daar toch nog iets over zeggen

Geef een reactie

Vul je gegevens in of klik op een icoon om in te loggen.

WordPress.com logo

Je reageert onder je WordPress.com account. Log uit / Bijwerken )

Twitter-afbeelding

Je reageert onder je Twitter account. Log uit / Bijwerken )

Facebook foto

Je reageert onder je Facebook account. Log uit / Bijwerken )

Google+ photo

Je reageert onder je Google+ account. Log uit / Bijwerken )

Verbinden met %s