verbondenheid

Ik kan mijzelf niet tegenhouden om daar altijd opnieuw verhalen bij te fantaseren als ik een auto met wielklemmen opmerk. Of stelt dat eigenlijk niet meer voor dan een onbetaalde parkeerboete of zo?

Advertenties

bakfietsadopters

In den beginne, meerbepaald in het schooljaar 2008-2009, was onze cabby de enige bakfiets aan de schoolpoort. Helemaal alleen tussen de gewone fietsen was dat een exotisch woest gevaarte, altijd veel bekijks. Twee jaar later is er — net als in alle andere Gentse scholen, i presume — sprake van een bakfietsinvasie.

Welgekomen in de club van de stevige kuiten.

In Volt sprak Martine Tanghe van “een rage”. Sabine Hagedoren vond zo’n bakfiets een hachelijke onderneming maar haar kindjes waren er meteen voor gewonnen. Ik denk / ik hoop dat het helemaal geen rage mag genoemd worden, namelijk dat de bakfiets een blijver is. Zoiets als de doorbraak van de automobiel voor jan-met-de-pet, zo’n 50 jaar geleden.

bakfietsparking

danstheater

Sinds Lena elke woensdag gaat dansen, doet zij hier in huis al eens een hedendaagse choreografie met Zita. Tijdens de repetities gaat het er soms hard aan toe, vooral bij de discussies over decor en rekwisieten. Maar tijdens de voorstelling is het puur professionalisme, waarbij nog ruimte wordt gelaten voor improvisatie.

We hebben nu al verschillende uitvoeringen gezien en ze lijken allemaal een beetje op Rosas, met dat verschil dat onze meisjes niet om de haverklap op de vloer vallen.

herfstgemoed

Ik weet nog maar een paar weken dat ik met chronische rugpijn door het leven moet en ik heb nu al de voordelen ontdekt: vrijdagnamiddag ben ik opnieuw beginnen mountainbiken en ik voelde mijn benen niet.

Gekromd op een fiets zitten is eigenlijk niet het probleem maar in combinatie met het hoofd rechtop houden, dat is eigenlijk niet doenbaar, toch niet voor langer dan een half uurtje. Ik heb 3 uren op een mountainbike gezeten en de rest van de avond lag ik perte totale in bed met een verlammende pijn tussen mijn schouderbladen.

Er schiet niet veel over in het lijstje van sporten die ik kan beoefenen zonder pijn. Voetbal, mijn grootste passie, was al een tijdje weggevallen door kadukke knieën, net als lopen en alle varianten. En zwemmen doe ik niet graag, dat is nat en koud.

Maar ik zit hier nu wel met een fameus koersmasjien en ik heb geen goesting om het beestje te verkopen. Bovendien ligt het parcours in Laarne-Heusden-Destelbergen er dezer dagen fantastisch bij. Herfstgenot!

die fietsterrorist, dat ben ik

Als er op het internet een artikel verschijnt waarin het fenomeen fietser wordt vermeld, dan krijgt de commentaarzone binnen de kortste keren het gezelschap van bicycle-bashers. Ik heb geen goesting om deze tekst van een honderdtal links te voorzien maar met eentje begrijpt u misschien al wat ik bedoel.

Naar analogie met het Vlaming-of-Waal-bashen zou je de diagnose kunnen beginnen met de stelling dat zij die er zich schuldig aan maken intellectueel of emotioneel niet in staat zijn om zich in te leven in de andere partij. Maar het is wellicht complexer dan dat, zeker in die verkeerdiscussies. Want al die boze voetgangers en automobilisten, die rijden toch ook al eens op een fiets door de stad, nee?

Precies zoals ik mij ongelooflijk kan ergeren aan andere fietsers — ik als voetganger, als automobilist, als collega-fietser — zo kan ik me ook ongelooflijk boosmaken op bepaalde automobilisten en voetgangers. Kwaad zijn op de fietsers die ’s nachts zonder fietslicht voor mijn auto opduiken, maar ook op de door-bevallige-etalagepoppen-gehypnotiseerde windowshoppers die plotsklaps van hun richting afwijken, waardoor ik mijn remkabels afnijp. En, last but not least, op die gasten die er waarschijnlijk zelf niet aan kunnen doen dat hun blinkende Beierse berline niet van richtingaanwijzers is voorzien en ook niet kan vertragen voor een zebrapad.

Misschien moet ik mij eens verontschuldigen voor dat negatieve imago van fietsers in de stad, want it is aaj, de fietsterrorist. Ik ben die maniak die op een rotonde in het midden van de straat tussen de auto’s rijdt — nadat ik bij Sint-Jacobs op het dak van een auto belandde, die mens dacht per abuis dat ik net als hij zou afslaan, dat kan iedereen overkomen, maar sindsdien neem ik dus mijn voorzorgen — en ik ben ook die fietser die de file links voorbijsteekt — nadat ik herhaaldelijk op het voetpad moest springen en één keer zelfs met mijn been gekneld zat tussen auto en fiets en borduursteen, en neen ik ga echt niet beginnen fietsen op het tempo van de file, dan kan ik evengoed met de auto komen om dan ook eens gezellig naar het radionieuws te luisteren onderweg — en ik doe nog heel wat meer dingen waar u als niet-fietser chagrijnig van kan worden. Ik ben uw mobiele verkeersremmer en ik word daar zelfs niet voor gesubsidieerd.

Ik wil gerust nog wat doordrijven, ik ben nu toch bezig. Ik vind dat mijn dierbare brave fiets-compagnons voor een deel verantwoordelijk zijn voor de dagelijkse problemen die fietsers in de stad ondervinden, louter door het feit dat ze deze problemen aanvaarden. Automobilisten zouden bijvoorbeeld nooit aanvaarden dat ze hun auto parkeren en dat ze een paar uur later in een natgeregende zetel moeten gaan zitten, de meeste fietsers vinden dat normaal. Of dat hun fiets bijna in regel beschadigd wordt alleen al door hem in veel te krappe fietsrekken te moeten duwen, een automobilist zou dat niet aanvaarden. 10 fietsen voor één auto, dat is blijkbaar nog niet genoeg en dus moeten die fietsen in nog nauwere fietsrekken om toch maar parkeerplaats uit te sparen. En (bijna) iedereen vindt dat normaal.

roodkapje (2)

Het is waarschijnlijk de eerste en laatste keer dat Lena en Zita in hetzelfde thema werken op school. Ze spelen hier van ’s morgens tot ’s avonds ‘Roodkapje’ en ze maken eigenlijk nauwelijks ruzie. Zita durft het verhaal al eens een eigen wending geven, bijvoorbeeld als ze de jager speelt en plots de buik van Roodkapje wil opensnijden, maar dat wordt bedekt met de mantel der verbeelding.

En natuurlijk moeten er ook koekjes gebakken worden.

koekjes bakken

’t Is maar dat ze niet met een leeg mandje naar het bos moeten.

mandje

roodkapje

Dat is nu toch al wat maanden geleden dat er hier een Singer werd geleverd en dat spel heeft sindsdien eigenlijk nog niet stilgestaan.

Ik denk dat Nele bijna wekelijks schone dingen maakt met die machine, vooral voor de kinderen. Maar om daar ook nog foto’s van te maken, laat staan er over te gastbloggen, dat ziet ze eigenlijk helemaal niet zitten. Tenzij, tenzij het om te lachen is. Dan wel.

roodkapje

Er is binnenkort Groot Grootouderfeest op de kleuterschool. Lena en Zita zitten allebei in het kamp van de Roodkapjes. In Ikea betaal je minder dan 3 euro voor een groot rood fleece-deken, dus heeft Nele zich een keer laten gaan.

roodkapje

roodkapje

ontreddering

Dat de overweg aan de Afrikalaan op 14 oktober dicht zou gaan voor een paar weken, dat stond al aangekondigd sinds eind augustus maar de tekst op die bordjes was te klein om gelezen te worden door verkeer dat zich sneller verplaatst dan een fietser of voetganger.

Deze morgen: ontreddering op alle gezichten achter alle voorruiten. Het rondpunt aan de Vliegtuiglaan zat muurvast aan alle kanten. Er stond eigenlijk geen file, het was alsof Tika –de lieftallige dochter van Tita Tovenaar– in haar handen had geklapt en alles had stilgezet, bijna onwerkelijk om daar vrolijk langs te fietsen.

Nee, de Handelsdokbrug, laat ze maar komen. En liefst nog vóór ik op pensioen ga.

de krant

Drie tafeltjes verder: een madam, koffie en taart.
Wanneer ze merkt dat ik ingehouden in de lach schiet, lacht ze terug met haar ogen.

Tien minuten later passeert ze mij aan de uitgang. Zegt ze:

“Ik wist niet dat de krant zo plezant was.”

Zeg ik:

“Ah? Ja, nee, meestal niet. Er was een grappig stukje, ik ben al vergeten wat het was.”

Alleen madammen durven dat. Mocht ze nu iets van een dertig jaar jonger geweest zijn, ik zou bijna durven vermoeden dat ze mij wilde binnendoen.

Maar de krant, dus. Dat is voor mij zóveel meer dan een informatiebron. Het internet is mijn eerste informatiebron, de krant koop ik vooral om meer smaak van mijn eten te hebben. En om er de dingen in te lezen die ik op het internet alleen maar diagonaal gescand had met de bedoeling het eventueel later nog eens te lezen of eventueel niet.

En dat stukje waarbij die madam moest lachen omdat ik moest lachen, dat was het volgende:

“Mijn persoonlijk handvest omtrent kinderen is vrij eenvoudig en is grotendeels gebaseerd op mijn persoonlijk handvest omtrent kristallen vazen. Namelijk: deze drie basisregels. Haal er nooit meer dan twee in huis, laat ze niet vallen en doe ze niet cadeau aan derden want ze zijn belangrijker voor je vrouw dan je denkt.” (Paul Baeten Gronda)

STAM, revisited

Zaterdag was ik al naar de opening geweest omdat ik te nieuwsgierig was. Een paar snelle indrukken opgedaan. De massa en ik, dat komt nooit meer goed.

Maar vandaag was het dinsdag, geen weekend, geen feest, geen mensen. En ik opnieuw naar het STAM voor een tweede keuring.

Ik vroeg aan de tuinman of er geen belet was. Er was geen belet.

STAM

En zelfs het café was open, van ’t weekend nog gesloten.

STAMcafé

Er was ook een groep van schoolgaande jeugd. De meesten deden van computer maar er was ook een knaap met blokjes aan ’t spelen.

STAM, lego

En over witte torens gesproken, de komende 30 jaar zal ik tussen de witte blokkendozen moeten fietsen om op mijn werk te geraken.

STAM, stad van morgen, Houtdok

Die foto’s die overal in het museum hangen, van Carl Dekeyzer, dat zijn zeer schone foto’s. Maar ik vind het een beetje jammer dat het er zo dik opligt dat de mensen op de foto in scene zijn gezet. Het tast de herkenbaarheid aan.

STAM, geënsceneerde foto

STAM, het begin

Het STAM, dat is een bijzonder fijn museum en ik kom er zeker nog terug. Als Gentenaar betaal je 4,5 euro en als niet-Gentenaar 6,5 euro, dat is goedkoper dan het Louvre en je moet er niet zo ver voor rijden.

[meer foto’s]

kokkerellen

Kokkerellen, ik doe dat de laatste tijd iets vaker dan vroeger maar het blijft bij slechts 1 à 2 keren per week. En dat ik daar nooit iets van durf te zeggen of te tonen op mijn blog, is vooral omdat ik een irritante stresskip ben in de keuken, dat wil je niet meemaken. En dan is fotograferen of dingen opschrijven er niet meer bij.

Het wordt langer, mijn lijstje met gerechten waarvan ik met de grootste stelligheid durf te beweren dat er niemand op deze planeet ze lekkerder kan klaarmaken dan ikzelf. Dat is gelogen maar een kok mag niet bescheiden zijn, vind ik.

Sinds Lena naar de zwemles gaat, mag Zita mij elke zaterdag helpen in de keuken. Dat is een beproeving voor iemand die niet kan delegeren, ik ben mijzelf aan het bijscholen op dat vlak. Vorige week haalde ik de gehaktballetjes nog allemaal terug uit de kom, om dan achter Zita haar rug de mismaakte modellen opnieuw tot een rond balletje te rollen. Ik ben dan vreselijk kwaad op mezelf.

Met één kind samen koken, is voor mij al op eieren lopen. Het is bij dat soort activiteiten dat de kinderen aanvoelen wie de geroutineerde schooljuf hier in huis is. Ik heb nog veel te leren, dat is duidelijk.

cake

cake