nieuwjaarswensen

Insluiten lukt niet maar hier is uw kaartje.

Advertenties

como niño con zapatos nuevos

De loopbaan is nog pril te noemen maar het vuur flakkert niet elke dag, ik moet daar eerlijk in zijn. De voorbije 11 jaar heb ik hoofdzakelijk NT2-les gegeven, dat kan zeer boeiend zijn en dat kan ook minder boeiend zijn (en in dat laatste geval ligt dat enkel aan mezelf, zo is dat).

Maar nu! Aha!
De brieven zijn geschreven, de info en de handen zijn gegeven, de cursus ligt klaar, ik heb er goesting in.

Vanaf januari mag ik — naast een NT2-groep en nog wat andere dingen hier en daar — een dozijn lieve mensen inwijden in de wondere wereld van de kompjoeter. Ik ben nog niet begonnen maar ik weet nu al zeker dat ik het graag zal doen.

Verandering van spijs.

a year has passed since I broke my nose

Deze middag zat ik helemaal alleen in de auto. Een gelukzalige gebeurtenis, al was het maar omdat je dan liedjes kan beluisteren en effectief iets kan horen van de songtekst. Ik denk dat zelfs de tegenliggers mijn verwondering hebben opgemerkt toen ik het volgende hoorde:

“A year has passed since I wrote my note, (…)”

Ik hou echt niet van The Police en het was een generatie geleden dat ik dat nummer nog eens had gehoord. Al die tijd was ik in de waan dat Zijne Stingheid het volgende ten berde bracht:

“A year has passed since I broke my nose, (…)”

Kom ik thuis en wil ik dat stante pede toevoegen aan kissthisguy.com, staat het er toch al wel niet op zeker.

Ik voelde mij direct een klein beetje minder stom, een klein beetje.

(n)emo

Lena had aan Sinterklaas de dvd van Finding Nemo gevraagd. Ze speelt al jaren met een knuffel van Nemo — ooit speciaal voor ons bijeengespaard met de krant of zo — maar ze weet nog maar pas dat Nemo eigenlijk een filmvis is. Op school leerden ze namelijk over vissen en ze bekeken daar een fragment van de film. Sinterklaas heeft de brief goed gelezen want vorige week lag de dvd naast Lena haar sneeuwbottinetje — film niet meer te koop in de winkel maar wie Sint, die vindt.

We hadden op voorhand gezegd dat er ook droevige stukken in de film komen en dat het uiteindelijk allemaal goedkomt. We hadden het ook voelen aankomen en er ons naast gezet, na vijf minuten was ’t al prijs: de clownvismama die darwingewijs wordt opgegeten, de nog ongeboren broertjes en zusjes van Nemo ook. Lena huilde tranen met tuiten, ontroostbaar. In onze armen heeft ze nog de hele film uitgekeken. En van Darwin heb ik maar gezwegen.

Vanavond wilde ze absoluut opnieuw naar Finding Nemo kijken.

“En ik ga niet wenen! Ik ga niet wenen! Echt niet!”

De dramatische openingsscène… Lena geeft geen kik, ha!

Een paar minuten later wordt Nemo ontvoerd door een duiker-tandarts. Lena staat op, komt naar mij, trekt een heel ernstig gezicht, kruipt op mijn schoot, legt haar hoofd in mijn oksel, begint te schokken, te huilen. Tranen met tuiten.

Het is allemaal de schuld van haar vader en van haar moeder. Ik heb mij dat zelf ooit afgeleerd, dat emo-gedoe bij films, toen ik een jaar of 12 was, boys don’t cry ge weet wel. Maar dus ook de schuld — vooral — van haar moeder. Ik weet niet of Nele dat graag zal lezen maar ontkennen zal ze zeker niet: er worden hier nogal wat filmscènes bekeken met een deken of kussen voor de ogen, ik moet dan vertellen wanneer de ondraaglijk spannende of gruwelijke scène gedaan is en ik mis mij altijd. Humor.

Misschien dat het lastig kan zijn maar ik vind het toch een gave, zich compleet kunnen verliezen in een verhaal. Ikzelf kan dat niet meer, ik kijk naar een bleitfilm en als het echt bleiterig wordt dan begin ik te zappen of kijk ik naar de afwas in de keuken (een open keuken heeft voordelen).

In de cinema is het ontsnappingsgedrag al wat moeilijker maar ik blijf me ten allen tijde bewust van de regen buiten of van het parfum van de mensen op de rij vóór mij. Bij Nele is dat anders, zij is de reden waarvoor mensen films maken.

Ik herinner me alsof het gisteren was: tien jaar geleden, Sphinx Cinema, Dancer in the Dark. En dan, een kwartier na het einde van de film, ergens in Gent. Hetgeen tien jaar later feilloos door haar dochter zou worden geïmiteerd bij het bekijken van Finding Nemo.

Veel schoner zal het leven niet worden.

niet dat we dit niet op voorhand wisten – maar toch

Sinds vorige week werken we beiden weer voltijds, de allerlaatste snipper ouderschapsverlof is op 1 december de deur uitgewaaid. En blijkbaar hadden we allebei stiekem gehoopt dat het ons deze winter gespaard ging blijven, wij naïevelingen.

Ik heb zelfs even gedacht dat het de hondjes van de buren waren die onze nachtrust teisterden met onophoudelijk geblaf. Maar onze buren hebben geen hondjes.

“Dat groeit er uit hoor. Geduld.”

Ik geloof dat niet meer. Lena is bijna 5 jaar en er is geen verbetering zichtbaar, ze hoest zich de longen uit het lijf, ook al waren we al een tijdje opnieuw aan de pufs en aan de dingen. En Zita heeft er ook van, met hoge koorts en slappitude en alles.

En dus dat. In combinatie met 2 keer voltijds werken, dat lukt niet zo goed. En dan is Nele nog het soort juf dat elke avond en elk weekend bezig is met voorbereidingen en verbeterwerk, dus die fulltime lijkt mij meer een anderhalvetime. Mocht ze daar nu ook eens navenant voor verloond worden, dan kon ik lekker thuisblijven en voor de zieke kindjes zorgen, ik zou de gelukkigste mens ter wereld zijn.

burgerlijke schemering

Er zijn heikeler dingen in het leven /
Maar kom ik dacht ik gooi /
Het even in de groep.

(excuus, het bartje peeters in mij kwam even piepen)

De “burgerlijke schemering” — prachtige uitdrukking! — is volgens de Koninklijke Sterrenwacht die korte periode waarin het ’s morgens licht wordt nog vóór de zon officieel ten tonele verschijnt en ’s avonds dan omgekeerd (de zon is al onder maar er is nog een beetje daglicht, dat moment dat je de drang om bij de mensen thuis naar binnen te kijken niet kan weerstaan omdat het licht in de woonkamer al brandt terwijl het sociaal nog niet aanvaard is om de gordijnen dan al dicht te doen, ge weet wel).

Die burgerlijke schemering is dus evenredig met de efemeriden van de zon (tabel 2010) (tabel 2011) — morgen bijvoorbeeld: de zon komt officieel op om 8.30.u maar de burgerlijke schemering begint al om 7.51.u, de schemering ’s avonds zal duren tot 17.16.u (zon onder om 16.38.u)

Maar wat ik wilde vragen. Stel, je fietst morgen om 8.20.u naar het werk. Lichten aan? Ja natuurlijk, alle auto’s rijden met hun lichten aan. Lichten uit? Ja natuurlijk, er is licht genoeg en je bent goed zichtbaar. Bovendien kan je je als fietser niet baseren op de lichten van auto’s want tegenwoordig rijden die de ganse dag met lichten aan (en vanaf februari 2011 wordt dagrijverlichting zelfs verplicht voor alle nieuwe wagens).

Ikzelf baseer mij op de straatverlichting: als die uitfloept dan floep ik ook mijn ledjes uit. Dat is mijn systeem. Maar wat ik mij afvraag: bestaan daar eigenlijk wetten voor? Bijvoorbeeld bij een ongeval: ben je dan sowieso in fout als achteraf blijkt dat je lichten niet brandden tijdens die periode van burgerlijke schemering? Zijn daar regels voor? En zijn die regels dezelfde voor alle soorten weggebruikers? Wacht, ik vraag het even aan de wegcode.

Artikel 30. Gebruik van de lichten: voertuigen en weggebruikers die de openbare weg volgen
Tussen het vallen van de avond en het aanbreken van de dag en in alle omstandigheden wanneer het niet meer mogelijk is duidelijk te zien tot op een afstand van ongeveer 200 meter, worden de hierna vermelde lichten gebruikt: (…)

Dat weten we dan ook weer, dank u.

winteractieplan: het sop, de kool, de dode fietser

Deze week in het nieuws:

  • Winteractieplan krijgt positieve evaluatie‘ (Knack)
  • Winteractieplan doorstaat eerste test‘ (De Standaard)
  • enzovoort enzovoort

Deze post was nooit verschenen indien minister Crevits vorige maand niet in elk interview zou beweerd hebben dat de fietspaden zijn opgenomen in het Winteractieplan. Maar ze heeft het gezegd en ik vind dat ministers niet mogen liegen, al vind ik Crevits eigenlijk een bijzonder sympathieke madam.

Spijkers op laag water? Daar doe ik niet aan mee. Want ik zou foto’s kunnen tonen van ontelbare ondergesneeuwde Gentse straten maar dat doe ik niet, daar is het immers voor zowel automobilist als tweewieler oppassen of afstappen, dus daar valt het eigenlijk nog mee wat de veiligheid betreft. Ik kan dat misschien ambetant vinden maar ik kan daar wel mee leven. Bovendien zijn dat niet de belangrijke fietsassen (alhoewel, alhoewel, bijvoorbeeld het stukje Nieuwland-Huidevetterskaai-Minnemeers-Goudstraat is zeer druk en toch een onberijdbare ijspiste, het bevat ook steile hellingen en bochten, maar soit, we gaan niet te negatief doen)

Wat ik dan wél ongelooflijk schandalig vind, zijn die sneeuwvrij gemaakte (en dus snelle) verkeersaders waar de fietspaden een levensgevaarlijk sneeuw- of sneeuwdretspad zijn en waar geen strooimachine of geen sneeuwruimer naar kijkt. Dat gaat dus niet over isolate gewestwegen, dat gaat over de fucking Gentse R40 waar je als fietser met gevaar voor eigen leven tussen de auto’s moet gaan fietsen.

Of erger nog: de Vliegtuiglaan.

Spoorwegovergang aan Afrikalaan.

Op de Muidebrug. Spekglad.

De volledige R40 tussen Dampoort en Muide = Dok Zuid en Dok Noord, in beide richtingen. Levensgevaarlijk.

Ik ben niet snel bitter en zuur maar nu ben ik echt boos.

En wat die dode fietser betreft, die komt er wellicht niet. Want de meesten vinden het onverantwoord om nu te fietsen. En dus heeft het Winteractieplan gelijk. Oef, geen 800km file, de economie gered.