de koers

Zeg ik: “Lena, we gaan thuisblijven jong, het regent natte wijven.”

Zegt zij:

“Maar vorig jaar was het toch ook aan ’t regenen en toen zijn wij toch ook naar de koers geweest! Want Mieneke Muis moest toen in de auto blijven omdat het regende. En we stonden toen geparkeerd aan de grote cinema.”

En wij naar het Sint-Pietersplein. Terwijl Zita (opnieuw) met 40 graden koorts (nog steeds) een slappe schotelvod ligt na te doen in de zetel. (deze morgen om 8u zaten wij al in de huisartsenwachtpost, nadat ze ook haar Junifen had overgegeven)

Maar de koers.
En vooral: het zeldzame vader-dochter-moment.

Zegt Lena:

“Als ik later papa word, dan ga ik ook koerseman worden.”

de koers

Advertenties

sprakeloos

Ha! Ik heb nog eens een boek gelezen.
(dat betekent: a. ik heb vakantie of b. ik ben ziek) (b is het juiste antwoord)

Het groene kopsnot, de grillige koorts, de slapeloze madrugada,… het kan allemaal niet op tegen de heilzame krachten van uisge beatha, een deken en een boek.

Zoals dat altijd gaat bij mij, ik heb de eerste 100 bladzijden wat zitten zuchten. En ook niet anders dan altijd, de laatste 200 bladzijden heb ik dan weer in één adem uitgelezen.

En dat ik de omgeving die Tom Lanoye zo typerend beschrijft onmiddellijk herken als de buurt waar ik zelf soms deed alsof ik er aan het opgroeien was, geeft natuurlijk een extra dimensie aan het leesgenot. Bij sommige straatnamen kon ik niet anders dan een paar seconden wegdromen en wanneer hij het over de Whiteboys of over Excelsior heeft was dat zelfs een paar lange minuten — herinneringen waarvan ik vergeten was dat het nog herinneringen waren.

Maar, lieve Tom, is dat nu echt nodig, al die lappen tekst die er niet zouden moeten staan? Ik vind dat nogal onnozel, eigenlijk. Laat dat boek beginnen op pagina 74 en eindigen op pagina 302, dan zou het 132 bladzijden minder tellen en dan is het een meesterwerk. (en dat heeft niks te maken met uw bladzijdenlange betoog tegen “Minder is meer” — dat gaat over stijl, dat is iets anders — maar gewoon, al dat meta-gedoe, dat “boek over het boek dat ik aan het schrijven ben”, dat is er mij te veel aan)

Toch zou ik het aanraden, het is een goed boek.

tekeningen

De stapels kladpapier konden het tempo al lang niet meer volgen.
Dus lang leve de Megasketcher*! (nog eens bedankt, P.)

megasketcher

Vijf minuten geleden had ik overigens de volgende discussie met Zita:

“Papa, ik ga tekeningen!”

(ik) “Ga je tekenEN?”

“Nééé!!! TekenINGEN!”

(goed, ik zwijg al, dat heb ik onderhand wel geleerd)

Een halve minuut later…

“Zeg, papa, jij hoort niet goed zeker?!”

———————————————
(*geen uitvinding van Opa Fonkel trouwens)

het wereldrecord

Deze morgen, rond 8.30, was het nog stillekes.
(er liep wel al een Duitstalige journalist rond die mij wilde interviewen maar ik heb schrik van Duitstalige journalisten)

vrijdagmarkt

En deze namiddag, rond 17.30, toen ik naar huis vertrok, was de stad volzet. Met twee uitroeptekens. Komt dat tegen.

wereldrecord regeringsvormen

(bon, 22u gepasseerd, tijd om mijzelf een ferme por te geven en op de fiets te springen)

(update 23.15, lap! afgesloten) (ik dacht, ik check toch nog even of het plein niet voor echt volzet is) #uitvluchten

gedaan met dansen

Een kind moet toch iets doen om de woensdagavond te halen. Sinds september volgde Lena dansdingen in De Ingang ginder aan de Galveston. Ze heeft zich daar bijzonder goed geamuseerd maar nu is het voorlopig gedaan met dansen. Deze middag waren wij uitgenodigd om dat samen met de kinderen te vieren.

de ingang

Wellicht gaat ze in de lente weer beginnen tennissen en dan zijn er ook nog die zwemlessen op zaterdag.

Misschien dat Lena in september opnieuw gaat dansen maar die keuze zal, vrees ik, vooral van Zita afhangen, die was vandaag namelijk not amused — “dansen is stom!” — en wij houden het graag leefbaar op woensdag. We wachten nu nog even tot Zita weer aanspreekbaar is — toen ik vroeg wat ze dan graag zou doen in plaats van te dansen, antwoordde ze laconiek “kaka! en kaka! en kaka!”

Eh, ja, we zien wel.

internetspoken

Er staat een interessante bijdrage in De Morgen. Het werd ook door de vrienden van De Standaard gepubliceerd en het valt nog elders te lezen. Via die laatste link kwam ik overigens op de lezenswaardige kanttekening “internet is shit”.

Wat ik uit dat opiniestuk onthoud, simpel samengevat, is dat het ‘www’ — met de nadruk op de laatste ‘w’ — vroeger een chaotisch kluwen was maar dat elke gebruiker tenminste nog zo vrij als een vogel was, terwijl het het ‘www’ van vandaag nogal vijandig is overgenomen en vervolgens drastisch werd verbouwd door slechts een paar globalistische beursbedrijven die in onze plaats gaan bepalen wat kan en niet kan, onder controle van hun Westerse (Amerikaanse) adverteerders met hun politiek correcte (christelijke) normen en waarden. Maar niemand die dat erg vindt want iedereen doet het, dus je hebt toch geen keuze en daarbij het is zo goed als gratis, who cares.

Het internet van vandaag. Ik ben fan, niet onvoorwaardelijk, wel een adept.

’t Is misschien omdat ik 20 jaar geleden mijn aangeleerd geloof in een onbestaande God definitief verloren heb, dat ik nu tot een andere sekte ben gaan behoren: in Google we trust. Ja ik weet ook wel dat ik vasthang en dat ik soms beduveld word terwijl ik er op zit te kijken. Maar alles beter dan een leven zonder Google. Ik wil wel eens proberen, stuur mij een maand op Expeditie Robinson, zonder Gmail, zonder Docs, zonder Reader enzovoorts. Maar ik vermoed dat ik het niet zo leuk ga vinden. En daarbij, Bayram verkoopt ook mango’s.

Neem nu Google Sites, welk een gratis genot is dat niet. Op een half uur tijd maak je een uit de kluiten gewassen website waar je met een heleboel mensen naar keuze aan kan verder bouwen, al dan niet voor iedereen zichtbaar. Volgende maand doe ik met Nele een citytrip: in een mum van tijd en zonder enige kennis van html of dingen maken wij een handige website die alleen voor ons twee toegankelijk is. Met praktische links naar musea en dingen, met de gegevens van ons hotel, foto’s en documenten uploaden, commentaarfunctie en heel den bataclan. Zalig toch?

Niettemin, de schrijvers van het opiniestuk hebben een serieus punt. Ikzelf heb er een goed oog in, het internet is still alive and kicking. Rebellen en creatievelingen zullen er altijd zijn, net zoals er altijd van die asociale achterdochtige angsthazen zullen zijn die niet op Facebook durven.

[update 8 februari: zo is dat]

en dan nog die, ook een boekje die heel tof is, ik zal eens kijken als er nog in de kast liggen want ik weet niet als ik die exemplaar mag meegeven

Wilt u daar alstublieft mee stoppen? Nu. Voor altijd.
WANT. IK. KAN. ER. ECHT. NIET. MEER. TEGEN.

Spreek gewoon uw dialect of een tussentaal of een landstaal naar keuze. (voor mijn part zelfs een combinatie van dat alles, geen probleem!) Maar wie of wat geeft u het recht om te doen alsof u Nederlands spreekt en dan zomaar de regels van de grammatica aan uw laars te lappen?

Ik ben lang geen taalpurist, ik word zelden chagrijnig van een paar taalfouten — ik hoor er beroepshalve tienduizenden per dag en ik maak er zelf ook — maar die schabouwelijke constructies als “een meisje die…” of “eens kijken als…”, dat zijn echt criminele feiten, zware overtredingen! Een moordaanslag op uw eigen taal!

Bij elke inbreuk een zwijgverbod van minstens een paar weken lijkt mij een billijke straf. Want het is een plaag, een virus. En het infecteert zelfs mensen die taalles geven.

Dus stop het gewoon. Willen we dat afspreken?