waarom ik niet op u stem (deel 5) (slot)

De peilingen, de peilingen: SP.A-Groen blaast tegenstand weg.

Ik had in de eerste aflevering uitgelegd dat ik met elke lijst problemen heb. En dat ik zal stemmen voor de lijst waar ik het minste problemen mee heb. Misschien voor het kartel, misschien niet. Nog 7 keer slapen.

Lid zijn van een politieke partij, ik begrijp dat niet zo goed. Ik respecteer het wel, ik erken ook dat de democratie niet werkbaar is zonder partijen. Maar zelf heb ik nog nooit het gevoel gehad dat een partij volledig aansluit bij de cluster meningen die ik heb, laat staan een kartel. (dat gevoel had ik misschien wel gehad als ik in Nederland was geboren en voor D66 had mogen stemmen, al weet ik daar te weinig over)

Voor milieu en mobiliteit kom ik meestal bij de groenen uit, vaak is Groen de enige partij die in ecologische discussies een standpunt inneemt dat getuigt van langetermijnvisie. Helaas gaan verkiezingen over korte termijn en dus zal Groen nooit een grote partij worden.

(En trouwens, het doet hier verder niet echt ter zake, maar wat de funky is dat met al die politici die beweren dat “de kiezer wel slimmer is”, wat voor nonsens is me dat jong?! Het is precies omdat de kiezer niet slimmer is dat de verkiezingen nooit over langetermijnvisie gaan. Zeveraars!)

Maar ik ben het dikwijls oneens met de groenen. Als ze in een dossier zoals ‘werk’ of ‘asiel en migratie’ een verkrampt linkse houding aannemen, bijvoorbeeld. Waarom is het in dit land eigenlijk onmogelijk om groen te stemmen zonder per definitie tot het (extreem)linkse kamp gebombardeerd te worden? Ik word daar kregelig van.

Het kartel. Ik vind het kartel niet goed. Ik vond het altijd al een slecht idee en nu nog steeds. Zowel Open VLD als SP.A zullen de komende 6 jaar in de paars-groene coalitie (binnenskamers?) nog veel ruzie maken met Groen, bijvoorbeeld over tewerkstelling en activering. Maar ook over de Roma. Of laten we bij de actualiteit blijven: over de GAS-boetes. (Eva Brems gelezen?)

Of hoe zit het eigenlijk met al die dossiers waar rood en groen de voorbije jaren lijnrecht tegenover elkaar stonden? Dossiers die overigens gewoon doorlopen. Ik denk bijvoorbeeld aan de Oude Dokken, is het water daar nu plots ondiep geworden misschien?

HET PROGRAMMA VAN HET KARTEL

Dat schrijf ik met hoofdletters want het is een lijvig ding.

Van de 169 krachtlijnen uit dit programma, zijn er minstens 120 waar ik me volledig in kan vinden. Dus wat het programma betreft, zit ik vrij goed. Alleen jammer dat — zoals bij de andere partijen — niet elke kandidaat op de lijst even competent is, ik ken er een paar die dat zeker niet zijn. Badaboem.

MIJN DADA. MOBILITEIT.

18.1. De park&ride aanpak, het afwerken van de R4 en de herinrichting van de invalswegen laten toe om de R40 op lange termijn om te vormen tot een volledige groene boulevard (2 x 1 rijstroken met ruimte voor bomenrijen en een cirkeltram). In afwachting wordt werk gemaakt van het verbeteren van de oversteekbaarheid van de R40 (kleine stadsring) voor fietsers en voetgangers.
18.2. De bestaande en nieuwe park&ride parkings worden actief en duidelijk gepromoot tijdens evenementen en in de weekends.
18.3. De park&ride parkings worden ook ingeschakeld ifv. alternatief autogebruik (carpool, eventpool, schoolpool) of als aansluitingspunt voor fietsverhuur.
18.4. In de gehele stad wordt er gestreefd naar stille leveringen. Mits strenge voorwaarden en de nodige vergunning kunnen ze ook ’s nachts worden uitgevoerd.
18.5. Op openbaar vervoertrajecten binnen de R40 (kleine stadsring) worden er tijdens de ochtend- en avondspits geen huis- of bedrijfsvuilophalingen en laad- en los bewegingen uitgevoerd.
18.6. Vanuit het stadsdistributiecentrum worden de goederen via schepen en/of kleine, milieuvriendelijke vrachtwagens verder verdeeld naar de kleinhandel én andere winkels.
18.7. Bij de Vlaamse regering wordt aangedrongen op een verkeersveilige verbinding Afrikalaan-Vliegtuiglaan (na de realisatie van de Handelsdokbrug) en de sluiting van de R4-Noord door middel van de Siffer-verbinding.

19.1. We houden de binnenstad blijvend bereikbaar via het bestaande fijnmazig net van tram en bus.
19.2. De stad Gent maakt snel werk van de omschakeling van de verkeerslichten zodanig dat er altijd groen licht wordt gegeven voor het openbaar vervoer bij het naderen van het kruispunt. Bij het Vlaams Gewest wordt aangedrongen om op het grondgebied van Gent eenzelfde beleid te voeren voor de verkeerslichten op de gewestwegen.
19.3. Het verbeteren van de doorstroom wordt in samenwerking met De Lijn een studie en inventaris opgemaakt van potentiële bijkomende eigen beddingen voor tram en bus. Deze worden daarna stelstelmatig uitgewerkt.
19.4. Het verbeteren van de doorstroming voor het tramverkeer aan de Keizerspoort wordt prioritair uitgevoerd. Zo wordt de Park&Ride in Gentbrugge beter ontsloten.
19.5. De stad investeert in de verbetering van het comfort voor de gebruiker van het openbaar vervoer (duidelijke en zichtbare overstaplijnen, kwaliteit halte-infrastructuur) bij belangrijke knooppunten van openbaar vervoer (Sint-Pietersstation, Dampoort, Zuid, Sint-Jacobs, Rabot-Griendeplein). Dit geldt in bijkomende orde ook voor de
overstaplijnen naar fietsstallingen en autodeelplaatsen.
19.6. De stad investeert verder in beter toegankelijke halteperrons (verhoogde perrons, aanrijdbare boordstenen) en in uitgestulpte haltes (waarbij de bus op de rijbaan halteert) om zo de doorstroming te verbeteren.
19.7. Op de eindhaltes van lijnen van openbaar vervoer is er extra aandacht voor degelijke fietsstallingen, fietskluizen en publiek sanitair.
19.8. Het openbaar vervoer in Gent blijft gratis voor de Gentse jongeren tot 15 jaar.
19.9. In samenwerking met de Lijn wordt een systeem uitgewerkt waardoor tickets voor betalende evenementen en voorstellingen (vanaf een drempel van 300 toeschouwers) steeds een ticket voor het openbaar vervoer omvatten.
19.10. In overleg met het Vlaams gewest en met De Lijn, wordt er – in afwachting van de aanleg van een tramlijn – langsheen de N70 (Antwerpsesteenweg-Nieuwelaan-Victor Braeckmanlaan-Land van Waaslaan), een hoog frequente busverbinding gerealiseerd via een vrije busbaan vanaf P&R Oostakker tot aan Dampoort.
19.11. Het stadsbestuur dringt bij De Lijn aan op volgende maatregelen:
19.11.1. binnen het kader van het netmanagement en de strijd tegen volle trams en bussen moet de frequentie van de hoofdlijnen in Gent verhoogd worden tot 1 tram/bus per 6 minuten en worden nieuwe lange tramstellen ingezet
19.11.2. een gebiedsdekkend laatavond- en nachtnet wordt bediend via de hoofdlijnen van het dagnet
19.11.3. om over te schakelen naar bussen op Compressed Natural Gas (CNG) en daar snel mee te starten.
19.12. Het stadsbestuur dringt bij de NMBS aan op volgende maatregelen:
19.12.1. de uitbouw van een Gents voorstadsnet met frequentere en soepele treinverbindingen tussen de bestaande kleine stations rond Gent en Gent-SintPieters en Gent-Dampoort. Nieuwe stopplaatsen (zoals Muide) worden in dit voorstadsnet geïntegreerd.
19.12.2. Er wordt een oplossing uitgewerkt, al dan niet in samenwerking met De Lijn, voor een degelijke openbaar vervoersverbinding tussen de stad, de haventerreinen en de kanaaldorpen aan de oostzijde van het kanaal, en Zelzate, waarbij de inzet van lijn 204 een van de mogelijkheden is.
19.12.3. Van zodra het infrastructureel kan (vier sporen Denderleeuw-Brussel en afwerking Gent-Sint-Pieters) wordt de rechtstreekse verbinding tussen Gent-Sint-Pieters en Brussel op een kwartuur-frequentie gebracht (4 treinen per uur) en wordt er tussen Gent-Dampoort en Brussel een regelmatige treinverbinding met een verhoogde frequentie in de spits voorzien.
19.12.4. Gent moet na middernacht per trein verbonden zijn met Brussel en de andere grotere steden in Vlaanderen

20.1. De missing links in het (hoofd)fietsroutenetwerk worden versneld uitgevoerd, en waar nodig met ongelijkgrondse kruisingen. Het gaat daarbij o.m. om :
20.1.1. We bouwen de fietsas van Coupure Links tot aan de Trekweg verder gradueel uit in functie van het stijgend aantal fietsers. Langs de Coupure Links wordt de fietsas omgebouwd tot een fietsstraat met toegangsverkeer beperkt tot de omwonenden.
20.1.2. De bouw van een brug over, of tunnel onder, de Deinsesteenweg, voor voetgangers en fietsers, wat toelaat de dorpskern van Drongen te bereiken vanuit andere delen van Drongen.
20.1.3. De realisatie van de fietsverbinding vanaf het Westerringspoor langs de Bourgoyen – Malem – Watersportbaan – Blaarmeersen tot aan de Fabiolalaan en het SintPietersstation mede door de bouw van fietsbruggen en een ongelijkgrondse kruising aan de Drongensesteenweg
20.1.4. Heraanleg van de Bisschopstraat en de Franse Vaart tot een veilige fietsroute.
20.2. Het bestaande fietsroutennetwerk wordt aangevuld met radiale netwerken die de twee hoofdstations als bestemming hebben (Gent-Sint-Pieters en Dampoort). Daardoor krijgen de verschillende wijken veilige fietsassen naar die stations.
Een voorbeeld daarvan is de verbinding van Ledeberg naar Gent-Sint-Pieters (met onder meer Stropbrug – Burggravenlaan)
20.3. Hoofdwegen worden systematisch gescreend in functie van het wegwerken van de zwakke punten voor fietsers (bv. Brugsesteenweg, Europabrug, de bruggen over de ringvaart, maar ook op- en afritten van R4). Er wordt vermeden dat fietsvoorzieningen plots stoppen of doodlopen. Bij heraanleg van straten en fietspaden hebben we aandacht
voor het wegwerken van drempels (niveauverschillen) aan op- en afritten van fietspaden.
20.4. Gent investeert in aparte fietsafslagen naar rechts aan grote kruispunten met verkeerslichten; wanneer dit niet mogelijk is, wordt gebruik gemaakt van het nieuwe verkeersbord om rechts afslaan voor fietsers door rood mogelijk te maken voor zover de veiligheid van andere weggebruikers (hoofdzakelijk voetgangers) niet in het gedrang komt.
20.5. Gent maakt werk van de herwaardering van het netwerk van trage wegen die vertrekken vanuit en lopen doorheen de deelgemeenten. In het bijzonder voor woon-schoolverkeer wordt maximaal naar veilige fietsroutes gekeken, waarvoor desgevallend alternatieven worden gepromoot.
20.6. Fietsroutes worden systematisch bewegwijzerd d.m.v. een km- en tijdsduuraanduiding.
20.7. In het centrum van de stad wordt een fietsservicepunt uitgebouwd met een bewaakte fietsenstalling, een fietspomp met perslucht en een herstelpunt waar fietsers terecht kunnen voor kleine, noodzakelijke herstellingen om hun weg per fiets op een veilige wijze verder te kunnen zetten.
20.8. Verspreid over de stad worden fietspompen met perslucht voorzien aan gevels van schoolgebouwen en andere openbare gebouwen.
20.9. Het stadsbestuur pleit bij de hogere overheid voor een sluitend fietsregistratiesysteem om fietsdiefstal significant in te perken. We helpen ook actief mee aan maatregelen om het helen en verkopen van gestolen fietsen te bestrijden.
20.10. We wensen dat Gentenaars, pendelaars, en bezoekers aan de stad, op verschillende, duidelijk aangegeven plekken in de stad, een fiets kunnen gebruiken en deze elders weer terug kunnen zetten (‘leenfietsen’). Daarvoor zoeken we naar een soepele en betaalbare formule.
20.11. Er komen meer stimulerende informerings- en sensibiliseringsacties naar fietsgebruik.
20.12. Gent doet mee met de campagne ‘Met belgerinkel naar de winkel’ en stimuleert op die manier zo veel mogelijk mensen om hun boodschappen met de fiets te doen.
20.13. De stad Gent zet projecten op om jongere en oudere Gentenaars (beter en veiliger) te leren fietsen.

21.1. De heraanleg van voetpaden in slechte staat wordt prioritair uitgevoerd.
21.2. We willen zoveel mogelijke comfortabele en veilige obstakelvrije voetpaden met voldoende ruimte zodat rolstoelgebruikers en kinderwagens gemakkelijk door kunnen. Obstakels op voetpaden, pleinen en in voetgangersgebied, worden weggewerkt of kunnen vermeden worden via aan gepast alternatief. Hiermee wordt nauwgezet rekening gehouden bij het uitreiken van nieuwe vergunningen voor nutsvoorzieningen, publiciteitspanelen of straatmeubilair.;
21.3. Hoofdwegen worden systematisch gescreend in functie van het wegwerken van de minder veilige oversteekpunten voor voetgangers.
21.4. We kiezen voor het creëren en inrichten van veilige en comfortabele voetgangersnetwerken ook buiten het voetgangersgebied.
21.5. De accentverlichting op oversteekplaatsen voor voetgangers en fietsers wordt uitgebreid.

22.1. Er wordt een studie uitgevoerd die meer duidelijkheid verschaft over herkomst en bestemming van het autoverkeer in Gent zodat meer doelgericht kan worden ingewerkt op verschuivingen in de modal split.
22.2. Er komen op jaarbasis een aantal stadsbrede autoloze zondagen (minstens binnen de R40 (kleine stadsring) en een aantal kernen van de deelgemeenten – liefst gespreid over de seizoenen).
22.3. Om de verkeersleefbaarheid in de binnenstad te verhogen worden doorrijtrajecten geknipt en wordt het in- en uitgaand verkeer naar de parkings in de binnenstad geleid via de parkeergeleiding rechtstreeks van en naar de R40 (kleine stadsring) en het hoofdwegennet (R4/E40/E17). Het laat toe om bijkomende gebieden in het centrum
autovrij te maken.
22.4 De toegang tot het voetgangersgebied in de binnenstad wordt effectief beperkt en gecontroleerd (inclusief het doorrijverbod) met behulp van camera-bewaking met nummerplaatherkenning.
22.5. We waken over het klantvriendelijke karakter van het taxi-aanbod door met de sector een klantencharter op te maken, de tarieven in toom te houden en het gedeeld gebruiken door klanten over gelijklopende routes mogelijk te maken en te promoten
22.6. We breiden autodelen fors uit over de hele stad en maken daarvoor een actieplan ‘Autodelen in Gent’ op in samenspraak met de dienstverlenende bedrijven en/of organisaties. Daarin wordt ook ruimte voorzien voor bedrijven en non-profit-organisaties (Stad Gent, Ugent, hogescholen, ziekenhuizen, ea.) die hun eigen wagenpark ter beschikking willen stellen voor buurtbewoners.
22.7. We onderzoeken op welke manier we de mogelijkheid kunnen bieden aan woonbuurten om autoluw te worden (met enkel bestemmingsverkeer) wanneer die vraag komt van een duidelijke en grote meerderheid van de buurt.
22.8. We blijven bewonersparkeren (zeker voor de eerste gezinswagen) ondersteunen waar het nodig is en over de hele stad. Waar mogelijk worden aparte buurtparkings voorzien. Elders zorgt een aangepast parkeerregime ervoor dat het bewonersparkeren voorrang heeft. Hiertoe worden waar nodig bewonersplaatsen voorbehouden. De algemene parkeerduur voor straatparkeren voor niet-bewoners wordt beperkt tot een halve dag. Parkeren op Park & Ride parkings blijft gratis.
22.9. Elke parking (zeker bovengronds maar in principe ook ondergronds) is ook voorzien van een parkeerruimte voor fietsers.
22.10. Bij de vaststelling van een tekort aan fietsparkeerplaatsen op straten en pleinen, worden de nodige autoparkeerplaatsen omgebouwd tot fietsparkeerplaatsen.
22.11. Het parkeren bovengronds wordt beter omkaderd via markeringen op de weg zodat enkel wordt geparkeerd waar dit wettelijk mogelijk is (afstand tot kruispunten en zebrapaden; niet voor garages, enz.).
22.12. Aan het Vlaamse Gewest wordt gevraagd om de af- en oprit vanuit Gent-centrum naar de E40/E17 (B401) te beperken tot de R40. Daar wordt dan een grote park & ride parking voorzien. Het deel van de B401 tussen de R40 en het Woodrow Wilsonplein wordt afgebroken. De vrijgekomen terreinen worden toegevoegd aan het Koning Albertpark.

23.1. Bij elk zwaar verkeersongeval wordt nagegaan of verkeerstechnische of infrastructurele ingrepen een herhaling van het ongeval kunnen tegengaan.
23.2. Vanuit deze principes wordt bij de Vlaamse overheid verder gepleit voor een verkeersveilige en leefbare heraanleg van de grote steenwegen…
23.3. Op korte termijn wordt zone 30 ingevoerd in de woongebieden van de deelgemeenten waar dit nog niet het geval is (Drongen, Wondelgem, enz.)
23.4. Bij de (her)inrichting van straten en pleinen wordt het begin en einde van zone 30 – gebieden voorzien van een duidelijke en leesbare poortfunctie. Dit gebeurt niet alleen door gepaste signalisatie maar mede door infrastructurele maatregelen zoals de insnoering van wegbreedte, as-verschuivingen en verkeersdrempels.
23.5. We zetten verder gerichte sensibiliseringsacties op rond verkeersveiligheid, i.s.m. mobiliteitsorganisaties en met de buurten en de wijken (inwoners, werknemers, handelaars, …).

24.1. De ‘Minder Hinder-cel Gent’ dient alle werken op elkaar af te stemmen zodat de impact op de mobiliteit van alle verkeersgebruikers tot een minimum wordt beperkt.
24.2. Bij elke werf en signalisatie rond werken gebeurt er een fiets- en voetgangerstoets. Er wordt na de plaatsing gecontroleerd of de signalisatie afdoend is voor elke groep van weggebruikers.
24.3. Voor de uitvoering van werken maken we maximaal gebruik van innovatieve duurzame materialen.

25.1. Een transparant vrachtroutenetwerk maakt dat het doorgaand vrachtverkeer van en naar het havengebied en de andere industriegebieden in Gent uit het woongebied en de woonkernen wordt geweerd. Daarvoor wordt voldoende en duidelijke signalisatie voorzien. Het is ook ontsloten via GPS. Voor aan- en afvoer naar bedrijven in het
woongebied wordt per bedrijf een vaste route bepaald van en naar het hoofdwegennet (R4/E40/E17).
25.2. Bij evenementen van een zekere omvang dienen de organisatoren een mobiliteitsplan op te maken.
25.3. We faciliteren alle Gentse scholen om een doorgedreven schoolvervoersplan uit te werken en toe te passen.

En last but not least in het stukje Mobiliteit:

26. Er wordt een mobiliteitsraad opgericht met daarin vertegenwoordigers van de in Gent betrokken verkeersgebruikers en vervoersorganisaties. Hun opdracht is om advies uit te brengen aan het college en de gemeenteraad over de strategische beslissingen inzake mobiliteit, over mobiliteitsplannen en –onderzoeken.

En nog. Ergens verdwaald in het hoofdstuk Stadsontwikkeling:

6.8. Kasseien tussen tramsporen worden vervangen door een voor fietsers comfortabele verharding.

Of nee, wacht, nog! Ergens verdwaald in het hoofdstuk Veiligheid:

85.1. Verkeersveiligheid handhaven, betekent doorgedreven snelheidscontroles, onder meer in de zones 30.
85.2. We zetten nummerplaatherkenning in om het centrum écht autovrij te houden.
85.3. We maken werk van sensibilisering en coaching van taxichauffeurs die vandaag al te vaak cowboygedrag vertonen.
85.4. We sensibiliseren omtrent asociaal rijgedrag en doen gerichte acties.

Applaus!

Kijk, ik ben blij dat ik een politiek programma lees met veel concrete acties. Neem nu ‘85.2’, dat van die nummerplaatherkenning. Op dit moment is er geen enkele vorm van controle voor de autovrije zone. Elke dag zie ik auto’s zonder licentie de Sint-Michielshellling oprijden of langs de autovrije Groentemarkt en de Korenmarkt laveren. Eén van de slogans van dit programma is “Blauw meer op straat” (niet te verwarren met). Maar hoe zat dat dan eigenlijk de voorbije 6 jaar? En ik weet dat De Lijn geen paaltjes wil maar je kan toch onmogelijk een heel centrum autovrij maken en dit op geen enkele andere manier dan met het verkeersbord F103 kenbaar maken. Die Duitsers en Fransen zijn met hun gps bezig, die hebben wel wat anders te doen dan naar verkeersborden te kijken. Dus ik ben razend benieuwd hoe dat met die nummerplaatherkenning in zijn werk zal gaan, ik ben niet cynisch.

[zie ook: deel 1deel 2deel 3deel 4]

Advertenties

Geef een reactie

Vul je gegevens in of klik op een icoon om in te loggen.

WordPress.com logo

Je reageert onder je WordPress.com account. Log uit / Bijwerken )

Twitter-afbeelding

Je reageert onder je Twitter account. Log uit / Bijwerken )

Facebook foto

Je reageert onder je Facebook account. Log uit / Bijwerken )

Google+ photo

Je reageert onder je Google+ account. Log uit / Bijwerken )

Verbinden met %s