Liefste Leo, gij ziet mij niet graag.

Leo, liefste Leo.

Ik ken u eigenlijk als Vlaamse Vervoersmaatschappij “De Lijn” maar ik noem u liever “De Leo”. Niet omdat ge komt als ik roep. Ook niet omdat ge de koning van de jungle zijt — you wish! Maar wel om de alliteratie. Het is poëzieweek, Leo.

Leo, ik val met de deur in huis: gij ziet mij niet graag.

Ik fiets elke dag over het Neuseplein, dat is het allerschoonste plein van Gent-noordnoordoost. Zeker sinds gij dat knooppunt in het jaar 2012 opnieuw hebt opengebroken om er een nieuwe trambedding te leggen. Eerlijk, Leo, ik neem nooit de tram, ik kan fietsen. Maar toch: ik mag er graag langs fietsen, ik ben geen watje.

neuseplein sassekaai sv

Omdat ik u liever privé spreek — en niet publiek, zoals dit schrijven — heb ik u in november 2013 proberen bereiken via het speciale Meldpunt. Want ik had iets te melden: ik heb alleen al vorig jaar 2 fietsbanden kapot gereden omdat uw nieuwe tramsporen het fietspad op het Neuseplein heeltegans naar de filistijnen hebben gespoord. Niet alleen op het Neuseplein trouwens, maar soit.

neuseplein sassekaai

Het meldpunt heeft mij heel snel geantwoord. (20-11-2013)

meldpunt fietspaden

Nadien heeft de wegbeheerder mij geantwoord. (9-12-2013)

meldpunt fietspaden wegbeheerder

Ik blij! Mijn brief was bij u terechtgekomen! (en toen zag ik u nog graag)
Maar Leo, we zijn 2 maand verder. Er is niets veranderd. Waar zijt gij?!
Een geluk dat ik al een hernia heb, of ik zou er nog één krijgen.

Ik heb u gesproken. Op Twitter, weet ge ’t nog?
(ik had een artikel gedeeld over de functie van overheidsbedrijven op Twitter)

Gij vindt uzelf heel wat, Leo. Ik volg in Gent een tiental mobiliteitsdossiers en het is frappant hoe gij daar telkens op dezelfde machiavellistische manier de boel blokkeert. Niet om mensen te helpen, laat dat duidelijk zijn.

Een voorbeeld, zegt ge? Fietsers die op een bepaalde verkeersader (de poort naar Kortrijk) op uw vraag beboet worden als ze durven eh… fietsen. Omdat uw trams geen geduld hebben. Niet goed te praten, Leo, op geen enkele manier.

Elke keer dat ik u vertel over het STOP-principe (waarbij stappers en trappers de voorrang moeten krijgen op openbaar vervoer en personenwagens), dan begint ge mij uit te lachen in mijn gezicht. Elke keer als gij uw veto stelt tegen de aanleg van een (verhoogd) fietspad, omdat het bijvoorbeeld de actieradius van de bussen zou verstoren. Of elke keer als ik te voet de Korenmarkt wil oversteken, dan jaagt ge mij de stuipen op het lijf met uw luid geklingel. De statistieken zeggen: 1 tram per minuut.

En stoppen? Leo? Gij? nooit!
Hoe meer zakgeld ge krijgt, hoe arroganter ge wordt.

Ik zal ter zake komen: ik zie u niet meer graag.

We zijn uit elkaar gegroeid, Leo.
We hebben het geprobeerd, het gaat niet. Laat ons scheiden.

Elk onze eigen bedding, elk onze eigen maîtresse.

Elk evenveel zakgeld.

Advertenties

enerzijds links, anderzijds links

Met mijn blogje over basismobiliteit heb ik blijkbaar een bevriende wenkbrauw doen fronsen.

Ik zei dat ik niet voor sp.a zou stemmen.
(eerlijk: dat zou dan de eerste keer zijn)
(maar wie weet wat er de komende 4 maanden nog verandert)

En dan lees ik vandaag Femke Halsema in De Morgen. Rechtsigheid is het laatste waar je Femke Halsema van kan beschuldigen. En toch schrijft ze het volgende:

Linkse mensen reduceren problemen in de wereld graag tot ‘het systeem’ waar mensen slachtoffer van zijn. Maar als we niet ook ons eigen gedrag aan kritisch onderzoek leren onderwerpen, en het consumentendeel van onze hersenen leren beteugelen, komen we de crisis nooit te boven.

Hear! Hear!

Wat is links? Ik ben zonder enige twijfel linkser dan rechts en toch stoor ik me het meest aan linkse partijen. Het moet een soort van liefde zijn.

Ik erger me zelfs aan het simpele feit dat Groen überhaupt een linkse partij is en daardoor alle milieubewuste kiezers automatisch klem rijdt in een linkse hoek, dus ook voor andere (sociale) thema’s.

En wat ik wilde duidelijk maken in dat stukje over basismobiliteit, dat heeft in mijn opinie niets te maken met links of rechts. Als sp.a de partij bij uitstek is die alle mensen wil helpen, dan verschillen we alleen in de manier waarop. In dat kader zag ik gisteren een mooie quote passeren:

“Help done well, strengthens.
Help done poorly, weakens.”

Je maakt mensen niet mobiel door een bushalte te bouwen in elke straat. Integendeel, zo maak je mensen afhankelijk van een systeem. Het is niet meteen mijn idee van mensen helpen.

Het vaakst gebruikte bushalte-argument van sp.a is “het sociale isolement bij ouderen”. Yeah right. Dus in landen waar mensen niet meteen in de buurt van een bushalte wonen, zou het sociale isolement groter zijn?

Zet uw vinger blindelings in de index van uw atlas, schrijf de naam van het land op, onderzoek vervolgens hoe dicht mensen bij een bushalte wonen en ga na of oudere mensen in dat land meer sociaal geïsoleerd zijn dan in Vlaanderen. Nee? Oké, zoek nu een andere oorzaak. (je hebt de keuze: materialisme, egoïsme, narcisme, racisme, prestatiedruk, you name it)

scheppingsverhalen

Scheppingsverhalen, ik ben helemaal verkocht.

Vorige week werd Enoema Elisj verteld in de les, door een verteller die dat speciaal voor ons kwam vertellen.

Ik ben er behoorlijk zeker van dat wie dat verhaal in kleitabletten bijeen heeft gespijkerd, serieus aan de dope heeft gezeten.

Vandaag kregen we één van de Egyptische scheppingsverhalen te horen. Onnavolgbaar gecompliceerd en wacko. Heerlijk!

Maar wat ik opvallend vind, in vergelijking met alle andere scheppingsverhalen, is dat het Hebreeuwse scheppingsverhaal dat wij allemaal kennen (cf. Genesis) onvoorstelbaar kort en fantasieloos en zoutloos is, zeer weinig personages heeft en ook bijzonder weinig sporen van LSD bevat.

Ik ervaar het als kindermishandeling dat wij het in onze schoolloopbaan slechts met Adam en Eva moesten stellen.

Ik wil ze nu echt wel allemaal lezen. Ook die van de Navajo en de Inca en de Maya en de Zulu enzovoort. En ook het Noorse scheppingsverhaal en alle alle andere. Heeft iemand toevallig weet van een goed verzamelboek? Met goed geschreven teksten, dus niet in Wikipedia-modus? En vooral veel smeuïge details? Alstublieft?

dugong de boom

Gisteren, ergens in de walvissenzaal op de vierde verdieping van het Brusselse Museum voor Natuurwetenschappen (aka Dino-museum).

“Papa, kijk! Onze familienaam staat hier!”

doejong van boom

Het bleek een skelet van een Doejong, een Indische Zeekoe.

Dugong Marsa Alam

Anderhalf jaar geleden kwam de Tapir, na een bezoekje aan Pairi Daiza, met stip op de eerste plaats van mijn lijstje van ‘grappige dieren met een zekere cool’ — ja, ik heb een lijstje van ‘grappige dieren met een zekere cool’ — maar die Tapir krijgt nu toch wel hevige concurrentie van de Doejong en dat vindt hij niet zo cool.

Pairi Daiza, tapir

de hernieuwbare definitie van basismobiliteit

Steve Stevaert zijn definitie van basismobiliteit werd nog eens opgevoerd in De Zevende Dag.

Een andere Steve, Steve D’Hulster, kwam het sp.a-standpunt uitleggen en wil niet afwijken van die basismobiliteit, bijvoorbeeld:

  • Bushalte op minder dan 750 meter van elke woning in Vlaanderen.
  • Gratis bus voor doelgroepen zoals 65-plussers.

Ik voeg sp.a toe aan het lijstje partijen waar ik in mei al zeker niet voor zal stemmen.

Omdat ik vind dat ‘sociale maatregelen’ niet altijd zo sociaal zijn als de socialisten ze willen verkopen. De meeste socialisten zijn vandaag compleet vergeten hoe belangrijk ‘ontvoogding’ voor het socialistische gedachtegoed is. Ontvoogding is zowat het tegengestelde van bepampering, denk ik zo.

Iedereen lijkt het erover eens dat de oplossing voor het mobiliteitsprobleem een kwestie van investering is, er wordt nu gediscussieerd over hoe die investeringen zich verhouden t.o.v. andere investeringen. En dat is goed. Bijvoorbeeld: er gaat 4 keer meer overheidssteun naar bedrijfswagens dan naar De Lijn, gecheckt door de checker.

En natuurlijk moet er geïnvesteerd worden in openbaar vervoer, ook op het platteland. Dus ik ga redelijk ver mee in de analyse van heel wat politici. Maar dat iedereen in Vlaanderen een bushalte moet hebben naast de deur, dat vind ik onbetaalbare bullshit.

Ik zie een degelijke en eenvoudige oplossing, ik denk trouwens dat het een oplossing is die veel politici ook al gevonden hebben maar niet durven uitspreken omdat ze anders niet verkozen worden. Hier komt-ie:

  • Investeer in bussen, investeer in hun frequentie.
  • Investeer in maximum 10 degelijke bushaltes per gemeente.
    (degelijk = overdekte halte + overdekte fietsenstalling)
  • Schaf alle andere bushaltes af.
  • In het slechtste beste geval gaan mensen 2 kilometer (elektrisch) moeten fietsen.
  • Verhuis de fiscale aftrek voor bedrijfswagens naar een maximale fiscale aftrek voor (alle soorten) milieuvriendelijke vervoersmiddelen, i.c. de fiets. (ik ging hier ook ‘de steunzool’ bij vermelden maar dat wordt reeds gesubsidieerd)

Ik kom beroepshalve dagelijks in contact met mensen die er nog niet aan denken om zich een fiets aan te schaffen. Waarom zouden ze? Een (bijna) gratis busabonnement. Ik zou mij als werkzoekende of leefloner beledigd voelen. Maar wie ben ik.

Het zijn mensen die ik elke morgen passeer op het einde van mijn fietsroute, als ze massaal op de tram staan te wachten op 500 meter van hun bestemming, aan het andere uiteinde van de straat. Ik zwaai dan altijd een keer.

waarom ik vind dat Marc de Bel gelijk heeft

Zweefteven en woordspeling-filosofen, het zijn niet altijd mijn beste vrienden. Maar sinds ik in het gezegende voorjaar van 1998 een werkstuk maakte over methode-onderwijs (en ook heel wat scholen bezocht), ruil ik mijn ongezonde dosis scepsis soms in voor een gezonde dosis interesse.

Dus ook voor de nieuwe Broebels. De meeste speerpunten zouden ook voor klassiek onderwijs belachelijk evident moeten zijn. Daarom pik ik er slechts één aspect uit, dat over huiswerk. Marc de Bel wil in 1e en 2e graad GEEN HUISWERK. En ik vind dat hij overschot van gelijk heeft.

Er zijn heel wat scholen waar kinderen enkel in de voormiddag les hebben, niet toevallig vaak in landen die goed scoren op de PISA-ranking. De namiddag wordt er gevuld met sport of hobby’s of andere (minder leerplangerelateerde) activiteiten. Niet waar ik woon. Mijn kinderen gaan naar een school waar ze zo goed als de hele dag doorbrengen in een klaslokaal. Dus als ze ’s avonds thuiskomen, dan willen ze vooral spelen, “luchten” of zalig nietsdoen. Helaas pindakaas: ze worden 3 op 5 schooldagen beladen met huiswerk. Veel huiswerk, vind ik. Soms 2 verschillende taken per avond. We spreken over 1e en 2e leerjaar.

Het dient nergens toe, het zorgt vooral voor stress in huis. Waarom?
Omdat “het moet”. Op een moment dat er verdorie niets zou mogen moeten, tussen werkdag en bedtijd.

Wij koken elke avond zelf en die avond is sowieso al veel te kort, vooral omdat onze kinderen — en ik veronderstel ook de meeste andere kinderen uit de 1e graad — elke dag om 19u30 in hun bed moeten. (ja, “moeten”, dat wel, wegens anders miserie de dag nadien). Het valt nog mee als we allemaal thuis zijn, maar Nele staat er ’s avonds vaak alleen voor en dan zou het leven een pak aangenamer zijn als de kinderen zich verstoppen in de verkleedkoffer (of elkaar een rammeling geven in de tuin) terwijl Nele rustig kan koken. Nu moet ze én koken én tegelijkertijd een strijd voeren met 2 kinderen die geen goesting hebben om hun huiswerk te maken. (en ze hebben gelijk!)

Schoolmoeheid, ge kunt daar niet vroeg genoeg aan beginnen. Ik weet waarover ik spreek, ik was officieel schoolmoe sinds het 6e leerjaar (basisonderwijs).

Ik ben niet tegen huiswerk, ik vind zelfs dat er heel wat voordelen aan verbonden zijn. Maar dus niet op jonge leeftijd.

Het is een illusie dat je op die jonge leeftijd “zelfstandigheid stimuleert” door huiswerk mee te geven. Het is ook een illusie dat je door huiswerk mee te geven bij jonge kinderen “de leerstof laat inslijpen”.

Het is simpel: ofwel vinden ze het huiswerk “een makkie kakkie” en zien ze er het nut niet van in, ofwel vinden ze het een hele opgave omdat ze de stof (nog) niet begrijpen en dan heeft huiswerk al zeker geen zin, dan kan ik een stevige boom opzetten over het vergroten van de kloof tussen kinderen van geschoolde ouders en kinderen van ongeschoolde ouders.

Ik vind dat Marc de Bel een school moet beginnen in Oostakker-Lourdes, er zijn al 2 inschrijvingen.

een meid van zes jaar

Zita werd gisteren 6 jaar.

oudjaar

Bij wijze van feestpartij, gingen we naar Pierke.

Zita jarig, Pedrolino

Van alle jarigen, daar in het poppentheater Pedrolino, vond ik Zita de allerjarigste.

Jammer dat ik na het 2e bedrijf moest vertrekken om te gaan werken, want het was spannend. (maar het is naar verluidt toch nog goed gekomen met die ‘Zilveren Zwierbol’)

Kijk, we gaan daar niet onnozel over doen: Zita heeft ons de voorbije weken vooral een pak grijze haren bezorgd, meer wil ik daar niet over zeggen.

Maar we staan minstens even vaak in volle bewondering te staren naar die woeste meid. Een explosieve cocktail van faalangst, twijfels, jaloezie,… maar ook van danspasjes, knuffels, schaterlachjes.

Soms denkt ze dat ze weet waar ze naartoe wil. Meestal niet.

Nieuwpoort, Zita met regenboog

En uiteraard: het lijkt alsof het nog maar eh… een jaar geleden is dat ze 5 jaar of 4 jaar of 3 jaar of 2 jaar of 1 jaar of 0 jaar werd.

2014. Minder is Meer. (voornemens)

Minderen, ik vermoed dat het een oplossing is.
(en ik ben niet alleen)

Een voorbeeld. De laatste tijd zijn het aantal ruzies tussen onze kinderen in rekenkundige verhouding tot de hoeveelheid cadeaus die ze krijgen. Hoe meer brol, hoe vaker ze zich gaan gedragen als egoïstische ettertjes. Terwijl ze dat eigenlijk niet zijn.

Nog een voorbeeld. Later als ik groot ben, wil ik niet langer afhankelijk zijn van het argument dat de ene job minder geld opbrengt dan de andere job. Leven met een beetje minder, het is een oefening die ik de komende jaren bewust wil maken. Niet dat ik koopziek ben, ik ben zelfs allergisch aan winkels. Maar mijn zwakke plek is dat ik graag nieuwe dingen heb, ik ben geen recycleur, geen reparateur. Dat ik 2 linkerhanden heb: geen excuus. Dat ik op slechts vijf muisklikken verwijderd ben van gedebiteerd postorder-geluk: geen excuus.

Zo. Tot daar mijn goede voornemens.
Ik heb ook minder goede voornemens.

Minderen is niet milderen. Mildheid bewaar ik voor mijn oude dag. Ik ga dit jaar proberen afleren om woorden in te slikken, ik wil vaker verontwaardigd zijn, ik wil me vaker boos maken. Ik heb de gewoonte om weg te lopen: in discussies over milieu, geloof, gezondheid, mobiliteit,… bewaar ik de goede vrede. Mensen die conflicten uit de weg gaan, zoals ik, noemen dit ‘wederzijds respect’. Gemakkelijk.

Voorbeelden?

  • Als iemand mij vertelt hoe erg het met ons milieu gesteld is, terwijl hij elk jaar 4 keer het vliegtuig neemt op vakantie naar de zon, dan wil ik niet meer zwijgen. Ook: ik wil zelf meer mensen ontmoeten die mij tonen hoe mijn eigen levensstijl in strijd is met mijn overtuiging. En hoe ik dat zou kunnen veranderen.
  • Als iemand mij nog eens antwoordt met om het even welke vertaling van ‘inch allah’, dan wil ik niet meer zwijgen. Je eigen lot of dat van anderen overlaten aan een romanfiguur, vind ik debiel en misdadig.
  • Als ik een afspraak heb met iemand die op minder dan 5 kilometer woont en alweer een half uur te laat komt en alweer het drukke verkeer de schuld geeft, dan wil ik niet meer zwijgen. Als dan het klassieke argument volgt dat hij niet durft fietsen omdat het te gevaarlijk is, dan wil ik niet meer zwijgen. Het gevaar, dat zijn wij.

Zondag nieuwjaarsreceptie van het buurtcomité, ik ben benieuwd :-)
Ik wil deze maand al minstens 1 keer wijlen Patrick De Witte (pdw) aan het woord laten:

Elk dieet dat u iets anders wijsmaakt dan “minder vreten, meer bewegen” is klinkklare onzin.