stemgetest

Al deelgenomen aan 2 stemtests. Hier mijn resultaten.

Volgens de (Vlaamse) stemtest van VRT / De Standaard:

stemtest vk14

En volgens de stemtest van VTM / HLN:

stemvanvlaanderen

Zo’n stemtest of kieswijzer, ik vind dat nog steeds een zeer goed idee.

En bij uitbreiding elk initiatief dat de partijen en hun programma’s probeert uit te leggen aan de niet op elk moment van de dag al even wakkere burger.

Maar het is natuurlijk pijnlijk juist wat Kris zegt. En het is ook zeer bedenkelijk wat Michel aantoont.

En toch, en toch: allemaal badwater.

Grote afwezige in zowel de kiescampagne als in de stemtests: HET KLIMAAT. Niet dat het belangrijk is maar ik mis nog een catchy dilemma, genre:

Stelling 36:
“Wat kiest u? De haaien of de filistijnen?”

Advertenties

het leven zoals het was, in het hospitaal

In een ziekenhuis mag je alleen uitrusten als je geen avondmens bent.
Ik ben een avondmens.

Na 22u laten ze je volledig met rust. Dan ben ik klaarwakker.
’t Is dat ik vast hing aan het infuus of ik… of wát jong?

ziekenhuiskamer avond

En tegen dat ik dan ingedommeld ben, ondanks het licht op de gang, ondanks de collegiale hoestbuien,… word ik om 5u (!) gewekt voor een nieuwe aërosol-sessie.

Nadien opnieuw in slaap sukkelen, dat lukt niet meer. Ik heb de ochtenden nog eens meegemaakt in heldere toestand, dat was trouwens geleden van toen bleek dat ik na een avondje Gentse Feesten per abuis weer nuchter was om 6u.

Maar er is iets voor te zeggen: de ochtendzon die geen pijn doet.

ziekenhuiskamer

Dan, in die allereerste zonnestralen. Een goed boek.

boek

Toch ook een heel klein beetje vakantie.

2 diagnoses voor de prijs van 1

Ik ben thuis.
Staakt het medeleven, viert uw Pasen.
Ik zal u zelfs een reden geven om mij te haten: ik sta een paar kilootjes te mager.

Diagnoses?

De longfunctie-proeven die ik gisteren aflegde, hebben nog meer duidelijkheid gegeven over de astma-vermoedens die ik volgens de dokter (bij onze vorige ontmoeting, 10 jaar geleden) al had moeten gehoord hebben.

Wacht, ik neem even de papieren die ik aan mijn huisarts moet geven…
(en die envelop is natuurlijk dichtgeplakt) (tiens, nu niet meer)

diagnose

Punt 1, post nasal drip syndrome, heeft op het eerste zicht weinig met de longen vandoen. Maar de neus (bovenste luchtwegen) is nu eenmaal verbonden met de longen (onderste luchtwegen) en indien de aanhoudende infecties daarboven de neiging hebben om te zakken… Dat wisten we al. Dan verhoogt het risico op longontsteking. En dan hoest ik mij een accident.

Punt 2, astma: ik ben daar tegelijk boos en blij om.

Boos om astma? Natuurlijk heb ik astma, ik heb altijd astma gehad, alles klopt, zolang ik me kan herinneren. Dus waarom heeft het 38 jaar geduurd voordat ik dat van een dokter moet horen? En had ik in mijn kindertijd óók al die sloffen sigaretten moeten meeroken indien de huisdokter, inter pares, elke nachtelijke crisis waarbij ik werkelijk dacht het niet te overleven, niet meteen zou hebben afgedaan als een aanval van valse kroep?

Wat zegt u? Dat we nu in andere tijden leven? Het zal wel. “Dat er zelfs nog dokters sigaretten rookten op hun kabinet!” Ja, het zal wel. Maar ik geloof het niet, zoveel gebrek aan gezond verstand.

Een vergelijkbare volks-apathie doet zich nu voor bij fijn stof, een probleem waarvoor de generatie van onze kinderen het onze generatie hopelijk hun hele lange leven nog zal blijven kwalijk nemen.

Ik hoor het Lena nu al zeggen, binnen 30 jaar: “Maar papa, hoe KON dat?? Alle rapporten zegden hetzelfde en jullie generatie deed NIETS? HELEMAAL NIETS??”

Blij met astma? Ja, ik heb nu een coole puffer — Inuvair, het nieuwste model, chic — en zo word ik eigenlijk ook een beetje slimmer: ik sta nu dichter bij Leonard Hofstadter.

Ik kreeg nog een medicatie-draaiboek mee. Voor 5 medicijnen.
En dan in juni op controle om te kijken of het aanslaat.

Alvast een paar medische tegenvallers:

  • Het proper houden van de nasale zone, dat gebeurt met een spray. We zijn nog maar een dag bezig en ik heb al 2 neusbloedingen uit beide neusgaten gehad, ondanks de neuszalf.
  • Het hoesten is nog niet gedaan en klinkt nog even viezig als vanouds… maar de frequentie neemt af, dat is goed.
  • Ik heb soep gemaakt en patatten gekookt. Nu ben ik een wrak.

Er zijn ook een paar minder medische tegenvallers:

  • Morgen ga ik eens ernstig nadenken over de komende week, ongeveer de drukst gevulde week van het schooljaar, dag en avond. De maandag (mijn lesvrije rustdag) valt weg en er komt een werkzaterdag bij. (’t is Digitale Week, dat ook nog, vrijdag geef ik workshop) (die workshop ging ik voorbereiden in de paasvakantie)
  • Nog 5 belangrijke weken te gaan in de praktijkmodule Gidsvaardigheden, ’t is voor punten vanaf nu. (die opdrachten ging ik allemaal voorbereiden in de paasvakantie)

’t Is nu niet dat ik geen doktersbriefje heb om nog de hele week thuis te blijven, dat niet. Ik zou het misschien willen uitleggen maar ge zou het misschien niet willen begrijpen.

voor alles een eerste keer: een vakantie in de kliniek

(voor wie hier al een tijdje meeleest: de titel is een grapje)

Dat van dinsdag, over de geheime ziekte, dat blogje heeft mij de volgende ochtend beleefd op de schouder getikt.

Om dan, toen ik mij omdraaide, een dreun te verkopen waarvoor ik me gewillig neervlijde op goedkoop kliklaminaat, dat geeft gemakkelijker over.

De huisarts kwam op bezoek en vond het geen misplaatst idee om meteen naar het ziekenhuis te gaan. Dan weet je hoe laat het is. Zeker als je zo’n hemd met open rug moet aantrekken: samen met je trui steek je ook een beetje waardigheid voor minstens een paar dagen op zak.

Ondertussen ben ik 51 uren in de kliniek, afdeling Hoest- en Reutelologie. Een oude ziekenhuisvleugel die als tijdelijke opvang dient, vanaf september verhuist de pneumologie namelijk naar een vers gerenoveerde vleugel met alles erop en eraan. Misschien zelfs met kamers waar je je kan wassen, dat zou niet slecht zijn.

Mijn ongelukkig moment heeft dus gekozen voor een ongelukkig moment.
De verpleegsters maken er toch het beste van. Lichtpunt!

Maar praktische zaken verdwijnen in het niets tegen mijn allergrootste frustratie: het gebrek aan communicatieve vaardigheden bij sommige dokters.

De enige arts die mij meerdere vragen en bijvragen heeft gesteld, die daarbij bijzonder luisterbereid was en die dan ook nog eens de tijd nam om mij heldere antwoorden te geven op al mijn vragen, was de spoedarts. (’t is dat ik toen nog te groggy was om haar naamplaatje goed te kunnen lezen maar het begon met ‘ayl’ en ze heeft mijn geloof in de goedheid van de doktersmens gered)

De longarts waarmee ik al een afspraak had gemaakt, voor vandaag trouwens, heb ik helemaal niet gezien. Dat zit zo: meer dan tien jaar geleden ben ik nog eens naar een (andere) longarts gesukkeld — ik wist zelfs de naam niet meer — en het zal ongetwijfeld wel aan mij hebben gelegen maar ik voelde me toen, snotneus van amper 28 jaar zijnde, met een vrijblijvend kluitje in het onbegrijpelijke riet gestuurd. En dat dossier hebben ze nu opnieuw bovengehaald.

Gisteren, 24 uren na opname, heb ik die arts drie korte haastige minuten gezien. Je zou denken: het is 10 jaar geleden, hij stelt wat vragen over hoe het al die tijd is gelopen met mijn longproblemen, en al. Niets van. Geen vragen. Had ik niet nog snel naar het resultaat van de longfoto gevraagd, dan had hij me zelfs die informatie niet gegeven, de deurknop al in de hand.

Ondertussen zijn er heel wat onderzoeken geweest. Foto’s en CT-scan van thorax en sinussen. Bloedonderzoeken. Dingen. En zopas is de dokter hier voor een tweede keer zijn 3 minuten komen spenderen. Deze keer was hij veel rustiger en zijn telefoon heeft niet gerinkeld, dat heeft verschil gemaakt. Ik heb vragen durven stellen. En ik heb (onduidelijke) antwoorden gekregen.

Maar wat is nu de diagnose?
Omdat ik dokters, in de betekenis van mensen-die-doorgeleerd-hebben, altijd het voordeel van de twijfel geef, ga ik er nu vanuit dat de onduidelijke perceptie van hun antwoorden alleen te wijten is aan het feit dat de informatie zich in dit geval ook op onduidelijke wijze aandient. Op basis van de onderzoeksresultaten denkt de dokter aan chronische infecties van de bovenste luchtwegen (sinussenzone) > die infecties zouden dan telkens opnieuw doorzakken naar de onderste luchtwegen > waar ze met veel enthousiasme worden opgewacht door hypergevoelige longblaasjes. Of zoiets.

En wat is dan het vervolg?
Het masterplan: zorgen dat ik minder infecties opdoe.
Er zou gisteren of vandaag een NKO-arts gekomen geweest zijn…
“Nog niet geweest??” > “Eh, nee, niet geweest.” > “Ah. Oké. Dag.”

De woorden zijn hier duurder dan de honoraria.

Maar mag dat fucking infuus er dan toch eindelijk uit?
Eh… Nee.

En ben ik ambetant?

de geheime ziekte

Om dit weblog wat nieuw leven in te blazen: een grote pot gezaag.

Begin maart: ik ben al een paar weken aan het (blaf)hoesten. Ter gelegenheid van de krokusvakantie ga ik naar de dokter. Diagnose? Geen.

Wel antibiotica. (+ bloedonderzoek, niks gevonden)

3e week van maart. Nog steeds aan het hoesten, geen energie, geen eetlust, koortsig. Ik terug naar de dokter. Diagnose? Geen.

Wel antibiotica. (+ longfoto, niks te zien)

14 april. Opnieuw koorts en niks waard. Nog steeds serieus aan het blaffen maar deze keer met ademnood, veel pijnlijker bovendien. (wat ook een beetje te maken heeft met een spierscheur en/of een gekneusde rib of zoiets — het lijkt alsof iemand bij elke hoestbui een mes in mijn borst plant) Ik terug naar de dokter. Diagnose? U raadt het.

Wel antibiotica.

3 antibiotica-kuren in 7 weken, dat is niet normaal. De dokter belt het ziekenhuis: blijkt het toevallig deze week de Nationale-Week-Dat-Zo-Goed-Als-Alle-Pneumologen-Op-vakantie-Zijn.

Enfin, ik mag vrijdag bij de specialist. Ik maak mij geen illusies over de diagnose.

Ondertussen lopen Lena en Zita ook nonstop te hoesten en zijn ze beiden alweer aan de aërosol.

Ik begin stilaan te vrezen dat “crappy genetisch materiaal in combinatie met wonen in Fijnstofland” de enige juiste diagnose is.