Open brief aan meneer de mevrouw de nieuwe minister van Mobiliteit

We moeten nog even wachten op een nieuwe Vlaamse minister voor Mobiliteit.
Toch wil ik hem of haar al een brief schrijven.

Beste minister, (M/V)

U heeft ongetwijfeld de kranten gelezen, gisteren en vandaag. Er stond iets over een onderzoek van het BIVV, dat kinderen die naar school fietsen tot 63 keer meer kans maken op een ongeval dan kinderen die met de auto gebracht worden.

Ik werd misselijk van het volgende fragment:

“Het grootste gevaar is er bij kinderen die pas kunnen fietsen”, zegt hoofdonderzoekster Heike Martensen van het BIVV. “Ze kennen de verkeersregels te weinig en schatten de snelheid van het andere verkeer fout in.”

Het “gevaar” wordt hier eenduidig gekoppeld aan de ondeskundigheid van een kind.
Ik vind dat wal-ge-lijk.

Of wat ik gisteren las in deze analyse op Zeronaut.be:

Het mag dan ook niet verwonderen dat veel media de feiten in een zeer beperkt kader geven. De ondertoon is steeds: ‘Het slachtoffer is verantwoordelijk, want hij is bepalend voor alle parameters die we kennen.’ Alsof je iemand een verkiezingsnederlaag toeschrijft omdat hij 1m73 is en graag koffie drinkt. ‘Blaming the victim’ m.a.w. en dit door het BIVV, het instituut dat net voor alle weggebruikers moet opkomen.

Die perceptie heeft het BIVV vandaag proberen rechtzetten met een een interessante opinie van Karin Genoe.

Beste nieuwe minister, ik vind het BIVV nodig maar er is meer nodig. Ik pleit voor de oprichting van een Vlaamse Verkeersinspectie. Naar analogie met de Vlaamse Wooninspectie die sommige huizen met onmiddellijke ingang onbewoonbaar kan verklaren, zou deze Verkeersinspectie met onmiddellijke ingang een aantal straten kunnen afsluiten wegens on-verkeer-baar. (laat alvast die oranje vierkante borden maken: ‘AUTO’S AFSTAPPEN’)

Maar ik wil het met u even hebben over wat niet in de kranten staat, over het slagveld zelf. En over de conclusies die u aan dat onderzoek van het BIVV zou moeten koppelen, u als nieuwe eindverantwoordelijke.

Mijn dochter was 3,5 jaar toen ze door een auto werd aangereden. De chauffeur was verblind door de zon of iets anders. (de fluo-vlag en het fluo-hesje ten spijt) Dat Zita nog leeft, heeft ze te danken aan haar pluimgewicht en aan de goed gesmeerde spil van het aanpikfietsje. En ook aan haar fietshelm. En ook aan het wonderbaarlijke feit dat er toevallig geen andere auto in de buurt was. Mazzel in het kwadraat.

Een ongeval zonder fysieke gevolgen… maar een ervaring voor het leven. Mijn dochter herinnert zich niks meer, dus ze weet niet precies waarom ze, nu 3 jaar later, steeds blokkeert en begint te wenen als er plots een auto te dicht komt of in de remmen gaat. Ikzelf weet wel waarom ik vaak ‘s nachts wakker schiet, na alweer een angstdroom over hoe het allemaal anders had kunnen aflopen. Omdat het voor vele ouders inderdaad anders afloopt.

Zita is nu 6 jaar. Op onze dagelijkse fietsroute van 950 meter liggen 2 levensgevaarlijke punten. Minstens een keer per week zijn we er getuige van een bijna-ongeval of maken we er zelf een mee. Die “63 keer” van het BIVV, dat zegt mij niks. Ons onveiligheidsgevoel kan je niet in getallen vatten. Het is precies dat onveiligheidsgevoel dat ouders de auto injaagt. (zeggen ze dan) (hoe gemakkelijk is dat) (“ja maar het BIVV zegt het ook!”)

Maar ik had het over de kranten en wat er niet in stond, namelijk: de conclusies. Volgens mij – dagelijks woonwerkfietser en meefietsende ouder – zijn dit de belangrijkste conclusies:

Conclusie 1:

  • Probleem: Er rijden veel mensen met de auto die eigenlijk niet met de auto zouden mogen rijden.
  • Oplossing: Voer een verplichte levenslange bijscholing in, zowel voor theorie als voor praktijk. Ik verwijs u nogmaals door naar het opinie-stuk van Karin Genoe.

Maar een veel drastischer oplossing zou kunnen zijn: geef het rijbewijs alleen aan wie het nodig heeft. Dat moet ik even uitleggen. Ik begeleid dagelijks mensen die studeren voor hun theorie-examen Rijbewijs, het overgrote deel van die mensen woont in de stad. Als ze werken, dan werken ze in dezelfde stad. Hebben ze (nu) een rijbewijs nodig? Absoluut niet. Denken ze (nu) na over de fiets als alternatief voor de auto? Absoluut niet. Is het aan u, als minister voor Mobiliteit, om te bepalen of iemand een rijbewijs nodig heeft? Absoluut niet, maar het is wel uw verantwoordelijkheid om die mensen voldoende te sensibiliseren en te faciliteren. Dat heeft uw voorganger, Hilde Crevits, met glans verzuimd.

Beste nieuwe minister, u zal moeten kiezen.
Ik zeg: kies voor de fiets.

Conclusie 2:

  • Probleem: Fietsers krijgen niet genoeg ruimte.
  • Oplossing: Geef fietsers meer ruimte.

Het klinkt belachelijk simpel. Uw voorganger, Crevits, heeft een aantal verhoogde gescheiden fietspaden aangelegd. Dat is goed. Alleen: het was véél véél véél te weinig. Ik zou cijfers kunnen geven, bijvoorbeeld hoe haar investering in veilige fietspaden voor heel het Vlaams Gewest slechts een fractie is van het geld dat nu al gespendeerd is aan een auto-ringverbinding voor 1 stad, een ringverbinding die nog niet aangelegd is. Crevits wist dat, dat die cijfers schandalig zijn, dat ze zeer licht uitvallen t.o.v. het geld voor autowegen, vooral tegenover de aanleg van zelfs een nieuwe autostrade of de verbreding van de R0 of ga zo maar door. Dus sprak ze steevast over het aantal ‘kilometers fietspaden’, dat klinkt beter.

Beste nieuwe minister, u zal moeten kiezen.
Ik zeg: kies voor het fietspad.

Conclusie 3:

  • Probleem: Fietsers hebben soms voorrang, soms helemaal niet, soms een beetje.
  • Oplossing: Geef fietsers de absolute voorrang. Overal. Altijd.

Uw voorganger, Hilde Crevits, heeft zichzelf heus niet alleen op de borst geklopt voor die fietspaden. Ze heeft zichzelf ook gefeliciteerd voor meer dan 70 fietstunnels en -bruggen die ze gebouwd heeft. Wel, ik vind dat een schande. Het aanleggen van tunnels en bruggen voor fietsers – uitgezonderd die over het water – betekent eigenlijk dat je als minister absolute prioriteit geeft aan gemotoriseerd verkeer, dat je eerste bekommernis is dat de files kleiner worden en dat die eindeloze stroom aan auto’s vooral niet gehinderd wordt door overstekende fietsers. Dus verplicht de minister die fietsers om te investeren in een degelijk versnellingsapparaat: klimmen en dalen is vanaf nu de boodschap, extra afstand afleggen ook, zolang die fietsers maar uit het zicht blijven. Dat is eigenlijk mobiliteit uit de jaren ’60, dat is onverbloemd kiezen voor de auto. Maar van u, beste nieuwe minister, verwacht ik exact het tegengestelde. U mag nog zo keihard “midden de mensen” staan maar toch: er bestaat geen “En/En”-beleid voor mobiliteit. U gaat toch ook “for zero”?

Beste nieuwe minister, u zal moeten kiezen.
Ik zeg: kies voor de fietser.

Inmiddels verblijf ik,
Met beleefde groeten,
Hoogachtend op de fiets,

Ivan Deboom

P.s. Nog vergeten: wat de Fietsersbond zegt: “Passagiers doen geen verkeerservaring op”. Samengevat: fietsen is niet gevaarlijk, kinderen met de auto naar school brengen is dat wel. De sleutel ligt in de handen van de ouders (en het is geen autosleutel).

De Fietsersbond wijst ook op het ‘Safety by numbers’ principe. In landen waar veel gefietst wordt is het veiliger om te fietsen. Denemarken en Nederland zijn daardoor de veiligste landen om je het in het verkeer te begeven, en niet alleen voor fietsers. “Niet minder maar juist meer fietsen is dus de oplossing” besluit Roel De Cleen van De Fietsersbond.

8 gedachtes over “Open brief aan meneer de mevrouw de nieuwe minister van Mobiliteit

  1. Gelukkig rijd ik nog zelden met de auto, maar als ik toevallig toch in het schoolverkeer beland, houd ik mijn hart vast. Het is aan de chauffeur om op zo’n ogenblik voor gelijk welk obstakel, hoe plots ook, te stoppen. Ik voel dat als mijn verdomde plicht omdat fietsers én voetgangers nu eenmaal de zwakkere weggebruikers zijn.

  2. Het is aan de chauffeur om traag genoeg te rijden zodat hij gelijk welke hindernis correct kan inschatten en kan stoppen.
    Ik ben daarstraks nog maar eens bijna van mijn sokken gereden door een chauffeur die me voorbij wilde maar eigenlijk niet genoeg tijd had daarvoor. Om daarna aan het kruispunt te moeten wachten en ik hem weer passeer, waaruit blijkt dat hij niet sneller was door mij voorbij te rijden.
    Er is zo verschrikkelijk een mentaliteitswijziging nodig.
    Ik ben het bij momenten echt zo beu…

  3. Zou het helpen om de minimumleeftijd voor het rijbewijs te verhogen (bijv. 21)? Mijn idee is dat tegen die leeftijd al meer mensen zullen beseffen dat ze het niet per se nodig hebben (en misschien komt het de lokale tewerkstelling ten goede, men moet op zoek naar een job in de buurt?).

  4. Geachte Mevrouw,
    Is er geen mogelijkheid om bejaarde autobestuurders een rijvaardigheidstest te laten afleggen?
    Ik ben zelf al 72 jaar en voel me nog goed in het verkeer en de reacties zijn nog ok maar dat zal bij mij ook al wat trager zijn dan bij jonge autobestuurders.Ik kreeg het koud en warm als ik zoals in Groot Brittannië ouderen van meer dan 100 jaar nog met de auto rijden.
    Bekijk het eens aub.
    Nog de beste groeten,
    Van Bouwel Jp

  5. Het word om dringend de fietspaden te herstellen in plaats van te kijken voor de auto .het is een schande hoe wij soms moeten rijden op een fietspad moeten soms meer op de weg omdat ze zo slecht zijn !!! Doe er iets aan !!!!!

Geef een reactie

Vul je gegevens in of klik op een icoon om in te loggen.

WordPress.com logo

Je reageert onder je WordPress.com account. Log uit / Bijwerken )

Twitter-afbeelding

Je reageert onder je Twitter account. Log uit / Bijwerken )

Facebook foto

Je reageert onder je Facebook account. Log uit / Bijwerken )

Google+ photo

Je reageert onder je Google+ account. Log uit / Bijwerken )

Verbinden met %s