klagen over wegenwerken, wat is dat eigenlijk?

Als u de afgelopen weken niet in het buitenland verbleef, dan bent u op de hoogte van de ‘stilstand’ rond Gent.

“Een schande, meneer!”

Ik zou cynisch kunnen zeggen dat het niet mijn zorgen zijn. Want ik fiets overal tussendoor. Maar wij hebben ook een auto en de voorbije week deden we zelfs 2 keer per dag het horrortraject Oostakker – Zwijnaarde met de kinderen in de auto. (onderwijsmensen hebben ook vakantie-opvang nodig, hoe zot is dat jong?)

Die auto geeft ons meteen het recht om deel te nemen aan de zelfhulpgroep ‘Weg met de Wegenwerken!’

Is dat zo?
Nee, natuurlijk niet.

Omdat de redenering niet klopt. Wie denkt dat een file veroorzaakt wordt door wegenwerken, is kortzichtig. Ik heb deze week elke dag in de file gestaan omdat… ik in de auto zat. En omdat belachelijk veel mensen hetzelfde deden — onszelf opgeteld zijn wij de oorzaak van de file, zo simpel is dat.

Maar hoe komt dat eigenlijk?
Omdat autoverkeer in dit land zowaar gesubsidieerd wordt. Het bezit van een bedrijfswagen wordt aangemoedigd door de fiscale aftrek en is daardoor financieel interessanter dan een loonsverhoging. Lees vooral dit ontnuchterend artikel in The Guardian. (“What is Belgium doing so wrong?”)

Zowel de nieuwe Vlaamse als Federale regering zal de komende 5 jaar — ondanks de monsterfiles rond Antwerpen en Brussel en nu zelfs rond Gent — geen stappen ondernemen om die fiscale aftrek af te schaffen en het autoverkeer te doen afnemen. Integendeel: er komen autowegen bij.

Centrumrechts, een huwelijk tussen conservatisme en economisch groei-fetisjisme.
Earth Overshoot Day, dat is natuurlijk een verzinsel van de groenen.

En dan sta je daar, met z’n allen in de file. (tot zover de groei-economie)
En dan maar schelden op de schepen van mobiliteit.

Als weggebruiker klagen over vertraging door wegenwerken, wat is dat eigenlijk?
Hoe absurd is dat? Wacht, ik doe een poging tot een kromme vergelijking.

Ik heb een degelijke grasmaaier. Na een aantal jaren trouwe dienst, begint dat spel soms te blokkeren. Ik ga met de grasmaaier naar de winkel —  een heel gedoe — en ik regel een onderhoud. Logisch? Nee, fout, want dat doe ik niet. Ik vind het namelijk vervelend dat ik mijn machine een tijdje moet missen, ondertussen groeit het gras verder. Dus blijf ik verder maaien met mijn oude machine en dan vertel ik mijn buren hoe schandalig het is dat ze mij in de winkel een slechte machine hebben aangesmeerd, die zakkenvullers!

Zoiets?

het STOP-principe in het klad

[Dit stukje verscheen eerder bij Fietsbult — met een aantal interessante toevoegingen in de commentaren.]

Vorige week was ik als fietser op het Nederlandse waddeneiland Schiermonnikoog, dat is een autoluw eiland waar vreemd genoeg heel wat personenwagens, bestelwagens en taxi’s rondrijden. En toch was dit op geen enkele manier storend.

Hoe dat komt?
Eenvoudig: het STOP-principe is in Schiermonnikoog niet vrijblijvend, het is daar realiteit. En ook in de meeste Nederlandse steden ‘aan wal’ blijkt dat concept keurig ingeburgerd.

Dit mobiliteitsprincipe (dat stappers en trappers voorrang geeft op openbaar vervoer en personenwagens) werd hier in Vlaanderen ondermeer opgenomen in VIA (‘Vlaanderen in Actie’ – Pact 2020) maar blijkt in praktijk een knipoog naar wijlen Gaston Eyskens. Die vergeleek principes met scheten: iets om zolang mogelijk op te houden in gezelschap om nadien fijntjes los te laten als niemand het merkt.

Kijken we naar Gent: in die stad is het STOP-principe dode letter. Het (openbaar) vervoer krijgt er meestal voorrang op stappers en trappers (schrijnend voorbeeld: het beboeten van fietsers in de Kortrijksepoortstraat). Maar zelfs in de autovrije kuip van Gent ben je als fietser of voetganger niet veilig voor bussen en trams. Als politieke leek komt het mij voor dat een stedelijk mobiliteitsbeleid zich heeft te schikken naar de grillen van De Lijn, onder goedkeuring van de Vlaamse Regering.

Schepen Filip Watteeuw rest nu nog 4 jaren om mij daarin tegen te spreken, ik hoop het van harte.

Druk verkeer in de dorpskern van Schiermonnikoog.
Druk verkeer in de dorpskern van Schiermonnikoog.

“Helaba, zo’n eiland is niet te vergelijken met een stad hé!”

Echt niet? Ik vind anders van wel.
Een stad = een eiland. De R4 = de zee.

Dit is mijn idee: van zodra je voet zet op het eiland, dus de binnenkant van de R4, volg je de STOP-regels. Het is wat Tim zegt: het STOP-principe kan je eenvoudig toepassen maar je moet wel moedige keuzes durven maken. En die keuzes vervolgens durven opleggen aan De Lijn en aan andere weggebruikers.

Als ik de mobiliteit op Schiermonnikoog wil vertalen naar stad Gent, dan werkt dit als volgt: de auto / taxi / bus blijft ALTIJD achter de fietser of voetganger, tenzij die fietser of voetganger zich op een afzonderlijke strook bevindt.

Dus voor de straten waar er (zogezegd) onvoldoende plaats is om een afzonderlijk fietspad aan te leggen: geen probleem, auto’s blijven er achterop en rijden dus ca. 10 à 15 km/u. (voor een goed begrip: een fietspad is een fietspad, een suggestiestrook is geen fietspad)

Maar ik denk niet dat er één bewoner van Schiermonnikoog ooit al van het STOP-principe gehoord heeft. Wat zou het? In plaats van het principe op te nemen in een actieplan met natte winden, brengen ze het gezond verstand in praktijk. Natuurlijk is dat gemakkelijker op een plaats waar de critical mass al is bereikt. Maar dat is dan weer een ander verhaal, namelijk dat van de kip en het ei.

Ik was niet overdonderd door de honderden fietsende kinderen op mijn pad, ik was wel van mijn karnemelk omdat ik in die hele week op Schiermonnikoog niet één kind met een helm heb zien fietsen. En dit terwijl er steeds meer landen de fietshelmplicht invoeren zonder zich af te vragen waarom het zo onveilig is om zonder helm te fietsen. (namelijk: auto’s die fietsers mogen inhalen bij gemengd verkeer)

Gevaar los je op door het gevaar weg te nemen, niet door je beter te wapenen.

Schiermonnikoog

Ik stond eerlijk waar op het punt om u te berichten over onze wilde avonturen in Canterbury en contreien… maar toen moesten wij alweer de veerboot op.

Deze keer mét kroost.

Afvaart in Lauwersoog

Zicht op Schiermonnikoog, het eiland met de rode vuurtoren.

Eiland in zicht: Schiermonnikoog

Over het helmloos helmboswuivend fietsen op een autoluw eiland, wil ik volgende week nog iets vertellen in een aparte blogpost.

Fietsen naar het strand, Schiermonnikoog

Maar naast een massa rijwielen en rijwielrijders, kan je er ook water zien.
En groene begroeiing. En schapen, koeien, paarden.

Schiermonnikoog

Schiermonnikoog

Schiermonnikoog, voorrang van rechts

Huifkarrentocht, Schiermonnikoog

Ook vogels.
En vogelaars, naar het schijnt.