de suggestiestrook

Vorige week werd in de Gentse Muide wat verf bovengehaald voor suggestiestroken.

Voor wie niet weet wat een suggestiestrook is >> 2 minuten beeld:
.

Dit is de suggestie van een beleid, niet meer dan dat.

  • De straat wordt niet opnieuw aangelegd.
  • Het zware vrachtverkeer wordt niet omgeleid.
  • De dubbele rijrichting blijft, de tram uiteraard ook.
  • De geparkeerde auto’s? Die mogen op de openbare weg blijven staan.
    (bij deze vervalt elk argument waar de woorden “geen plaats” gebruikt worden)

Voor mij als assertieve sportieveling: no problemo!
(ik meen dat: ik fiets nog liever op een suggestiestrook dan op de scheefzakkende kutklinkertjes die men in Vlaanderen fietspad noemt)

  • Dat autobestuurders elkaar niet kunnen kruisen zonder op de suggestiestrook te rijden? Geen probleem, ik moet ’s morgens toch nog wakker worden. Dat helpt.
  • Dat de suggestiestrook gekneld zit tussen een drukke autoweg en een rij geparkeerde auto’s? Geen probleem, ik moet toch érgens mijn kicks gaan zoeken. (een openzwaaiend portier en je ligt misschien onder de wielen van een vrachtwagen, living on the edge)

Maar voor de minder assertieve fietser? Voor de kinderen? De senioren?
WEL een problemo. Je jaagt ze in de auto of in de bus en je maakt zo de straten nog onveiliger.

Maar ik ken heel wat fietsers die blij zijn met suggestiestroken. “Het is beter dan niets!” zeggen ze.

Niet akkoord. Suggestiestroken hebben niets vandoen met fietsbeleid of mobiliteit.

Zolang je op een drukke weg het verkeer niet wil scheiden van zwakke weggebruikers, neem je in mijn ogen altijd een foute beslissing. Een beslissing die ik niet kan verzoenen met de ambitie om “kindvriendelijkste” stad te worden. (zo staat het zwart op wit in het bestuursakkoord)

Ik wik mijn woorden: suggestiestroken = schuldig verzuim.

Update > Wie graag wat commentaren leest bij dit artikel, ’t is hier te doen: http://fietsbult.wordpress.com/2014/09/24/de-suggestiestrook/

Advertenties

een nieuw schooljaar, een nieuw plan

(ondertitel: ‘Afscheid van een luizenleven’)

De voorbije 2 jaar heb ik zo’n beetje rondgefietst.
Deeltijds gewerkt, opleiding gevolgd, gedagdroomd.

Ik zal het missen, ik heb nu al heimwee naar die lege maandag.
Het stille huis. Het uitstelgedrag met voorbedachtheid. Het studentensyndroom.

Sinds januari 2014 heb ik de basisopleiding ‘Gids / Reisleider’ volledig afgerond. Geslaagd voor elk van de 5 modules: bloemen voor de praktijkmodules en voor geschiedenis, hakken over sloten voor landschap en voor kunst. (schilderkunst is niet mijn ding een werkpuntje)

Tussen januari en juni heb ik al één van de 3 modules van het specialisatiejaar afgewerkt. Helaas moet ik nog tot september 2015 wachten om te beginnen met de overige 2 modules. Aan Gentse gidsen geen gebrek, de komende decennia.

Toen ik in mei besliste om opnieuw voltijds te gaan werken, heb ik me vreemd genoeg ook opnieuw ingeschreven voor een nieuwe cursus. ‘Engels voor Gidsen’ op maandagavond. En dan meteen ook nog voor een nieuwe lessenreeks over Gent. Het zal wel een soort identiteitscrisis zijn, denk ik. Schrik om de boot te missen / den draad te verliezen? Jeugdig ongeduld?

Maar ik maak me sterk dat er voor mijn werksituatie niet zo zot veel verschil is tussen een vier-vijfde en een fulltime, dat is ook één van de redenen waarom ik opnieuw voltijds wilde gaan werken. Bovendien hoef ik niet te pendelen en werk ik daardoor elke week een volle 8-urendag minder dan de gemiddelde pendelaar. Dat was maar een voorbeeld… ik bedoel: (vrije) tijd is relatief.

Het echte probleem is dat ik opnieuw zal onderschatten wat ik ook de vorige jaren grandioos heb onderschat: de studie naast de studie. De opdrachten! Het groepswerk! De rondleidingen! De stress!

En opnieuw zullen de piekmomenten op piekmomenten vallen.
Opnieuw zal residentieel tandengeknars mijn deel zijn en zal dat mijn eigen schuld zijn en mijn schuld alleen.

Daarom maak ik op deze zorgeloze zondag een helder vijfjarenplan…

Dat plan kan twee kanten uitgaan. Het jaar 2020 > ofwel ben ik een professioneel berooide stadsgids — het ene uiterste — ofwel ben ik die lafaard die zijn dromen niet durft uit te spreken, uit schrik ze te moeten waarmaken — het andere uiterste.

En ergens daartussen zit een Belgisch compromis.
Dat wordt het.

Misschien.