waarom ik niet staak

De vorige keer dat een deel van mijn collega’s het werk neerlegde, was op maandag 30 januari 2012. Toen besliste ik om toch te gaan werken. En toen heb ik me heel boos gemaakt op de vakbonden, onder andere omdat ze eenzijdig het sociaal overleg opbliezen.

Een paar jaar eerder had ik me ook al eens boos gemaakt op de vakbonden — maar dat is een ingewikkeld verhaal — en toen heb ik zelfs mijn lidmaatschap opgezegd.

Vandaag is mijn mening veel genuanceerder: ik heb veel sympathie voor (bijna) iedereen die deze maand het werk neerlegt om te protesteren tegen deze regering. En toch heb ik alweer beslist om niet te staken.

Is het hypocriet dat ik bewondering heb voor de stakers eind 19e en begin 20e eeuw maar dat ik nu aan de kant blijf zitten? Het zou kunnen. Want met een beetje verbeelding zou je zelfs kunnen stellen dat de context vergelijkbaar is.

Maar de motieven zijn dat niet, die waren ooit fundamenteel genoeg om het werk neer te leggen: als je stem nauwelijks meetelt — eerst door cijnskiesrecht, later door meervoudig stemrecht — dan is staking zelfs een legitiem, zij het ‘ultiem’ middel, vind ik. Ook al was de firestarter voor dergelijke stakingen zelden politiek, dat is nu wel anders.

Ik heb de voorbije weken zowat alle opinies gelezen, pro en contra. En het argument van N-VA waarin het ‘ondemocratisch’ karakter van deze stakingen wordt uitgelegd? Wel, in tegenstelling tot de partij waarvoor ik heb gestemd (Groen), vind ik dat geen bullshit. Natuurlijk is het stakingsrecht niet ondemocratisch, dat weet ik ook. Maar de motieven zijn dat eigenlijk wel: op 25 mei heeft een meerderheid van de bevolking ervoor gezorgd dat een rechtse en zeer asociale coalitie mogelijk is, zowel op Vlaams als op federaal niveau. Voor alle duidelijkheid: ik vind dat echt verschrikkelijk, om te bleiten.

En wat ik nog veel erger vind: een deel van de regeringsmaatregelen is eigenlijk verkiezingsbedrog. Zo stond de verlenging van de pensioenleeftijd in geen enkel verkiezingsprogramma van de huidige regeringspartijen.

Maar dat de huidige regering heel veel inspanningen vraagt aan de werknemers en dat ze anderzijds onzinnig veel subsidies blijft geven aan filevorming en milieuvervuiling (lees) (en huiver) … sorry maar als dit de reden is van de staking, dan begrijp ik de staking niet goed. Die politiek is nu eenmaal eigen aan de regering die de inwoners van dit land hebben gekozen.

Als je niet akkoord gaat met een regering die de rijken systematisch rijker maakt, als je niet akkoord gaat met een regering die autostrades verbreedt in plaats van fundamenteel iets te doen aan het mobiliteitsprobleem en te kiezen voor duurzame mobiliteit, als je niet akkoord gaat met een regering die weigert om ambitieuze ecologische korte- en langetermijndoelstellingen op te nemen in het regeerakkoord,… dan zit er niks anders op dan nog 4 jaar te wachten tot de volgende verkiezingen. En stilletjes te hopen dat meer dan 50 % van de bevolking zich eens informeert vóór ze naar het stemhokje gaan. (want ik zou ze niet de kost willen geven: de arbeiders die vandaag in Antwerpen protesteren maar een paar maanden geleden het bolletje naast Bart De Wever rood hebben gekleurd)

Daarnaast — dus buiten het kader van verkiezingen — zijn vakbonden en diverse drukkingsgroepen geïntegreerd in heel wat belangrijke platformen, organisaties, commissies,… die rechtstreeks en onrechtstreeks onze samenleving vorm geven. Dus, ik vind een staking maar zo nuttig als de vuist op de keukentafel tijdens een echtelijke ruzie: het kan verdomd handig zijn om te tonen dat je het meent. Het is zelden nog maar een begin van een oplossing.

Desalniettemin: leve de stakers!
(maar ik doe dus niet mee)

Ik heb het voor alle duidelijkheid alleen over ‘staking’ als drukkingsmiddel, niet over ‘betoging’. Die vormen van protest hebben volgens mij weinig met elkaar vandoen. In de jaren ’80 liep ik als snotneus mee in de anti-rakettenbetogingen in Brussel en 30 jaar later ben ik nog altijd fier dat ik daaraan meedeed. Ook toen waren de motieven politiek. Ook toen vond een groot deel van de bevolking een beslissing van de regering kortzichtig en dom. ‘Martens 5’ was trouwens dezelfde federale regering als nu: een coalitie van huichelaars en werkgeverspartijen.

Caledonië

Schotland dus.

Panorama

En zo haalde ik nog nipt mijn quotum van gemiddeld 1 vliegreis per 10 jaar.
We vlogen zowaar over de Ghelamco Arena, kijk:

Ghelamco Arena

Aanleiding voor deze reis naar Schotland was het heuglijke feit dat het precies 15 jaar geleden was dat een groep vrienden voor het eerst op thematische wijze de salontafel deelde met een aantal flessen dringend te ontdekken whisky.

De feestelijke jubileumproeving vond plaats op zaterdag 8 november 2014. In het door God verlaten jeugdcentrum Centre 81 in het dorpje Garelochhead (bij Helensburgh, Argyll). Want jeugd is wat we zijn.

Maar eerst ging het nog vrijdag naar Edinburgh. Wat er mij aan doet denken dat ik graag eens naar Edinburgh zou gaan om — de Ale Houses buiten beschouwing gelaten — ook eens wat van de stad te zien, bijvoorbeeld.

Edinburgh is trouwens een stad waar je de bus neemt als je niet stapt, er is geen ruimte voor andere vormen van transport.

Edinburgh Busses

We reden met 9 manspersonen in een Volkswagen Transporter helemaal westwaarts via Stirling naar Loch Lomond. Wat er mij aan doet denken dat ik graag eens naar Stirling zou gaan om — de parking en het toilet buiten beschouwing gelaten — ook eens wat van Stirling Castle te zien, bijvoorbeeld.

Stirling Castle

Aangekomen aan Loch Lomond, Balloch Castle, begon het te regenen.
Maar als wij zeggen dat het picknick is, dan is het picknick.

Picnic near Balloch Castle

Die avond werd er gedronken, gegeten, gedronken, geproefd.
Een scenario dat ook de volgende dagen door iedereen foutloos gevolgd werd.

’s Ochtends bereidden we in de grootkeuken van het jeugdcentrum een stevig ontbijt — enfin, ik ontbijt niet maar het zag er stevig uit — waarna we het complex afsloten en de sleutels in de brievenbus gooiden, Schotten zijn mensen met een filantropisch kantje.

Garelochhead, Centre 81

En aangezien het elke dag om 16u donker werd, kon je pas ’s morgens zien waar je sliep.

Gare Loch panorama

We maakten het jaar goed van de plaatselijke kruidenier en we reden via Inverarnan naar Glencoe, een locatie u welbekend van deze film.

Selfie

pitstop

Panorama met zon

’s Morgens werden we wakker in het paradijs: Ballachulish.

Waarom ook eens geen panorama

Ja maar, wacht eens even: heb je Haggis gegeten?
Natuurlijk dat, meerdere keren. Zelfs als voorgerechtje:

Haggis

En zoals dat dikwijls gaat met het eten van voedsel: Haggis is fantastisch lekker als het goed is klaargemaakt.

Whisky is ook lekker, dat wisten we al.
Maar om onze uitstap toch enig sérieux te geven, reden we naar The Ben Nevis Distillery.

Op weg naar Fort William

The Ben Nevis Distillery

Ben Nevis Distillery

Maar genoeg cultuur.
Picknick!

panorama terugweg

En dan naar het Oosten, richting Kenmore, Pitlochry.

aperitief

Leaving Kenmore

De laatste dag was een regendag.

regenpanorama

Regen kan behoorlijk onprettig overkomen aan het stuur van een camionette met 9 inzittenden. Maar vooral dat links rijden, ik vrees dat ik het nooit volledig ga beheersen. Het is een stressfactor die ik graag achterwege zou laten bij een volgende trip naar het eiland Britannia.