wandelaars hartje welkom zonder schoenen zonder hond

Vorige maand waren wij nog hopeloos op zoek naar de startplaats van het blotevoetenpad. Doch wie schetst mijn verbazing wanneer ik vandaag bij ’t ochtendgloren alle ramen van mijn tijdelijke werkplaats open gooi — teneinde de frisse buitenlucht te verwarmen met de door u betaalde chauffage die altijd op volle toeren draait maar niet kan uitgeschakeld worden — en ginds in de verte een gigantische gele voet daar moederziel fonkelnieuw zie staan wezen:

Blotevoetenpad, Gentbrugse Meersen

Ik vind dat goed.
Dat wel.

Pedro de Gante

Van 1996 tot 1998 woonde ik in het beluik tegenover dit standbeeld:

Pedro de Gante

Nooit heb ik geweten wie er afgebeeld werd. Nooit ben ik gaan kijken.

Nochtans kwam ik vaker dan wekelijks tot een paar meter van dit beeld. Om daar een groot pak friet met stoofvleessaus te bestellen.

Sinds enkele jaren lukt het me gewoon niet meer om een beeld voorbij te fietsen zonder te weten over wie het gaat. Toen ik hier gisteren toevallig passeerde, moest ik dus stoppen. Ondanks de dramatische vaststelling dat de frituur gesloten was.

Het Fratersplein heet niet voor niets het Fratersplein. Frater Pieter van der Moere vertrok in het jaar 1522, vanuit het minderbroederklooster (franciscanen), richting Mexico. Hij zou de eerste christelijke missionaris geweest zijn die in de Nieuwe Wereld arriveerde — kort nadien kreeg hij gezelschap van een heleboel andere (Spaanse) franciscanen. In Mexico werd hij bekend als Fray Pedro de Gante.

Tot zijn dood in 1572 bleef hij in Mexico als opvoeder / beschermer van de kindjes van de indígenas, de ‘indiaantjes’.

En als er nu een belletje gaat rinkelen omdat dit verhaal u bijvoorbeeld doet denken aan de serieverkrachter Eric Dejaeger, die ook missionaris was bij de ‘indiaantjes’, in zijn geval de kinderen van de Inuit, dan is dat helemaal uw eigen fout. Want in die tijd moest katholiek machtsmisbruik en pedofilie natuurlijk nog uitgevonden worden.

Ik citeer Wikipedia:

Hij stichtte de school van San José de los Naturales, waar in 1532 reeds 500 tot 600 jongens dagelijks onderwezen werden. Om de Indianen effectief te bekeren liet hij de zonen van inheemse leiders naar zich toebrengen, die hij opsloot en onderwees over het christendom.

Het kindje dat hier door Pedro de hand boven het hoofd wordt gehouden, is dus een jongen:

Fratersplein

In 1988 werd Pedro de Gante zalig verklaard door paus Johannes Paulus II.

Wie meer wil weten, verwijs ik graag door naar de commentaren bij dit artikel op Gentblogt.

leve de fietshelmdiscussie!

Geen mening over de fietshelmplicht.
Ik ben niet pro, ik ben niet contra. Sorry!

Wel een mening over de baarlijke nonsens die een paar mensen deze week hebben uitgekraamd.

Ben Weyts (N-VA) vertelde op de nationale televisie dat het met die fietshelmdiscussie zal aflopen zoals met de autogordelplicht, waarvoor mensen destijds ook hun neus ophaalden. En hij heeft natuurlijk gelijk: ik vind de autogordel een evidentie, ik heb nooit anders gekend dan het automatisme om jezelf vast te klikken in de auto. Ik heb nooit anders gekend dan een hele avond op de Gentse Feesten rond te lopen met een autogordel in de hand. Of elke winkel waar je binnenkomt: eerst aan de kassa je autogordel gaan afgeven om hem nadien weer op te halen. Wij staan daar niet bij stil, het is gewoon een deel van ons leven geworden.

Zijn mensen door de autogordelverplichting plots gestopt met autorijden? Integendeel, de voorbije 40 jaar is de verkoop van personenwagens met enkele honderden procenten verveelvoudigd, ondanks al die gruwelijke ongemakken van de autogordel. Dat is toch een ferme opsteker waar we uit kunnen leren. Want de economie, zoals u weet, die moet altijd groeien. Ook Wouter Beke (CD&V) heeft dat deze week herhaald op de televisie: “CD&V is een partij die ervoor zorgt dat de economie zal groeien.” Ik lees tussen de regels: de rest is collateral damage. (en ik hoor Joke Schauvliege, minister van bosbehoud, instemmend meeknikken tot hier)

Terug naar de fietshelm! Als we deze week een aantal journalisten moesten geloven, journalisten die wellicht nooit met de fiets gaan werken, worden er in België kinderen doodgereden omdat ze een fietshelm “niet cool” vinden. Ze hebben natuurlijk gelijk: eens de puberleeftijd bereikt, vinden kinderen die fietshelm niet meer cool.

Het is voor een volwassene niet strafbaar om klikvast met de auto om koffiekoeken te rijden omdat je 500 meter fietsen niet zo cool vindt. Het is voor een volwassene niet strafbaar om elke vierkante meter openbare ruimte op klikvaste wijze in te palmen zodat geen enkel kind nog alleen op de openbare weg mag / kan fietsen zonder ouderlijke escorte, zonder fietshelm. Maar ondertussen worden kinderen met de vinger gewezen omdat ze een fietshelm “niet cool” vinden. Blaming the victim, de rode draad in elke mobiliteitsdiscussie. Al jaren. Ik word daar zo moe van.

Maar de discussie wordt gevoerd. En hopelijk kunnen we deze belachelijke discussie gebruiken om duidelijk te maken dat onze Vlaamse wegen nog steeds onleefbaar zijn voor zwakke weggebruikers. Dat zoiets eigenlijk geen kloten te maken heeft met fluo-hesjes en fietshelmen.

Onze meisjes dragen altijd een helm op de fiets. Correctie: als we met de kinderen in Nederland op vakantie zijn, dan fietsen ze daar zonder helm. Het beste bewijs dat fietsveiligheid niet zoveel te maken heeft met fietshelmen, wel met infrastructuur en nog veel meer met modal shift: het aantal mensen dat voor (korte) verplaatsingen de auto inruilt voor iets anders.

Feit: in landen waar een significant deel van de bevolking de fiets neemt, gaan minder mensen dood in het verkeer. Zonder fietshelmplicht.

Dus,
Beste Ben Weyts,
Als u dat echt meent, die “go for zero”, begin dan eens met uw werkvolk duidelijk te maken dat ze uw nieuwe fietspaden aanleggen op de verkeerde plaats, gekneld tussen rijweg en parkeerstrook. Terwijl op dezelfde openbare ruimte ook perfect een veilige oplossing kan aangelegd worden.

Helaas worden die miljoenen euro’s partij-financiering, die wij allemaal betalen, niet gebruikt om te laten onderzoeken hoe onze wegen veiliger kunnen, wel om spin doctors te betalen zodat u voortdurend strategische ballonnetjes kan oplaten, zodat u minstens een keer per maand wordt uitgenodigd in de studio. Want die volgende verkiezingen, die moeten immers ook gewonnen worden. Nee, dat begrijp ik wel.

piesmeiskes

Sinds vorig jaar staan er piesmeiskes op een gevel in de Kraanlei.
(voormalige wijnhandel*, nu restaurant Nestor)

Vorige maand nam ik deze foto, om bij thuiskomst aan Lena te tonen.

Kraanlei, Nestor

Eergisteren tijdens de les — de weekendlessen zijn in openlucht — kreeg ik wat meer uitleg bij de beeldjes, vooral over het ventje in ’t midden.

Het manneke stond er al veel langer. Het huidige bronzen beeld vervangt een gepolychromeerd terracottabeeldje dat er wellicht zeer lang heeft gestaan maar door een stormwind in 1965 naar beneden viel. Dat beeldje werd opgekalfaterd en staat nu in het Huis van Alijn, iets verderop in de Kraanlei.

In 1980 werd op de lege plek een nieuw manneke gezet, ook met blote piskaloter.

De meiskes zijn een initiatief van de Sosseteit van de Gensche Mannekes Pies Twielink, die vierden vorig jaar hun tienjarig bestaan. Een mens moet iets doen in het leven.

De naam van de vereniging doet vermoeden dat er 2 van dit soort mannekes in Gent staan, terwijl er eigenlijk 3 staan. Want naast de 2 beeldjes in de Kraanlei, waarvan het origineel in het Huis van Alijn staat, staat er nog een identiek exemplaar helemaal bovenop de trapgevel van een huis in de Wilderoosstraat, huisnummer 13.

Dat de Wilderoosstraat ook een geliefkoosde plek is voor wildplassers, alvorens ze met hun zatte botten wegscheuren uit de ondergrondse Sint-Michielsparking, is waarschijnlijk puur toeval.

_________________________________________________
*In de 18e eeuw was er een wijnhandel in de Kraanlei, niet toevallig recht tegenover het gildehuis van de wijnschroeders, dus ter hoogte van de ‘wijnkant’ (aan de overkant van de ‘bierkant’). Maar in een 17e-eeuwse akte was er al sprake van “Het huys als van audts ghenaemt manneken pis”.

Er wordt gezegd dat het beeld zou refereren naar een oude stadslegende, het verhaal van Boudewijntje, een verhaal waar uiteraard verschillende versies van bestaan. Wat volgt is slechts één versie:

Filips van de Elzas (12e eeuw) lag overhoop met de abt en tijdens één van de ruzies zou de abt een vloek hebben uitgesproken over Boudewijntje, het (bastaard)zoontje van Filips, waardoor het altijd een klein manneke zou blijven. En zo geschiedde. Maar Boudewijntje was een kleine schavuit die de abt het bloed vanonder de nagels pestte. Toen hij op een keer tijdens een processie er niets beter op vond dan met zijn blote flieter tussen het devote volk rond te dansen (en te plassen) vond de abt het genoeg: hij sprak een nieuwe vloek uit waardoor Boudewijn in een stenen beeldje veranderde.

het is niet de schuld van Filip Watteeuw, het is niet de schuld van Filip Watteeuw, het is niet de schuld …

De trouwe lezer was het al opgevallen: ik ben definitief gestopt met zagen over fietspaden of wat er suggestief voor moet doorgaan.

Ik heb geleerd dat het geen zin meer heeft.
En al zeker niet om te schieten op de schepen.

Want in 9 van de 10 gevallen blijkt de bron van de grom van gramschap geen bevoegdheid van de stad.

Wel van Wegen en Verkeer.
Of van Infrabel.
Of van Waterwegen en Zeekanaal.
Of van De Lijn.

Of van iemand anders die op zijn beurt de schuld doorschuift naar iemand anders.

Neem nu de heraanleg van de Antwerpsesteenweg. Wij hebben hier jarenlang van gedroomd, naar uitgekeken. Wij dachten: vanaf nu kunnen we met de kinderen naar de stad fietsen.

Maar de heraanleg is nog niet volledig klaar en het staat nu al vast dat we ook na 2015 niet met de kinderen naar de stad kunnen fietsen. Ik vind dat redelijk onvoorstelbaar voor een stad waarvan het bestuursakkoord beweert dat ze de kindvriendelijkste stad van Vlaanderen wordt.

Elke fietser, elke fietsende ouder, weet dat een parkeerstrook in het slechtste geval tussen de rijweg en het fietspad hoort. Want een fietspad dat gekneld zit tussen rijweg en parking is eigenlijk vragen om kapotte kindjes.

Antwerpsesteenweg

Nonstop rijden auto’s op en af het fietspad.
Om snel wat geld af te halen bij de bank, om snel een onderbroek te kopen in de Wibra, om snel een lahmacun te scoren bij de Turkse bakker, enzovoort.

Wie deze plannen ooit heeft getekend of goedgekeurd, heeft geen verstand van fietsveiligheid.

Nochtans kan het perfect anders.
Een vergelijkbare straat in Gent, onlangs heraangelegd: Corneel Heymanslaan.

Corneel Heymanslaan

Dit is de enige fietsveilige manier waarop je een nieuwe parkeerstrook kan inpassen bij de heraanleg van een straat.

Merk ook op dat er bij de Corneel Heymanslaan is gekozen voor een fietspad waarop je comfortabel kan fietsen zonder dooreengeschud te worden.

De klinkers in de Antwerpsesteenweg liggen nu al los, ze fietsen uiteraard nooit zo goed als een degelijk wegdek (voor auto’s). Maar nog veel belangrijker: door de auto’s die voortdurend op het fietspad moeten rijden, zullen deze klinkers binnen een aantal jaren schots en scheef liggen.

Maar kom, het is niet de schuld van Filip Watteeuw, laat dat duidelijk zijn.

macrofoto’s met een compactcamera

Ik moest me deze zomer in allerijl een compactcamera aanschaffen.
Wegens nodig voor het werk.

Het toestel is een Nikon Coolpix. Voorlopig ben ik tevreden.

Het blijkt ook dat het niet onmogelijk is om macro’s te nemen, iets wat met een spiegelreflex doorgaans veel betere resultaten geeft.

Onderstaande foto’s nam ik gisteravond, door het toestel op tulp-symbooltje (macro-functie) te zetten. En ik weet dat er een technische grens is tussen ‘close-up’ en ‘macro’ en dat onderstaande foto misschien eerder nog een close-up dan wel een macro is, maar het is zondag en het leven is al lastig genoeg.

paddenstoel

Bijkomend voordeel is dat het niet per se nodig is om plat op de buik te gaan voor paddenstoelen, doordat je met een compactcamera niet door een zoeker hoeft te kijken maar gewoon het display kan gebruiken.

Op mijn toestel kan ik het schermpje zelfs uitklappen en draaien, dus hoef ik niet door de knieën te gaan. Mijn knieën zijn daar bijzonder opgetogen over.

paddenstoel

Verder heb ik me voorgenomen dat het maar eens gedaan moet zijn met foto’s te bewerken op de computer. Dus als u vindt dat het licht wat te warm, te gelig, oogt op bovenstaande foto: het is helemaal puur natuur, want gefotografeerd in het gouden uur.

Update > nog eentje om het af te leren:

het zomert na

patersoorten voor dummies

Ik volg nu drie jaar cursussen in de gidsenopleiding. De inhoud is niet gemakkelijker dan de leerstof die ik ooit heb moeten studeren. Toch lukt het me deze keer wél om te studeren en bovendien te blijven onthouden.

Toen het had moeten bestaan, bestond ‘leren leren’ nog niet. Dus wist ík veel — meer dan 20 jaar geleden — dat het urenlang naar ongestructureerde teksten zitten staren tot er eindelijk iemand komt vragen of ik goesting heb om mee te gaan snookeren niet meteen de beste manier was om aan een diploma te geraken.

Nu leer ik anders. Ik geef een voorbeeld.

Deze week ging de les over de juliennesoep die ‘kloosterordes’ heet. Vroeger zou ik dit thema op lineaire wijze gestudeerd hebben: lezen, dan nog eens lezen. En dan nog eens lezen. In het beste geval kon ik dan iets oproepen op de dag van het examen, nadien was alles weg.

Ondertussen weet ik ongeveer wat werkt. Hoe meer links ik kan maken met feiten / beelden / locaties / … die ik al ken, hoe beter ik iets kan vastzetten in mijn hoofd. De manier om die koppelingen te maken hoeft niet voor iedereen dezelfde te zijn.

Hieronder enkele tips die werken bij mij.

Verdwalen
Veel meer lezen dan wat ik moet onthouden. In een eerste ronde: lezen als ontspanning. Op die manier kan ik voor mezelf een beter kader scheppen en kan ik nadien, als het echt moet, veel sneller naar de kern gaan. De blur errond heb ik nodig om alles een plaats te geven.

Fietsen
Het gaat over religieuze ordes, dan gaat het ook over de plaatsen waar ze zich vestigden, lang vóór de Franse Revolutie de ordes afschafte. Dus ga ik fietsen tijdens de lunch. Naar de Academiestraat (Augustijnen), Sint-Margrietstraat (Tempeliers), Burgstraat (Karmelieten), Kaatsspelplein (Norbertijnen), Ottogracht (Cisterciënzen), Koophandelsplein (Franciscanen), Onderbergen (Dominicanen), Oude Houtlei (Alexianen), Fratersplein (Kartuizers),… enzovoort.

En soms neem ik dan foto’s.

Kaatsspelplein, Vita Brevis

Chronologie
Ik kan ambetant worden als ik hoor dat er in het moderne geschiedenisonderwijs een taboe rust op het studeren van data (als in ‘datums’). Weten of een gebeurtenis vóór de ene of gene periode komt, doe je (onder andere) door data uit het hoofd te leren. Als je bijvoorbeeld iets moet onthouden uit de 9e eeuw, dan is het cruciaal om bij elk feit onmiddellijk te weten of dat vóór of na het Verdrag van Verdun plaatsvond.

Mindmapping
Het wordt stilaan duidelijk dat mindmappen geen modegril was. Het werkt niet voor iedereen maar voor de meesten wel. De geschiedenis van kloosterordes is zo’n kluwen dat ik mij zelfs niet kan inbeelden dat ik er geen mindmap van zou maken. Ik doe dat meestal met papier en potlood. Maar vandaag heb ik voor ’t eerst een computerding gebruikt: mindmeister.com Ik kan er eigenlijk nog niet mee werken maar kom:

Christelijk_Gent

fun with flags

Ik heb weinig gemeen met het briljante BigBangTheory-personage Sheldon Cooper. Behalve dan een stroeve relatie met een aantal sociale vaardigheden, zoals het beheersen van smalltalk in een traphal.

Of de interesse in de betekenis van vlaggen. (vexillologie)
Dat is een beetje nerdy maar tegenwoordig mag dat allemaal.

Je kan er punten mee scoren in een quiz, denk ik. Verder is er weinig voordeel te halen uit de wetenschap dat de Belgische vlag het eerste jaar na de onafhankelijkheid nog horizontale strepen had of dat de rode kleur in de Hollandse vlag eigenlijk oranje moet zijn. Of zo.

In de les kwam vorige week de vlag van de provincie Oost-Vlaanderen ter sprake.

Dat was me niet eerder opgevallen maar die staat dus op ’t Gravensteen.
Samen met de vlaggen die me wel al opgevallen waren: Gent, Vlaanderen, België.

Gravensteen

De vlag van Oost-Vlaanderen is alleen goed zichtbaar vanuit de Lievestraat of Sint-Widostraat.

Oost-Vlaanderen

De achtergrondkleuren verwijzen naar middeleeuwse heraldische kleuren uit deze regio en naar de kleur van de groene uniformen van de ‘Ridderschap van de Provincie Oost-Vlaanderen’.

Toen de vlag officieel werd voorgesteld — nauwelijks 20 jaar geleden — heeft de provincie er nog een moderne draai aan gegeven: “Het groen staat voor een toenemende zorg voor het milieu”.

De witte banen verwijzen naar de Oost-Vlaamse waterlopen: een brede lijn verwijst naar de Schelde, de drie smallere lijnen naar de Dender, Leie en Durme.

En de leeuw is de leeuw is de leeuw. [wapen van Vlaanderen]

Enfin. Een vrij lange inleiding om nog eens naar Fun with flags te mogen kijken :-)

romantiek

De vorige post (over de Maagd van Gent) bracht ons bij de barge aan de Recolettenlei, vlakbij de Ketelvest.

Van de stadsomwalling rond het jaar 1100, is de Ketelvest nog de enige gracht die niet gedempt is. De andere middeleeuwse grachten — zoals Houtlei of Ottogracht — zijn al een tijd geleden dichtgegooid en worden in 2016 onderdeel van een nieuwe stadsomwalling, een soort nonstop rijdende stadsmuur met voor de durvers hier en daar een schietgat om zich tussen te wringen.

Maar genoeg geschiedenis, tijd voor romantiek!

Waar de Recolettenlei eindigt en de Lindenlei begint, dus ter hoogte van de Ketelvest, staat een prachtig huis. De gespierde meneer, de plongeur, hoort niet bij het ontwerp van de architect maar is door de eigenaar later op de schuin oplopende gevel geplaatst, waarvan de bovenkant aan een steiger of duikplank doet denken.

Lindenlei

Klaar om in het water te duiken. Met zijn blote flieter en al.

Lindenlei

Aan de overkant, waar de Ketelvest begint, heeft een appartementenaar nadien een beeld geplaatst van een vrouw die ook al in het water gaat springen. Een plongeuse dus.

Ketelvest

En gelijk haar buurman, wil ook zij het zonder boerkini doen.

Ketelvest

In Google Street View krijg je deze 2 figuren in 1 beeld gevat:

Ketelvest

Zonder deze scene zelf te willen interpreteren, lijkt het me een mooie kans om tijdens een rondleiding een groep (kinderen of volwassenen) hierover te laten fantaseren.

Het lijkt me bovendien de ideale opdracht voor een verhalen- of gedichtenwedstrijd.

Gent, de maagd van

De maagd op de Gentse barge, boegbeeld in eikenhout:

Recolettenlei, barge

Recolettenlei, barge

De maagd van Borremans, secco op klokkenstoel:

De Maagd (Michaël Borremans)

De Maagd (Michaël Borremans)

Verder staat de Maghet van Ghend nog afgebeeld / gebeiteld op heel wat Gentse gevels — aan het postgebouw (Korenmarkt), op de schouwburg (Sint-Baafsplein), in de Voldersstraat, de Biezekapelstraat — en uiteraard ook geschilderd of verwerkt in glasramen.

In het STAM vind je deze 15e-eeuwse krijgsstandaard van de Gentse stadsmilitie:

krijgsstandaard

En wie al een keer trouwt in Gent, schrijdt schaamteloos over het stadswapen:

wapen van Gent

Dese scone, dese Abele
Was gheatsameert van sabele,
Al hadde si ghedraghen rouwe,
Ende op hare rechte mouwe
Stonden vijf letteren sonder mee:
G.H.E.N met eenre D,
van finen perlen wt orienten.
Ende inder scoet der scoender prenten
Soe clam een leeu van perlen fijn,
Ghehalsbant ende gecroent guldijn.
Die maghet si dauwen metten armen,
Recht of sine wilde verwarmen,
Ende custen daer na metten mont.
Aldaer ic op den ouer stont
Vander scoender riuieren clare,
Soe merctic alle die ghebare
Die si dreef, die goedertier,
Jeghen dat edel witte dier,
Dweelc si ane hare borsten dwanc.

(…)

Vrient, allene en benic niet.
Ontdoet .v. oghen ende siet:
Mi es goet gheslscap bi
Waer ic allene, so wee mi!
Doe verbaerde hem die dach
Ende mi dochte dat ic sach
Nort oest vander maghet staen
Een scone belde wel ghedaen:
Den heilighen keerst in haren hulpen;
Ende sente jacoppe sire sculpen
Ende sente baue ende sente machare
ende sente lieuen, bi hem dare
Ende den goeden sente amant.
Ik keerde mi te rechter hant
Ende sach den ridder sente jorijs,
Die behoeder was der maghet wijs,
Ender mire vrouwen sente kateline
Ende sente janne metten lame sine,
Die stont der maghet alder naest.
Ay god hoe scone te siene waest!
Swit oest wert began ic scouwen!

Uit: Bouden van der Loore: De maghet van Ghend, in: Joris Reynaert: Boudewijn van der Luere en zijn “Maghet van Ghend”, in: Jaarboek van de Koninklijke Soevereine Hoofdkamer van Retorica “De Fonteine” (Gent), jrg. 1980-1981 (dl.1), p. 130 e.v