Afbeelding

Gand, ‘La Roue de Paris’

Keizer Karel zou ooit, bij wijze van woordspeling, tegen de Franse koning het volgende gezegd hebben: “Je pourrais mettre Paris dans mon Gan(t)(d)”.

Advertenties

het fietspad kwam van rechts

Vorige donderdag ben ik nog eens op klassieke wijze op mijn bek gegaan.

Niks ernstigs, een beetje vanalles wat.

Wegens ondraaglijk pijnlijke gekneusde ribben (fietsstuur in de ribbenkast) voel ik helemaal niets van de wonden aan de knie, het scheenbeen, het kaaksbeen (nog een geluk dat ik geen bril op had), enzovoort.

De Motorstraat is een locatie waar ik al vaker net-niet ben gevallen en deze keer was het dus prijs. In de bocht Farmanstraat > Motorstraat, net voorbij de spoorwegovergang waar het verhoogd fietspad begint. Wegens het intensieve vrachtwagenverkeer dat ook het fietspad gebruikt om de bocht wat breder te kunnen nemen, ligt daar behoorlijk wat zand, grind, steengruis. Voor een fietser is dat even glad als rijm of ijzel.

Niet zo heel duidelijk te zien op deze screenshot van Google Streetview:

Motorstraat

Normaal kan ik invoegen op de plaats waar het fietspad nog verlaagd is. Maar deze week wordt er gewerkt aan de spoorwegovergang — dat gebeurt namelijk elk jaar omdat het vrachtverkeer alles kapot rijdt — en kon ik pas invoegen door iets verder op de boordsteen te springen.

Which I did.

Tegen hoge snelheid want sterke meewind en grote honger.

Ik weet niet hoeveel tijd later er een man over mij gebogen stond om te vragen of alles oké was. En dat ik dan zei dat alles oké was, ha ha ha. En dat ik zelfs de luciditeit had om mijn zaklamp aan te steken en in de berm nog een paar stukken fietslicht terugvond.

Het was druk op spoed. En mijn respect voor de mensen die daar werken is alweer gegroeid. Ik heb in enkele uren genoeg miserie gezien voor een paar jaren.

Tijd en Tradonal, meer heb ik nu niet nodig.