Helden

Minder dan 3 uur geslapen vannacht. Maar het is hen vergeven, de Nieuwe Rode Duivels zijn een plezier om naar te kijken. Op het veld, naast het veld, in de media.

Helden zijn het niet. Maar ze maken naam, vooral in het buitenland. Een naam waarmee ze trouwens geweigerd zouden worden bij een sollicitatie voor een doorsnee garagepoorten-installateur in België.

“Hoe zegt u? Wát is uw naam?”

“Eh… Marouane Fellaini, meneer.”

(klik)

Helden waren het, in 1986. Mijn slaapkamer hing vol, El Simpático boven mijn bed. Hun namen klonken oer-Belgisch — Ceulemans, De Wolf, Renquin, Clijsters, Vandereycken, Munaron, Vandenbergh, Vervoort, Grün, Demol, Gerets, Claessen, Veyt, Vercauteren, Van der Elst, Mommens — misschien heeft een aantal spelers van die generatie nog garagepoorten geïnstalleerd na de voetbalcarrière.

De nieuwe generatie Rode Duivels is er één om U tegen te zeggen, wellicht beseffen ze zelf niet wat ze voor dit land betekenen, naast het veld. In nauwelijks 30 jaar is het internationale beeld van de ‘Belgische familienaam’ geëvolueerd naar: Chadli, Kompany, Mirallas, Benteke, Dembele, Lukaku, Hazard, Pocognoli,… samen met Vertonghen, Vermaelen, De Bruyne, Mertens.

Nee, ik begrijp dat wel, het gaat voor sommigen te snel.
Xenos + Fobos.

Maar er is geen weg terug, nooit meer. Investeer desnoods nog driehonderd miljoen extra in dat Brussels onderwijs. Geef die gasten een degelijke opleiding, een degelijke job. En laat ze binnen in de discotheek, ook als ze geen nationale held zijn.

En dan, misschien, dan zijn het mijn helden.

ja ik verdien genoeg en laat mij nu gerust

Salarisfetisjisme. Wat is me dat zeg, vantegenwoordig?
Meerde keren per week in mijn mailbox:

“Hallo Ivan, vergelijk je loon met je collega’s!”

“Beste Ivan, jij kan meer verdienen!”

Van Vacature, van Jobat, van dit, van dat:

geld

Ik zou me verdorie schamen mocht ik meer verdienen.

Ik weet wel, natuurlijk dat: ‘netto’ is nog een ander paar mouwen. En ik kan enorm boos worden over hoe inefficiënt het meer dan deftig ingehouden bedrag soms wordt geïnvesteerd / verspild — zo rechts ben ik dan wel weer ;-)

Maar toch, ik verdien genoeg en laat mij nu gerust.

ziek

Zita is ziek, het hele pakketje: hoesten, koorts, snot en slinger.
Niet naar school, alweer.

ziek

En ik zit door mijn rug. Lumbago, opnieuw.

2 vliegen in 1 klap! Het leven kan perfect zijn, soms.

In de cocktails van Zita: Fluimicil, Ventolin, Flixotide, Aerius,…
In mijn cocktails: Tradonal, Tradonal, Tradonal.

het rookverbod

Ik zat op café, dat overkomt mij al eens. Klokslag middernacht komt de barvrouw ons poeslief vragen of het zou storen als er een beetje zou gerookt worden, binnen.

Wij zijn mannen, daar moeten we niet flauw over doen, dus beantwoorden wij haar cleavage met een onnozel lachje en een bestelling kabouterbier van ’t vat. Geen kerel die op zo’n moment — een warme avond in een fijn café — het bdw’tje wil uithangen.

Het is de 3e keer in een jaar tijd dat ik dit ritueel zie gebeuren, telkens in een ander café. Blijkbaar is de kans op een boete na middernacht zo goed als nihil. En de cafébazen weten dat.

De slaapkamer stinkt naar de rook, mijn kleren die gisteren nog opgevouwen in de kast lagen moeten alweer in de wasmachine, mijn haar moet behandeld worden met napalm, enfin, ge kent dat.

Ik hou niet van kliklijnen, ik ben geen overdrager.
Maar nu heb ik er schoon genoeg van.

brief aan Sinterklaas (2)

Ik dacht, ik schrijf ook eens een briefje.

Lieve Sinterklaas,

Ik wens dat uw bootreis voorspoedig verloopt, al hoop ik dat u het mij niet ten kwade zal duiden dat ik deze brief om een andere reden schrijf. Ik zie het immers als mijn plicht u te waarschuwen voor een jammerlijke evolutie in ons land!

Toen ik vorige week (zaterdag 10 november) (!) inkopen deed bij Dreamland, ontdekte ik — verscholen tussen de kerstbomen (!) — een vreemd mannetje met een wafelijzerbaard. Hij deed zich voor als de echte Sinterklaas en nodigde de kinderen uit voor een fotoshoot. Terwijl die kinderen u pas dit weekend (17 november) uit Spanje zullen zien terugkeren. Hoe kan dat nu?!

Waar moet dat heen, waar moet dat heen, als zelfs een kinderwinkel er niet in slaagt een vieze valse baardaap van de echte Sinterklaas te onderscheiden. Mag ik u daarom vriendelijk vragen uw cadeautjes dit jaar in een andere speelgoedzaak aan te schaffen? Ze gaan het anders nooit leren, vrees ik.

Alvast vanharte bedankt om mijn verzoek in overweging te nemen.

Uw toegenegen,

Ivan

i died in hell (they called it blaarmeersen)

Maar het was verdorie mijn eigen domme fout. Ik was gisteren — enfin, ik bedoel maandag, ik zit gelijk al met mijn blote tenen in de zomernachten, van het soort nachten dat geen kalender verdraagt, laat staan een klok, het einde van het schooljaar komt als vanouds een maand te laat — dus, ik was zelf op het onzalige idee gekomen om nog eens met de kinderen en bijhorende parasol naar de Blaarmeersen te terten.

Het was al namiddag, dat was heel erg dom. En zoals dat gaat met dommigheid, dat komt zelden alleen.

Om in het thema van de titel te blijven:

(…) so I fell
Into the bottomless mud, and lost the light (…)

Vóór het licht uitging had ik echter nog een paar lucide gedachten. Zoals daar zijn. Dat een handvol welgemikte vliegtuigbommen op de Blaarmeersen, op deze historische overbevolkte achtentwintigste mei, de nationale statistieken van percentages obese kinderen danig in de war zou kunnen brengen, Oost-Vlaanderen zou plots ondervertegenwoordigd zijn in overgewicht. En dat het trouwens maar eens moet gedaan zijn met zo’n pejoratieve benaming als Plage Tatoeage, wat is me dat nu. Las Playas Obesitas klinkt bijvoorbeeld al een pak exotischer.

Maar voor de rest viel de voortijdige hoogzomer reuze mee, een bloedhete vierdaagse die weliswaar op vrijdagnamiddag was begonnen in een bloedheet computerlokaal en al even weliswaar dinsdagnamiddag was geëindigd in een bloedheet computerlokaal. (dat is gelogen, er werd eigenlijk nog een vrolijk einde aan gebreid met een snelle pastis in Le Chat Noir, daarnet)

Vrijdagavond was er al meteen een gezellig buurtfeest op ons plein, een basketpleintje met een eigen facebook-pagina.

Er werd op zaterdag gezwommen en dan een hoge haag gesnoeid, dat was niet min. Ik moest afrekenen met een iets te voortvarend uit de kluiten gewassen Carpinus Betulus die graag boven zijn stand leeft. En ’s avonds was er een zomerterras in fijn gezelschap. Orval van 5 jaar, moet ik daar een tekening bij maken?

En zondag was er barbecue. Hadden we dat maandag ook maar gedaan. Had de uitnodiging van de bijnaburen een half uurtje eerder gekomen, dan waren we nooit vertrokken naar Las Playas Obesitas. (geef toe, het bekt toch echt stukken beter dan Plage Tatoeage)

drek drek drek

Ik denk dat ik het gemist heb, iemand heeft de stille dagen afgeschaft.

Vroeger had een werkjaar toch altijd een paar rustpunten hier en daar, nee? Tegenwoordig komen wij uit verlof ergens halverwege augustus en worden we pas halverwege juli uit de mallemolen geslingerd.

Om het met de woorden van de directeur te zeggen: “Clowns, dit is niet goed!”

Er wordt druk gedaan op het werk, er wordt druk gedaan met feestjes en gedoe, er wordt druk uitgeoefend op elkaar en iedereen vindt dat zwaar. En dan is er nog de druk die ik mezelf opleg, het moet wel spannend blijven natuurlijk.

Hoog tijd voor blogdip #37.

honderd euro

Er is post.

We krijgen 100 euro van de verzekering van de meneer die die keer in mei op Zita was gereden.

De ideale aanleiding om mij nog eens serieus op te winden over de Kamikazestad die “Gent Fietsstad” is — dat was alweer een tijdje geleden.

Zoals over de gevaarlijkste aller Gentse invalswegen: de Antwerpsesteenweg. Met een platitude zou ik kunnen zeggen dat er waarschijnlijk eerst doden moeten vallen vooraleer het schepencollege deze zaak ernstig neemt. Maar dat doe ik niet omdat we de fase van de dode fietsers al gepasseerd zijn. Helaas.

Lena kan goed fietsen. En straks is ze 6 jaar. Ik zou het fantastisch vinden om op een zonnige zaterdag met mijn dochter naar Gent te fietsen. Lena zou dat ook fantastisch vinden. Maar het kan niet.

Voor ons zijn er 2 manieren om Gent binnen te geraken: Dampoort of Muide. Het eerste is geen optie meer, dat hebben we dus geprobeerd. Dan de Muide, dat traject doe ik zelf elke dag. Ook op die route zijn we het punt van de dode fietsers al gepasseerd. Muidepoort en Voormuide zijn niet minder dan levensgevaarlijk.

In Muidepoort en Voormuide rijden de auto’s tussen 8u en 8u30 niet sneller dan 0,01 km/u, waardoor het onveiligheidsgevoel nog meevalt. Ik spring dan met mijn stuur over de autospiegels, op die plaatsen waar de afstand tussen linkerspiegel-van-geparkeerde-auto en rechterspiegel-van-auto-in-file net niet breed genoeg is voor een fietsstuur — gaan werken is altijd een beetje mountainbiken. Maar soms heb ik geen zin om te springen, dan klap ik de rechterspiegels dicht van die auto’s waarvan de bestuurders vinden dat ook de fietsers maar achter hen in de file moeten aanschuiven en daardoor geen plaats vrijhouden aan de rechterkant.

Al ligt de schuld natuurlijk in de eerste plaats bij het carrément ontbreken van een fietspad op een drukke invalsweg naar Gent. En zo zijn we weer aanbeland bij “Gent Fietsstad”, één van de strafste leugens uit de geschiedenis van de Gentse gemeentepolitiek.

Mijn stem, op 14 oktober 2012, zal toch iets meer kosten dan 100 euro. Zelfs meer dan de belofte om alweer nieuwe fietspaden te leggen tussen autoweg en parkingstrook, een idee waar alleen iemand met een morbide gevoel voor verkeersveiligheid kan opkomen.

veranderen dat ze doen, de tijden

20 jaar geleden werd ik virtueel gelyncht, denk ik.

Ik ging op reportage voor Gentblogt en op de computer kwam floepsgewijs de volgende alinea uit mijn vingers getokkeld:

Als uw Golf TDI rapper kan optrekken dan de BMW Cabrio van uw vriend, dan is de kans groot dat u deze prestatie wil delen met de wereld. Zo kan iedereen meteen horen en zien dat u een probleem heeft met uzelf (en dat u waarschijnlijk zeer klein geschapen bent). Helaas is dit mannelijk oer-ritueel minder onschuldig dan zomaar wat ‘machismo’ of asociaal gedrag dat de voorbije decennia door tolerant Gent werd vergoelijkt als culturele diversiteit. Die periode heeft (gelukkig) haar kookpunt bereikt.

“Man, man, man,” heb ik gedacht, “met die laatste 2 zinnen ga ik problemen krijgen, dat kan niet anders.”

Vorige week las ik in een krant een column van een journaliste (help mij, was het Lisbeth Imbo?) die vond dat het maar eens gedaan moet zijn met die populistische politieke anti-correctheid. En dat ze vond dat er niks mis is met politieke correctheid.

Voor mezelf heb ik besloten om te stoppen met nadenken of hetgeen ik ga zeggen al dan niet correct is, politiek of niet, zolang het maar mijn weloverwogen overtuiging is. Het mag al eens botsen, ik kan daar tegen. Alles liever dan eerst te moeten nagaan hoe een bepaalde groep of partij er over denkt.

Maar de tijden, ze veranderen dus. Blijkbaar niemand die valt over een formulering die begin jaren ’90 misschien als ‘verdoken racisme’ zou bestempeld worden. Vreemd.

Links of rechts bestaat al lang niet meer. Er is nog extreemlinks en extreemrechts, dat wel, maar verwaarloosbaar. En al de rest zijn meningen, meningen, meningen. Een voorbeeld: je hoeft gelukkig niet meer ‘rechts’ te zijn om te vinden dat iemand een inspanning moet leveren in plaats van een leven lang te teren op een uitkering. En je hoeft gelukkig niet meer ‘links’ te zijn om te vinden dat iemand de wereld naar de kloten helpt als hij met de auto naar de bakker rijdt.

De meningen dansen. En dat is goed. Correct of niet.

over honger (of moord)

De toespraak die Jean Ziegler niet mocht houden op de Salzburger Festspiele:

Zeer vereerde dames en heren,

Elke vijf seconden sterft een kind jonger dan tien jaar van de honger. Elke dag verhongeren 37.000 mensen en bijna een miljard mensen zijn permanent ernstig ondervoed. In datzelfde wereldvoedselrapport van de FAO (de Voedsel- en Landbouworganisatie van de VN) – waar elk jaar deze cijfers in staan – is ook te lezen dat de landbouw in zijn huidige fase van ontwikkeling perfect in staat is om het dubbele van de wereldbevolking normaal te voeden.

Conclusie: er is geen objectief gebrek, er is ook geen fataliteit voor deze dagelijkse slachtpartij van de honger die in ijzige normaliteit voortgaat.

Een kind dat van honger sterft, werd vermoord.

Sterven gebeurt overal op dezelfde manier. Of het nu in de Somalische vluchtelingenkampen is, in de sloppenwijken van Karachi of de slums van Dhaka, de doodsstrijd doorloopt dezelfde etappes.

Bij ondervoede kinderen zet het verval zich na enkele dagen door. Het lichaam gebruikt eerst de suiker- en dan de vetreserves op. De kinderen worden lethargisch en dan almaar magerder. Het immuunsysteem gaat onderuit.

Diarree versnelt de uitputting. Mondontstekingen en infecties aan de ademhalingswegen veroorzaken verschrikkelijke pijnen. Dan begint de roofbouw van de spieren. De kinderen kunnen niet meer overeind blijven. Hun armen bengelen krachteloos naast hun lijf. Hun gezicht wordt als dat van oude mensen. Dan volgt de dood.

De omstandigheden die leiden tot deze duizendvoudige pijnen zijn echter gevarieerd en vaak complex.

Kijk bijvoorbeeld naar de tragedie die zich momenteel in Oost-Afrika afspeelt. In de savannes, vlakten of bergen van Ethiopië, Djibouti, Somalië en Noord-Kenia zijn 12 miljoen mensen direct met honger bedreigd. Al vijf jaar zijn de oogsten er ontoereikend. De bodem is hard als beton. Naast de droge waterputten liggen uitgedroogde runderen, geiten, ezels en kamelen. De vrouwen, kinderen of mannen die nog enige kracht hebben, zijn op weg naar de kampen die door de UNHCR, het VN-agentschap voor Vluchtelingen, zijn opgezet.

Bijvoorbeeld naar het kamp in Dadaab op Keniaans grondgebied. Daar verdringen zich al drie maanden meer dan 400.000 hongervluchtelingen. De meesten komen uit het naburige Zuid-Somalië waar de met Al Qaeda gelinkte Al-Shabaab-milities strijd leveren. Sinds juni treden dagelijks 1.500 nieuwe vluchtelingen uit de ochtendnevel. In het kamp is al lang geen plaats meer. De poort in de omheining van prikkeldraad is gesloten. Voor de poort voeren de VN-ambtenaren een selectie door. Slechts enkelingen die nog een levenskans hebben, komen er door.

Het geld voor een intraveneus dieet – dat een kind als het er niet te erg aan toe is, er in twaalf dagen kan bovenop brengen – ontbreekt. Het Wereldvoedselprogramma (WFP) van de VN dat de voedselnoodhulp moet verzorgen, vroeg op 1 juli een bijzondere bijdrage van 180 miljoen euro aan de VN-lidstaten. Er werd slechts 62 miljoen euro gestort. Het normale budget van het Wereldvoedselprogramma bedroeg in 2008 zes miljard dollar. In 2011 is dat gezakt tot 2,8 miljard dollar.

Waarom? Omdat de rijke donorlanden – in het bijzonder de EU-landen, de VS, Canada en Australië – miljarden euro en dollar moesten betalen aan hun lokale banken: om het interbancair krediet terug op gang te brengen en om de speculatiebandieten te redden. Voor de humanitaire noodhulp en de reguliere ontwikkelingshulp bleef en blijft er bijna geen geld over.

Door de ineenstorting van de financiële markten hebben de hefboomfondsen en andere grootspeculanten zich op de landbouwgrondstoffenbeurzen gestort (zoals de Chicago Commodity Stock Exchange). Met termijncontracten en futures drijven ze de basisvoedselprijzen naar astronomische hoogten.

Een ton graan kost vandaag 270 euro op de wereldmarkt. Die prijs lag een jaar geleden ongeveer op de helft. Rijst steeg met 110 procent. Maïs met 63 procent.

Wat zijn de gevolgen? Ethiopië, noch Somalië, Djibouti of Kenia kunnen voedselvoorraden aanleggen. Hoewel de ramp al vijf jaar eerder voorspeld werd.

Daarbovenop komt nog dat de landen in de Hoorn van Afrika gebukt gaan onder hun buitenlandse schuldenlast. Voor infrastructuurwerken ontbreken de middelen. In Afrika ten zuiden van de Sahara is slechts 3,8 procent van de bebouwbare grond geïrrigeerd. In Wollo, Tigray en Shoa in het Ethiopische hoogland of in Noord-Kenia en Somalië is dat nog minder. De droogte doodt ongestoord. Deze keer zal ze vele tienduizenden slachtoffers maken.

Veel rijken, grootbankiers en CEO’s van deze wereld komen samen in Salzburg. Zij zijn de veroorzakers en de meesters van de kannibalistische wereldorde.

Wat is mijn droom? De muziek, de poëzie – kortweg de kunst – brengen de mens buiten zichzelf. De kunst heeft wapens die de analytische geest niet heeft: ze prikkelt de toehoorder, dringt door de dikste betonlaag van het egoïsme, de vervreemding en de afstand.

Zij treft de mensen in hun innerlijk, beweegt hen tot onverwachte emoties. En plots breekt de verdedigingsmuur. De neoliberale winstwaan valt in stof en as.

In het bewustzijn dringt de realiteit, ook de stervende kinderen, door.

In Salzburg kunnen wonderen gebeuren: het ontwaken van de meesters van de wereld. De opstanding van het geweten.

Maar geen angst, die wonderen zullen in Salzburg niet gebeuren.

Ik word wakker. Mijn droom kan niet onrealistischer zijn. Het kapitaal is overal en altijd sterker dan de kunst. Onsterfelijke reusachtige mensen, zo noemt Noam Chomsky de concerns. Vorig jaar – zo zeggen de statistieken van de Wereldbank – controleerden de 500 grootste privébedrijven 52,8 procent van het bruto nationaal product of alles wat er in één jaar aan wereldrijkdom wordt geproduceerd.

De totaal ontketende, totaal ongecontroleerde winstmaximalisatie is hun strategie. Het maakt niet uit wie er aan het hoofd staat van het concern. Het gaat niet om zijn gevoelens of zijn kennis. Het gaat om het structurele geweld van het kapitaal. Is hij onvoldoende productief? Dan wordt hij van het directieniveau verdreven.

Tegen de ijzeren wet van de kapitaalaccumulatie zijn zelfs Beethoven en Von Hofmannsthal machteloos. “L’art pour l’art”, schreef Théophile Gautier in het midden van de 19de eeuw. De stelling van de autonome kunst die los staat van elke sociale werkelijkheid beschermt de machtigen voor hun eigen emoties en de eventuele verandering van hun hart.

De hoop ligt in de strijd van de volkeren in het Zuiden, van Egypte en Syrië tot Bolivia en in de geduldige en nauwgezette opbouw van een radicale oppositie in de westerse landen.

Kortom, in de actieve, consequente, coherente, democratische organisatie van revolutionair antigeweld. Er is leven voor de dood. De dag zal komen dat mensen met elkaar zullen leven in vrede, rechtvaardigheid, rede en vrijheid, bevrijd van de angst voor materiële nood.

Moeder Courage, uit het gelijknamige toneelstuk van Bertolt Brecht legt die hoop uit aan haar kinderen:

“Es kommt der Tag, da wird sich wenden.
Das Blatt für uns, er ist nicht fern.
Da werden wir, das Volk, beenden
Den großen Krieg der großen Herrn.
Die Händler, mit all ihren Bütteln
Und ihrem Kriegs- und Totentanz
Sie wird auf ewig von sich schütteln
Die neue Welt des g‘meinen Manns.
Es wird der Tag, doch wann er wird,
Hängt ab von mein und deinem Tun.
Drum wer mit uns noch nicht marschiert,
Der mach’ sich auf die Socken nun.”

Dank u,
Jean Ziegler

[via De Wereld Morgen]

zo vroeg ik mij onlangs nog af

Waarom die gasten maar blijven zeveren over “werken tot 67 of 68 want dat het anders niet meer houdbaar is en blablabla” terwijl slechts de helft van alle vijftigplussers een job heeft en terwijl op dit moment de op beroepsactieve leeftijd zijnde Belg gemiddeld 4 (!) uren per week werkt, dat is het laagste gemiddelde van heel Europa, ik ben niet zo goed in rekenen maar ik vermoed dat ik na dertien jaar beroepsactief nu al voorbij dat gemiddelde zit voor de rest van mijn verdere loopbaan, dus no way dat ik er ook nog maar aan denk om langer dan 65 te gaan werken — het zal wel simplistisch zijn maar dat ze misschien eerst iets doen aan langdurige werkloosheid en eventueel later dan ook eens aan de mensen die op diverse uitkeringen parasiteren, nee? (hierzie: links en rechts in één mening verzoend, het kan!)

zuidwester

Heerlijk toch, zo’n stevige zuidwester.

Deze morgen stampen en steunen tegen 15 per uur.
’s Avonds naar huis gewaaid tegen bijna 30 per uur.

Alleen jammer van de uitgewaaide kaarsjes tijdens de Lichtjestocht daarnet (gelukkig had ik mijn fietsledjes mee, dat heeft nogal wat traantjes uitgespaard). Het was voor ons de eerste keer — de vorige jaren moesten we telkens verstek geven (een keer door ziekte en dan nog een keer door ziekte). Het heeft toch wel iets, met een heleboel mensen gaan wandelen in de wind en in het donker. Wacht ik zal u eens doen lachen… het voelde nogal oecumenisch eigenlijk.

a year has passed since I broke my nose

Deze middag zat ik helemaal alleen in de auto. Een gelukzalige gebeurtenis, al was het maar omdat je dan liedjes kan beluisteren en effectief iets kan horen van de songtekst. Ik denk dat zelfs de tegenliggers mijn verwondering hebben opgemerkt toen ik het volgende hoorde:

“A year has passed since I wrote my note, (…)”

Ik hou echt niet van The Police en het was een generatie geleden dat ik dat nummer nog eens had gehoord. Al die tijd was ik in de waan dat Zijne Stingheid het volgende ten berde bracht:

“A year has passed since I broke my nose, (…)”

Kom ik thuis en wil ik dat stante pede toevoegen aan kissthisguy.com, staat het er toch al wel niet op zeker.

Ik voelde mij direct een klein beetje minder stom, een klein beetje.